Schematisch overzicht van de (deel-) kwartierstaten Dijkxhoorn —
Uitleg — Achtergronden: literatuur op historische thema's —
Links genealogie
alfabetisch:
- van Amersfoort
- - Bierhuizen
- - Van Biljouw
- - Boks
- - Bol
- - De Boode/Bode
- - Bosman
- - Coller
- - Dijkxhoorn
- - Droppert
- - van den Enk
- - - van Geest
- - Griffioen
- - 't Hart
- - Van der Hoeven
- - Horst
- - Van Kampen (eerder: Frens)
- - Ketel
- - Koldenhof
- - van der Kooij
- - van der Lee
- - van der Lelie
- - Lok of Lock Locq Luc Luijck
- - Middendorp
- van Reeven
- - Schoemaker Schoenmaker
- - Steeneveld
- - van der Spek
- - Spreij
- - Wentink
- - Wilbrink (tak C/D)
- - Wilbrink (tak A)
- - Wissink
- - van Woerden
kaarten [klik op de afbeelding voor een groter beeld]:
De basis van de familie is de boerenstand in Schieland, Maasland en Delfland, meer in het bijzonder 't Woud waar tal van lijnen bijeenkomen. Ook via de lijn van Griffioen (Bol, Van Woerden, Van der Kooij, Qualm, Dijkxhoorn) blijken er voorouders in 't Woud te zijn, en in Hollands Midden; het gaat dus om de belangrijke middeleeuwse ontginningsgebieden, uitgaande van de vroegste bewoning langs de duinranden en de Oude Rijn.
Verder zijn er wortels op de Veluwe, de oudst bewoonde strook van Loenen, Beekbergen, via Apeldoorn en Vaassen naar Epe en Heerde. Wie daar al vele generaties autochtoon is heeft waarschijnlijk voorouders in de 17e-eeuwse papierindustrie. Wind of water, molens spelen altijd een rol. En natuurlijk de ontginning van woest land, dat oorspronkelijk te nat of juist te droog is.
Jacques Moerman (2012). ’t Woudt. De rijke geschiedenis van het kleinste dorp van Nederland. Historische Vereniging Oud-Schipluiden. Historische Reeks Midden-Delfland nr 1. (isbn 9789075938616 256blz. quarto rijk geïllustreerd) Zie ook hier
De kwartierstaat Dijkxhoorn is uitgesplitst naar acht deelkwartierstaten, op bovenstaande kwartierdragers.
Een kwartierstaat is een doorlopende opsomming van voorouders, waarbij iedere ouder een uniek nummer krijgt, vaders het nummer dat het dubbele is van dat van het kind, moeders het nummer van de vader + 1. De vaders Dijkxhoorn krijgen zo de nummers 2, 4, 8, 16, 32, 64, 128, enzovoort. De 'moeders Dijkxhoorn' zijn zo ook uit te tellen: 3, 5, 9, 17, 33, 65, 129, enzovoort. Moeders van moeders zijn te vinden door de vaders Dijkxhoorn - 1 te nemen: 3, 7, 15, 31, 63, 127, enzovoort.
1. Dijkxhoorn --- gaat in mannelijke lijn terug tot XV 16384 Pieter Cornelisz (op Dijcxhoorn), geboren te Voorschoten ca 1530. De oudste generatie in deelkwartierstaat Dijkxhoorn is generatie 22, waarin ene Aernt Toude die op 6 november 1299 werd beleend in Wateringen met 11 hond land in Pennincxcamp, en ene Coppaert Meynsensoen, geboren rond 1360 en wonend in Monster. In deze kwartierstaat is er zeker een lijn naar het geslacht Bronckhorst, houwdegens in Oost-Nederland, maar omdat de precieze schakels onbekend zijn, is Bronckhorst niet in deze kwartierstaat opgenomen, en heb ik een aparte kwartierstaat Bronckhorst opgesteld. Zoals te verwachten: in de kwartierstaat Bronckhorst ook enkele lijnen naar Karel de Grote.
Van deze kwartierstaat zijn uitvoerige kwartierstaten afgesplitst met bekende Delflandse geslachten Van der Kooij (Harmen Dirkxsz en Maritgen Jacobsdr, 16e eeuw; in de oudste generatie 25 is wel genoemd Aernoud Dircksz van der Wale, 13e eeuw), Lok (Adriaen Lucq *ca 1500), Van Geest (generatie 40 is hier Karel de Grote (rond het jaar 800), de Karel de Grote-lijn dubbelt overigens in de kwartierstaten Bosman en Van der Hoeven, en Van der Spek (Willem van der Specke, ca 1300). Het Delfland is genealogisch intensief onderzocht, er was al heel veel materiaal beschikbaar om dit deel van de kwartierstaat snel te kunnen opbouwen.
In de kwartierstaat de Boode is de oudste generatie (28) Dirk van Alkemade, maar daar komen voorouders van graaf Willem I van Holland en Aleid van Gelre dan nog bij .... . Deze kwartierstaat voert terug op 14e eeuwse Hollandse adel en Leids patriciaat, natuurlijk naast de talloze voorouders uit diezelfde tijd die niet genealogisch zijn te verbinden of die geen sporen in de archieven hebben achtergelaten.

3. Wilbrink --- XIII 6144 Cornelis Wilbrennink te Hengelo (Gld) begin 17e eeuw. Het kaartje met het gebied van Zelhem tot Elspeet is de maximale uitvergroting uit de Blaeu-atlas die op www.leidenarchief.nl is in te zien, de hele pagina is onderaan deze webpagina te zien, bij de links. Fantastisch wat een scherpe scan.
In deze deelkwartierstaat veel 17e-eeuwse papiermakers, en onderlinge huwelijken in deze kring: o.a. Schut en Van Amersfoort in de kwartierstaat Van Amersfoort .
Vijfde generatie Johanna Wilbrink is afkomstig uit een andere familie Wilbrink (In Veluwse Geslachten bekend als 'Tak A'), die is teruggevoerd tot Jan Gerritz, geboren eind 16e eeuw, waarschijnlijk in Vaassen. De deelkwartier staat Wilbrink (tak A) loopt door tot generatie XVIII, waar Johan Sprenckeler, gehuwd met Meertije, in 1566 is beleend met Sprenckeler. Al in 1339 is een erf Sprenkelaar genoemd, gelegen in de buurtschap Ankeler (Anklaar) in het ampt Apeldoorn. Het is waarschijnlijk genoemd naar de sprenkel-sprakel-bloedhout-stindhout en nog veel meer volksnamen van de vuilboom, die veel voorkomt op laag, nat land (Ben van den Enk: Genealogie Sprenkeler). Ook in generatie XVIII: Evert to Buytenhuiss met Mette Everts ten Berghe, eveneens een naam gekoppeld aan een proosdijgoed, Buytenhuys, en voorouders die gemeenschappelijk zijn met de kwartierstaat Van den Enk.
Tenslotte hier de kwartierstaat Boks, dat terugvoert naar 17e eeuws Loenen (geslacht Krijgsman op den Grooten Veenecamp), en Neede, tegenwoordig de gemeente Berkelland (met Ruurlo en Eibergen).
Ben en zijn broer Jan hebben de Koningsschool aan de Loolaan in Apeldoorn bezocht. Deze is opgericht in 1852 door koning Willem III; het eeuwfeest, gevierd met prinses Juliana op het schoolplein (enkele foto's op schoolbank.nl Koningsschool), was in 1952, het uitgebrachte gedenkboek geeft een opsomming van alle leerlingen en onderwijzers. De gemeente Apeldoorn heeft het archief (1851-1974), 3 meter bij elkaar.
5. Van der Lee --- XV 20480. Maarten Willemszn, geboren ca 1543.
In de oudste generatie (24): Gerrit van Dijck (ook kwartierstaat van Geest), Aernt Toude (ook in kwartierstaat Dijkxhoorn), en Coppaert Meynsens met zijn Lijsbeth (ook in kwartierstaat Dijkxhoorn). Door DNA-onderzoek is de oudst bekende voorvader nog een paar eeuwen verder teruggevonden: in Vlaardingen rond het jaar 1000. De afbeelding toont de reconstructie van zijn gezicht!
Hier afgesplitst een kwartierstaat voor het Westlandse geslacht 't Hart (Cornelis Cornelisz Versijden in Berkel *ca 1506, gehuwd met NN Pietersdr van Dijck, vanwaar de lijn uitkomt bij, alweer, Gerrit van Dijck in generatie XXIII), idem Van Reeven (oudste generatie 29: Dirk van Alkemade), Droppert (in rechte lijn Gerrit Dropper, 16e eeuw in Delft; en de oudste in de kwartierstaat ook hier generatie 29 Dirk van Alkemade Middendorp (Aernt Toude en Coppaert Meynsens met zijn Lijsbeth, in de 23e generatie)
7. Griffioen --- XIV Cornelis Griffioen (Gryphon, Van Eyck?) te Kamerik begin 16e eeuw.
Afgesplitste kwartieren zijn Bol (Cornelis Jacobsz en Jannitge Maes, begin 17e eeuw; oudste generatie Oude Aernt Toude; en Coppaert Meynsensz met zijn Lijsbeth, 14e eeuw), Spreij (Leendert Claesz met Niesje Aerts van der Jagt ca 1700; oudste generatie Willem van Lewen eind 13e eeuw) en Van Woerden (Gerrit, Asperen ~1620; oudste generatie Aernoud Dircksz van der Wale, 13e eeuw).
9. Steeneveld
De rechte lijn Steeneveld gaat terug op Floren Cornelisz., na 1590 overleden.
Oudste generatie is Hubrecht Jansz, in 1511 genoemd als belender in Schieveen.
Afgesplitst zijn evenwel kwartieren Schoemaker (oudste generatie Willem Mees en Marijtje eind 15e eeuw) en Van der Lelie (oudste generatie XXIV is wederom Hughe van den Woude).
11. van der Hoeven
De naam 'Van der Hoeven' en zijn varianten komt overigens ook in andere deelkwartieren voor, er zal wel sprake zijn van meerdere geslachten, waarvan ongetwijfeld enkele met een onbekende relatie tot oerstamvader Jan in de 14e eeuw in Maasland. De rechte lijn gaat terug tot Cors Jacobs, in 1563 overleden in Woudharnasch. De oudste generatie 28 in de kwartierstaat is Ghisekijn uter Lyere, zeg maar Gijs van De Lier, leenman van Wassenaar, begin 13e eeuw.
Afgesplitste kwartieren Bosman (Arent Allertsz Borsman met Martijntjen Martensdr den Ouden, ca 1600; oudste generatie XXIII Oude Aernt Toude), Bierhuizen (Willem Willemse Bierhuijs, ws *Ragelhausen (Dld) ca 1738) en Coller (waaiert uit naar Groningen en Noord-Frankrijk (St Omaars, waar ca 1785 gevluchte patriotten werden opgevangen).
13. van den Enk --- X Aart Hendriks te Beekbergen rond 1710
Deze deelkwartierstaat is 'volledig,' dankzij onderzoek door Ben van den Enk. De mannelijke lijn loopt evenwel al vroeg vast in veelvoorkomende patroniemen (op de Veluwe zijn achternamen laat in gebruik gekomen).
de kwartierstaat Wentink loopt overigens door tot en met generatie XIX, waar Bernt Twentigh in 1405 het goed te Wentyngh (Wentink) in Zelhem in leen ontvangt; waar in de Beemte (onder Apeldoorn) rond 1450 ene Jacob wordt geboren; waar in 1445 Geryt then Butenhues (Buitenhuis), gehuwd met Gertrud, vermeld is op het goed Butenhuys in Wormingen onder Apeldoorn; en waar rond 1400 ene Evert then Berge wordt geboren, ws in Apeldoorn of omgeving.
Onzeker is aansluiting in de XIXe generatie voor het geslacht Pannekoek, (de astronoom en bekend communist Pannekoek hoort tot een ander geslacht, in Aalsmeer). De onzekerheid voor lief nemende, wordt de hoogste generatie in deze deelkwartierstaat XXII: ene Pannekoeck leefde mogelijk midden 14e eeuw in de Overbetuwe.
De kwartierstaat Ketel, nee, geen relatie tot Kethel bij Rotterdam, voert terug tot dezelfde oudste generaties als in de kwartieren Van Amersfoort en Wentink. De kwartierstaat Koldenhof voert terug tot de 16e eeuw in Apeldoorn en de streek tussen Apeldoorn en de IJssel.
15. van Kampen --- XIII Johannes Fredericks, onderschout en school/custos te Elspeet 1687-1705.
Deze kwartierstaat is tot ca 1750 grotendeels gevuld, de lijn Van Kampen leidt naar Elspeet, de schrale hoge gronden van de Veluwe.
Dien van Biljouw stamt uit een Oisterwijks geslach. De kwartierstaat Van Biljouw
voert naar Niekerke (Groningen) en Borgharen (Limburg): de afstand tussen die twee plaatsen wrd in 1816 overbrugd door Nicolaas Thomas en Maria Helena Maije.
Kwartierstaat Horst voert via Vaassens geslacht Vis terug naar Asperen, waar ook de stamvader van Van Woerden is te vinden.
De oudste generatie is XIV: 16150. Wolter op 't Hoentien, in Almen, in kwartierstaat Wissink. Nee, 't Hoentien is niet de latere Hoofdige Boer.
Onderzoek voor de kwartierstaat Van Kampen staat nog open. Er zijn hier nog vele voorouders te traceren, maar voor de Veluwe (heel Oost Nederland) blijft een belemmering dat er weinig of geen testamenten en dergelijke familiestukken bewaard zijn gebleven. Anders dan in Holland werden deze stukken niet bij een notaris gedeponeerd, maar zelf bewaard (zolang als nodig, maar niet veel langer).
Een kwartierstaat als de onderhavige is alleen mogelijk door op de schouders van anderen te gaan staan: veel werk is eerder door anderen verricht en beschikbaar gesteld. Die bronnen zijn altijd vermeld in de kwartierstaat. Vaak gaat het niet om primaire bronnen (vindplaatsen in klappers in een bepaald archief of doop- en trouwboek), maar om secundaire bronnen zoals publicaties van genealogieën en kwartierstaten, steeds meer ook zijn dat op internet gepubliceerde kwartieren.
Om een overdaad aan bronvermeldingen te voorkomen zijn de vanzelfsprekende weggelaten: gegevens ontleend aan DTB-boeken (klappers, transscripties), fiches bij het CBG. Ik streef ernaar om gebruikte secundaire bronnen bij ieder echtpaar in de kwartierstaat te vermelden, maar dit is nog niet overal gerealiseerd. Overigens is de basistekst voor persoonlijke gegevens op strenge wijze kort gehouden, om een leesbare bladspiegel te behouden.
Genealogie is in hoge mate een gezamenlijke onderneming, een goede aanduiding van bronnen is daar onmisbaar bij. Ook hoort daar bij dat verzameld materiaal voor anderen beschikbaar is, zo mogelijk. In de kwartierstaat op deze website blijkt dat laatste uit soms omvangrijke gegevens over kinderen en kindskinderen, terwijl bij veel andere echtparen alleen het kwartierkind, als ik dat zo mag noemen, is aangegeven. Deze onevenwichtigheid in de presentatie is de prijs voor dit beginsel van openheid.
Iedere lijn naar het verleden moet ergens stoppen. Sommige verbanden (filiaties) zijn minder zeker dan andere. Er blijft daarom altijd onderzoek te doen. Wie aansluitende gegevens wil aanreiken, graag.
Genealogie gaat uit van formele relaties, wat in schrift is vastgelegd. Moeder-kind relaties zijn daarbij heel wat betrouwbaarder dan vader-kind relaties. DNA-onderzoek gaat daar misschien verandering in brengen: mannen erven van hun vaders allemaal hetzelfde Y-chromosoom, zodat ook over een groot aantal generaties heen is vast te stellen of bijvoorbeeld twee families 't Hart een gemeenschappelijke stamvader hebben. Dat onderzoek is gedaan, zie C. 't Hart en M.J. 't Hart (2005): Genealogieën van twee Zuid-Hollandse families 't Hart en dna, Ons Voorgeslacht, 161-163. Het blijken afzonderlijke families. Zie ook A.F. Koppert-van den Berg (1999) in Ons Voorgeslacht (december 1999) over dna-onderzoek onder mogelijke afstammelingen in rechte lijn van Adriaen Cornelisz Coppert in Maasland [nb: stamvader Koppert zie kwartierstaat Droppert generatie XVIII]. Al deze onderzoeken zijn uitgevoerd door van Peter de Knijff, Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Leiden. J. F. Stoutjesdijk (2003). Het gebruik van het menselijk y-chromosoom bij het genealogisch onderzoek. Gens Nostra, 226-239, laat en detail persoonlijke dna-profielen op dat y-chromosoom zien (inderdaad, geslacht Stoutjesdijk). Als je toch in die jaargang kijkt, dan ook: Tom van Gestel (2003). Veelvuldig vervlochten. Populatiegenealogie en de populatie-genetische methode. Gens Nostra 250-252. Zie ook Knijff 'Y-chromosoom DNA-onderzoek als genealogisch hulpmiddel' in Genealogie 2005 nummer 4, 138-141. Bovendien doet hij het Vlaardingse onderzoek, aan de hand van een veertigtal schedels uit circa 1000, zie kwartierstaat Droppert en Van der Lee. In kwartierstaat Van der Lee is inderdaad een Willem Joris [Zuiderent] die afstamt van een van deze oude Vlaardingers.
In beginsel zijn onzekere filiaties dus langs de weg van DNA-onderzoek op te lossen! Vreemd? Nee hoor, want de stamlijn van vader op vader naar het verleden is uniek. Iets vergelijkbaars, maar dan niet met het Y-chromosoom, is voor de lijn van moeder op moeder, vermoed ik, ook mogelijk.
Zie ook The global gene project site op nationalgeographic.com. Een van de leuke dingen in dit project is dat je er zelf aan mee kunt doen, dan moet je wat wangslijm inleveren, zie de site. Mannen krijgen de resultaten van een Y-dna onderzoek, vrouwen van mitochondrisch-dna; in de loop van de tijd kunnen meer resultaten beschikbaar komen, die krijg je dan ook gestuurd. De kosten zijn ongeveer honderd euro. De meer serieuze kant van dit genetische project is onderzoek naar de afstamming van de mens (beter: van mensen in geografisch bepaalde locaties), genetische diversiteit, en hoe dat alles samenhangt.
Gary Stix (juli 2008). Traces of a distant past. Scientific American. html
Eind 2007 is het Project Genetische Genealogie in Nederland gestart. Voor dat project worden mannelijke deelnemers gevraagd die een beetje wangslijm willen afstaan, en in ruil daarvoor mogelijk interessante informatie krijgen over hun afstamming in rechte lijn. Het gaat om onderzoek op het Y-chromosoom, vandaar dat alleen mannen mee kunnen doen. Dit is vooral interessant voor wie in de eigen rechte lijn een afstammingsprobleem heeft dat niet op basis van archiefstukken oplosbaar lijkt, maar dat mogelijk met dit DNA-onderzoek wel tot een oplossing leidt. Zie voor details, en de kosten van deelname, de website van Ons Voorgeslacht, of Project Genetische Genealogie in Nederland, of KNGGW. Ook dit onderzoek staat onder leiding van prof. Peter de Knijff, het eerste onderzoek is gerapporteerd in Sarah Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani, Leo Barjesteh van Waalwijk van Doorn, Toon van Gestel en Frans Plooij (2009). Zonen van Adam in Nederland.. Uitgave: Barjesteh van Waalwijk van Doorn. In het eerste onderzoek van dit project waren er 400 deelnemers, die ook genealogische gegevens over hun voorouders in rechte lijn inleverden. Voor de kwartierstaat Dijkxhoorn is een interessante uitkomst (hoewel er geen Dijkxhoorn of Wilbrink heeft deelgenomen) dat de families Van der Spek (Zuid-Holland) en Koldenhof (Veluwe) een gemeenschappelijke voorouder hebben, in de in Nederland relatief zeldzame haplogroep I. Ondertussen is een tweede onderzoek gestart, en staat verdere deelname weer open: zie de websites waarnaar ik hier heb verwezen. "Het project is een initiatief van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde in het kader van de viering van haar 125-jarig bestaan volgend jaar 2008."
Toon van Gestel (2008). Het project Genetische Genealogie in Nederland. Genealogie Tijdschrift voor Familiegeschiedenis, 14, nummer 2, 64-65.
Onbescheiden doel van deze genealogische oefening is om een deel van dat verdere verleden, eind van de middeleeuwen, zeg rond 1500, te reconstrueren. Dit is een psychologische reconstructie: het schetsen van een mentale kaart van het leven in die tijd, waarbij gebeurtenissen en plekken die aan concrete voorouders zijn gebonden een hoofdrol spelen. Zo'n schets is persoonlijk, maar dat geldt voor alle literatuur: anderen kunnen dat een eind meebeleven, hopelijk, meestal. Het doel is tegelijk ook bescheiden: de verrassing dat een vier eeuwen geleden door een voorouder gekochte papiermolen onlangs is gerestaureerd, en een lekker hobbeldebonk ritme heeft. Detailstudies zoals van Hardonk over papiermolenaars in Apeldoorn en wetenschappelijke studies zoals van Noordam over het leven in het achttiende-eeuwse Maasland kunnen daar het materiaal voor leveren. (molens.htm voor50jaar.htm)
Omdat de belangstelling uiteindelijk minder uitgaat naar de familie dan naar de historie, is gekozen voor de vorm van de kwartierstaat: niet alleen de voorouders in de mannelijke lijn (waarom zou dat nou bijzonder interessant zijn? Mogelijk vanwege dat Y-chromosoom (zie hierboven)?), maar alle voorouders.
Voor de 17e eeuw en vroeger gaat de kwartierstaat een steeds eenzijdiger beeld geven, omdat bezitloze voorouders weinig of geen administratieve sporen hebben nagelaten. Maar omdat zij met zo velen waren, kan het beeld op basis van algemene historische studies wel degelijk evenwichtig worden aangevuld. Stoor u dus niet geweldig aan de eenzijdige aanwezigheid van oude adel in de 16e eeuwse en oudere delen van de kwartierstaat. Die oude adel vormde destijds bovendien een groter deel van de bevolking in zijn geheel, en mengde zich noodgedwongen (bij talrijk nageslacht) maar ook anderszins makkelijker dan we nu geneigd zijn te denken, met andere groeperingen in de bevolking. Zie ook de pagina over de feodale samenleving op info/feodaal.htm. In de Hollandse kwartieren is dat goed te zien. De Veluwse kwartieren lijden in dit opzicht onder de armoede aan nagelaten documenten, vergeleken met Holland, waardoor genealogische lijnen veel minder lang zijn te volgen. Wie bezit heeft, loopt de kans dat erfgenamen erover gaan bakkeleien. Wie op basis van afkomst—zoals de welgeboren mannen—vrijdom geniet van belastingen, zal soms die afkomst moeten bewijzen. Er is dus heel wat geprocedeerd, wat geleid heeft tot nog weer meer genealogische gegevens juist voor de rijkere bovenlaag in de samenleving. Zo kan het dus gebeuren dat een kwartierstaat zomaar doorgroeit naar een wel heel ver verleden, de eerste graven van Holland, of van Gelderland—dat maakt verder weinig uit: ze waren overal soms weinig beter dan struikrovers. Van bisschoppen of pausen kun je normaal gesproken niet afstammen. Hoe dicht bij kun je komen: paus Leo IX is de broer van een voorouder (hij schonk heel wat bezit aan zijn familie, zodat die familiebanden goed gestaafd zijn ....) in de kwartierstaat Dijkxhoorn (als alle schakels kloppen, er zijn meer dan dertig generaties tussen).
Een kwartierstaat waarvan de dragers rond 2000 zijn geboren, neemt enorme afmetingen aan. De kwartierstaat lijkt dan meer op een enorme kaartenbak, dan op een leesbare tekst. Voor een presentatie op internet moet hij in stukjes worden gehakt. Gebruikelijk is om iedere generatie afzonderlijk te presenteren, maar dat heeft het nadeel dat op het scherm voorouders naast elkaar komen te staan die nauwelijks relaties met elkaar hebben. Een alternatief is om kwartierbladen te geven over telkens 4 of 5 generaties, maar door hun grote aantal wordt ook dat onoverzichtelijk. De meest natuurlijke keuze is de grote kwartierstaat op te delen in kleinere kwartieren, in afzonderlijke families dus. Zo is gedaan, de deelkwartieren hebben hun dragers in de zesde generatie, soms in de zevende of ook wel de achtste generatie, zie het overzicht hieronder.
Tenslotte. Er is voor de opbouw van de bestanden geen genealogie-programma gebruikt, alles is handwerk in html-code. Dat heeft de charme van persoonlijkheid en ook die van fouten en foutjes. Als een kennelijke fout in de presentatie of de nummering de interpretatie bemoeilijkt, laat dat dan even weten. Vooral fouten in de codering als webpagina kunnen hinderlijk zijn. Ik breng steeds meer pagina's onder het regime van een test van het wereldwijde webconsortium W3C, zoals te herkennen aan een aanklikbare banner onderaan de pagina. Iedereen kan zo meteen nagaan of een gesignaleerde onregelmatigheid inderdaad zo'n coderingsfout is: door aanklikken wordt de test meteen gedaan. Het W3C heeft ook een test op dode links, zie de url onderaan deze pagina.
Voorouders hebben zo hun eigen leven, in hun eigen samenleving, met hun eigen cultuur en techniek, onder hun eigen bestuursvormen, en met meer of minder onderdanige sociale posities. Naarmate we verder teruggaan in de tijd, en dat geldt zeker voor de middeleeuwen, zijn dat werelden waarin wij ons moeilijk of niet meer kunnen herkennen, en die juist daarom zo ongelooflijk interessant zijn. Op een aantal thema's geef ik standaardwerken of ingangen tot de uitgebreider literatuur; niet altijd zijn daar Nederlandse boeken voor beschikbaar, en evenmin altijd gaat het om specifiek Nederlandse omstandigheden.
Frank Ankersmit (2007). De sublieme historische ervaring. Historische Uitgeverij.
Historische Steekproef Nederland (HSN) http://www.iisg.nl/~hsn/indexnl.html
Evert Werkman, Madelon de Keizer en Gert Jan van Setten (1980). 'dat kan ons niet gebeuren...' Het dagelijks leven in de Tweede Wereldoorlog.
J. S. van Hessen (1965). Samen jong zijn. Een jeugdsociologische verkenning in gesprek met vorigen.. Assen: Van Gorcum.
W. J. Veldhuizen (2002). Zoetermeer zoals het was. oudsoetermeer.nl online.
Auke van der Woud (2010). Koninkrijk van sloppen. Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw. Uitgeverij Bert Bakker.
Louis M. Hermans (1901/1975). Krotten en sloppen. Geïllustreerd door Alb. P. Hahn. Amsterdam: Van Gennep.
Th. van der Waerden (1911). Geschooldheid en techniek. Onderzoek naar den invloed van arbeidssplitsing en machinerie op de mate van vereischte oefening en bekwaamheid der arbeiders. Sociaal-Technische Vereeniging van Demokratische Ingenieurs en Architecten. Amsterdam: F. van Rossen.
Hofstee, E. W. Hofstee (1978). De demografische ontwikkeling van Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw. Een hitorisch-demografische en sociologische studie. Van Loghum Slaterus. isbn 9060014294 — 231 blz. paperback, eniige verkleuring, tekstblok strak en schoon
Donald Haks (1985). Huwelijk en gezin in Holland in de 17de en 18de eeuw. html op dbnl.org.
G. A. Kooy (1957). Het veranderend gezin in Nederland.. html op dbnl.org
Ton Zwaan (Red.) (1993). Familie, huwelijk en gezin in West-Europa. Boom/Open Universiteit.
C. G. Schrader's (1984). Memoryboeck van de vrouwens. Het notitieboek van rrn Friese vroedvrouw 1693-1745. Bewerkt en ingeleid door M. J. van Lieburg. Met een verloskundig commentaar van G. J. Kloosterman. Rodopi
Philippe Ariès (Red.) (1987/1989). Geschiedenis van het persoonlijk leven. Amsterdam: Agon. 5 delen.
D. J. Noordam (1986). Leven in Maasland. Een hoogontwikkelde plattelandssamenleving in de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Hollandse Studiën 18. Hilversum: Verloren.
M. van der Kooij (Red.) (1988). Van der Kooij: grepen uit de geschiedenis van een oud boerengeslacht. Voorschoten. Stichting Familie Van der Kooij. de Stichting onderhoudt een website, met daarop een winkeltje waar het boek is te bestellen voor een vriendelijk bedrag
Jeroen J. H. Dekker (2006). Het verlangen naar opvoeden. Over de groei van de pedagogische ruimte in Nederland sinds de Gouden Eeuw tot omstreeks 1900. Bert Bakker.
A. Th. van Deursen (1974). Bavianen en slijkgeuzen. Kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldenbarnevelt. Franeker: Van Wijnen.
S. J. Fockema Andreae (1961). De Nederlandse staat onder de republiek. Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Letterkunde. Nieuwe Reeks, Deel LXVIII, No. 3. Amsterdam: Noord-Hollandse Uitgevers Maatschappij. 198 pp. opnieuw gebonden, als nieuw €
Frag.
Antwort. Catechismus, er Erste Theil, von des menschen Elend [Vinke: zie hierbeneden]
Henr. Egb. Vinke (1846). (1974). Libiri symbolici ecclesiae reformatae neerlandicae. Utrecht: Van Terveen.
A. Th. van Deursen (1991). Mensen van klein vermogen. Het 'kopergeld' van de Gouden eeuw Uitgeverij Bert Bakker.
A. W. Francken (1942). Het leven onzer voorouders in de Gouden Eeuw. 's-Gravenhage: Stols.
Simon Schama (1988). Overvloed en onbehagen. De Nederlandse cultuur in de Gouden Eeuw. Amsterdam: Contact.
E. de Jongh (eindred.) (1976). Tot lering en vermaak. Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw. Amsterdam: Rijksmuseum 16 september t/m 5 december 1976.
Herman Pleij (2007). Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560. Bert Bakker.
Ria Jansen-Sieben en Marleen van der Molen-Willebrands (Red.) (1994). Een notabel boecxken van cokeryen. Het eerste gedrukte Nederlandstalige kookboek circa 1514 uitgegeven te Brussel door Thomas van der Noot Amsterdam: De KAN. html
M. Evers, W. Th. M. Frijhoff, G. Nijsten, B. Thissen, G. H. A. Venner & J. M. van Winter (Red.) (2003). Het Hertogdom Gelre. Geschiedenis, kunst en cultuur tussen Maas, Rijn en IJssel. Uitgeverij Matrijs.
Judith Herrin (1999/2000). Leven in de middeleeuwen. Leuven: Davidsfonds / Abcoude: Uniepers.
Vito Fumagalli (1987/1992). Als de hemel zich verduistert. De geschiedenis van het middeleeuwse levensgevoel. Ingeleid door Jacques Le Goff. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
Arianne Baggerman en Rudolf Dekker (2004). 'De gevaarlijkste van alle bronnen.' Egodocumenten: nieuwe wegen en perspectieven. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, nr 4, 3-22 pdf Zie ook de andere artikelen in dat themanummer over egodocumenten.
T. M. Sjenitzer - van Leening (Red.) (1954). Dagboek fragmenten 1940-1945. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff. Bronnenpublicatie, serie diversen no. 2 van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.
Rudolf Dekker (1995). Uit de schaduw in 't grote licht. Kinderen in egodocumenten van de Gouden Eeuw tot de Romantiek. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
J. Brandt-Van der Veen (1955, 1962, 1967). Het Thorbecke-archief 1798-1872. Eerste deel 1798-1820. Tweede deel 1820-1825. Derde deel 1825-1830. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff.
A. H. Kan (Red.) (1946). De jeugd van Constantijn Huygens door hemzelf beschreven. Uit het Latijn vertaald, toegelicht en met aanteekeningen voorzien door A. H. Kan. Rotterdam: Ad. Donker. (in 1971 herdrukt)
De familie Platter in de 16e en 17e eeuw is een Weense familie van handelaars. Drie opeenvolgende generaties hielden dagboeken bij van hun Europese zwerftochten. Onwaarschijnlijk boeiend materiaal, waarvan tekstuitgaven bestaan, en de bekende bewerkingen daarvan zijn die door Le Roy Ladurie.
R. E. O. Ekkart: Familiekroniek Van Heemskerk en Van Swanenburg (I en II). In Jaarboek Centraal Bureau Genealogie 1978 en 1979.
Willem Janszoon Verwer (1973) Memoriaelbouck. Dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581. Van aantekeningen, noten en index voorzien door J. J. Temminck, Haarlem: Schuyt & Co., ter gelegenheid van de 400-jarige herdenking van het Beleg van Haarlem.
Frances and Joseph Gies (1998). A medieval family. The Pastons of fifteenth-century England. New York: HarperCollins. isbn 0060172649.
H. Algra (1966). Het wonder van de negentiende eeuw. Van vrije kerken en kleine luyden. Franeker: Uitgeverij T. Wever.
A. J. Wichers (1965). De oude plattelandsbeschaving. Een sociologische bewustwording van de 'overherigheid.' proefschrift Economische Hogeschool Rotterdam. Wageningen: Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie.
Jozien Jobse-Van Putten (1995). Eenvoudig maar voedzaam. Cultuurgeschiedenis van de dagelijkse maaltijd in Nederland. SUN / P. J. Meertens Instituut Amsterdam.
S. Groenveld, J. J. H. Dekker, Th. R. M. Willemse en J. Dane (Red.) (1997). Wezen en boefjes. Zes eeuwen zorg in wees- en kinderhuizen. Hilversum: Verloren.
Jan Romein en Annie Romein-Verschoor (2006). Erflaters van onze beschaving. Nederlandse gestalten uit zes eeuwen. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Literatuur. De volledige tekst als html (per hoofdstuk), met toegevoegde illustraties van archivalia.
A. Weijnen (z.j.). Zeventiende-eeuwse taal. Zutphen: Thieme.
Gerard Rooijakkers (1994/2006). Rituele repertoires. Volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853. SUN Memoria/pockeditie: Europese Bibliotheek.
Griet Vermeesch (2006). Oorlog, steden en staatsvorming. De grenssteden Gorinchem en Doesburg tijdens de geboorte-eeuw van de Republiek (1570-1680). Amsterdam University Press. Als pdf te downloaden.
Eric Jorink (2006). Het boeck der natuere. Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods Schepping 1575-1715. Leiden: Primavera Pers. Deze handelseditie is een bewerking van een proefschrift, en voorzien van fraaie illustraties. Het proefschrift is http://irs.ub.rug.nl/ppn/25867492X online beschikbaar.
J. Verdam (1964). Middelnederlandsch handwoordenboek. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff.
Annemarieke Willemsen (1998). Kinder delijt. Middeleeuws speelgoed in de Nederlanden. uitgeverij KU Nijmegen. Handelseditie van proefschrift.
R. R. Post (1954). Scholen en onderwijs in Nederland gedurende de Middeleeuwen. Utrecht: Het Spectrum.
B. de Geus, J. van der Heijden, A. Maat en D. den Ouden (1985). Een scone leeringe om salich te sterven. Een Middelnederlandse ars moriendi, uitgegeven, geannoteerd, en ingeleid. Utrecht: HES.
Uta Lindgren (Her.) (1996). Europäische Technik im Mittelalter. Tradition und Innovation. Berlin: Mann.
Geertruida de Moor (1994). Verborgen en geborgen. Het cisterciënzerinnenklooster Leeuwenhorst in de Noordwijkse regio (1261-1574). Hilversum: Verloren.
Ria Jansen-Sieben (1974). Middelnederlandse vakliteratuur. in Gundolf Keil en Peter Assion Fachprosaforschung. Erich Schmidt Verlang. Online als html
David Crouch (2005). The birth of nobility. Constructing aristocracy in England and France 900-1300. London: Pearson/Longman.
Charles Homer Haskins (1927). The renaissance of the twelfth century. Cambridge: Harvard university press.
H. J. Smit (1939). De rekeningen der graven en gravinnen uit het Henegouwsche huis. Utrecht: Kemink.
Jonathan Reed Lyon (2004). Cooperation, compromise and conflict avoidance: family relationships in the house of Andechs, ca. 1100-1204. A dissertation http://etd.nd.edu/ETD-db/theses/available/etd-11082004-082526/unrestricted/LyonJR112004.pdf.
C. Stephen Jaeger (1994). The envy of angels. Cathedral schools and social ideals in Medieval Europe, 950-1200. University of Pennsylvania Press.
W. Lourdaux and D. Verhelst (Eds.) (1983). Benedictine culture 750-1050. Leuven University Press.
M. Schönfeld (2003). Historische grammatica van het Nederlands. Editie A. van Loey. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren site. dbnl/erven A. van Loey. html
Rosamond McKitterick (2008). Charlemagne. The formation of a European identity. Cambridge University Press. frontmatter
Peter S. Wells (2012). How Ancient Europeans Saw the World. Visions, Patterns, and the Shaping of the Mind in Prehistoric Times. Princeton University Press.
Jan Luiten van Zanden en Arthur van Riel (2000). Nederland 1780-1914. Staat, instituties en economische ontwikkeling. Uitgeverij Balans.
H. K. Roessingh (1967). Hoe functioneerde een dorp in het midden van de 18de eeuw. Spiegel Historiael, 2, 42-53.
I.J. Brugmans (1925). De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw (1813-1870). proefschrift. html op dbnl.org
Jan Lucassen (1984). Naar de kusten van de Noordzee. Trekarbeid in Europees perspektief, 1600-1900. Gouda: uitgave in eigen beheer, naar proefschrift Rijksuniversiteit Utrecht
Jan de Vries en Ad van der Woude (1995/2005). Nederland 1500-1815. De eerste ronde van moderne economische groei. Amsterdam: Balans.
Gisèle M. A. Jongbloet-van Houtte (1966). De hongersnood van 1740. Spiegel Historiael, 1, 156-164, zie ook 2, 252-3.
Erich Kuttner (1949). Het hongerjaar 1566. html op dbnl.org
Annette de Vries (2004). Ingelijst werk. De verbeelding van arbeid en beroep in de vroegmoderne Nederlanden. Waanders.
H. A. Enno van Gelder (1953). Nederlandse dorpen in de 16e eeuw. Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Letterkunde. Nieuwe Reeks, Deel LIX, No. 2. Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij.
Leo Noordegraaf (1985). Hollands welvaren? Levensstandaard in Holland 1450-1650. Bergen: Octavo. handelseditie van proefschrift.
Joel Mokyr, Wiebe Bijker, Karel Davids, Wilfred Dolfsma en Hugo van Driel (2004). De geschenken van Pallas Athena. Discussiedossier over kenniseconomie en economische groei. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, nr 1, pdf
Bas van Bavel en Jan Luiten van Zanden (2004). The jump-start of the Holland economy during the late medieval crisis, c. 1350 - c. 1500. Economic History Review, 57, 503-532. http://www.lowcountries.nl/2004-6_bavel.pdf [broken link? 12-2008]
Jan Luiten van Zanden (2005). De timmerman, de boekdrukker en het ontstaan van de Europese kenniseconomie. Over de prijs en het aanbod van kennis vóór de Industriële Revolutie. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, nr 1, 105-120. pdf
Loel Kaye (2000). Economy and nature in the fourteenth century. Money, market exchange, and the emergence of scientific thought. Cambridge: Cambridge University Press.
Henri Pirenne (z.j.) De Middeleeuwen. Economische en sociale geschiedenis. Veen's Uitgeverij.
Jan Bieleman (2008). Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500-2000. Boom. (671 blz., in 2012 aangeboden voor € 12,50 i.p.v. € 52,50)
Hans Hermans (1945). Hoe Nederland groeide. Anderhalve eeuw bodemwinning en bodemverbetering. Rijksuitgeverij
Cor van Baarle (2009). Handel en wandel op de Veluwe. Tussen prehistorie en historie. BDG Zwolle.
Klaas Jansma & Meindert Schroor (Red.) (1987). Tweehonderd jaar geschiedenis van de Nederlandse landbouw. Leeuwarden: Inter-Combi van Seyen.
Schuurman, A. J. (1989). Materiële cultuur en levensstijl. Een onderzoek naar de taal der dingen op het Nederlandse platteland in de 19e eeuw: de Zaanstreek, Oost-Groningen, Oost-Brabant. HES Uitgevers.
Brusse, Paul Brusse (1999). Overleven door ondernemen. De agrarische geschiedenis van de Over-Betuwe 1650-1850. Afdeling Ararische Geschiedenis Landbouwuniversiteit Wageningen. geen isbn (ook verschenen als proefschrift, en in de serie Werken van de Vereniging Gelre)
Sjef Hendrikx (1999). De ontginning van Nederland. Matrijs.
Gerding, M. A. W. (1995). Vier eeuwen Turfwinning. De verveningen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel tussen 1550 en 1950. HES Uitgevers.
Milja van Tielhof en Petra J. E. M. van Dam (2006). Waterstaat in stedenland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland voor 1857. Uitgeverij Matrijs. isbn 9053452990.
Piet van Cruyningen (zonder datum). Historisch boerderijonderzoek in Nederland. SHBO Arnhem en Wageningen Universiteit. pdf
Siger Zeischka (2007). Minerva in de polder. Waterstaat en techniek in het Hoogheemraadschap van Rijnland 1500-1865. Verloren.
A.J.J. van 't Riet (2005). 'Meeten, boren en besien'. Turfwinning in de buitenrijnse ambachten van het Hoogheemraadschap van Rijnland 1680-1800. Hilversum, Verloren.
J. L. S. Zonneveld (1985). Levend land. De geografie van het Nederlandse landschap. Bohn, Scheltema & Holkema. (dit is de eerste editie, er zijn latere herziene uitgaven verschenen)
E. W. Hofstee (1957). Rural life and rural welfare in the Netherlands. The Hague: Ministry of Agriculture, Fisheries and Food.
Jan Verheul Dzn (1989). Boerderijen in Zuid-Holland. Aquarellen van J. Verheul Dzn. Terra/SHBO. C. S. T. J. Huijts (1984). De ontwikkeling van de middendelflandse boerderij. Een onderzoek in het kader van de reconstructie Midden-Delfland. Maasland: Bureau van Uitvoering Midden-Delfland. ca 110 blz. quarto, veel afbeeldingen>
H. A. Sillevis (1959). De boer en zijn wereld. proefschrift R.U. Utrecht.
Thissen, P. H. M. (1993). Heideontginning en modernisering in het bijzonder in drie Brabantse peelgemeente 1850-1940. Matrijs. Proefschrift K.U. Nijmegen.
H. K. Roessingh en A. H. G. Schaars (1996). De Gelderse landbouw, beschreven omstreeks 1825.
Historia Agriculturae, deel I. Jaarboek 1953. Groningen: Het Nederlands Agronomisch-Historisch Instituut. (J. M. G. van der Poel: De landbouwenquête van 1800, deel I: Noord- en Zuid-Holland)
Historia Agriculturae, deel II. Jaarboek 1954. Groningen: Het Nederlands Agronomisch-Historisch Instituut. 233 blz., gebonden (J. M. G. van der Poel: De landbouwenquête van 1800, deel II: Zeeland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland en Overijssel)
Johannes Le Francq van Berkhey (1811/facsimile reprint 1975?). Natuurlijke historie van Holland, negende deel: (http://www.kb.nl/100hoogte/hh-nl/hh071-nl.html) Het rundvee. 470 blz met 18 uitvouwende kleurplaten. NB: De volledige Naturlijke Historie zal beschikbaar komen in de Digitale Bibliotheek Nederland www.dbnl.nl
J. A. Faber (1966). De veepest in Nederland in de achttiende eeuw. Spiegel Historiael, 1, 67-74.
A. G. van der Steur: Een Warmondse boerenboekhouding uit de tijd van de veepest (1742-1749). In Leids Jaarboekje 1970, p. 161-188.
Milja van Tielhof (2005). Turfwinning en proletarisering in Rijnland 1530-1670. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, nummer 4, 95-121. pdf
Jan de Vries (1974). The Dutch Rural Economy in the Golden Age 1500-1700. Yale University Press.
Jan Bieleman (1992). Geschiedenis van de landbouw in Nederland 1500-1950. Meppel: Boom.
B. Slicher van Bath (1960/87). De agrarische geschiedenis van West-Europa 500-1850. Utrecht: Het Spectrum.
Tom Scott (Ed.) (1998). The Peasantries of Europe: From the Fourteenth to the Eighteenth Centuries. London: Longman.
Adriaan Verhulst (1995). Landschap en landbouw in Middeleeuws Vlaanderen. Brussel: Gemeentekrediet. (in 2005 nog in de ramsj van De Slegte aangeboden!)
William H. TeBrake (1985). Medieval frontier. Culture and ecology in Rijnland. Texas A&M University Press.
Georges Duby (1962/1968). Rural economy and country life in the medieval west. University of South Carolina Press. Een goudmijn van 600 bladzijden.
Jean-Robert Pitte (1983). Histoire du paysage français/ Le sacré: De la Préhistoire au 15e siècle. Tallandier.
J. M. G. van der Poel (1967). Landbouwwerktuigen in de beeldende kunst. Spiegel Historiael, 2, 90-100.
Miquel Barceló (2004). The Missing Water-Mill: A question of technological diffusion in the High Middle Ages. In Miquel Barceló, François Sigaut: The Making of Feudal Agricultures? Brill. questia
Drie eeuwen erfrecht. De Nederlandsche Leeuw september-december 2004.
Louis M. Rollin Couquerque (1898). Het aasdoms- en schependomsrecht in Holland en Zeeland in verband met het erfrechts der naburige provinciën. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff.
A. S. de Blécourt (1912). Ambacht en gemeente. De regeering van een Hollandsch dorp gedurende de 17e, 18e en 19e eeuw. Zutphen: Firma J. H. A. Wansleven. [Het dorp is Kralingen. Ws een van de eerste studies van bestuur op dorpsniveau. het niveau van vele kwartierstaten in Delfland zeg maar.]
CBG (1999). Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 2001 deel 55.(Thema Personen-, familie- en erfrecht)
P. G. Aalbers (1979). Het einde van de horigheid in Twente en Oost-Gelderland 1795-1850. Zutphen: De Walburg Pers. (ook proefschrift Universiteit van Amsterdam; ook verschenen als deel XII in de Geldersche Historische Reeks)
Hugo de Groot (1631/1952) Inleidinge tot de Hollandsche rechts-geleerdheid. Uitgegeven op initiatief van de door F. Dovring te Lund teruggevonden verbeteringen, aanvullingen en opmerkingen van Grotius, voorzien van verwijzingen naar Grotius' andere geschriften, van aantekeningen en van bijlagen door H. F. W. D. Fischer. Leiden: Universitaire Pers Leiden.
James D. Tracy (1990). Holland Under Habsburg Rule, 1506-1566: The Formation of a Body Politic. Berkeley: University of California Press, c1990 1990. html eScholarship
O. van den Arend (1993). Zeven lokale baljuwschappen in Holland. Hilversum: Verloren.
J. G. J. van Booma (1991). Dit is 't memoriboec van Voirburch. Het memorieregister, tevens cartularium van de parochie Voorburg (1338) 1435-1566. Hilversum: Verloren.
J. Ph. de Monté ver Loren site (1929). De historische ontwikkeling van de begrippen bezit en eigendom in de landsheerlijke rechtspraak over onroerend goed in Holland Utrecht: Kemink.
R. C. van Caenegem (1967). De instellingen van de middeleeuwen. Deel I en II. Gent: Wetenschappelijke Uitgeverij en Boekhandel. quarto ingenaaid, slordig
Antheun Janse (2001). Ridderschap in Holland. Portret van een adellijke elite in de late middeleeuwen. Hilversum: Verloren. [online: books.google.nl,, de volledige tekst vermoed ik]
Kattendijke-kroniek digitale versie
Rijks Geschiedkundige Publicatiën RGP gedigitaliseerd beschikbaar Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
N. E. Algra (1967). Middeleeuws huwelijksrecht uit het manuscript Fivelingo. Spiegel Historiael, 2, 110-113.
E. Warlop (1968). De Vlaamse adel voor 1300. Deel I Historische studie. Handzame: Familia et Patria PVBA. (Deel II geeft uitvoerige genealogische tabellen, deel III een index op alles) (Er is een latere editie in het Engels, in vier royale banden uitgebracht, in 2006 tijdelijk voor een habbekrats aangeboden door De Slegte)
Gerd Althoff (1997). Spielregeln der Politk im Mittelalter. Kommunikation in Frieden und Fehde. Primus Verlag.
L. Ph. C. van den Bergh (Bewerking) (1866). Oorkondenboek van Holland en Zeeland. Beschikbaar op Google Books html
Jean-Pierre Poly and Eric Bournazel (1991). The feudal transformation 900-1200. London: Holmes & Meier.
Henri Berssenbrugge (1966) Straat- en landleven 1900-1930. Samengesteld door Kees Nieuwenhuizen. Amsterdam: Van Gennep. 159 blz. quarto (210 + 3 foto's van deze fotograaf van het dagelijks leven
Stichting Wetenschappelijke Atlas van Nederland (1984). Atlas van Nederland. Staatsuitgeverij. O.a. deel 2 bewoningsgeschiedenis, deel 14 bodem, deel 15 water, deel 16 landschap.
Bernard F. Eilers (1974). Destijds in Nederland. Een fotoalbum van Bernard F. Eilers met inleiding en commentaar van Wim Zaal. Amsterdam: Elsevier.
Evert van Straaten (1977). Koud tot op het bot. De verbeelding van de winter in de zestiende en zeventiende eeuw in de Nederlanden. Amsterdam: De Bezige Bij.
J. Buisman. Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. Deel 1 tot 1300, deel 2 1300-1450. deel 3 1450-1575, deel 4 1575-1675, deel 5 1675 - 1750 (deel 5 is verschenen in 2006). Van Wijnen.
H. J. Moerman (1956). Nederlandse plaatsnamen. Een overzicht. Brill.
L. Ph. C. van den Bergh, A. A. Beekman & H. J. Moerman (1949). Handboek der middelnederlandse geografie. Martinus Nijhoff.
Kees Kuiken (2008). Middeleeuwse dubbelgangers. Over de grenzen van de genealogische bewijsvoering. Genealogie Tijdschrift voor Familiegeschiedenis, 14, nummer 2, 61-63.
Honoré Rottier en Marc van de Cruys (2004). Heraldiek. Wapens kennen en herkennen. Leuven: Davidsfonds.
Voor een handschrift van rond 1600 met wapenafbeeldingen en beschrijvingen in Noord-Nederland zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Aernout_van_Buchel, met een link naar de scan van het hele handschrift op de site van het Archie van Utrecht.
Detlev Schwennicke (Redactie) (verschijnt sinds 1980). Europäische Stammtafeln. Stammtafeln zur Geschichte der europäischen Staaten. Begründet von Wilhelm Karl Prinz zu Isenburg, fortgeführt von Frank Baron Freytag von Loringhoven. Neue Folge.
Woher erkennestu dein elend?
Auss dem Gesetz Gottes [Romeinen 3]
ego-documenten
Rut Keiser (Her.) (1968). Thomas Platter d.J. Beschreibung der Reisen durch Frankreich, Spanien, England und die Niederlande (1595-1600). Basel: Schwabe & Co. 2 Teile.
Emmanuel Le Roy Ladurie (1995). Le siècle des Platter 1499-1628. Tome I Le mendiant et le professeur. Fayard. De eeuw van de familie Platter (1499-1628). I. De schooier en de geleerde. Bert Bakker 1996.
Le Roy Ladurie, E. (Pres.) (2000) Le voyage de Thomas Platter 1595-1599 (Le siècle des Platter II). Paris: Fayard. De eeuw van de familie Platter (1499-1628). II. De reis van Thomas Platter de Jongere (1595-1599). Amsterdam: Bert Bakker 2003. de culturele en maatschappelijke omgeving
de economische omgeving
landbouw, ontginning, boeren
bestuur, bezit en erven
Cappon: Begrensde autonomie: testamentair erfrecht in Holland, Zeeland en Utrecht in de 18de eeuw.
Hol: De memorie van successie. Aspecten van de erfenisaangifte in de 19de en begin 20ste eeuw.
Van Rensch: Leenakten met betrekking tot de heerlijkheid Horst in het Overkwartier van Gelre. Voorbeelden van de leenrechtelijke praktijk (16de - 18de eeuw).
Brood: 'Het naaste bloed erft het goed.' Een verkenning van het 'boerenerfrecht' in Noordoost-Nederland.
Enkele hoofdstukken heb ik zelf maar gescand en op deze site geplaatst html. Ongelooflijk hoe ver Nederland achterloopt in het op www beschikbaar maken van oude publicaties!
buiten: verkeer en het weer, stad en platteland
Jan Jansz. Dou & Steven van Broeckhuysen (1647/1687/1746/1969). Kaartboek van Rijnland 1746. Canaletto. Rijnlandse kaarten online Nationaal Archief
genealogie
Links
Centraal Bureau Genealogie site.
http://top.archiefplein.nl/
Google site.
Genlias site.
Van Papier naar Digitaal, website Ter bevordering van het online brengen van genealogisch bronmateriaal. http://vpnd.nl/. een initiatief van Hans den Braber en Herman de Wit
Digitale Stamboom Delft site
Digitale Stamboom Leiden site. Zie toelichting bij Digitale Stamboom Delft.
Digitale Stamboom Rotterdam site.
Digitale DTB/BS Brabant site.
Digitale database ISIS Zeeland site
Veluwse Geslachten site. Hier ook links naar Veluwse archieven, o.a. met DTB gegevens Vaassen, Epe, Heerde, Hattem. De vereniging is bezig om transcripties van doop-, trouw- en begrafenisboeken online te zetten zie hier.
Ons Voorgeslacht site. Zuid-Hollandse vereniging voor genealogie. Heeft ook een website met databestanden en artikelen, voor niet-leden beperkt toegankelijk: www.hogenda.nl.
Nederlandse Genealogische Vereniging NGV . De contactdienst pagina kan handig zijn om in contact te komen met genealogen die gegevens over uw familie hebben.
Oud Soetermeer site.
Genealogie in de Achterhoek site
Genealogie in de Achterhoek site
geneaknowhow site.
De Geïntegreerde taalbank. De historische woordenboeken van het Nederlands op internet. http://gtb.inl.nl/
Wapens/heraldiek: http://www.genealogie.com/v2/services-blasons/default.asp
Family history in the United Kingdom http://www.nationalarchives.gov.uk/familyhistory/. Op BBC 2 het programma Who do you think you are?
oud schrift - paleografie
Cartografie site Rijksuniversiteit Groningen, site Uitgeverij 12 Provinciën. Specifiek het Westland (= Delfland): www.oudwestland.nl. Zie vooral ook de site van de Universiteit van Utrecht: kartografie.

Joan Blaeu, Atlas Maior of 1665: Belgica Regia & Belgica Foederata : De Lage Landen : Les Pays-Bas et la Belgique : The Netherlands and Belgium : Alle 63 kaarten van Nederland en België met originele citaten uit Joan Blaeu's Atlas maior van 1665, 'De grootste, schoonste die ooit verschenen is' / Inleiding en teksten van Peter van der Krogt. Taschen Verlag, 2006.
plattegronden
Kastelenstichting Holland en Zeeland site, met hierop een uitgebreide pagina met verdere links voor kastelen, Nederland
Liens et bibliographie sur le Moyen Age
Beeldbank site Gelderland - site Rotterdam en omgeving (kies: Afbeeldingen online') - site Apeldoorn
dagbladen.
Koninklijke Bibliotheek: Het geheugen van Nederland.
Historische Steekproef Nederland (HSN) http://www.iisg.nl/~hsn/indexnl.html
Het geheugen van Nederland site.
30 Archiefdiensten
Het Archiefforum site.
http://kranten-historisch.startpagina.nl/
Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis http://www.tseg.nl/
Het Gruuthuse handschrift in de KB www.kb.nl/galerie/gruuthuse/
De Nederlandsche Leeuw. Het is mogelijk om op naam te zoeken in dit tijdschrift, zie hier.
http://www.benwilbrink.nl/genealogie/genealogie.htm
W3 checklink
http://www.benwilbrink.nl/genealogie/info/website.genealogie.bouwen.htm