Catherine Sophian (2007). The origins of mathematical knowledge in childhood. Lawrence Erlbaum.
Chapter 8: Implications for mathematics education, pp. 151-170. Ik vertaal enkele passages in dit hoofdstuk. Er moet een waarschuwing bij, die Sophian zelf ook bij herhaling geeft: haar theory is nog niet behoorlijk empirisch beproefd, en zeker de implicaties voor rekendidactiek niet. Wat hebben we hier dan aan? Wel, deze theorie laat zien dat er mogelijk drastisch andere rekendidactieken mogelijk zijn, waaronder didactieken
Hans Freudenthal had geen behoefte aan enig theoretisch kader (behalve dat van de wiskunde zelf). Zie onder andere wat Dolly van Eerde daarover kan melden, naar aanleiding van discussies over precies dit onderwerp tussen Freudenthal en Van Parreren.
Dolly van Eerde (2005). Wiskunde en psychologie. De brug en de kloof tussen Freudenthal en Van Parreren. In Freudenthal 100. 55-63. pdf [Uitvoerige annotatie bij dit hoofdstuk: psychologie.htm#Van Eerde 2005
http://www.benwilbrink.nl/projecten/theoretisch_kader.htm