omslag rapport Drenth


Ben Wilbrink - publicaties op het thema selectie bij numerus fixus

Toelating bij Numerus Fixus

Weging in 1997




Extra selectie aan de poort: wanneer is genoeg genoeg?



Ben Wilbrink (2004). Extra selectie aan de poort: wanneer is genoeg genoeg?. Onderzoek van Onderwijs, 33 nummer 3, 37-40. html

Ons land kent al meer dan drie decennia een scherpe discussie over extra selectie aan de poort van het hoger onderwijs, sinds kort niet alleen meer over selectie bij numerus fixus maar ook over extra selectie in een 'vrije' variant, 'vrij' voor de instellingen althans. Kenmerkend in dit telkens hernieuwde debat is de botsing tussen twee werkelijkheden: die van de onderzoekers, de wetenschap, en die van de publieke opinie, de politiek. Dit artikel schetst op eigen wijze de confrontatie tussen de onderzochte werkelijkheid van selectie en de werkelijkheid van de publieke opvattingen erover, door markante delen van beide te beschrijven. Het mag duidelijk zijn dat de twee werelden elkaar niet zullen ontmoeten, al geschiedt er soms een wonder zoals in 1975 het compromis van gewogen loting, en dat in nederigheid de een voor de ander zal moeten buigen. Harde wetenschap slaagt er niet altijd in haar verworvenheden over te dragen, in de mate waarin zij faalt is er sprake van een democratisch verlies omdat het publieke debat dan minder is geïnformeerd.



Decentrale toelating, eerste stap naar selectieve toelating HO?



Ben Wilbrink (2003). Decentrale toelating, eerste stap naar selectieve toelating HO? Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 21, nummer 1, 47-57. html

Toegevoegd: bericht uit NRC van 29 maart 2003, verwijzing naar Supreme Court (USA) case over affirmative action van Michigan State University (Dworkin, nybooks.com), opmerking bij column 3-5 van Leo Prick over passie als criterium bij decentrale toelating.

Samenvatting

Na drie jaar experimenten met decentrale toelating voor een deel van de plaatsen bij numerus-fixusopleidingen, vooral geneeskundige, heeft de begeleidende Commissie Sorgdrager februari jl. rapport uitgebracht, 'De juiste student op de juiste plaats,' zodat de minister van onderwijs een wetswijziging kan voorbereiden. De commissie is enthousiast over de experimenten, maar signaleert wel dat niet alle opleidingen gebruik maken van deze wettelijke mogelijkheid, en waar dat wel het geval is er soms oneigenlijke methoden worden gebruikt. Door voorrang aan kandidaten met hogere opleidingen elders, vermindert de ruimte voor direct uit het vwo komende kandidaten. De commissie droomt zelfs van uitbreiden van decentrale toelating, ook naar opleidingen zonder numerus fixus. Wat nu dreigt, is dat sluipenderwijs de systematiek voor toelating tot hoger onderwijs verandert van onze open toelating naar een selectiever stelsel zoals dat in Amerika, dat zelf overigens ook sluipenderwijs historisch is gegroeid. De argumenten van deze commissie verdienen daarom aandacht, wat het artikel doet via een omtrekkende beweging: laten zien hoe onjuiste beelden over het Amerikaanse selectieve stelsel telkens weer uitnodigen tot het willen aanbrengen van extra selectieve drempels. Dat miskent de selectiviteit die altijd al bestaat in het Nederlandse stelsel, die werkt via zelfselectie naar hbo of wo, en naar moeilijke of makkelijke opleidingen. Die zelfselectie is ongeveer even hard als de Amerikaanse directe selectie, maar Amerika heeft er een kostbaar toelatingsritueel voor nodig.


NRC Handelsblad 8 maart 2003 meldt (Guus Valk): Universiteiten staken selectie 'aan de poort' voor studies geneeskunde. Dat wil zeggen: Utrecht en Leiden stoppen ermee, Groningen begint ermee, Erasmus gaat ermee door.

Actueel 29 maart 2003: NRC: Voor studies geneeskunde: Universiteiten staken selectie aan de poort.

Actueel 15 mei 2003: www.nybooks.com The New York Review of Books: Ronald Dworkin: The Court and Michigan - What is at stake (samenvatting)



Rechtvaardigheid en selectie voor numerus fixusstudies


Ben Wilbrink (1999). Rechtvaardigheid en selectie voor numerus fixusstudies. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 17, 136-152 html

Samenvatting

Bij de dit jaar vastgestelde wettelijke regeling voor de toelating tot numerus fixusstudies krijgen instellingen de mogelijkheid een deel van de schaarse plaatsen via een eigen selectieprocedure te verdelen. De instellingen hebben behoorlijke vrijheden om daar zelf procedures voor te kiezen of te ontwikkelen, als ze maar aanvaardbaar zijn. De beleving van rechtvaardigheid speelt daarbij een grote rol. Hoewel er nu enige decennia publieke discussie over de toelating bij numerus fixusstudies is gevoerd, is daarbij de inhoud van het begrip 'rechtvaardigheid' meestal buiten schot gebleven. Dat is ten onrechte, als je dat zo mag zeggen. Theorieën over rechtvaardigheid, zowel uit filosofische als uit sociaal-psychologische hoek, blijken in staat de makkelijk geponeerde opvattingen zoals 'lot in eigen hand' hard onderuit te halen, en geven ook aanwijzingen waar vooral op te letten bij het opstellen van de spelregels voor de stoelendans om het beperkte aantal plaatsen voor vooral de geneeskundige opleidingen.



Opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies


Ben Wilbrink (1997). Opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies. html In: Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen, Bijlage, 121-203.

De commissie Drenth (voorzitter) gaf het SCO-Kohnstamm Instituut opdracht voor een systematische analyse van de meest belangrijke opvattingen in Nederland over de toepassing van de selectiemethodiek in het hoger onderwijs. De analyse geeft niet alleen aandacht aan de huidige opvattingen, maar gaat ook in op de parlementaire opvattingen bij de behandeling van de machtigingswet in 1975. De analyse berust op een aangegeven theoretisch kader, en is in die zin kritisch van opzet.



Samenvatting van de opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies


Ben Wilbrink (1997). Samenvatting van de opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies. html In: Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen (p. 82-89).

De belangrijkste opvattingen in Nederland over de selectiemethodieken bij de toelating tot numerus fixusstudies zijn in de Opsomming beschreven, geanalyseerd, en geevalueerd. Hier is een en ander langs de lijn van argumenten of onderwerpen nog eens samengevat.



Lot in eigen hand?


Ben Wilbrink (1996). Voor loten aan universiteit bestaat geen redelijk alternatief. NRC Handelsblad 12 september. html

Als het aan Ritzen ligt leidt de discussie over gewogen loting voor geneeskunde en andere studies met een numerus fixus tot afschaffing ervan, want het is beter dat kandidaten het lot in eigen hand hebben. Ritzen installeerde afgelopen vrijdag de commissie die de gewogen loting loting nog eens na moet wegen, en als het kan met alternatieven moet komen. De commissie zal zeker nagaan of de schaarste is te verminderen, of er een goed compromis is tussen verschillende opvattingen over hoe die schaarste eerlijk is te verdelen, en of er in het buitenland procedures zijn die overweging verdienen of juist een waarschuwing inhouden. De commissie kan haar voordeel doen met de uitkomsten van een internationaal project 'local justice' van Jon Elster (waarom zit hij niet in die commissie?) over beslissen in situaties van schaarste.



Toelatingstoets voor universiteit?


Ben Wilbrink (1980). Toelatingstoets voor het wetenschappelijk onderwijs. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 5, 39-40. htm

Is de voorspellende geldigheid van een toelatingstoets ongeveer even groot voor de numerus clausus studie als voor uitwijkstudies, en er is geen reden om daar hard aan te twijfelen, dan valt er met het hanteren van zo'n toets niets te 'verdienen', het overall rendement van het wetenschappelijk onderwijs wordt er niet door verbeterd.



De problematiek van de studentenstops en de toelatingsprocedure


Ben Wilbrink (1980). De problematiek van de studentenstops en de toelatingsprocedure. html + Kansberekeningen bij Pais' voorontwerp van wet toelating tot numerus fixus studies in het w.o. Amsterdam: Centrum voor Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderwijs. html

Samenvatting

In dit rapport wordt de problematiek van de studentenstops en de toelatingsregeling daarbij, in haar onderdelen uiteengelegd. De discussie heeft twee kernthema's: de studentenstop zelf, en hoe die te verzachten of terug te dringen, en de wijze van toelaten tot een numerus fixus studie.

Er wordt op gewezen dat er, naast capaciteitsuitbreiding door meer financiele middelen te beschikking te stellen, nog andere mogelijkheden zijn om enerzijds het aantal beschikbare plaatsen te verruimen, anderzijds het aantal gegadigden voor numerus fixus studies te verminderen (m.n. door de aantrekkelijkheid van die studies te beinvloeden).

Ten aanzien van de toelatingsregeling wordt aandacht gegeven aan zowel loting, als selectie. (...)

In de discussie over de toelatingsregeling worden nogal wat verschillende verdelingsprincipes naast en in combinatie met elkaar gebruikt. Een inventarisatie van deze beginselen wordt gegeven, waardoor het mogelijk wordt ook in dit opzicht wat meer zicht te krijgen op de punten waarop men het eens of oneens met elkaar is. (...)

Voor de toelatingsprocedure bij studentenstops wijzen de objectieve analyses uit dat integrale loting (loten met gelijke kansen voor alle gegadigden) de aangewezen procedure is. De objectieve argumenten kunnen uiteraard overruled worden door argumenten van subjectieve (politieke) aard, in welk geval een of andere vorm van gewogen loting gebruikt zal worden.

Wat Pais' voorontwerp betreft kan slechts geconcludeerd worden dat het een voorstel is dat in ongeveer dezelfde vorm eerder al door de adviesorganen van de minister en door het parlement categorisch is afgewezen.

Deze beide rapporten liggen ten grondslag aan het volgende artikel in Universiteit en Hogeschool. Aan de file toegevoegd: stukje van Egbert Warries over deze oefening, in het VOR-Bulletin.



Toelating tot numerus fixus studies opnieuw in discussie


Ben Wilbrink (1980). Toelating tot numerus fixus studies opnieuw in discussie. Universiteit en Hogeschool, 27, nummer 3, 179-199. html

Samenvatting

Door een vroegtijdig accent op rendementskwesties heeft een bezinning op de wijze waarop schaarse, studieplaatsen rechtvaardig verdeeld kunnen worden tot nog toe ontbroken. Door enkele mogelijkheden te bespreken, en op onvermoede onwenselijkheden te attenderen, wil dit artikel de discussie daarover aanzetten, vooruitlopend op de parlementaire behandeling van de voorstellen van onderwijsminister Pais voor een sterk selectieve toelating tot gesloten universitaire studies. Omdat in tweede instantie kosten/baten aspecten van belang kunnen zijn, wordt een inventarisatie gegeven van de problemen die te overwinnen zijn voordat vanuit een positief verband tussen eindexamenresultaten en studiesucces geconcludeerd zou mogen worden dat selectie dan ook een positief saldo voor het universitair onderwijs oplevert. Tenslotte worden de plaatsingskansen gegeven, zoals die er onder de "regeling Pais" voor verschillende groepen scholieren uitzien. Gezegd kan worden dat deze kansen de uitwerking van de "regeling Pais" op verrassende wijze blootleggen, en eens te meer de onwenselijkheid van een dergelijke regeling beklemtonen.



Loot om oud ijzer


J. Wes Holleman, Ben Wilbrink, Hans van der Vleugel, Janke Cohen-Schotanus, en Cees van Dorp. Loot om oud ijzer. CRWO commentaar op het rapport van de werkgroep selectie i.v.m. de machtigingswet inschrijving studenten. Voorburg: CRWO, 1979. html

In deze nota geeft de Contactgroep Research Wetenschappelijk Onderwijs (CRWO) commentaar op de voorstellen van de Werkgroep Wiegersma. Dit beperkt zich tot enkele min of meer technische punten.

Bijlage 2 Het effect van de drietrapsregeling van Wiegersma-Pais, vergeleken met de gewogen loting die op dit moment nog plaats vindt. Modelberekening, met plot van de resultaten.



Gewogen loting


Ben Wilbrink (1975). Gewogen loting. Amsterdam: Centrum voor Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderwijs. [52k html + gif] of pdf-bestand inclusief dossierstukken htm


Dit rapport gaat over een dubbelzinnigheid in de betekenis van de wegingsfactoren voor de gewogen loting bij de toelating tot numerus-fixusstudies. Al naar gelang de gekozen interpretatie kunnen feitelijke toelatingskansen voor een gegeven kandidaat nogal verschillen. Staatssecretaris Klein bleek echter de dubbelzinnigheid weggenomen te hebben. Aan de tekst van het oorspronkelijke rapport is correspondentie toegevoegd van de staatssecretaris, en van de heer Vermaat, die als lid van de Tweede Kamerfractie voor de AR Partij destijds het amendement voor de gewoging loting indiende, als compromis tussen de onverzoenlijke standpunten van 'links' en 'rechts' in de TK (zie rubriek Stukken, onder numerus fixus).



Selectie voor numerus fixus is irrationeel



Ben Wilbrink (1974). Selectie voor numerus fixus is irrationeel. NRC/Handelsblad Cultureel Supplement, 27 september 1974. html

Dit stuk is een reactie op de commotie die in deze krant was ontstaan na het uitkomen van het CRWO-advies over toelating bij numerus fixus studies. Prof. Bakker, biologie Leiden, zond een zeer uitvoerig stuk in, en kreeg daar docen vol reacties op, die deels ook in de NRC zijn gepubliceerd, met nog weer een afsluitend stuk van Bakker. Dat alles was mij in de zomermaanden volledig ontgaan: ik was niet op de NRC geabonneerd, niemand sprak mij erover aan, en door Bakker of de redactie van de NRC werd ik noch Hans van der Vleugel benaderd. Hoewel de stijl van dit artikel veel te scherp is, achteraf beoordeeld, had ik er wel voor gekozen een op zichzelf staande uiteenzetting te geven, in plaats van op opvattingen van Bakker direct in te gaan. Het was buitengemeen emotioneel allemaal, en in die tijd greep me dit alles ook zeer aan; de toon van het stuk is dus wel te begrijpen.



Loten heeft slechts voorkeur bij gebrek aan beter


Ben Wilbrink en Hans van der Vleugel (1974). Loten heeft slechts voorkeur bij gebrek aan beter. Onderzoek van Onderwijs, 3, september, 8-12. + Cijfers weersproken. Idem p. 13-14. html

Uit reacties op eerdere publikaties over de selectie-problematiek gegeven het feit van de numerus fixus blijken nogal wat misverstanden en onduidelijkheden te zijn ontstaan. Een van de ergste is dat over het hoofd is gezien, dat wij ons expliciet hebben beperkt tot selectie op aantallen. Om verwarring te voorkomen en tot een duidelijke probleemstelling te komen moeten we namelijk twee selectiesituaties onderscheiden: de ene, waarin in principe iedereen die 'geschikt' is toegelaten wordt, de andere waarin op doelmatige (De Groot, 1972) wijze een vast en beperkt aantal plaatsen uit een groter aanbod van gegadigden gevuld moet worden. Zowel theoretisch (Cronbach & Glaser) als praktisch (Van Naerssen, 1970) zijn dit situaties die we van elkaar moeten onderscheiden om tot een zinvolle beschrijving van de problematiek te komen. + Cijfermatige voorbeelden. + Literatuurlijst. + Redactionele stukken in dit themanummer van OvO over selectie.



Bij beperkte toelating beslist alleen het lot


Ben Wilbrink en Hans van der Vleugel (1974). Bij beperkte toelating beslist alleen het lot. Onderzoek van Onderwijs, 3, april, 3-5. html

Direct bij de inwerkingtreding van de machtigingswet heeft de Academische Raad daartoe de werkgroep selectie wetenschappelijk onderwijs ingesteld onder voorzitterschap van prof. dr. S. Wiegersma. In zijn eindrapport komt de werkgroep-Wiegersma tot een aantal adviezen, waarvan de voornaamste: - de maximale onderwijscapaciteit wordt per (sub)faculteit berekend; kandidaten met een gemiddeld eindexamencijfer van 7,5 of meer moeten zonder meer tot de studie worden toegelaten; - over de dan nog resterende plaatsen wordt door loting beslist onder de overigen, die zich voor de studie hebben gemeld en over de vereiste vooropleiding beschikken; - de machtigingswet moet een tijdelijk karakter behouden, zodat alleen een wetsvoorstel tot verlenging voor nogmaals een termijn van beperkte duur bij het parlement kan worden ingediend.

De Contactgroep Research Wetenschappelijk Onderwijs, waarin de centra voor onderzoek en ontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs met de desbetreffende sectie van het SISWO zijn verenigd en die mede verantwoordelijk is voor de uitgave van Onderzoek van Onderwijs, heeft zich van het rapport-Wiegersma gedistantieerd. Het standpunt van de CRWO is: - iedere selectie op basis van eindexamencijfers moet worden afgewezen op grond van zowel maatschappelijke als onderwijskundige argumenten; - de meest aanvaardbare procedure voor selectie bij een beperkte toelating is die van loting onder allen, die zich met een voldoende vooropleiding als eerstejaars voor de studie aanmelden. Dit standpunt van de CRWO wordt hier nader toegelicht.



18-12-2006 \ contact ben apenstaartje benwilbrink.nl

Valid HTML 4.01!   http://www.benwilbrink.nl/publicaties/fixus.htm