Tweeling-pagina: altijd verschillende opvattingen in het onderwijs
Amanda Keddie & Richard Niesche (2012). Productive engagements with student difference: supporting equity through cultural recognition. British Educational Research Journal, 38, 333-348. abstract
Mikael Alexandersson (2011): Equivalence and choice in combination: the Swedish dilemma, Oxford Review of Education, 37:2, 195-214. abstract
H. G. van de Werfhorst (2011). Selectie en differentiatie in het Nederlandse onderwijsbestel. Gelijkheid, burgerschap en onderwijsexpansie in vergelijkend perspectief. Pedagogische Studiën, 88, 283-297. pdf op website auteur
H. G. van de Werfhorst & J. J. B. Mijs (2007). Onderwijsdifferentiatie en ongelijkheid: Nederland in vergelijkend perspectief. Instituut voor Arbeidsstudies. pdf
H. G. van de Werfhorst (2008). Leren of ontberen? Over onderwijsinstituties en ongelijkheid. inaugurele rede
Philip C. Abrami, Yiping Lou, Bette Chambers, Catherine Poulsen & John C. Spence (2000): Why Should We Group Students Within-Class for Learning?, Educational Research and Evaluation: An International Journal on Theory and Practice, 6:2, 158-179 <--pdf--> abstract: http://dx.doi.org/10.1076/1380-3611(200006)6:2;1-E;F158
R. Dekker, P. Herfs, J. Terwel & D. van der Ploeg (1985). Interne differentiatie in heterogene brugklassen bij wiskunde. Een empirisch-exploratief onderzoke naar de realisering en de resultaten van ‘wiskunde voor iedereen’ op een middenschool en een brede scholengemeenschap. Den Haag: Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs S.V.O., Selecta Reeks. Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Utrecht. isbn 9064720614 — Tweede interimrapport van het project ‘Interne Differentiatie wiskundeonderwijs 12-16’ (ID 12-16, SVO 0647) 292 blz pb
Dekker, R. (1995). Learning mathematics in small heterogeneous groups. L’educazione Matematica, 16(1), 9-19.[nog niet gezien]
Rijkje Dekker (1991). Wiskunde leren in kleine heterogene groepen [Dissertatie]. De Lier: Academisch Boeken Centrum.[nog niet gezien]
Het eerste interimrapport is een interne VOU-rapportage (waarschijnlijk identiek aan het rapport dat is opgeleverd aan de opdrachtgever SVO, maar daar is het archief mogelijk verloren gegaan bij de reorganisatie naar NWO (PROO)): Rijkje Dekker, P. Herfs en J.anTerwel (1983). Wiskunde voor iedereen. Interimrapport project Interne Differentiatie Wiskundeonderwijs 12-16. (: over de periode 1-8-1982 tot 1-8-1983 probleemoriënterende fase. 100 blz ????) Utrecht: VOU. [nog niet gezien]
Terwel, J., Herfs, P., Dekker, R., & Akkermans, W. (1988). Implementatie en effecten van interne differentiatie. ‘s-Gravenhage: SVO. [nog niet gezien]
Dekker, R. (1990). Wiskunde voor iedereen. Vernieuwing. Tijdschrift voor Onderwijs en Opvoeding, 49(5), 15-16.[nog niet gezien]
Dekker, R., Herfs, P., & Terwel, T. (1986). Niveaus in het leerproces als differentiatieprincipe bij het werken in heterogene groepen bij wiskunde. In A. Reints & P. Span (Eds.), Differentiatie in het onderwijs (pp. 131-139). Lisse: Swets & Zeitlinger.[nog niet gezien]
Dekker, R. (1986). Eén context, vijf leerlingen. Euclides, 61(5), 168-177. [nog niet gezien]
Dekker, R., Herfs, P., & Terwel, J. (1985). Contexten en begripsontwikkeling bij wiskunde 12-16. Tijdschrift voor Didactiek der ß-wetenschappen, 3(3), 169-182. [nog niet gezien]
Dekker, R., Herfs, P., & Terwel, J. (1985). Wiskunde voor iedereen: op papier en in actie. In R. Halkes & R.G.M. Wolbert (Eds.), Docent en methode (pp. 88-89). Lisse: Swetz & Zeitlinger. [nog niet gezien]
Dekker, R. (1985). Wiskunde voor allen? Bekijk het maar. Nieuwe Wiskrant, 4(3), 11-12. [nog niet gezien]
Dekker, R., Herfs, P., & Terwel, J. (1985). Groepswerk en klassegesprek voor nieuwe wiskunde essentieel. Didaktief, 15(4), 27-28. [nog niet gezien]
Dekker, R. (1985). Roos, Rik en Jane. Willem Bartjens, 4(2), 77-80.[nog niet gezien]
Dekker, R. (1985). Meisjes samen? Euclides, 60(6), 214-217.[nog niet gezien]
Dekker, R. (1984). José (spreek uit Gòsé). Nieuwe Wiskrant, 4(1), 36-39.[nog niet gezien]
Dekker, R. (1982). Wiskunde en projectonderwijs. Nieuwe Wiskrant, 2(2), 22-28. [nog niet gezien]
Dekker, R. (1982). Wiskunde en heterogeniteit. Nieuwe Wiskrant, 1(4), 43-50.[nog niet gezien]
Het ontwikkelen van ‘wiskunde voor iedereen’ en dus van zeer flexibel en gedifferentieerd wiskundeonderwijs, dat de verschillen tussen kinderen (in intelligentie, levenservaring, taalgebruik, doorzicht, enz.) juist positief exploiteert in plaats van die verschillen als hinderlijk te neutraliseren, is niet eenvoudig gebleken. Sinds een jaar of vier werkt een SLO-projectgroep van zes personen eraan.
Dit onderzoeksverslag legt er op vele plaatsen getuigenis van af dat het niet eenvoudig is. Contexten blijken belemmerend te zijn in plaats van een inzichtsprong op te wekken. Het hanteren van heterogene groepen binnen een normale schoolklas vergt een heel aparte didactische werkvorm, die veel zelfreflectie, voortdurende observatie, veel improvisatievermogen en heel snelle terigkoppelingen tussen waarneming en reactie vraagt.
blz. woord vooraf
Een altijd weer enorm omstreden onderwerp, zeker in Nederland, is dat van meer heterogene klassen. Dat leverrt onmiddellijk de associatie 'middenschool' op, en dat is niet bevorderlijk voor een rustige uitwisseling van inhoudelijke argumenten. Toch kan niemand om het onderwerp heen, want het gaat niet om een absolute tegenstelling tussen homogeen of heterogeen samengestelde klassen: het gaat om gradaties van heterogeniteit. Om een simpel voorbeeld te geven: het is een gevestigd maar niet empirisch ondersteund idee dat zittenblijven goed is voor alle betrokkenen, en dat zittenblijven resulteert in minder heterogeen samengestelde klassen dan anders het geval zou zijn. De zittenblijver maakt de klas waarin hij terechtkomt echter weer heterogener dan anders het geval zou zijn.
Er is erg veel onderzoek beschikbaar, zowel Nederlands en ander nationaal onderzoek, als internationaal onderzoek, dat licht kan werpen op de vraag of minder heterogeen in bepaalde opzichten 'beter' uitwerkt, etcetera. In deze webpagina wil ik een begin maken van een overzicht. Het probleem hierbij is dat het telkens raakt aan andere onderwerpen die een belang op zichzelf hebben, zoals zittenblijven, individuele verschillen, toetsen en examineren, kwaliteiten van leraren, kenmerken van onderwijsstelsels. Daar zij dan telkens naar verwezen. Hier gaat het om de grootste gemene delers te vinden.
Pat Rubio Goldsmith (2011). Coleman revisited: School segregation, peers, and frog ponds. American Educational Research Journal, 48, 508. abstract
Jesse Levin (2002). Essays in the economics of education. Proefschrift Universiteit van Amsterdam. Geen pdf beschikbaar (zoek de artikelen zelf, daar is dit proefschrift immers uit samengesteld). samenvatting
Hoofdstuk 1 onderzoekt de effectiviteit van klassenverkleining in de context van het Nederlandsee basisonderwijs. Onderzocht wordt of kleinere klassen leiden tot betere leerprestaties. De eerste bevindingen van het effect van klassengrootte op taal- en rekenscoress wijzen daar niet op. Na correctie voor een groot aantal individuele kenmerken, klaskenmerkenn en schoolkenmerken en gebruikmakend van een schattingstechniek die corrigeertt voor verschillen in niet waargenomen variabelen, blijkt dat leerlingen in grote klassenn niet slechter — en soms zelfs beter — presteren dan leerlingen in kleine klassen.
Als mogelijke verklaring voor deze positieve relatie tussen prestatie en klassengrootte iss onderzocht of het hebben van klasgenoten met een vergelijkbaar IQ van invloed is. Het verwachtee aantal klasgenoten met een vergelijkbaar IQ neemt toe met de grootte van de klas. Het blijkt dat het aantal medeleerlingen in de klas met een vergelijkbaar IQ een positieve invloedd heeft op de prestaties van een leerling. Dit verklaart waarom klassenverkleining niet helpt. Bij klassenverkleining neemt niet alleen het aantal leerlingen per leerkracht af, hetgeen gunstigg is, maar daalt ook het aantal medeleerlingen met een vergelijkbaar IQ, en dat is ongunstig. In het Nederlandse basisonderwijs doet kennelijk gemiddeld genomen het tweede effect het eerste effect teniet.
Het eerste hoofdstuk onderzoekt de gemiddelde effecten van klassenverkleining en vann het aantal medeleerlingen met een vergelijkbaar IQ. Dit zegt echter weinig over de verschillendee effecten die deze variabelen kunnen hebben op leerlingen van verschillende prestatieniveaus. Zo is denkbaar dat het plaatsen van leerlingen in kleine groepen en/of bij klasgenoten met een vergelijkbaar IQ, een andere uitwerking heeft op leerlingen die matig presterenn dan op leerlingen die goed presteren. In Hoofdstuk 2 is een methode toegepast waarmeee het effect van deze variabelen bij verschillende prestatieniveaus kan worden gemeten.
De eerste bevindingen van het effect van de klassengrootte op scores van reken- en taaltoetsen bieden opnieuw weinig steun voor klassenverkleining, ongeacht of een persoon laag of hoog presteert. Het opnemen van het aantal medeleerlingen met vergelijkbaar IQ levertt echter interessante uitkomsten op. Het positieve effect van deze variabele is namelijk het grootst voor degenen met de laagste prestaties en is verwaarloosbaar voor leerlingen met hogere prestatieniveaus. Dit suggereert dat klassenverkleining van invloed kan zijn op de verdelingg van prestaties binnen klassen. Terwijl er geen bewijs is van een direct voordeel van klassenverkleining laten de resultaten zien dat leerlingen die laag presteren zeer ongunstig beïnvloedd worden door het verlies van soortgelijke klasgenoten. Daarom kan klassenverkleining die ermee gepaard gaat dat matige leerlingen minder medeleerlingen overhouden met een vergelijkbaar IQ, gezien worden als regressief beleid. Het weghalen van soortgelijkee leerlingen, die een goede invloed hebben op matig presterende leerlingen, maakt dat deze leerlingen (nog) minder gaan presteren.”
Yiping Lou, Philip C. Abrami, John C. Spence, Catherine Poulsen, Bette Chambers & Sylvia d’Apollonia (1996). Within-class grouping: A meta-analysis. Review of Educational Research, 66, 423-458.
Margaret C. Wang & C. Mauritz Lindvall (1984). Individual differences and school learning environments. In E. W. Gordon: Review of Research in Education Volume 10—1984 (161-226). Washington, D.C.: American Educational Research Association.
Sarah Warshauer Freedman, Verda Delp & Suzanne Mills Crawford (2005). Teaching English in untracked classrooms. Research in the Teaching of English, 40, 62-126. pdf
Duru-Bellat, Marie and Mingat, Alain(1998). Importance of Ability Grouping in French ‘Collèges’ and its Impact upon Pupils’ Academic Achievement. Educational Research and Evaluation, 4: 4, 348 - 368. pdf
Jo Boaler (2008): Promoting ‘relational equity’ and high mathematics achievement through an innovative mixed‐ ability approach, British Educational Research Journal, 34:2, 167-194 abstract William Glasser (1969). Schools without failure. Harper & Row, Publishers.
Omar S. López (2007). Classroom Diversification: A Strategic View of Educational Productivity. Review of Educational Research, 77, 28-80. free pdf
Inez van Eijk (1975). De middenschool. Aula 547.
APS (1973). Gesamtschule Conferentie 1973. Het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. isbn 90231709 ???? [8 cijfers??? De weggelaten aanvangs-nul kan ik begrijpen. Maar waar is het 10e cijfer?]
Koning, P. de Koning (1973). Interne differentiatie. APS / RITP (Muusses).
Petri, Mart Petri (1981). Van school naar middenschool. Deel 2 School en organisatie. pgBERK. Vereniging de Samenwerkende Landelijke Pedagogische Centra. isbn 9065080139
Literaturliste zum Thema Gesamtschule
H.G. Herrlitz et al (Hrsg.) (2003). Die Gesamtschule, Geschichte, internationale Vergleiche, pädagogische Konzepte und politische Perspektiven. Juventa [nog niet op de kop getikt]
J. Terwel (2002). Curriculumdifferentiatie en leren denken: een onderwijspedagogisch perspectief. Pedagogische Studiën, 79, 192- . samenvatting
Jan Terwel (2005). Curriculum differentiation: multiple perspectives and developments in education. Journal of Curriculum Studies, Volume 37, Issue 6 November 2005 , pages 653 - 670
Kilz, Hans Werner Kilz (Hg.) (1980). Gesamtschule, Modell oder Reformruine? Rowohlt Spiegel-Buch. isbn 3499330040 – 304 pp. paperback insides clean
Carol Corbett Burris, Jay P. Heubert & Henry M. Levin (2006). Accelerating mathematics achievement using heterogeneous grouping. American Educational Research Journal, 43, 105-136. abstract
Marjorie Seaton, Herbert W. Marsh, and Rhonda G. Craven (2010). Big-Fish-Little-Pond Effect: Generalizability and Moderation—Two Sides of the Same Coin. American Educational Research Journal 47, 390-433 abstract
Rianne Kloosterman & Paul M. de Graaf (2009). Zittenblijven of afstromen? De relatie tussen sociaal milieu en keuzes in het voortegzet onderwijs voor drie cohorten leerlingen. Mens en Maatschappij, 4-28.
Bram Spruyt, Ilse Laurijsesen & Yoris van Dorsselaer (). Kiezen en verliezen. Een analyse van de keuze na het krijgen van een B-attest in het Vlaams secundair onderwijs als een replicatie van Kloosterman en De Graaf (2009). Mens en Maatschappij, 279-299. pdf
Jeremy E. C. Genovese (2005). Why educational innovations fail: An individual differences perspective. Social Behavior and Personality, 33, 569-578 [ook beschikbaar op questia.com, voor wie daar toegang toe heeft]
Hannu Simola (2005). The Finnish miracle of PISA: historical and sociological remarks on teaching and teacher education. Comparative Education, 41, 455-470.
John Mighton (2003). The myth of ability. Nurturing mathematical talent in every child. Anansi. isbn 0887846939, 211 pp. paperback,
Stevens, Peter A. J. and Vermeersch, Hans(2010) 'Streaming in Flemish secondary schools: exploring teachers' perceptions of and adaptations to students in different streams', Oxford Review of Education, 36: 3, 267 — 284 pdf
Dominick Esposito (1973). Homogeneous and heterogeneous ability grouping: principal findings and implications for evaluating and designing more effective educational environments. Review of Educational Research, 43, 163-179.
Franzis Preckel & Matthias Brüll (2010). The benefit of being a big fish in a big pond: Contrast and assimilation effects on academic self-concept. Learning and Individual Differences, 20, 522-531.
Joyce VanTassel-Baska & Susannah Wood (2010). The integrated curriculum model (ICM). Learning and Individual Differences, 20, 345-357. [in themanummer over giftedness, en speciale programma's voor begaafde leerlingen)
R. Dekker (1991). Wiskunde leren in kleine heterogene groepen. [nog niet gezien] (Zie promotieonderzoek.htm#Dekker
Karl Heinz Gruber: Unlearnt European lessons: Why Austria abandoned the comprehensive school experiments and respored the Gymnasium. In David Phillips (Ed.) (1992). Lessons of cross-national comparison in education 147-154. Oxford Studies in Comparative Education, Volume 1. Wallingford: Triangle Books.
Noreen M. Webb, Kariane Mari Nemer and Stephen Zuniga (2002). Short Circuits or Superconductors? Effects of Group Composition on High-Achieving Students' Science Assessment Performance. American Educational Research Journal, 39, 943-989. abstract
Zemira R. Mevarech & Bracha Kramarski (1997). IMPROVE: A multidimensional method for teaching mathematics in heterogeneous classrooms. American Educational Research Journal, 34, 365-394. abstract
Judith Ireson, Susan Hallam & Clare Hurley (2005): What are the effects of ability grouping on GCSE attainment?, British Educational Research Journal, 31:4, 443-458 abstract
James E. Rosenbaum (1980). Social implications of educational grouping. Review of Research in Education, 8, 361-401.
Christopher Wheadon & Anton Béguin (2010): Fears for tiers: are candidates being appropriately rewarded for their performance in tiered examinations?, Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 17:3, 287-300. abstract
Tina Isaacs (2010): Educational assessment in England, Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 17:3, 315-334.a href="http://dx.doi.org/10.1080/0969594X.2010.491787" target='_blank'>abstract
Carol Ann Tomlinson heeft een aantal populaire boeken over gedifferentiëerd onderwijs op haar naam staan. Ik heb daar nog geen kennis van genomen. Haar werkterrein is de UK. Zie bijv. deze website, of deze lijst artikelen in Scholar.
Leading and Managing a Differentiated Classroom
The Differentiated School
Carol Ann Tomlinson (2003). Deciding to teach them all. Educational Leadership, 61 #2, 6-11. pdf
Hugh Mehan, Irene Villanueva, Lea Hubbard= & Angela Lintz (1996). Constructing school success. The consequences of untracking low achieving students. Cambridge University Press. ch. 5 The social scaffolding supporting academic placement, ch. 7 Peer group influences supporting untracking ch. 9 Implications for educational practice, ch. 10 Implicatons for theories explaining educational inequality. Gaat over de San Diego untracking program AVID.
p. 77: Our discussion of the social processes of untracking rests on two interrelated ideas: One, academic life has implict or hidden dimensions that students must master in order to be successful in school; and two, a system of institutional supports or 'scaffolds' supports AVID students as they traverse this implicit cultural system. (...) AVID attempts to maintain a rigorous curriculum for all students while adding increased support for low-achieving students.
http://www.benwilbrink.nl/literature/heterogeniteit.htm