illustratie: omslag van door Verloren in Hilversum uitgegeven studie over loterijen site. De auteurs laten zien hoe de wortels van de staatsloterij liggen in de oplossing van een verdelingsprobleem op de martk van Brugge: wie mag er een kraam plaatsen? Een numerus-fixus uit de middeleeuwen.
The illustration is the cover of a study on lotteries in the Netherlands site. Lotteries to collect money for the town or the country have their roots in a distribution problem regarding the market in Brugge (Flanders): how to allocate the small number of available places on this market among the merchants? A numerus clausus in the Middle Ages.
Documentatie van de numerus fixus en zijn toelatingsprocedures in het HO, i.h.b. loten — gewogen loten
NB: zie ook de afzonderlijke documentatie over (decentrale) selectie
Ben Wilbrink
doorlopend geactualiseerd
prealabel
Het materiaal bestaat uit parlementaire stukken, rapporten van commissies, publicaties van onderzoekers, adviezen, artikelen in de dag- en weekbladpers, krantenberichten, alles voorzover ook werkelijk in mijn archief aanwezig (tenzij anders aangegeven; van een enkel stuk weet ik van het bestaan, maar beschik ik er niet over). Het archief is wat stukken uit de dag- en weekbladpers betreft redelijk representatief, is mijn indruk. Parlementaire stukken zijn tot en met de opheffing van het COWO in 1986 ook tamelijk volledig, dankzij de zorg van de heer Overre van het Bureau Documentatie van de UvA. Het zou mij verbazen wanneer belangrijke rapporten niet in deze lijst voorkomen. Er zijn wederkerende publicaties zoals jaarverslagen en ook de verlenging van de Machtigingswet van jaar tot jaar, waar ik soms slechts over een enkel exemplaar beschik. Omdat het archief is opgebouwd in de COWO-jaren, ontbreken mogelijk belangrijke stukken en opvattingen uit het veld van het voorbereidend hoger onderwijs. Een kanttekening is ook nodig waar het het hbo betreft: tot voor kort waren hbo-instellingen vrij om de eigen toelating te regelen, waarvan een overzicht is te verkrijgen door de jaarlijkse publicatie over hbo-instellingen op dat punt te raadplegen (met per instelling de toelatingsprocedure, en vaak ook de verhouding tussen aantallen aanmeldingen en toegelatenen). Bovendien zijn er private instellingen en overheidsopleidingen die niet door OCenW worden bekostigd, die (nog steeds) eigen toelatingsregelingen kennen. Een voorbeeld van dat laatste is de zeer scherpe selectie voor de Nederlandse Politieacademie. Over deze sector staan mij weinig bronnen ter beschikking, maar ik ben wel zelf betrokken geweest bij een evaluatie-onderzoek over de selectie voor de NPA (html). Dan is er nog buitenlandse literatuur, waar niet stelselmatig naar is gezocht, maar voorzover aanwezig zijn titels genoemd in het chronologische bestand of in de toegevoegde literatuurlijst.
Nogal wat stukken vallen in de categorie 'het kan toch niet waar zijn dat we niet beter kunnen doen dan gewogen loten, ik zal dat aantonen.' Dat is een ambitie van velen geweest, waaronder politici en bewindspersonen. Grondgedachte lijkt te zijn dat die selectiepsychologen die voor loten pleiten als het gaat om toelating tot numerus-fixusstudies wel heel dom moeten zijn (het 'domme' lot uitgebreid tot de personen die dat bepleiten). So far, so good. Ik zou ook zo beginnen. Maar vervolgens dan toch uitzoeken wat de argumenten zijn waarop die lui tot zo'n tegen-intuitief resultaat komen. In de hitte van het emotionele debat gebeurt evenwel niet dat laatste, maar worden pleitbezorgers voor loten (in deze bijzondere situatie) bestookt met argumenten waarom hun stelling wel dom moet zijn. Dat schiet niet op.
Bovendien is daar de rol van 'deskundigen' aan de orde, omdat in dit ondermaanse sommige deelnemers aan het maatschappelijke debat meer terzake deskundig zijn dan anderen. De minder deskundige deelnemers vinden dat heel vreemd, en accepteren zeker geen verwijten van ondeskundigheid. De aard van de problematiek zelf brengt dan met zich mee dat ook het debat zelf de minder deskundigen niet kan overtuigen van hun minder deskundige positie. Dat zou bij het schaakspel bepaald anders liggen: denken wel mee te kunnen doen op het niveau van de grootmeester, maar dat niet zijn, straft zichzelf onmiddellijk in het spel zelf af. In het debat over toelatingsprocedures is er niet een neutrale scheidsrechter in de vorm van de vooraf afgesproken regels van het spel. Dan kunnen er komische (of beschamende, net hoe men daar naar zit te kijken) situaties ontstaan, waarin een hoogleraar uit Delft een zaal met vooral ook veel selectiepsychologen gaat uitleggen dat hij ontdekt heeft dat de VS een instituut hebben, het ETS, dat perfect in staat is om selectietests voor het hoger onderwijs te maken en te marketen. Het gaat hier natuurlijk om de Duijker-lezing van selectiepsycholoog Pieter Drenth, in de Aula van de UvA, met een hoogleraar-ingenieur en een partijleider-politicus als opposanten (alles gepubliceerd in de NRC, 30-3-1995.). De beleefdheid wint het dan van het harde argument, precies waar een partij schaak geen gelegenheid toe zou geven. Zodoende krijgen bepaalde misvattingen het eeuwige leven, omdat er oppervlakkig gezien respectabele lieden achter staan, die alleen maar een respectabel verschil van mening zouden hebben met een—met alle respect—kleine kaste van zelfbenoemde deskundigen?
Moeten deskundigen het dan voor het zeggen hebben? Nee, natuurlijk niet, zij moeten in het publieke debat wel hun best blijven doen de politici en alle andere betrokkenen uit te leggen wat de belangrijke relaties en feiten zijn in dit dossier. Iedereen is vervolgens nog steeds vrij er een mening op na te houden die afwijkt van wat rationele en empirische analyse oplevert. Het zou voor iedereen heel wat prettiger zijn gewoon te kunnen zeggen dat de uitkomsten van rationele analyse gevoelsmatig niet lekker liggen, en dan het gevoel de doorslag te laten geven. Op zich levert dat ook weer een onderzoekbaar soort situatie op, voor een relevante analogie zie bijvoorbeeld Don A. Moore and Steven L. Blader (2007). Revisiting the Instrumentality of Voice: Having Voice in the Process Makes People Think They Will Get What They Want. paper. pdf. Zoals de titel al suggereert: ik weet rationeel wel dat een sollicitatiegesprek mij geen bijzonder voordeel zal geven boven mijn mededingers, maar het gevoel in beginsel wel invloed te kunnen hebben vind ik wel een erg prettig gevoel. Vandaar liever zo'n gesprek dan loten. Dat is OK, toch? Waar het dan mis gaat, is dat het emotionele argument niet als in zichzelf voldoende wordt beschouwd, dan komen er allerlei meer of minder leuk gevonden argumenten op tafel om het kracht bij te zetten op het rationele vlak. Maar daarmee wint niemand het van de selectiepsycholoog die resultaten van een eeuw van wetenschappelijk onderzoek van valkuilen en drogredenen in de bagage heeft.
Tot zover deze onbescheiden poging voor een kader voor het plaatsen van de literatuur en de knipsels. De problematiek zal altijd wel actueel blijven: deze pagina is, op die met genealogie na, een van de meest bezochte op mijn website.
BC The distribution of property by lot is traceable to ancient times
Encyclopaedia Britannica:
- the practice of determining the distribution of property by lot is traceable to ancient times. Dozens of references can be found in the Bible to the practice. In one example from the Old Testament (Num. 26: 55-56), the Lord instructed Moses to take a census of the people of Israel and to divide the land among them by lot. (...) Modern lotteries of a similar type include those for military conscription, commercial promotions in which property is given away by a random procedure, and the selection of jury members from lists of regisered voters. Under the strict definition of a gambling type of lottery, however, payment of a consideration (property, work, or money) must be made for a chance of receiving the prize.
Stewart, R. (1998). Public office in early Rome. Ritual procedure & political practice. Ann Arbor: University of Michigan Press.
- Introductory pages available in books.google
- Er werd heel wat geloot in het oude Rome, niet in plaats van democratische verkiezingsprocedures, maar bij de toewijzing van functies etc. aan verkozenen. Welke oorlog ze moesten gaan voeren, welke provincie besturen.
- God (Jupiter) dobbelde hier dus wel, het hele ritueel was evident ook godsdienstig gekleurd.
- Dus hier ook een interessante beschouwing over de etymologie van het woord.
- N. Rosenstein (1995). Sorting out the lot in Republican Rome. American Journal of Philology, 116,43-75.jstor
1627 'A fair method of division'
Thomas Gataker (1627) (2008 ed. Conall Boyle). The nature and use of lotteries.. Imprint Academic site.
- “Thomas Gataker was a disputatious Puritan divine. His The Nature and Uses of Lotteries (1627) was the first systematic exposition of a modern view of lotteries, not just as a form of gambling, but as a fair method of division. Gataker approved of these uses, but condemned divination and sorcery using random signs or spells. This important treatise is often referred to, but is generally inaccessible due to its rarity and old-style of language. The text of this edition has been fully modernised, with notes on important sources used by Gataker and includes a new introduction and index.”
1629 Vernoeming bij lot
C. D. Andriesse (1993/2007). Titan kan niet slapen. Een biografie van Christiaan Huygens. Olympus.
- Bij de geboorte van Christiaan (p. 38): "Ook over de naam van dit kind werd geloot, want nu stonden de Van Baerles, bij monde van Jacomina, op de vernoeming van de andere grootvader, Jan, terwijl de Huygensen, bij monde van Suzanna Hoefnagel, opnieuw de vernoeming van Christiaan verlangden. Het werd dus Christiaan."
- Christiaan Huygens was called Christiaan, not Jan, as the outcome of a lottery procedure to solve the conflict of interests between the two parental families involved, just as had happened in the case of his older brother Constantijn.
18e eeuw Beroeping bij lot
Sassen, F. (1970). Studenten van de Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810. Ter reconstructie van het Album Studiosorum. Amsterdam: Noord-Hollandsche.
- Geeft leuke biografieën. '94. Geen informatie over beoordelen. p. 47, Abraham Jellico (1717-1797), predikant, bij loting beroepen naar Schipluiden, 27 februari 1752.
Dowlen, Oliver Dowlen (2008). The political potential of sortition. A study of the random selection of citizens for public office. Imprint Academic. isbn 9781845401795 — 264 pp paperback. Table of contents — Introduction — Plates [look this up!]
1854 Ex aequo de beste gymnasiasten? Dan loten
Het Gymnasium te Amsterdam. Verslag cursus 1853-1854. (Bezit van bibliotheek POW).
- Hierin een Uittreksel uit het Huishoudelijk Reglement voor het Stedelijk Gymnasium te Amsterdam. Over het toekennen van strafpunten en van prijzen, over kennelijk bij gelijk eindigen loten tussen prijskandidaten. art. 13: In bijzondere gevallen kunnen buitegewone prijzen en getuigschriften worden gegeven. Zoodanig getuigschrift wordt altijd verleend aan hem, die bij loting den prijs heeft verloren.
1862 Geschiedenis van de stads- en staatsloterij
Fokker, G.A. (1862). Geschiedenis der loterijen in de Nederlanden. Amsterdam.
- beschikbaar online
- Bij nader inzien is dit boek niet relevant, want de vroegste geschiedenis van Vlaanderen komt er niet in voor.
- Op blz. 13 een schampere opmerking over verloten van functies. Verwijst naar Italië waar bij wisselende magistratuur wel met loten werd gewerkt, zoals ook wel in Nederland voorkwam (Amersfoort bijv, p. ??).
- p. II: "Het woord loterij is afgeleid van lot, 't welk in alle nieuwere talen voorkomt en deel betekent (...)."
- p. II: "De verdeeling eener nalatenschap wordt dan ook in het oud-Fransch regt lotir genoemd; volgens de Coutumes d'Anjou werd de splitsing eener erfenis in deelen (lots) door den oudsten erfgenaam gedaan, terwijl de jongeren de keus hadden; in de overige landen, zoowel pays coutumiers, als pays de droit écrit, werd de verdeeling door eenen notaris of vrederechter gedaan, en door de erfgenamen om de deelen geloot. [Zie La Ferrière, Dict. de droit et de pratique, op het woord partage.] Van daar dat het word "lot" bij alle nieuwere volken niet slechts zeker deel van eene gegeven hoeveelheid, maar tevens kans, fortuin beteekent, omdat het aanduidt wat iemand, hetzij door regstreeksche toewijzing, hetzij door toevallige aanwijzing ten deel valt, wanneer deze laatste van het in den blinde kiezen afhankelijk wordt gesteld." Intusschen, ofschoon loterijen zoals wij die kennen bij de Romeinen onbekend waren, was het loten bij hen zeer in zwang. Zij gebruikten lotbriefjes (sortes) die in eene lotbus of vaas (sitella - urna) geworpen werden: om oorlogsbuit te verdeelen, - om den Aedilis aantewijzen wanneer de kerstemmen staakten, - om uittemaken welke centuria of tribus in de comitia het eerst zou stemmen, - om den Praefectus provinciae te benoemen, - om regters aan te wijzen, enz. (Zie be bewijsplaatsen in Scheller's Lexicon op het woord: sos.). Het loten was hun dus bekend, evenzeer als aan den Israëlieten, die het beloofde land onder elkander bij lot verdeelden, (Joshua XIV: 1 en 2); maar loterijen, wier hoofddoel is den ondernemer winst te verschaffen uit 't verlies 't welk de deelnemers aan dat spelm in den regel lijden, kenden zij niet."
- p. VII: "De benoemingen tot openbare bedieningen geschiedden in de middeleeuwen, en nog alng daarna, vrij algemeen bij loting." Volgt een exposé over de verkiezing te Genua van de grooten raad.
1888 De toevalsfactor in examenuitslagen door de wetenschap uitgelegd
Francis Y. Edgeworth (1888). The statistics of examinations. Journal of the Royal Statistical Society, 51, 599-635. preview
- An authorized summary of this and a second article is published in the little book by P. J. Hartog (1918). Examinations and their relation to culture and efficiency.. London: Constable. pdf
- Een grondlegger (profile) van de statistiek (history of statisticslegt hier uit dat examens in behoorlijke mate toevallige uitkomsten geven, en hoe daar verstandig mee om te gaan.
- Wat Edgeworth hier uitlegt is zo fundamenteel voor zowel de thematiek van decentrale selectie als die van loten bij selectie, dat hetzelfde extract ook op de complementaire pagina over decentrale selectie staat.
-
p. 626: "Even when we have abolished the order of merit within the honour class, there remains an inevitable injustice in excluding those who are just below the boundary line of that class. Can nothing be done to mitigate this hardship? Ought not the excluded candidates to have at least a chance of entering within the pale, corresponding to the probability that they really deserve to be there? Might it not be permitted to those who are in the neighbourhood of the boundary to ballot for a certain number of places? In this lottery the chances should not be equal for all, but graduated according to the probability above determined that each candidate ought by rights to be in the honours class. The Calculus affords a neat expression for this probability. (...) The probability thus measured ranges from 1/2, an even chance, to zero, which represents the certainty that candidates at a certain distance from the Honour line are placed in the right category. It would be easy to contrive a composite sort of ballot box, by means of which the examiners, met in solemn conclave, should settle the position of the candidates wbout whom there mght be any doubt. This elegant piece of mechanism may have attractions for the admirers of educational machinery. But on reflection it will be found that this additional wheel is superfluous. The candidates have already had their chance. [note 39: ... In urging the need of some such remedy Mr. Elliott dwelt on the anomaly that, at many of the Civil Service Examinations, a seroious difference in the income and position of the candidates turns upon differences in the aggregate of marks which, according to the reasoning in this paper, must be regarded as largely or altogether accidental. ] A public examination is already a sort of lottery of the graduated species which I have been describing: one in which the chances are not equal, but are better for the more deserving; increasing with the real merit of the candidates up to a degree of probability which amounts to certainty. It is a species of sortition infinitely preferable to the ancient method of casting lots for honours and offices." (wat me onmiddellijk nieuwsgierig maakt naar die oude methode en wanneer en waar die werd gebruikt, maar daar zwijgt Edgeworth over). Zie ook (opvragen UB UvA) 'The element of chance in competitive examinations', Journal of the Royal Statistical Society, 53, (1890), pp. 460-75, 644-63.
F. Y. Edgeworth (1890). The Element of Chance in Competitive Examinations. The statistics of examinations. Journal of the Royal Statistical Society, 53, 460-475. abstract
1951 De ethiek van verdeling bij schaarste
John Rawls (1951). Outline of a decision procedure for ethics. Philosophical Review, 60, 177-197. Reprinted in Samuel Freeman (Ed.) (1999). John Rawls. Collected papers (pp. 1-19). Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press. pdf
- p. 12: "Thus we may think of a claim as articulating an interest before a forum wherein its merits are to be weighed." Een aanmelding voor een numerus-fixusstudie is zo'n claim, gebaseerd op een belang. Rawls spreekt hier over de verdienste van de claim, niet van de indiener van de claim, een interessante nuance!
- p. 193: "(vi)(a)Claims shall be ordered according to their strength. (b) The strength of a claim depends directly and proportionately on the presence in the bearer of the claim of that characteristic which is relevant for the distribution, or the exercise, of the good. (c) Relevant characteristics are those specifiable needs, wants, and likings which the good thing or activity has a discernible capacity to satisfy under ascertainable conditions. Comment: This principle is designed to order a set of claims for a share in a particular good; and it asserts that relevantc haracteristicsa re those needs,w ants, or likings whose satisfaction is ordinarily understood to be the purpose of appropriating or exercising a good. Thus, if the competing claims are for a share in a certain amount of food, then the relevant characteristic is the need for food. A test thereof should be devised, and the claims ordered accordingly. A nonrelevant characteristic for claims of this type would be the number of letters in the bearer's last name."
- p. 193: "(vii) (a) Given a set of equal claims, as determined by their strength, all shall be satisfied equally, if that is possible. (b) Given a set of equal claims, if it is not possible to satisfy all of them, at least to some extent, then an impartially arbitrary method of choosing those to be satisfied shall be adopted. (c) Given a set of unequal claims, with subsets of equal claims which have been ordered according to (vi), then the claims shall be satisfied in that order; and, within subsets, (vii) (a) shall apply, if that is possible, otherwise (vii) (b). Comment: The term "impartially arbitrary" may be clarified as follows: Imagine a good of such a nature that it is impractical or impossible to divide it, and yet each of a number of persons has an equally strong claim on its possession or exercise. In such a case we would be directed to select one claim as meriting satisfaction by an impartially arbitrary method, e.g., by seeing who draws the highest card. This method is arbitrary because the characteristic of having drawn the highest card is not a relevant characteristic by (vi) (c). Yet the method is impartial because prior to the drawing of the cards each person has an equal chance to acquire in his person the characteristic arbitrarily taken to be relevant."
1955 Loterijversjes bij een dorpsloterij
J. J. Woldendorp (1955). Een bloemlezing uit loterijversjes te Zegwaart. In Leids Jaarboekje 1955 Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken zeven en veertigste deel. (p. 134-136)
- Zegwaart had grote schulden opgebouwd, de enige mogelijkheid om daar nog vanaf te komen was een loterij te houden. De schulden konden zo inderdaad worden afgelost, er bleef zelfs nog 160 gulden over. Deelnemers moesten ook een versje inleveren. o.a.: Die wil hebben al, die krijgt niemendal - De onnosele zal 't gelag betalen - 't Zijn doorgaans de grootste gekken, die de beste pryzen trekken - Als niet komt tot iet, dan is 't allemans verdriet
1960 Loten voor geneeskunde in Hamburg
Voor toelating tot geneeskunde in Hamburg wordt een lotingsprocedure gebruikt. Zie Thelen (1975).
De selectie en ontwikkeling der meer begaafden. Een goede doorstroming van begaafdheden naar intellect, technisch vermogen en karakter, een eis van de moderne democratie. Rapport van de 12de studieconferentie, november 1962. Stichting Werkcomité voor Opvoeding tot Democratie. 142 pp. brochure
- (oa. Van Heek, Het begaafdheidsprobleem als opgave voor de democratie. 41-52; Rutten, Het nationale aspect voor Nederland, 61-72; de Coster, Het nationale aspect voor België, 73-88)
1965 Geen nf, maar een extra medische faculteit in Rotterdam
DuBois, P.H. (1965). A test-dominated society: China 1115 B.C. - 1905 A.D. Proceedings of the 1964 Invitational Conference on Testing Problems. Princeton.
- Dubois geeft een 3 bladzijden lang citaat uit de beschrijving door William A. P. Martin (1870) Competitive examinatons in China. North American Review, 11, 62-77. In die beschrijving (p. 7): "... the office upon which he immediately enters is one of respectability, and it may be of profit. It is generally that of a mayor or sub-mayor of a district city, or sub-chancellor in the district examinations, - the vacant posts being distributed by lot, and therefore impartially, among those who have proved thenselves to be "ready for office." Een fantastisch voorbeeld van een combinatie van loten met het meest vergaande vergelijkende examen ter wereld!
Voor een artikel over toelating tot nf-studies is een stukje geschiedenis onmisbaar. Let er dan op dat in 1965 of 1966 een numerus fixus voor geneeskunde in de kamer aan de orde is geweest, en verworpen. Voor het departement betekende dat dat er een nieuwe faculteit bij moest komen om al die studenten op te vangen, dat werd Rotterdam.
1966 Een eerste wetsontwerp
In Nederland stelt minister Diepenhorst de mogelijkheid van een numerus fixus voor, maar de Tweede kamer wees het wetsvoorsetl af omdat zij het in strijd vond met de vrijheid van studiekeuze.
A, Postma (1995), Handboek van het Nederlandse onderwijsrecht (p. 367). Tjeenk Willink.
Nationaal Archief, Den Haag, Afdelingen Hoger Onderwijs, Hoger Onderwijs en Wetenschappen en het Directoraat-Generaal voor de Wetenschappen van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, (1911) 1918 - 1975, nummer toegang 2.14.58 inventarisnummer 203-205. Totstandkoming van het wetsontwerp inzake tijdelijke beperking van toelating van eerstejaarsstudenten aan de faculteit geneeskunde. archiefplaats (geen scans beschikbaar)
-
Ik heb nog geen aanleiding gehad om deze stukken eens door te nemen, maar het Nationaal Archief is er voor om zoiets te kunnen doen, mocht dat moment aanbreken. Ik zou wel willen weten op welke manier de toelating dan geëffectueerd zou worden, maar dat is waarschijnlijk ook wel in Universiteit en Hogeschool te vinden. Of in de Handelingen:
- Handelingen TK 6 en 7 juli 1966 pdf resp. pdf. Zie p. 2278 ev, resp. 2312 en volgende.
1968 Het revolutiejaar: studenten gaan eisen stellen
Rolf Neuhaus (Hrsg.) (1968). Dokumente zur Gründung neuer Hochschulen. Anregungen des Wissenschatsrates, Empfehlungen und Denkschriften, auf Veranlassung von Ländern in der Bundesrepublik Deutschland in den jahren 1960-1966. Wiesbaden: Franz Steiner Verlag.
- ao.: Numerus Clausus 24, 50, 150, 151, 194, 307, 383, 603, 606, 1449, 1501, 1561 - Ausbildungskapazität 6 50 51 119 128 150 194 196 197 200 231 260 261 277 284-305 307-309 317 320 321 339 34 348 349 392 607 903 905 915 928 947 -9 967 968 995 1034 1035 1044 1145 1323 1336 1449 1470 1487 1559 1566 1569-71 1574 1576 1584 1559 1566 1569-71 1574 1576 1584 1612 1627 1638 1801 1809 1836 - Hochschulreife 825 - Hochschule Überfüllung51 97 98 113 123 131 136 198 249 280 286 306 307 311 314 317 319 322 323 326 338 339 579 607 836 1145 1331 1487 1561 1564 1566 1586 1670 - Zulassung 857, 1419, 1448-1451, 1802) (Bielefeld, Bochum, Bremen, Dortmund, Hannover, Konstanz, Medizinische Akademie Lübeck, Regensburg, Ulm
Numerus fixus in Leiden? Nee, zegt de rechter
“ .... vonnis van de President van de Rechtbank te ’s-Gravenhage, gewezen op 28 november 1968 met betrekking tot de invoering van een numerus fixus door de faculteit der geneeskunde te Leiden, in de vorm van een vergelijkend propaedeutisch examen. Voor de details zie men het vonnis zelf, N.J. 1968, no. 444 [Nederlands Juristenblad?]. In dit vonnis beval de President de vertegenwoordigers van genoemde faculteit de betreffende regeling in te trekken. Zeer summier gesteld heeft de President dit standpunt ingenomen: wie het propaedeutisch examen aflegt, heeft het recht de verdere universitaire opleiding te volgen.” Bron: Z. Szirmai, Nederlands Juristenblad, 4 september 1971, afl. 30.
1969 In Groningen is selectie 'hot'
Kongresboek '69 Aktie Demokratsering Subfaculteit Psychologie R.U. Groningen.
- Hierin van W. Hofstee een stuk over selectie, met commentaar van van Strien en van Wijnen. Hofstee onderscheidt selectie bij beperkt aantal plaatsen van selectie op basis van normen."Zo wordt in de praktijk vaak op de ene overweging de nadruk gelegd om de andere te verhullen: proefwerken en examens dienen in theorie om de norm te garanderen; in feite echter blijkt die norm te schuiven terwijl eerder het afvalpercentage constant is. Blijkbaar is beperking überhaupt (weinigen zijn uitverkoren) hier het verborgen motief. Anderzijds: wie in de discussies over numerus fixus lotingsprocedures voorstelt, krijgt te horen dat hij de kern van de zaak niet goed begrepen heeft. En inderdaad, er zijn allerlei bezwaren tegen loting aan te voeren. Ze komen echter alle op hetzelfde neer: de norm moet worden gehandhaafd, liefst verhoogd. Schaarste aan plaatsen was kennelijk niet de enige overweging. Dit complot van norm en schaarste wordt op slag inzichtelijk als men zich realiseert, dat alleen die combinatie de zuivere concurrentie garandeert. Immers, als er vaste normen waren zou ieder voor zich daaraan moeten trachten te voldoen, en de vergelijking tussen zijn prestatie en die van anderen zou op de uitkomst geen enkele invloed hebben. Wel kan degene die slaagt daaraan nog gevoel van superioriteit en status ontlenen, zolang tenminste niet iedereen aan die norm voldoet, maar dat is iets anders dan uitverkoren zijn. Wanneer er anderzijds alleen gebrek aan plaatsen, en geen norm, zou zijn -- d.w. z dat de plaatsen dus door loting gevuld zouden moeten worden -- dan zou er geen enkele aanspraak aan het concurrentiemotief worden gedaan. Slechts de combinatie van norm en beperking garandeert concurrentie in reincultuur, zoals aan de medische faculteiten dan ook wel gebleken is.
Hofstee, W. K. B. (1969). Selektie. Inaugurele rede. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
Tinbergen, J. (1969). Onderwijsplan en numerus fixus. Universiteit en Hogeschool, 16 (3), 189-193.
- "In een algemeen maatschappelijk ontwikkelingsplan wordt voor elk toekomstig jaar een bepaalde grootte en samenstelling van de produktie gekozen als de beste. Daarmee corresponderen de aantallen personen, in alle mogelijke functies, die elk jaar odig zijn om deze produktie te verwezenlijken. Het woord produktie is daarbij zo breed mogelijk bedoeld; het omvat ook kunstenaarsactiviteiten, onderwijsactiviteiten, de bezigheden van de huisvrouwen enzovoort. Tegenover deze vraag naar mensen staat het aanbod van mensen van allerlei opleiding. Dit is het resultaat van de zeer vele opleidings- en vormingsprocessen, die dan vaak met een wat te eng woord het onderwijs worden genoemd. De onderwijsplanning moet ervoor zorgen dat zo goed mogelijk vraag en aanbood met elkaar overeenstemmen. Dat is moeilijk in verband met de lange duur van een aantal vormingsprocessen, maar er zijn zekere aanpassingen mogelijk. Men kan ten dele met mensen werken die niet officieel 'bevoegd' zijn; men kan mensen ertoe brengen ander werk te doen dan zij zich aanvankelijk hadden voorgesteld en men kan de vraag enigszins beïnvloeden door de relatieve beloning te veranderen. Twee elementen die daarbij intussen ook voorkomen zijn te verwerpen. Aan de ene kant het vormen van monopolies voor bepaalde groepen die hun posities beschermen, door het aantal dergenen te beperken dat tot hun positie wordt opgeleid of toegelaten. Aan de andere kant is het verwerpelijk dat sociale vooroordelen een rol spelen in de keuze van degenen die als de meest geschikte in elk beroep worden aangesteld of zelfs ook al tot de opleiding daartoe worden toegelaten. [over een numerus fixus, p. 191;] De opvatting wordt, althans in ons land, verdedigd dat een dergelijke beperking volstrekt ongeoorloofd is. Deze opvatting is vermoedelijk ontstaan als een reactie op belemmeringen die bepaalde groepen van onze jeugd in het verleden hebben ondervonden ook nu nog ondervinden, om de opleiding te ontvangen die bij hun aanleg past. Er is inderdaad wat sommigen [P. de Wolff, Mogelijkheden tot het vaststellen van begaafdheidsreserves, Weekblad van het Genootschap van leraren aan Nederlandse gymnasia en lycea en de RLV, 57 (1963) blz. 327] een talentreserve, anderen [F. van Heek, Het verborgen talent, Meppel, 1968] latent talent hebben genoemd; d.w.z. een grote groep van jongeren die naar bepaalde maatstaven voor studie in aanmerking komen, doch in feite vroegtijdig stranden [J. H. N. Grandia, Uitdaging en antwoord, diss. Utrecht, 1968]. Dit is een belangrijk vraagstuk waarvan meer en meer blijkt dat het niet in hoofdzaak van financiële aard is, doch eerder van culturele aard: de betrokkenen 'krijgen' uit hun milieu 'niet genoeg mee' om met succes het onderwijs te volgen waartoe zij op grond van andere maatstaven in staat zouden zijn. De oplossing zal tijd kosten en ten dele ook de uitschakeling van zekere sociale vooroordelen vereisen, doch de precieze weg is nog door niemand uitgestippeld.Altijd een grens.Wat ik echter hier beklemtonen wil is dat, hoe men ook de zaak bekijkt, het aantal personen dat een gegeven opleiding moet volgen toch altijd een grens zal hebben. Wanneer wij de plananing van de maatschappelijke ontwikkeling als juist aanvaarden, volgt daaruit dat een zeker aantal leerlingen, studenten en afgestudeerden optimaal is en het daarboenuitgaan sub-optimaal, dus minder goed, is. In de best denkbare maatschappelijke ontwikkeling is het afwijzen van die meerderen daarom een onvermijdelijk element. Men kan dus niet betogen dat een willekeurig aantal dat zich voor een bepaalde studie zou aanmelden altijd moet worden aanvaard. In die zin is een numerus fixus een noodzakelijk element van elk zo goed mogelijke geplande ontwikkeling. Dit is eveneens betoogd door Ph. J. Idenburg [Vereniging voor staathuishoudkunde, verslag van de algemene vergadering gehouden te Utrecht op zaterdag 30 november 1968, Den Haag, 1969, blz. 17]. Men kan de noodzakelijke beperkingen nog verdelen in twee categorieën. Er kunnen korte-termijnbeperkingen nodig zijn, omdat op een gegeven moment de onderwijsmiddelen (b.v. laboratoriumplaatsen) gegeven zijn en pas na verdere investeringen groter kunnen worden. Er kunnen lange-termijn- (dus meer duurzame) beperkingen nodig zijn omdat de maatschappij niet meer mensen van een bepaalde opleiding nodig heeft en daartegenover wel andere. In beide gevallen is het instrument van een vergelijkend examen het aangwezen insrument om op de beschikbare plaatsen de besten te krijgen. Het is moeilijk het anders te zien en niet met zichzelf in tegenspraak te komen. (...) Welke criteria men echter ook zal aanvaarden, de beperktheid van het aantal personen dat bepaalde opleidingen volgt blijft een noodzakelijk element ook van de ideale ontwikkeling, ook wanneer men in acht neemt dat een zeker aantal studenten boven het uiteindelijk nodige kan worden toegelaten om een correctie op de, nooit volmaakte, selectiemethoden mogelijk te blijven maken. Een te grote reserve is echter juist voor de betrokkenen helemaal niet aantrekkelijk want degenen die op een bepaald ogenblik afvallen moeten zich omschakelen. Om de hierboven uiteengezette redenen meen ik dan ook te mogen concluderen dat een strijd zonder nadere toelichting tegen elke vorm van numerus fixus niet kan worden verdedigd. Het is een verkeerd gekozen leuze."
- Wat moet je hier nu van zeggen. Vriendelijke demagogie doortrekt het stuk, maar ook een extreem planmatig denken waarin geen ruimte is voor zichzelf-corrigerende marktmechanismen (zie de laatste passage over opgeleiden die misschien overschieten). Natuurlijk schrijft Tinbergen eind zestiger jaren, waarin ook Posthumus schermde met spookbeelden van de hele Nederlandse begroting die uiteindelijk door onderwijs opgeslokt dreigt te worden. Het woord loten komt in het ervhaal niet voor, zie daarvoor de Groningse psychologen (Aktiecongres).
W. K. B. Hofstee (z.d., ws 1969). Individuele verschillen, en averechtse toepassing. (stencil, 8 blz.
- “Alvast zij opgemerkt, dat hier niet een diskwalificatie van de selektiegerichte, beoordelende, dienstverlenende diagnostiek wordt beoogd, slechts de vormgeving van een alternatief.”
- “In veruit de meeste selektiesituaties moet worden gekozen tussen een aantal verdedigbare kriteria, waarvan bovendien de onderlinge samenhang praktisch nihil zal zijn, zodat het wel degelijk uitmaakt waartegen men selekteert. De keuze van een bepaald kriterium is, hoewel verdedigbaar, betrekkelijk willekeurig. Uit dien hoofde alleen al zou kunnen worden verwacht, dat een lotingsprocedure vaker zou worden aangewend.”
1970 De Wub, en toelating tot geneeskunde
Nationaal Archief (zie boven) NL-HaNA, OKW / Hoger Onderwijs, 2.14.58, inv.nr. 212. Totstandkoming van de wet van 1 juli 1970, Stb. 348, houdende voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. archiefplaats
wachtlijsten
“Voor de medische faculteiten is de kwestie van wachtlijsten geregeld (voor een periode die eindigt uiterlijk op 31 augustus 1974) bij de wet van 1 juli 1979. Stb. 348.” Bron: Z. Szirmai, Nederlands Juristenblad, 4 september 1971, afl. 30.
Nota medisch wetenschappelijk onderwijs. Zitting 1969-1970, kamerstuk 10 309 nr 2. pdf
- “Onder I-a geeft de commissie-Verdam het advies, de fa-culteiten in overweging te geven bij het K - I examen 1969 te examineren zonder verscherping van normen. De ziens- wijze van de commissie in deze kwestie verschilt van de zienswijze van die medische faculteiten, welke menen dat een oplossing uit de huidige moeilijkheden slechts kan worden verkregen door het propedeutisch examen het karakter van een vergelijkend examen op getalsbasis te verlenen. Ik heb mij tegen een ontwikkeling in deze richting verzet. Ik breng in herinnering, dat zo'n vergelijkend examen op de grondslag van de thans geldende wettelijke bepalingen, blijkens een uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 28 november 1968, rechtdoende in kort geding, de toets der rechterlijke kritiek niet heeft kunnen doorstaan. De mogelijkheid, de uitslag van het examen te koppelen aan het getal van de plaatsen die in het volgende cursusjaar beschikbaar zullen zijn, was hiermede uitgesloten. De instelling van een vergelijkend propedeutisch examen zou steeds mogelijk zijn op grond van een wettelijke regeling. Een analyse van deze kwestie wordt gegeven in § 5.
( .. )
Met volledig besef van de tekortkomingen in examens en examenmethoden, ga ik er van uit, dat in het algemeen onderwijzers, leraren en hoogleraren, wanneer zij als examinatoren optreden, hun normen afstemmen op de voortgangskansen, dat wil zeggen op het belang van de leerlingen, en niet op de mogelijkheden die door roosters en lokalen worden geboden.” - De minister meldt dat Groningen via loting 36 studenten voor het tweede studiejaar op een wachtlijst heeft geplaatst; zij kunnen een soort studentschappen gaan doen om deze tijd te overbruggen.<“§ 5. De toetsing en de studie-inrichting
Onder IH-a beveelt de commissie-Verdam aan, een even- tueel nodig geachte selectie op basis van het eindexamen af te wijzen.
Ik kan de gronden die de commissie voor dit advies in § 11 van haar rapport geeft, goeddeels onderschrijven. Aan de be-vordering van een wettelijke regeling in deze zin zou ik dan ook vooralsnog niet wensen mee te werken.
Ook de instelling van een afzonderlijk toelatingsexamen voor de studierichting der geneeskunde komt mij in de huidige situatie niet aantrekkelijk voor. Zonder de toevoeging van vakken aan het examenprogramma zou bij deze gelegenheid de reeds bij het eindexamen onderzochte kennis opnieuw worden getoetst. Voor de toevoeging van extra test-onderdelen ontbreekt voorshands de grondslag. Op dit punt kan niet worden meegegaan met hen, die ter vergelijking buitenlandse voorbeelden aanhalen zonder daarin de verschillen te betrekken, die het onderwijsstelsel in die andere landen ken-merken ten opzichte van het hier te lande bestaande stelsel.
( .. )
Uit het vorenstaande kan blijken dat ik op dit punt het advies van het Interfacultair Overleg Geneeskunde, dat een beperking van het aantal studenten voor het begin van de studie essentieel acht, voorshands niet kan volgen. Ik overweeg hierbij mede, dat een aanzienlijk percentage van hen die zou den worden afgewezen bij selectie op basis van de uitkomsten van het eindexamen of van een toelatingsexamen bij eerste inschrijving toch voor de medische studie geschikt zou kunnen zijn. Zij zouden dan niet in staat worden gesteld deze geschiktheid in de praktijk van de propedeutische studie te bewijzen. Tevens betrek ik in mijn overwegingen dat het eindexamen een onderwerp vormt van intensieve discussie, die wellicht aanleiding zal geven tot min of meer ingrijpende ver- anderingen.
( .. )
Ook in het parlement zijn telkens stemmen opgegaan om de totstandkoming van selectieve propedeuse-programma's te bevorderen. Laatstelijk is dit gebleken bij de behandeling van het wetsontwerp 8508, houdende voorzieningen inzake de mogelijkheid van tijdelijke beperking van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde, tijdens het zittingsjaar 1965-1966. De toelatingsbeperking vóór de aanvang van de studie, die in dat wetsontwerp werd voorgesteld, ontmoette niet alleen als zodanig van vele zijden bezwaar, daartegenover werd de selectie tijdens de studie als alternatieve mogelijkheid onderstreept.
Ik heb er reeds in paragraaf 3 geen twijfel over laten be- staan, dat ik mij voeg bij hen, die het oriënterend propedeu- tisch examen bestempelen als een geschikt selectiemoment.
Ik wil er uitdrukkelijk op wijzen, dat ik bij het gebruik van de term ‘selectie’ de positieve betekenis daarvan op het oog heb. De selectie moet vooral het belang van de student dienen en moet hem inzicht verschaffen in de mate van geschiktheid die hij voor het volgen van de gekozen studierichting bezit. Er zal zoveel mogelijk worden moeten geselecteerd aan de hand van geijkte criteria, waarover bij de studenten tevoren inzicht bestaat. ” - Dan volgt een uitvoerige beschouwing over diverse mogelijkheden om een getalsbeperking van studenten te realiseren: wachtlijstn, vergelijkende selectie, enzovoort.
Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. Kamerstuk 10 327.
- nr 1, 2. Ontwerp van wet. pdf
- nr 3. Memorie van toelichting. pdf
- nr 4 Voorlopig verslag. pdf
- nr 5. Memorie van antwoord. pdf
- nr 10. Nota van wijzigingen. pdf [beperkt de geldigheidsduur tot 31 augustus 1974]
Bergenhenegouwen, G. J. (1970). De Nota Posthumus in discussie. Een analyse van standpunten. SISWO Sector Onderzoek Wetenschappelijk Onderwijs & OTO Overlegcommissie Tertiair Onderwijs.
Maurits de Vroede, (1970). Van schoolmeester tot onderwijzer. De opleiding van de leerkrachten in België en Luxemburg, van het eind van de 18de eeuw tot omstreeks 1842. Leuven: Universiteitsbibliotheek.
- p. 44-45: In de 18e eeuw kregen kandidaat-schoolmeesters wat hun kennis 'buiten die van de catechismus' betreft een summier onderzoekje: "Het werd afgenomen door de wereldlijke of geestelijke autoriteit, door beide samen, of door de inwoners." Het lijkt erop, maar De Vroede zegt dat niet met zoveel woorden, dat dergelijke examens meestal een enkele kandidaat betroffen. Werd die afgewezen, dan moest een nieuwe kandidaat worden gezocht. "Boden verscheidene kandidaten zich voor één plaats aan, dan liet men het lot beslissen [zoals te Hasselt in 1720: cfr. De Baere, dl I. blz. 40] of hield men een vergelijkend examen." [De V. geeft er enkele vindplaatsen voor, kennelijk was zo'n vergelijkend examen niet algemeen gebruikelijk] Dat vergelijkend examen stelde niet veel voor: "Bovendien heeft favoritisme zich hier laten gelden, terwijl de voorkeur van de pastoor, die het in de dorpen voor 't zeggen had, uitging naar de man die het orgel kon bespelen."
1971 Wachtlijsten en loterijen? Nee, universiteiten moeten gewoon onderwijs geven
Verslag van een mondeling overleg tussen de vaste Commissie voor Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs en de Minister zonder Portefeuille, belast met het Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs, over de beperkende maatregelen, die aan verschillende universiteiten zijn genomen ten aanzien van de aantallen eerstejaarsstudenten
Zitting 1971-1972 - 11 592 nr 1 (1 november 1971) statengeneraaldigitaal.nl pdf
- “
Rijksuniversiteit Leiden. Bij de faculteit van de sociale wetenschappen in de subfaculteit der psychologie zijn er geen beperkende maatregelen meer ten aanzien van de eerstejaars-studenten. Aanvankelijk vond loting plaats. Een deel van diegenen die uitgeloot waren, heeft zich teruggetrokken, waardoor de wachtlijst zo klein werd dat een beperking niet meer te handhaven was. Bij de subfaculteit der andragogie zijn 90 mensen via een loting toegelaten en staan er 25 op een wachtlijst. ”
- “ ”
- “ Rijksuniversiteit Utrecht. (..) Van de subfaculteit der pedagogische en andragogische wetenschappen is bekend, dat er een loting heeft plaatsgevonden en dat er een wachtlijst bestaat. Nadere gegevens kon de Minister hierover niet verstrekken. Hij wees erop, dat de belangstelling voor andragogie dit jaar verrassend groot was.”
- “De Universiteit van Amsterdam. (..) Bij de subfaculteit van de pedagogische en andragogische wetenschappen valt de zogenaamde “restgroep” mee. Er heeft een loting plaatsgevonden. ”
- “Over het loten zelf zei de Minister dat er voor de faculteiten vaak geen andere mogelijkheden waren, omdat er geen alternatieven waren. Hij zei dat de vorige Ministers van Onderwijs en Wetenschappen de Kamer op de komende moeilijkheden hadden gewezen en achtte de Kamer daarom mede verantwoordelijk.
Beperkende maatregelen, die aan verschillende universiteiten zijn genomen ten aanzien van de aantallen eerstejaarsstudenten.
Zitting 1971-1972 - 11 592 nr 1 (1 november 1971) [De Brauw stuurt verslagen van plaatsingscommissies. Nedergelegd in de bibliotheek, ter inzage voor de leden van de Kamer] pdf
Volkskrant 9-9-1971. Studentenstop is onwettig. Minister waarschuwt alle universiteiten.
- "Lotingen, wachtlijsten en andere maatregelen die verscheidene faculteiten en subfaculteiten de laatste tijd hebben afgekondigd om de gevreesde overvloed van eerstejaarsstudenten te keren zijn onverenigbaar met de huidige wettelijke bepalingen en bovendien door het gebrek aan landelijke coördinatie onbillijk voor de individuele student." Dit schrijft minister de Brauw (Wetenschappen) in een brief die alle universiteiten en hogescholen vandaag hebben ontvangen. Het bericht meldt dan dat er aan de R. U. Utrecht wordt geloot bij pedagogiek en geschiedenis, waarbij de uitgelotenen op een wachtlijst komen en een beperkt onderwijsaanbod krijgen.
DeWitt, L. B. (1971). A lottery system for higher education. Notes on the Future of Education, volume 2 issue 3, summer 1971, 9-12. A publication of the Educational policy Research Center at Syracuse.
Groenman, Sj. (1971). Overmacht rechtvaardigt studierem. Utrechts rector magnificus prof. Groenman antwoordt prof. Szirmai. NRC Handelsblad 28-9-1971.
- In Utrecht heeft men wachtlijsten ingesteld, en Groenman verdedigt de rechtmatigheid daarvan. "Bij de diergeneeskunde heeft men zich al enige maanden voor de grote vakantie kunnen aanmelden. Er is inderdaad voor het beperkte aantal plaatsen geloot. Er is nu een kleine wachtlijst (10-20 personen; het aantal vermindert omdat daarvan telkens iemand een andere bestemming zoekt.) Er is hier sprake van overmacht." "Bij de rechtsgeleerdheid en de geschiedenis heeft men een scheiding gemaakt tussen studenten die het intensieve onderwijs kunnen volgen (hetzij op basis van 'wie het eerst kwam mag het eerst malen', hetzij op basis van loting) èn studenten die aangewezen zijn op hoorcolleges." "Bij de pedagogiek is het aantal zg. uitgelotenen gering (19). Getracht wordt hiervoor een oplossing te vinden. Bij het Nederlands gaat het om ruim 10 studenten, die evenwel aan andere universiteiten, waar de toeloop veel geringer was, gemakkelijk kunnen worden geplaatst." Volgt nog een uiteenzetting over de dan nieuwe studierichting andragogiek, met een capaciteit volgens geldende normen van 60 tot 70, maar een aanmelding van 120 studenten. Hier is dus ook via loting een aantal studenten verwezen naar parallele programma's.
Rosenblatt, J. R., & Filliben, J. J. (1971). Randomization and the draft lottery. Science, 111, 306-308..
Szirmai, Z. (1971). Wachtlijsten. Nederlands Juristenblad, 4-9-1971.
Sies Wiegersma (1971). Studentenstop vraagt ander studieverloop. Alleen voordeur dicht doen helpt niet. NRC Handelsblad 15-11-1991.
Sies Wiegersma (1971). Studiebeperking gaat niet samen met studievrijheid. Capaciteit structureel probleem van het hele tertiaire onderwijs. NRC Handelsblad 16-11-1971.
- 'Bij een beperkte toelating tot de studie is een van de belangrijkste problemen de selectie, als het aantal aanmeldingen het getal der beschikbare plaatsen overtreft. Men kan dit doen door ieder een gelijke kans te geven en het lot te laten beslissen. Dat is niet het slechtste systeem: het is in ieder geval beter dan plaatsing in volgorde van aanmelding of plaatstoewijzing mede op grond van maatschappelijke kenmerken - onverschillig of daarbij kinderen van welgestelden, dan wel van boeren en arbeiders voorrang krijgen." Gaat vervolgens in kort bestek maar heel helder in op de vraag hoe er wel en hoe er niet positief zou kunnen worden geselecteerd. "Een positieve selectie is tot op zekere hoogte mogelijk, maar de waarde is helaas niet zeer groot." "De gedachte is geopperd om aan de bezwaren tegemoet te komen door een gecombineerde werkwijze. Een deel der beschikbare plaatsruimte zou dan verdeeld worden door kandidaten, die op grond van voorspellende kenmerken boven een bepaald minimum komen, allen toe te laten. De overige plaatsen worden dan door loting verdeeld." "Ook als men bijvoorbeeld uiteindelijk voor positieve selectie kiest, is het waarschijnlijk beter met een lotingssysteem te werken, dat veel minder complicaties meebrengt, gedurende de periode dat men de organisatorische kinderziekten van het systeem nog moet genezen."
Wilbrink, B. (1971). Levert selectie in het hoger onderwijs iets op? COWO UvA november 1971. [geen digitale versie beschikbaar, althans nog niet]
- p. 45: Dan is er nog een mogelijkheid van geheel andere orde, al van ouds bekend als selektiemiddel voor een ander netelig probleem waarin kwesties van sociale rechtvaardigheid een rol spelen, namelijk het oproepen van dienstplichtigen voor het leger. Het klinkt belachelijk om in alle ernst voor te stellen te gaan loten voor een plaatsje in het hoger onderwijs. Maar laten we ons zelf niet voor de gek houden, immers een selektie-procedure op basis van gegevens met een slechts geringe voorspellende geldigheid komt goeddeels op hetzelfde neer. En ook wanneer de voorspellende geldigheid groot is, kunnen er bezwaren tegen geuit worden door personen of groepen die zich systematisch ten achter gesteld voelen in de gehanteerde examen-methoden. Het valt mij zwaar andere modellen van lotings-procedures te bedenken dan de juist genoemde schijn van belachelijkheid die aan het voorstel kleeft [kennelijk 'bezwaren' bedoeld ipv 'modellen', b.w. 23-3-'97]. De lijst van voordelen is echter erg lang, en misschien vinden velen hun bezwaren in de hier gepresenteerde lijst van voordelen terug. Te bedenken is dan dat de bespreking van de lotingsprocedure zeer bewust uitgesteld is tot het allerlaatst, omdat voor een nuchtere afweging van de voor en nadelen inderdaad al het voorgaande nauwelijks gemist kan worden. Daar gaan we dan
-
Loten is op zich een goedkope procedure, het kost de maatschappij geen geld en de student geen tijd.
-
Loten heeft geen negatieve invloed op voorafgaand onderwijs, niemand kan zich er op voorbereiden (tenzij men op bepaalde wijze gekwalificeerd moet zijn om aan de loting mee te mogen doen, dit is echter geen problematische kant van de lotingsprocedure want de moeilijkheden liggen in dat geval in de selectieve situaties in voorafgaand onderwijs).
-
Loten is een zeer onthullende aangelegenheid, en wel het meest voor degenen die uitgeloot worden.De politieke beslissing die ten grondslag ligt aan de noodzaak slechts een deel van de gegadigden tot het onderwijs toe te kunne laten, wordt niet ingekleed in allerlei versluierende procedures. De slachtoffers weten waar ze moeten protesteren (en dat ze kunnen protesteren, een examenresultaat daarentegen heeft iets "onaantastbaars' (ten onrechte overigens, zoals we hebben gezien).
-
Uiteraard is loten een procedure die aan het onderwijs voorafgaat, het is niet zinvol haar pas na enige tijd - een jaar bijvoorbeeld - te houden. Selektie door loting impliceert dan ook een daaropvolgend onderwijs dat in belangrijke mate selektievrij kan zijn.
-
Bij loten kan niet het bezwaar gemaakt worden dat ongelijke monniken gelijke kappen opgezet worden: dat zou het geval zijn bij selektieve toetsing. Bij selektie door toetsing hebben we te maken met voor iedereen dezelfde procedure, waaruit gelijkertijd ongelijke kansen volgen, omdat er vrij grote persoonlijke verschillen zijn in mate en aard van voorbereiding, specifieke belangstellingen en begaafdheden, ingespeeld zijn op de toetsingssituatie zelf, etc. bij loting zijn de kansen strikt gelijk.
-
Degenen die door loting afgewezen worden, krijgen niet het odium op zich geladen ergens voor "mislukt" te zijn, een kneusje te zijn. Hun kansen om elders aan de slag te komen of onderwijs te krijgen zijn niet ongunstig beUinvloed door slechte examenresultaten.
-
De kosten en opbrengsten van een lotingsprocedure moeten vergeleken worden met de kosten en opbrengsten van andere mogelijke vormen van selektie.
Het gehele voorgaande betoog heeft geresulteerd in de constatering dat van selektieve examens al met al geen gunstig rendement kan worden verwacht, dat de er aan verbonden kosten - financieel, mankracht, verlies aan kwaliteit v.h.onderwijs, persoonlijk welzijn v.d. student - dat deze kosten hoog, erg hoog zijn. Loten verdient dan een zekere voorkeur."
Wilbrink, B. (1971). Levert selectie in het hoger onderwijs iets op? Samenvatting en conclusie van een rapport in voorbereiding. COWO UvA november 1971.
1972 Een wettelijke studentenstop met loting
Totstandkoming en uitvoering van de wet van 6 juli 1972, Stb. 355, houdende voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen (Machtigingswet Inschrijving Studenten). 1971-1974 1 pak
- Nationaal Archief, Den Haag, Afdelingen Hoger Onderwijs, Hoger Onderwijs en Wetenschappen en het Directoraat-Generaal voor de Wetenschappen van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, (1911) 1918 - 1975, nummer toegang 2.14.58, inventarisnummer 221
- archiefplaats
Verslag van de Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten cursusjaar 1972-1973 pdf
- “ .Na een overzicht te hebben gegeven van de oorzaken welke tot het instellen van een Centrale Vooraanmelding en het indienen van de Machtigingswet inschrijving studenten hebben geleid, heeft de heer Piekaar medegedeeld, dat de selectie van hen, die zich voor een studierichting met numerus fixus aanmelden als volgt dient plaats te vinden:
- zij, die een 7i of hoger als gemiddeld eindexamen-cijfer behaalden verkrijgen directe toelating. Abituriënten van een instelling van hoger beroepsonderwijs met aansluitende opleiding en van een Europese school kunnen hiervoor eveneens in aanmerking komen;
- zij, die hun militaire dienstplicht vervuld hebben verkrijgen directe toelating;
- zij, die de studie aanvangen op basis van een beurs, verleend door een lands- of eiiandsregering van Suriname of de Nederlandse Antillen en waaraan een verplichte terugkeer is verbonden, verkrijgen directe toelating;
- zij, die op basis van een contract met de overheid een studie aanvangen, verkrijgen directe toelating;
- de overigen nemen deel aan een loting, welke door een notaris zal worden gehouden.
”
Voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen (Machtigingswet inschrijving studenten). Zitting 1971-1972. Kamerstuk 11 830 Nr. 1, 2 Ontwerp van wet statengeneraaldigitaal.nl pdf
Idem, Nr. 3 Memorie van toelichting statengeneraaldigitaal.nl pdf
- “ Ook de ondergetekenden zijn van oordeel dat de toelating zal moeten geschieden op grond van een beoordeling van eindexamencijfers, gecombineerd met loting. In hoeverre deze mogelijkheid behalve ten aanzien van de V.W.O.-eind- examencijfers zal kunnen worden toegepast, is nog in studie. Evenzo of en, zo ja, in welke gevallen bij inadequate voor- opleiding selectie op grond van eindexamencijfers toch mogelijk zou kunnen blijken.”
Idem, Nr. 5 Voorlopig verslag pdf
- “ Voor de tot de fractie van de V.V.D. behorende leden was een beperking van het aantal studenten, voor welke studie- richting dan ook, een uiterste middel. Zij vonden dat het ge- stelde in de rechterkolom van blz. 4 van de memorie van toe- lichting onvoldoende rechtvaardigt dat deze maatregel wel zou passen in het Nederlandse onderwijssysteem en zouden dan ook gaarne nadere uiteenzettingen hieromtrent tegemoetzien.
Deze leden waren van oordeel dat de onstuimige groei van het aantal studenten aan onze universiteiten en hogescholen, een groei die alle prognoses en verwachtingen te boven ging, in feite te wijten is aan de al jaren bestaande numerus fixus bij het hoger beroepsonderwijs. Vele jonge mensen, wier eerste keus na het eindexamen van het voortgezet onderwijs een korte beroepsgerichte opleiding zou zijn, vinden de deuren van deze hogere beroepsscholen gesloten en melden zich dan aan voor een wetenschappelijke opleiding.
Eigenlijk, zo vonden deze leden, zou beperking van het aantal studenten voor wetenschappelijke opleidingen vergezeld moeten gaan van duidelijke beleidsvoornemens en concrete plannen tot uitbreiding van het h.b.o. Zij hadden dergelijke uiteenzettingen echter gemist en vroegen de minister dit ver- zuim in zijn memorie van antwoord goed te willen maken.” - “ Het minst onbillijk en discriminerend zou naar de voorlopige mening van genoemde leden in het kader van de voorgestelde, tijdelijke en incidenteel te hanteren regeling werken: een louter kwantitatief selectiecriterium dat gebaseerd is op het blinde lot. Een dergelijk selectiemechanisme voorkomt bovendien — zoals deze leden al eerder in dit verslag hebben aangegeven - dat in de regeling elementen van elite-kweek en dergelijke worden ge- introduceerd die daaraan vreemd behoren te zijn.
Hierbij zij overigens aangetekend dat een aantal leden van de P .v.d.A.-fractie voorshands overwegende bezwaren heeft tegen elke vorm van loting als selectiecriterium.” [par. 5.a. Selectie] - “ De tot de fractie van D'66 behorende leden herinnerden er- aan dat de bewindslieden in hun memorie van toelichting stel- len dat, wanneer een beperking wordt aangebracht in het aantal toe te laten studenten, het beginsel moet zijn “dat elke gegadigde, die gekwalificeerd is tot het volgen van het onderwijs en het afleggen van examens, in die studierichting dezelfde kans krijgt zich daadwerkelijk te laten inschrijven”.
Willen de ministers uitleggen, zo vroegen deze leden, hoe zij enig ander systeem dan loting kunnen kiezen als zij vasthouden aan het geven van “dezelfde kans”?” [par. 5.a. Selectie]
Idem, Nr. 6 Memorie van Antwoord pdf
- “Het vorenstaande in aanmerking genomen zijn de ondergetekenden van mening dat voor het studiejaar 1972-1973 zoveel mogelijk de hand moet worden gehouden aan het beginsel dat elke gegadigde, die gekwalificeerd is tot het volgen van het on- derwijs en het afleggen van examens in een studierichting de- zelfde kans krijgt zich daadwerkelijk te laten inschrijven. Dit uitgangspunt houdt in dat doelstelling van de selectie moet zijn een beperkt aantal geschikten toe te laten. De logische metho- de zou dan ook zijn onder alle geschikten te loten. Teneinde het vorengenoemde bezwaar tegen loting niet geheel terzijde te schuiven zijn de ondergetekenden van oordeel dat het te rechtvaardigen is voor een klein aantal gegadigden een recht- streekse toelating dus zonder selectie mogelijk te maken, en daarbij als grens te stellen een hoog cijfer als gemiddelde van de eindexamencijfers, waarbij een gemiddelde van 1\ als mi- nimum ware aan te houden.”
- Voor die cijferbepaling geeft de MvA de precieze uitvoering.
Idem, Nr. 7 Bijlage statengeneraaldigitaal.nl pdf
Idem, Nr. 9 Eindverslag Brief ARstatengeneraaldigitaal.nl pdf
Idem, Nr. 10 Nota n.a.v. het eindverslag statengeneraaldigitaal.nl pdf
Idem, Nr. 11 [brief Onderwijsraad] pdf
Idem, Nr. 12 [brief Onderwijsraad] pdf
VRAGEN van de heren Laban (P.v.d.A.) en Masman (P.v.d.A.) betreffende het toelatingsbe-
leid bij het h.b.o. (Ingezonden 29 mei 1972.) Aanhangsel tot het Verslag van de Handelingen der Tweede Kamer 3671 pdf
- “ 4. Wil hij voorts bevorderen dat de scholen voor h.b.o. bij hun toelatingsbeleid geen onderscheid maken tussen h.a.v.o.- en h.b.s.-diplomabezitters?.”
- Antwoord: “ .4. Hoewel gesteld kan worden dat in beginsel bij de toe- lating tot het hoger beroepsonderwijs geen onderscheid wordt gemaakt tussen kandidaten, die in het bezit zijn van een h.b.s.-, dan wel een h.a.v.o.-diploma, zal ik er aandacht aan blijven schenken, dat dit onderscheid bij de toelating van gegadigden achterwege blijft.
In dit verband kan ik, met betrekking tot de toelating tot het hoger technisch onderwijs, nog verwijzen naar de antwoorden op de vragen van mevrouw Smit-Kroes en de heer Van Dijk
(Tweede Kamer, nr. 1041) en de heer Franssen (Eerste Ka- mer, nr. 149).”
Handelingen Eerste Kamer 4 juli 1972 over de Machtigingswet 11 830
- Van Hulten (PPR): “
Een praktisch bezwaar tegen de beperkte toelating tot univer-siteiten is het ontstaan van een intern universitair mechanisme, dat erop gericht is degenen, die eenmaal tot het eerste jaar zijn toegelaten ook te laten doorstromen tot en met het diploma van het doctoraal examen. Als de Minister wat had rondgekeken in universiteiten in landen met een numerus fixus, had hij dit kun-nen weten. Hoe werkt dit mechanisme? Het werkt als volgt. De ambtenaren en hoogleraren, belast met de opleiding in de lagere jaren, hebben er belang bij, dat hun studenten in deze jaren naar volgende jaren doorschuiven, omdat anders voor nieuwe lichtin-gen plaatsen geblokkeerd raken. De ambtenaren en hoogleraren in de hogere studiejaren hebben hetzelfde belang bij een con-stante aanvoer, omdat zij anders met lege lokalen, enz. kunnen komen te zitten, hetgeen in extreme gevallen zelfs tot werkloos-heid kan leiden; daarvan zijn zij in hun positie uiteraard geen voorstander. In feite betekent de numerus fixus dat. als men maar eenmaal tot een universiteit is toegelaten, de bul van het doctoraal reeds in de zak zit.
Loten voor het verkrijgen van een plaats in een universiteit of een hogeschool is ons inziens voor alle of voor een deel der plaatsen absoluut onaanvaardbaar, al was dit alleen maar, omdat dit opnieuw de financieel bevoorrechten in onze maatschappij meer kansen geeft dan anderen. Deze kunnen het zich immers permitteren hun kinderen gedurende meerdere jaren te laten meeloten en ze, als zij niet inloten, dit jaar aan een buitenlandse universiteit te laten overbruggen. Bij een lotingsysteem onthou-den wij deze kans zeer bewust aan al degenen, die financieel niet zo bevoorrecht zijn. ”
- Draijer (D66) “
Nu zijn wij van mening, mijnheer de Voorzitter, dat bij selectie van zich aanmeldende studenten in de eerste plaats het rechtsge-voel van de aanmelders dient te worden gerespecteerd. Dat wijst op loting, ondanks de bezwaren van de heer Van Hulten. Op de TH Twente is daarmede gedurende een aantal jaren ervaring op-gedaan; niets wijst erop dat dit in strijd was met het rechtsgevoel van de aspirant-studenten. .”
- Minister De Braauw “
Het is bekend, dat volgens de huidige inzichten over selectie van studenten met elke vorm van selectie de grootst mogelijke voorzichtigheid dient te worden betracht. Daarin is dan ook de reden gelegen, dat on-der de huidige omstandigheden in hoofdzaak loting zal plaatsvin-den. Ik meen echter ook dat niet geheel terzijde kan worden ge-schoven, dat aan loting het grote bezwaar is verbonden, dat ge-gadigden met een grotere kans op een succesvol verloop van de studie uitgeloot kunnen worden. Vandaar de gemaakte uitzonde-ring, waarbij ik er wel op wijs, dat voor de rechtstreekse toela-ting een hoog gemiddelde der examencijfers is gesteld, namelijk 7.5. Men kan ook verdedigen - ik zal het niet doen - dat juist het onbekend zijn met dit selectiestelsel, althans wat de cijfers boven de 7,5 betreft, de zaak zuiverder houdt dan wanneer men tevoren bij het toekennen van cijfers rekening zou hebben kunnen houden met deze selectie. (..)
Het ligt in de bedoeling, voor de volgende jaren een beter selectiesysteem te ontwerpen, waarvoor het advies van prof. De Groot de aanzet zal kunnen zijn.
Naar aanleiding .” - “ .”
- “ .”
- “ .”
Machtigingswet inschrijving studenten. Staatsblad, 1972 nr 355.
Bastian, H. P. (1972). Zulassungsbeschränkungen zum Studium an wissenschaftlichen Hochschulen. Eine Verfassungsrechtlichen Untersuchung. Diss Heidelberg. Groningen, Utrecht, Nijmegen, CC Den Haag. Niet opgevraagd.
De Tijd 24 april 1972. Prof. dr. H. Duparc over studentenstop: voor allerbesten geen loting.
De Tijd, 11 augustus 1972. Studenten loten bij de notaris. Micro-secties en staartnummers. [Een verslag van de eerste keer dat er een landelijke loting wordt gehouden]
Machtigingswet inschrijving studenten. Wet van 6 juli 1972, Stb. 355, houdende de voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de nederlandse universiteiten en hogescholen. Stb. 406 (1975), Stb 59 (1985). Voor opsomming van wijzigingen en van de behandeling in de Staten Generaal, zie bv. Schuurman & Jordens' editie Nederlandse Staatswetten, Wetgeving hoger onderwijs. Zwolle; Tjeenk Willink.
Rawls, John (1972). A theory of justice. Oxford University Press.
Trouw 19-10-1972. Apart brugjaar voor uitgelote studenten. Brief aan 1500 studenten.
1973 Blijven we loten?
Historische kamerstukken zijn tegenwoordig online beschikbaar en te vinden op http://www.statengeneraaldigitaal.nl/.
De minister stuurt 22 februari 1973 een brief naar de Tweede Kamer, vergezeld van vier bijlagen (Commissie Aanmelding; Werkgroep Selectie; Academische Raad; Onderwijsraad), online beschikbaar (zie hierbeneden). De discussie gaat over de wijze van toelaten voor het tweede jaar dat er een numerus fixus regeling is. Er zijn een paar bijzondere omstandigheden die in de discussie spelen; degenen die in 1972 zijn uitgeloot zijn zwaar getroffen omdat zij pas op het laatst met de numerus fixus werden geconfronteerd, zij zouden in 1973 voorrang verdienen; die voorrang zou eenmalig gegeven kunnen worden, omdat door de overgang van de 5-jarige HBS naar het 6-jarige atheneum er minder toestroom tot het universitair onderwijs zal zijn. In de Werkgroep selectie zitten o.a. Wiegersma, De Groot en De Moor. De opstelling van de werkgroep ligt in lijn met wat Wiegersma in 1971 in de NRC schreef, dat selectie op cijfers weinig oplevert, en dat zolang er geen verantwoorde selectieprocedure is ontwikkeld een gemengd systeem van toelating van degenen met de hoogste cijfers en loten voor de overigen, de voorkeur verdient. "Daarom pleiten wij er voor om evenals in 1972 'goede leerlingen' tot de studie toe te laten zonder loting. Onder deze categorie verstaan wij degenen die een 'goede eindexamenlijst' hebben. Daarbij sluiten wij aan bij een algemeen gevoelen dat zij die zeer goede prestaties in het v.w.o. hebben geleverd in elke geval de gelegenheid moeten hebben de studie voort te zetten." De werkgroep problematiseert dit meritocratische gevoelen niet, zoals de commissie Drenth dat in 1997 evenmin doet. "9. Een gemiddeld eindexamencijfer dat rechtstreeks toelating tot de studie biedt kan tevoren worden vastgesteld, maar ook achteraf met als uitgangspunt het percentage aanmeldingen, dat men rechtsreeks wil toelaten. Aan de laatste manier zijn enkele praktische bezwaren verbonden, namelijk: a. de ervaring leert dat er over de jaren schommelingen voorkomen; b. een dergelijk systeem mist de noodzakelijke dooraichtigheid voor de betrokkenen. Het tevoren vaststellen van een cijfer verdient dan ook de voorkeur." Zo komt de ene werkgroep via een oppervlakkige redenering tot de ene opstelling, en de andere commissie (Drenth, 1997) tot de andere: 50% van de plaatsen voor directe toelating. De werkgroep doet hier ook het voorstel voor een toelatingstoets, om de 25% met de beste scores (nu wel een procentueel criterium!) direct toe te laten.Academische Raad, wil dezelfde selectiecriteria als in 1972 ook in het vervolg blijven hanteren; "Voor de goede orde zij hierbij vermeld dat het o.a. door de 'Commissie Algemene Vraagstukken Verhouding v.w.o.-w.o.' ingediende voorstel om integrale loting te adviseren voor de abituriënten, die zich in het komend studiejaar voor de eerste keer aanmelden, door de raad is verworpen."De eerste Afdeling van de Onderwijsraad wil continuering van de in 1972 gehanteerde procedure, en heeft geen bezwaar tegen eenmalig rechtstreeks toelaten van eerder uitgelotenen.
Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 1 Selectie-procedure machtigingswet inschrijving studenten cursusjaar 1973-1974 (22 februari 1973) pdf
- “ .Alle bovengenoemde adviezen willen een rechtstreekse toelating verlenen aan hen die een gemiddeld cijfer van 7i of hoger hebben behaald voor alle vakken waarin eind- examen is gedaan. Deze adviezen berusten op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde generatiesta- tistieken, waarin voor vele studierichtingen een verband tussen eindexamencijfers en numeriek rendement wordt aangetoond. In de adviezen wordt een voorkeur uitgesproken voor het leggen van de grens bij het cijfer 1\. Daarmee wordt aange- sloten bij de regeling die voor het cursusjaar 1972-1973 is toe- gepast. Het introduceren van verdere verfijningen in dit stelsel, bij voorbeeld door bijzondere aandacht te schenken aan zeer goede cijfers in bepaalde, voor de gekozen studierichting rele- vant geachte, vakken wordt in de meeste adviezen afgewezen.
Ik ben voornemens mij bij deze adviezen aan te sluiten en ook voor het cursusjaar 1973-1974 hen die een gemiddeld cijfer van 7i of hoger hebben voor alle vakken waarin eind- examen is gedaan rechtstreeks tot de gekozen studierichting toe te laten.” - “Door de werkgroep-Wiegersma is gepleit voor het geven van een extra mogelijkheid voor rechtstreeks toelating, in de vorm van een speciale toets in een of twee vakken die voor het numeriek rendement in de betrokken studie worden geacht een bijzondere voorspellende waarde te hebben. Het be- halen van een nader vast te stellen resultaat in deze objectieve toets zou eveneens een rechtstreekse toelating moeten verschaffen.
De overige adviserende instanties hebben deze verfijning af- gewezen, onder andere omdat deze een aantasting zou kunnen betekenen van de aan het eindexamen verbonden studie- rechten.
Ik meen het laatstgenoemde argument zwaar te moeten laten wegen. Het slagen voor het eindexamen v.w.o. geeft toe- lating tot de universitaire studie, zij het dat het vakkenpakket zekere beperkingen in de keuze oplegt. Een speciale toets zou een nieuw element in de overgang van het v.w.o. naar het w.o. introduceren, hetwelk ik in strijd acht met het beleid dat ge- richt is op ruime overgangsmogelijkheden.”
Aanbevelingen van de Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten met betrekking tot het te voeren beleid voor het cursusjaar 1973-1974 en volgende jaren. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 2 (22 februari 1973) pdf
- “B. Ten aanzien van het dit jaar toegepaste selectiecriterium van een gemiddeld eindexamencijfer van 71 zijn de volgende bezwaren aan te voeren:
-
Het staat niet vast, dat een gemiddeld cijfer een valide predictor voor de studie of de beroepsuitoefening geacht moet worden.
-
Een aanzet tot een bovenmatige prestatiedrift verdient geen aanbeveling.
-
Het eventueel majoreren van eindexamencijfers wordt mogelijkerwijs bevorderd.
-
De in te voeren selectieve propaedeuse als onderdeel van de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs zal een selectie vooraf overbodig maken. >
-
Het onderwijskundig streven is er heden ten dage op ge-richt tot een geheel andere waardebepaling van door de leer-lingen verworven inzichten te komen.
Tevens wordt de opzet der procedure ondoorzichtiger en de administratieve verwerking ingewikkelder. ” - De Commissie beveelt aan om uitgelotenen het erop volgende jaar bij voorrang te plaatsen. Of anders na twee keer uitloten bij voorrang te plaatsen. Dit geluid komt overigens ook van andere adviseurs. Is het een bewuste strategie om de kop nog even in het zand te steken?
Werkgroep Selectie in verband met de Machtigingswet Inschrijving Studenten. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 2. Bijlage II blz. 5 en volgende (22 februari 1973) dezelfde pdf
-
“De werkgroep selectie in verband met de machtigingswet in-schrijving studenten biedt hierbij haar eerste rapport aan, daarbij verwijzend naar de brief van de Minister van On-derwijs en Wetenschappen van 6 november 1972, DGW/AZW 228.720.
De werkgroep is als volgt samengesteld:
prof. dr. S. Wiegersma, voorzitter;
drs. J. de Bruyn;
prof. dr. A. D. de Groot;
prof. dr. R. A. de Moor;
mr. C. H. van Norden;
prof. dr. H. M. J. Scheffer;
drs. B. J. Westerhof;
dr. H. W. te Winkel, secretaris.
Dit rapport doet aanbevelingen inzake de selectie-criteria die in 1973 kunnen worden toegepast voor die studierich-tingen, waarvoor het aantal toe te laten eerstejaarsstudenten moet worden beperkt. ”
- In dit eerste rapport van de Werkgroep staan enkele interessante tabellen met rendementsstatistieken. Zie de pdf.
Academische Raad. 21-2-1973. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 2 (22 februari 1973), Bijlage 3, blz. 9 dezelfde pdf
- “De raad heeft deze aangelegenheid behandeld in zijn verga-dering van 3 februari jl. Bij deze behandeling bleek de raad van mening dat voor het studiejaar 1973-1974 in het algemeen dezelfde selectie-cri-teria zullen moeten gelden als die welke zijn vastgesteld voor het studiejaar 1972-1973, namelijk: rechtstreekse toelating tot een studierichting waarvoor numerus fixus geldt bij een gemid-deld eindexamencijfer van 7,5 of hoger en loting voor de overige abituriënten die zich aanmelden voor de betreffende studierichtingen. ”
Onderwijsraad. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 2 (22 februari 1973), Bijlage 4, blz. 10 dezelfde pdf
- “In antwoord op uw hierboven vermeld schrijven heeft de Eerste Afdeling van de Onderwijsraad de eer Uwe Excellentie te berichten, dat zij in het algemeen geporteerd is voor een continuering van de voor het cursusjaar 1972-1973 gehan-teerde selectieprocedure.
Een meerderheid van de afdeling zou zich ook kunnen ver-enigen met een toelating op grond van een gewogen gemid-delde waarbij aan de voor noodzakelijk geachte vakken be-paalde cijfers een grotere betekenis wordt toegekend dan aan andere. Wel moet dan duidelijk vaststaan, welke vakken voor iedere studierichting in dit opzicht als belangrijkste zullen gelden.
( . . . )
Tegen de door de werkgroep voorgestelde speciale toets heeft zij zeer ernstige bezwaren, aangezien dit zou neerkomen op een verkapt soort verlengd eindexamen en derhalve zou leiden tot een devaluatie van het einddiploma.”
Academische Raad (27-10-1973). (66e vergadering, agendapunt 5). Selectie-procedure bij toepassing Machtigingswet inschrijving studenten. Met rapportage 4-10-1973 van de commissie v.w.o.-w.o. over Selectiemethode bij de toepassing van een numerus fixus voor 1974. Met brief van staatssecretaris Klein van 28-9-1973 met verzoek om bij advisering tevens een voorstel van dr. Pompen te betrekken, gedaan in De Tijd van 13 augustus 1973. [ zie ook Bijlage I in kamerstuk 12929 nr 4 pdf]
Aktiegroep Medicijnen Nijmegen (1973). Gezondheidszorg in Nederland. Nijmegen: SUN.
- Planning van medies onderwijs, numerus fixus en artsendichtheid, 39-55
Asche, H., Lüthje, J., & Schott, E. (1973). Der numerus clausus oder Wer darf studieren? Hamburg: Rowohlt.
- Holger Asche: Der numerus clausus und das Dilemma staatlicher Planung im Kapitalismus. 11-56.
- Erich Schott: Das Abiturzeugnis sagt wenig aus. Psychologische und pädagogische überlegungen zur Zulassungs-Ausleseproblematik. 57-84.
- Jürgen Lüthje: Abbau der Ausbildungsfreiheit? 85-116.
Rotter, Hartmut (1973). Numerus clausus nach neuen Recht. Bad Honnef. PICA maar geen plaats. Niet opgevraagd.
Werkgroep Selectie (voorzitter S. Wiegersma). Brief aan de minister 12 juni 1973, bijlage nr. V bij de memorie van toelichting op het wetsontwerp machtigingswet (kamerstuk 12929) pdf .
Wilbrink, B. (1-2-1973). Commentaar op de aanbevelingen van de werkgroep Wiegersma. jpg
- Ik ben kwijt wat er precies met dit stuk is gebeurd. Ik meen dat het op de een of andere manier, mogelijk via het CvB, door de universiteitsraad van de UvA is meegenomen in beraadslagingen over de inbreng van de UvA bij de Academische Raad. Bij herlezen in 2011 was ik verbaasd over de datering, en de scherpte van de argumenten. In een veel later stuk van de aansluitingscommissie van de AR, ws. 1980, n.a.v. de toelatingstoets die door het Cito werd voorbereid, zag ik een aantal van deze argumenten opnieuw voorbijkomen.
Wijnen, W. (1973). Wie mag in 1973 naar de universiteit? Universiteits Krant Groningen 31-1-1973. pdf.
- Voorzover mij bekend, is dit de eerste keer dat het idee van een gewogen loting als compromis is geopperd. Mocht ik dit verkeerd hebben, laat mij weten wie met dit idee eerder op de proppen is gekomen (indruk, er is ongetwijfeld in Groningen eerder over gesproken, in diverse wandelgangen).
- "Wil men op basis van de 7,5-regel alsnog een beloning geven aan de studenten, die op het V.W.O. hun best hebben gedaan, dan wordt dat doel inderdaad in sterkere mate bereikt. Een vraag is wel, of het willen geven van kansen, afhankelijk van prestaties, gebaat is met een kloof bij een gemiddelde van 7,5. Het zou ook mogelijk zijn een loting te organiseren, waarbij de kans op succes hoger is, naarmate het gemiddelde cijfer hoger is. In dat geval zouden ook studenten met een gemiddelde van 7, 6,5 en 6 loon naar werken kunnen krijgen. Het effekt ten aanzien van een verhoogd rendement blijft ook in dit geval uiteraard beperkt." "Een loting voor alle gegadigden - al dan niet met verhoogde kansen - lijkt vooralsnog de meest aanvaardbare, de meest billijke, een redelijk valiede, de meest objectieve, de meest doelmatige en de meest doorzichtige oplossing."
1974 Loting houdt het schandaal (van de numerus fixus) in leven
Verlenging en wijziging van de machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, zitting 1973-1974, 12929, 15 mei 1974
- Nr 1 pdf
- Nr. 2: Ontwerp van wet. pdf
- Nr. 3: Memorie van Toelichting.pdf
- Nr. 4: Bijlagen bij de Memorie van Toelichting pdf
- Bijlage 1. Academische Raad aan de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, 16 november 1973.
- Bijlage II Onderwijsraad aan de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen.
- Bijlage III Uit het maandelijks informatieblad "Overzicht van internationale universitaire samenwerking, uitgaande van de universitaire bureaus-buitenland en de Nuffic van oktober 1973".
- Bijlage IV Minister van Veen aan de Voorzitter van de Academische Raad (6 november 1972).
- Bijlage V Werkgroep selectie aan de minister van Onderwijs en Wetenschappen (12 juni 1973)).
- Bijlage VI Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (29 januari 1974).
- Bijlage VII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen aan de Minister avn Landbouw en Visserij en aan meerdere instellingen (14 november 1973)
- nr 5, Voorlopig verslag, vastgesteld 10-12-1974 pdf
Bijzondere voorziening met betrekking tot tijdelijke verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede Kamer der Staten-Generaal, zitting 1973-1974, 12 958
- nr 1-2, 14 juni 1974. Ontwerp van Wet pdf
- nr 3. Memorie van Toelichting pdf
- “De bedoeling van het genoemde wetsontwerp is de werkings- duur van de Machtigingswet inschrijving studenten die op 31 augustus 1974 vervalt, te verlengen tot 31 augustus 1977. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt de wet op enkele punten te wijzigen ten einde enige aanvullende voor- zieningen te treffen.”
- nr 4. Verslag. pdf
- nr 5. Nota n.a.v. het Verslag. pdf
- nr 6. Brief van de staatssecretaris. pdf
Staatssecretaris Klein (26 juni 1974). Loting met een voor ‘herhalers’ grotere kans om in te loten. Bijlage bij de brief op kamerstuk 12958 nr 6. pdf
- Dit is een handig stuk omdat het in detail de hele lotingsprocedure beschrijft. Klein neemt er ook de variant bij van een grotere inlotingskans voor eerer uitgelotenen, waar de kamer bij motie om heeft gevraagd, maar waar die vraag nog nader geconcretiseerd moet worden. Op 14 juni 1974 is nog niet bekend wat de kamer er dan precies mee gaat doen.
Academische Raad, Commissie Algemene Vraagstukken VWO-WO (voorz. H. J. A. Duparc) (1974). Selectie-procedure bij de hantering van een numerus fixus. Advies aan de Academische Raad met betrekking tot een wenselijke selectie-procedure bij de toepassing van de machtigingswet inschrijving studenten. november 1974
- Deze commissie stelt gewogen loting voor, en heeft een mogelijke uitwerking van dat voorstel in zijn advies opgenomen.
- De uitgewerkte gewogen loting is complex: een rol spelen naast elkaar: gemiddeld eindexamencijfer, gemiddeld rapportcijfer van 5 naar 6, schoolvertraging in jaren, gemiddeld cijfer voor relevant geachte vakken, aantal keren eerder meegedaan aan de loting. Daar wordt een soort van gemiddelde van genomen, die de lotingsklasse bepaalt: drie lotingsklassen naast directe toelating.
Bakker, K. (1974). Tegen loting. Universiteit en Hogeschool, 21 #3, 104-118. [pdf: mail mij]
Blom, J. (1974). Toelating tot de universiteiten: Loting of een rechtvaardiger systeem?. Belhamel nr. 17 blz. 8 (LH Wageningen) 4-11-1974
Bochnik, Donike & Pittrich (1974). Numerus clausus in der Medizin. Entwicklung, Analyse, Prognose. Frankfurt/M: Akademische Verlagsgesellschaft. [niet gezien]
- Zie ook Der Spiegel, 3-3-1975 html
Crombag, H. F. M. (1974). Over een kontroverse die een dilemma is. Universiteit en Hogeschool, 21 #3, 153-156. [pdf: mail mij]
Diepenhorst, I. A. (1974). Vrouwe fortuna en de staatssecretaris. Elsevier, 24-5-1974.
- "Jongelui die dank zij negens of tienen voor wiskunde, voor talen, voor geschiedenis, voor scheikunde de 7,5 grens passeerden, kunnen een morele aanspraak op vrij, niet door een stopbeperkte keuze van studie laten gelden, die meestal ten gunste van de aan de schoolsuccessen meest verwante studierichting zal uitpakken." Dit is toch 3 jaar na de publicatie van Rawls' hoofdwerk, waarom dan niet een vraagteken bij de vanzelfsprekendheid ban die 'morele aanspraak' geplaatst? "Zij die duidelijke begaafdheid om te studeren bezitten, moeten niet door het domme lot worden gehinderd." Waarin worden zij dan precies gehinderd, en waarom zou dat niet moeten? Diepenhorst fundeert zijn retoriek in de stilzwijgende veronderstelling dat een door uitloten geblokkerde studiewens dus ook leidt tot het maatschappelijk verloren gaan van talent. Het Delftse uitvalonderzoek uit de vijftiger jaren had die notie toch al duidelijk gelogenstraft, zou je denken (komt dat trouwens in het AR rapport over studieduur, 1964, voor?).
Dijk, M. van (1974) (WSO-bestuur). Loting of zwaardere ingangsselektie? Belhamel nr. 17 blz. 8 (LH Wageningen) 4-11-1974
Doornbos, R., & Maurice, M. A. (1974). Toelating eerstejaarsstudenten wiskunde door loting? Universiteit en Hogeschool, 21 (3, dec),, 136-139. [pdf: mail mij]
- Grappig is dat begin zeventiger jaren zelfs een numerus fixus voor wiskunde tot de mogelijkheden werd gerekend; "De sectie Wiskunde van de Academische raad heeft zich afgevraagd, hoe in dat geval de toelating van eerstejaarsstudenten op de meest juiste wijze zou kunnen worden geregeld." Ook grappig is dat de analyse gebeurt in termen van overschrijdingskansen, met zelfs een tabel van gevonden overschrijdingskansen. Dat zal trouwens wel wijzen op correlaties van 0,4 of 0,5, maar onduidelijk blijft wat als criterium is gebruikt (geslaagd zijn, behaalde cijfers?).
Greef, T. de (1974). Loting of selectie: de misverstanden tussen twee kampen. Folia, 7 december 1974, 8-9.
Greef. T. de, & Schouten, M. (1974). Psycholoog prof. Willem Hofstee over de selectie voor de universiteit: 'Loting houdt 't schandaal in leven.' Haagse Post 5-10-1974.
Groot, A. D. de (1974). Integraal loten is onaanvaardbaar. Universiteit en Hogeschool, 21 (3, dec),, 125-131. [pdf: mail mij]
- "Het voorstel van Staatssecretaris Klein dan behoort mijns inziens door het parlement zo duidelijk mogelijk te worden afgewezen." Is dit alleen maar slordig formuleren, of werkelijk hoogmoed? p. 129: "Op de argumenten van Wilbrink (NRC/Hbld 27-9-'74) behoeven wij niet in te gaan; de belangrijkste ervan zijn wel weerlegd door de reacties van de professoren Leppink en Veldkamp, en Bakker (NRC/Hbld, 11-10-'74)." Ongelooflijk. De 'argumenten van Wilbrink' hebben een rol gespeeld in de standpuntbepaling van de UvA en de Academische Raad, clubs waarin 'professoren' ook ruimschoots aan de discussie hebben deelgenomen. Ook in een persoonlijke briefwisseling wilde De Groot niet op de argumenten ingaan, met het excuus dat het betreffende artikel niet meer voorhanden was, en er geen behoefte aan bestond het opnieuw te lezen.
Hentig, Hartmut von Hentig (1974). Numerus Clausus, Abitur und Alternatieven Massnahmen zur rettung von Massnahmen statt Lösung der Probleme. Merkur, Heft 317, 318. In Hartmut von Hentig (1981). Aufwachsen in Vernunft. Kommentare zur Dialektik der Bildungsreform. (145-186) Klett-Cotta.
Hermans, F. (1974). Van Age Bijkaart, uit Parijs. Een nieuwe rechtvaardigheid. Alleen het noodlot is rechtvaardig. Klein. Een nieuwe Hitler? 21 september 1974. PS?
Hofstee, W. K. B. (1974). De keuze voor loting. Universiteit en Hogeschool, 21 (3, dec), 119-124. [pdf: mail mij]
- p. 120: "Impliciete selektie. Wanneer geselekteerd wordt op eindexamencijfers, wordt impliciet geselekteerd op al die kenmerken die zelf met deze eindexamencijfers korreleren, zoals bijv. socio-ekonomisch milieu. Deze impliciete selektie is altijd minder scherp dan wanneer expliciet op deze kenmerken zou worden geselekteerd, maar blijft bestaan indien de betreffende korrelatie aanwezig is. Het gevolg van de 7,5-regel (en a fortiori van algehele selektie) is dat onder de toegelatenen de lagere socio-ekonomische milieus ondervertegenwoordigd zijn in verhouding tot een situatie waarin algehele loting plaatsvindt. De veelgehoorde en ook bij hoogleraren wel aangetroffen opvattingen dat kinderen uit arbeidersmilieus, die het tot het eindexamen gebracht hebben, tot de betere eindexaminandi behoren, is onjuist.Of men de impliciete selektie op socio-ekonomisch milieu, als gevolg van expliciete selektie op eindexamencijfers, diskriminatie wil noemen is vnl. een kwestie van maatschappelijk waardeoordeel. Aangezien diskriminatie, hoe ook gedefinieerd, altijd één of andere vorm van systematische (niet-toevallige) selektie vooronderstelt, kan zuivere loting nimmer tot diskriminatie leiden - dit in tegenstelling tot een andere misvatting." [dat loten diskrimineert, bedoelt Hofstee waarschijnlijk] Vgl de herhaalde stelling van Job Cohen in 1996 en 1997 dat de toelating van allochtone kandidaten tot geneeskundige studies bedreigd wordt door honoreren van hogere eindexamencijfers, en dat dat maatschappelijk ongewenste resultaten tot gevolg heeft. p. 121 over motiverende werking van de 7,5 regeling; "Tegenover de 25% extra gemotiveerden bij 7,5 inplaats van loting staan dan 70% extra-gedemotiveerden, nl. degenen die hun kansen zien dalen." Dit argument is ook door de Commissie Drenth weer eens over het hoofd gezien. "naar de mening van schrijver dezes getuigt het verzet van sommige VWO-docenten tegen het loslaten van de 7,5-regel (niet; het verzet tegen numeri fixi) ofwel van ondoordachte stellingname ofwel van een onverantwoordelijke taakopvatting." p. 122; "De 7,5-regel is, hoe men het ook wendt of keert, een (impliciete, gedeeltelijke) devaluatie van het VWO-diploma." p. 123; een beschouwing nav 3 hoofdoelstellingen van universitaire studie: a. opleiden van probleemoplossers en experts, b. mensen de gelegenheid geven hun kapaciteiten te ontplooien, c. verbreiding van rationele denk- en handelwijzen, opleidingen tot mondig staatsburgerschap. p. 124; "Tot slot: in sommige gesprekken en geschriften valt t.a.v. loting een merkwaardige manoevre te ontdekken. De onlust die men voelt m.b.t. de numerus fixus lijkt te worden afgereageerd op de loting. We zijn dan a.h.w. terug in de Middeleeuwen toen de boodschapper die een slechte tijding bracht prompt onthoofd werd. Natuurlijk is loting de manier bij uitstek om de numerus fixus nog eens flink in te wrijven. Selektie is het zalfje dat de pijn verzacht, minstends door die pijn in dienst te stelllen van een Hoger Doel. Ik hoop echter te hebben aangetoond dat wie werkelijk tegen een numerus fixus is, selektie afwijst."
Hoger Onderwijs Cahiers nr 13: "Selektie van studenten" Onderwijspers (oto) Utrecht, 1974.
Kirp, D. L., & Yndof, M. G. (1974). Educational policy and the law. Cases and materials. Berkeley: McCutchan. p. 477 e.v. DeFunis v. Odegaard [82 Wash 2d 11, 507 P2d 1169 (1973)]
- Chief Justice Hale (dissenting) "Are there methods by which a state-owned and operated law school may be fairly and constitutionally administered so as to comport with the constitution? Although the courts have neither the power nor the aptitude to operate a university and should be without the inclination to do so, several possible methods come to mind which prima facie, at least, meet the fairness and euqal protection standards of the constitutions. (...) Another possible solution - in case the faculty believes that high prelaw grades shpuld not be the main criterion - prescribe a sound but not extraordinarily high prelaw grade standard and make a random selection by lot and chance of the 275 applicants to be admitted from among those qualifying. (...)."
Klein, G. (1974). Loting met een voor 'herhalers' grotere kans om in te loten. Kamerstuk 12958, nr 6, Brief van de staatssecretaris 26 juni 1994.
Klein, G. (1975). Aanmeldings- en plaatsingsgegevens bij het h.b.o. Antwoord op kamervragen van K. Kolthoff, 8-11-1974. Herdrukt in Tertiair, maart 1975, 33-36.
Leppink, G. J., en F. D. Veldkamp. Reactie op mijn ‘Selectie is irrationeel’ (niet mijn titel) in NRC Handelsblad van 11-10-1974. Zie hier voor details en opmerkingen
Leyte, J. C. (1974). Cijfers spreken tegen. Onderzoek van Onderwijs, 3, nr. 3, 6. Ingezonden brief n.a.v. Wilbrink en Van der Vleugel (1974) 'Bij beperkte toelating beslist het lot.'
- Standpunt van de faculteitsraad wis- en natuurkunde, R.U. Leiden, dat "het toelaten op basis van loting van studenten tot één der richtingen van de faculteit der Wiskunde en natuurwetenschappen, een verwerpelijke oplossing is." Onder andere geeft Leyte, schrijvend namens het Faculteitsbestuur, de verhouding geslaagden (eerste jaar) / studiestakers (na 3 jaar) als 1:1 voor studenten met gem. eindexamencijfer lager dan 7 (n=465), 3:1 iden tussen 7 en 8 (n=586), en 7:1 idem hoger dan 8 (n=567). Opmerking: Leyte toont weer eens aan waar geen strijd over bestaat, het is niet het punt in de argumentatie voor (gewogen) loting, b.w.
'Loot, P. J. M. van der (1974). Nivellering of selectie? NRC Handelsblad 5-6-1974 (Brieven). auteur is onderwijsdekaan faculteit der geneeskunde Erasmus Universiteit Rotterdam.
Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (1974). Literatuurlijst 665b. Enige literatuur betreffende selectie en numerus clausus/numerus fixus bij het wetenschappelijk onderwijs.
Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (1974). Literatuurlijst 831. Enige literatuur betreffende toelating tot het wetenschappelijk onderwijs. 23-9-1974
Mulder, J. de (Red.) (1974). Selektie van studenten: achtergrond / effekten. OTO Hoger Onderwijs Cahiers, 3, nr 13.
NRC Handelsblad hoofdredactioneel. Loten. 22-10-1974
Onderzoek van Onderwijs, 1974, 3, september. Selecteren of loten. Themanummer. De heftige reacties op het CRWO-standpunt in het eerste nummer van deze jaargang, maakten het themanummer opportuun. De reacties verschenen vooral in NRC/Handelsblad, getriggered door hoogleraar biologie Bakker uit Leiden.
Ongedateerde stellingen. Hofstee, W. K. B. Selekteren of loten. De Groot, A. D. Integraal loten onverdedigbaar.
Poll, K. L. (1974). Universiteit als slachtbank. NRC Handelsblad 17-5-1994. ('loting is een onding')
Smolders, C. A. (1974). Selectie of loting? Er is een tussenoplossing. Universiteit en Hogeschool, 21 (3 dec), 132-135. [pdf: mail mij]
- Varianten voor gewogen loting. "Loting is onbillijk voor gegadigden met hoog gemiddelde, in geval van zelfs beperkte voorspelbaarheid van studiesucces." Dat is een interessante omkering van waarden. De onbillijkheid zou toch allereerst de selecterende instantie moeten betreffen, die wordt immers 'benadeeld'? Of het zou het meritocratische argument moeten zijn, maar dan valt niet in te zien waarom in een dergelijk geval selectie op 'verdienste' beter zou zijn dan loten: de historische ontwikkeling is immers dat meritocratische selektie een 'verbetering' was t.o.v. de vigerende selektie op basis van wie men een zoon was?
Spaandonk, J. van (1974). Overproduktie onderwijs doorgedraaid. NRC Handelsblad 7-10-1974.
- suggereert dat de dit jaar meer dan tienduizend uitgelotenen 'op straat blijft staan zonder te weten waar naar toe.' Een thema dat in bijna al zijn stukken terugkeert, en dus een protest tegen de numerus fixus als zodanig is.
Thelen, W. (1974). Numerus clausus und Ärtzeschaft. Zur Kritik der ärztlichen Interessenpolitik. Giessen: Verlag Andreas Achenbach.
- Met uitvoerige tabellen over de bevolkingsgroei, groei in aantallen universitaire studenten, en de ontwikkeling in aantallen aankomende geneeskundestudenten. Aantal inwoners per arts in internationale vergelijking. Etcetera. In Duitsland (BRD) is er al in 1962 sprake van numerus clausus voor geneeskunde, in meerdere Länder, om in 1964 algemeen te worden. Thelen geeft een scherpe analyse van de belangen van de professionele organisaties en van de universitaire docenten. De laatsten werden bijv. tot ca 1960 betaald naar het aantal studenten in hun colleges, daarna was er sprake van een bezoldiging waarin dat aantal geen rol meer speelde. In de aanvangsjaren was er sprake van een versterkt doorzetten van wat daarvoor waarschijnlijk ook al gebeurde; selektie tijdens de rit, met nadruk op het vaknatuurkunde.Dat wordt dan vervangen door ingansselektie op cijfers voor de Abitur. p. 183: Nur 4 Hochschulen legen bei ihrer Selektion im SS 1963 auf Abiturnoten kein entscheidenden Wert. In Hamburg wird nach dem Losverfahren zugelassen, in Saarbruucken werden die Bewerbungen in der Reihenfolge des Eintreffens berücksichtigt. In Kiel und Erlangen wird neben dem Abiturzeugnis vor allem auch die persönliche Eignung, festgestellt in ausführlichen Lebensläufen und Einzelinterviews mit Hochschullehrern, bewertet.p. 185; In 1966 gebruiken 3 van 17 instellen een lotingsprocedure. p. 196: de tweede weg, om via een studie natuurkunde met betere kansen te worden toegelaten. Heeft tot gevolgen: een spiraal omhoog wat gemiddelde cijfer betreft dat directe toelating geeft, en bovendien een numerus clausus voor natuurkunde! Prachtig. Logenstraft alle sussende praat in Nederland over indirecte effecten van voorgestelde maatregelen. Thelen gaat tenslotte ook nog uitvoerig in op de gevolgen van de scherpe selectie op cijfers voor natuurkunde voor de medische stand als zodanig.
Thung, P. J. (1974). Waarom 'Selectie versus loting' een loze discussie is, of hoe zelfs de Wet Herstructurering uitkomst kan brengen. Universiteit en Hogeschool, 21 (3, dec),, 140-152. [pdf: mail mij]
- Natuurlijk als prikkelende stelling bedoeld. Thung gaat in op het onderscheid tussen een algemeen vormend wo waarvoor geen toelatingsbeperking zou moeten gelden, en beroepsopleidingen, waarvoor dat wel mogelijk zou moeten zijn. Dat lost natuurlijk het selectie-probleem niet op.
Timmers, S. (1974). Loting versus selectie. Medisch Contact, 29 (46), 1501-1502.
- Timmers wijst erop dat het eindexamen in feite de toelatinsselectie tot de universiteit is, en dat er tot nu toe geen problemen zijn gerezen dat deze selectie niet adequat zou werken. “Simplificerend gezegd: ik zie niet in dat je, om me tot de medische faculteit te beperken, ineens een grotere mate van ‘knapheid’ moet hebben om dokter te worden omdat de universiteit te klein is. Om dan nog maar te zwijgen van de onbillijkheid tegenover de faculteiten waarvoor geen studentenstop geldt.”
- Reageert op een artikel van F. L. Meyler in hetzelfde tijdschrift, p. 1359, ‘Hazardspel met de toekomst der geneeskunde.’ De inhoud hiervan laat zich raden, maar ik heb de tekst van dit artikel niet. [oude nummers staan waarschijnlijk online, maar op mijn Mac ontbreekt de juiste plugin voor de download . . . ]
Tromp, J. (1974). De studentenstop lost niets op. De Tijd 22-11-1974.
Utrechts Universiteitsblad (1974). Loting / niet de stops / nu breed in discussie. + Meijler: loting dom en onmenselijk. 1-11-1974.
Volkskrant 9 oktober 1974. Dr Wijnen over universiteiten: Loten redelijke oplossing.
Vreeken, J. (1974). Biologische nivellering betekent verlaging studieniveau. Elsevier 4-5-1974.
Wetsontwerp Verlenging en wijziging van de machtigingswet inschrijving studenten, 15 mei 1974, kamerstuk 12929, met memorie van toelichting en bijlagen. Zie direct onder de kop ‘1974’ voor links naar de pdfs.
Wijnen, W. H. F. W. (1974). En nu de zwarte Piet nog kwijt. Onderzoek van Onderwijs, 1974, 3, september, 3-5.
Wijnen, W. H. F. W. (1974). Hindernissen over 't hoofd. Onderzoek van Onderwijs, 1974, 3, september, 15-18.
Wilbrink, B., & H. van der Vleugel. Bij beperkte toelating beslist alleen het lot. Onderzoek van Onderwijs, 1974, 3, april, 3-5. htlm
Wilbrink, B. (1974). Selectie is irrationeel. NRC/Handelsblad Cultureel Supplement, 27 september 1974. html
- De titel van dit artikel komt voor rekening van de redacteur van het Cultureel Supplement.
- Dit artikel is geschreven bij wijze van reactie op een enkele maanden eerder in NRC Handelsblad gepubliceerde reactie van hoogleraar biologie Bakker, op zijn beurt in reactie op de opstelling van CRWO over de mogelijkheden van selectie voor toelting tot numerus fixusstudies. En ja, daar was ik samen met Hans van der Vleugel de boodschapper van, in Onderzoek van Onderwijs, april 1974. Bakker veroorzaakte een sensatie. Ik was daar geheel onkundig van, tot maanden later, en moest tot een waardige reactie zien te komen. Dat is dit artikel geworden, waarin ik op een heel andere manier dan in de OvO-publicatie uitleg dat de mogelijkheden voor selectie in deze bijzondere situatie beperkt zijn, ook uitgaande van een zekere, zij het beperkte, voorspelbaarheid van studiesucces. Want dat is tot op de dag van vandaag het grote misverstand: dat loten onmiddellijk gestaakt zou kunnen en moeten worden als aantoonbaar is dat studiesucces in enige mate voorspelbaar is. Dat is niet het geval, en zo is dat bijvoorbeeld door de Commissie Drenth nog in 1997 overwogen. Ik heb aan de tekst een verslag van de daarna nog volgende gebeurtenissen toegevoegd.
Willms, D. C. (1974). Georgia's land lottery of 1832. Chronicles of Oklahoma 52: 52-60. Genoemd in Elster Solomonic Judgements. Een vorm van gewogen loting! loten. niet in UBL. Niet verder naar gezocht.
Witteman, P. (1974). De slachtoffers van de numerus fixus. Elsevier 22-6-1974. . Witteman fulmineert tegen de numerus fixus zelf, dus nu eens niet een stuk over loten versus selecteren.
Witteman, P. (1974). Staatssecretaris Klein over uitgelote studenten: 'Jongens die in de fabriek moeten werken sturen mij nooit verdrietige brieven.' Elseviers Magazine 14-9-1974.
1975 De 'definitieve' machtigingswet - met gewogen loting
De figuur staat in 12 929 nr 8 Bijlage 2, laatste bladzijde. pdf
Verlenging en wijziging van de machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, zitting 1974-1975, 12929,
- 28-1-1975, nr 6 Verslag van een mondeling overleg pdf
- nr 7 Memorie van antwoord. pdf
- nr 8 Bijlagen bij de memorie van antwoord.pdf
- Tekst van de Machtigingswet inschrijving studenten, zoals die met inbegrip van de voorstellen in het wetsontwerp 12 929 zou komen te luiden.
- Bijlage 2 Enkele kwantitatieve gevolgen bij verschillende toelatingsstelsels (zie bovenstaande figuur).
- nr 9 Nota van wijzigingen 2-1975pdf
- nr 10 Nota van verbeteringen pdf
- nr 11 Verslag van een gehoor pdf
- De vaste commissie voor onderwijs en wetenschappen heeft, na kennisne- ming van de memorie van antwoord, in het kader van haar voorbereidend onderzoek van dit wetsontwerp op 19 februari 1975 zeven landelijke organisaties ontvangen die naar haar oordeel representatief zijn voor de bij het vraagstuk van de numerus fixus nauwst betrokken groeperingen. Deze zeven organisaties waren: de Academische Raad, de HBO-raad in oprichting, het Landelijk Beraad van Studentendecanen, het Landelijk Overleg van Grondraden, het Interuniversitair Studenten Overleg, de Algemene Vereniging van Schoolleiders bij het VWO en AVO, en de Nederlandse Vereniging van Schooldekanen.
- nr 12 Eindverslag 27-2-1975 pdf
- nr 13 Nota nav het eindverslag pdf
- nr 14 10-3-1975 Tweede nota van wijzigingen pdf
- Over ontwikkelingen p de arbeidsmarkt als argument om een numerus fixus in te stellen
- nr 15. Gewijzigd Ontwerp van Wet. pdf
Vermaat (18-3-1975). Amendement van het lid Vermaat. pdf
Cerych, L. (1975). Access and structure. OECD Committee for Higher Education and research (10-10-1975). Straatsburg.
Corsten, L. C. A. (1975). Verstandig of domweg loten. Belhamel nr. 4 blz. 5 (LH Wageningen). 6 maart 1975
De toelating tot het hoger-onderwijs; een heet hangijzer. Tertiair - informatie, dokumentatie en meningsvorming over beleidsontwikkelingen m.b.t. tertiair onderwijs, #14-15-16, maart 1975. oto. Utrecht: Onderwijspers.
Dijkstra, Edsger (1974). Verlos ons van de charlatans! Ingezonden brief NRC Handelsblad, niet geplaatst, in het Dijkstra-archief beschikbaar op internet pdf
- Ik heb Dijkstra heel hoog, hij was in Eindhoven heel goed bezig om de informatica op de kaart te zetten maar is daar door zijn collega's weggetreiterd naar Amerika. Dat neemt niet weg dat hij geen idee heeft van de methodiek van psychologische selectie, het was niet verstandig van hem om deze bief te sturen. Zijn grove taalgebruik heeft waarschijnlijk plaatsing verhinderd. Een staaltje:
-
“Het is met grote tegenzin, dat ik de heer B.Wilbrink (NRC-Handelsblad van 27-9-1974, pag. CS3) van repliek dien, tegenzin, omdat het bijna altijd een heilloze onderneming is om met een warhoofd in discussie te treden.”
- Hij tekent met prof. dr, alsof zijn leeropdracht iets met zijn argumentatie heeft te maken, quod non. Dijkstra was tegen loting, voor een vergelijkend examen.
Elias, T., Jr. (1975). Klein maakt numerus fixus structureel. NRC Handelsblad 7-2-1975.
Fischer, W., & Lundgreen, P. (1975). The recruitment of administrative personnel. In Tilly, C. (Ed.), The formation of national states in western Europe (p. 456-561). Princeton: Princeton University Press.
Gewijzigd Ontwerp van Wet houdende verlenging en wijziging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Eerste kamer der Staten-Generaal, Zitting 1074-1975, 12 929 Nr. 87. Nr. 87a: Voorlopig verslag van de vaste commissies, 7-5-1975. Nr. 87b: Eindverslag vaste commissies 11-6-1975.
Haarlems Dagblad redactioneel. Gelijke kansen. 8-2-1975.
Haarlems Dagblad. Rectoren oordelen verschillend over loting voor universiteit. 8-2-1975.
Handelingen Tweede kamer der Staten-Generaal, 66e Vergadering, behandeling van het wetsontwerp Verlenging en wijziging van de Machtigingswet inschrijving studenten (12929). 13, 18 en 19 maart 1975.
Hofstee, W. K. B. (1975). Loten of cijferen. Onderzoek naar mening scholieren over numerus fixus. Onderzoek van Onderwijs, 4 (1), 3-6.
Hofstee, W. K. B. (1975). Meningen van VWO-eindexaminandi over numerus fixus, selektie en loting. Heymans Bulletin Psychologische Instituten R.U. Groningen HB-75-172 EX. januari 1975.
Hofstee, W.K.B. (1975) Meningen van vwo-eindexaminandi over numerus fixus, selektie en loting. (fotokopie, map Loten)
Kemenade, J. A. van, Van der Stee, A. P. J. M. M., & Klein, G. (1997). Aanbod en vraag van academici in een aantal studierichtingen. herdrukt uit de memorie van antwoord Kamerstuk 12929, in Tertiair, maart 1975, 52-56.
Klein, G. (1975). Aanmeldings- en plaatsingsgegevens bij het h.b.o. Antwoord op kamervragen van K. Kolthoff, 8-11-1974. Herdrukt in Tertiair, maart 1975, 33-36.
Kommandeur, J. (1975). Kort bewijs. Tertiair, maart 1975, 16. Tertiair citeert de Universiteitskrant Groningen 14-2-75.
- Volledige citaat: Er zijn twee mogelijkheden: a) Het eindeksamen stelt wèl iets voor b) Het eindeksamen stelt niet iets voor.Als 't wel iets voorstelt moet je de resultaten gebruiken: mensen toelaten op cijfers. Als het eksamen niets voorstelt is het een loting, dan moet je noet nòg eens loten, maar de resultaten van je loting gebruiken voor de toelating, en deze baseren op de cijfers. Vóór- en tegenstanders van loting kunnen zich dus beide baseren op de eindeksamencijfers, tot op de laatste decimaal. [getekend: prof. dr. J. Kommandeur).
Krüger, H. (1975). Die rechtliche Problematik der Verschärfung des Numerus clausus f¨r Ausländer in zahlreichen europäischen Staaten. Die Deutsche Universitüats Zeitung, nr. 21, 786-788. Ook: Hochschulzugang - immer nch Problem Nr. 1. , 830-831. Karpen, U., Zulassungsbeschränkungen und Neuordnung des Hochschulzuganges. 823-826.
Machtigingswet inschrijving studenten. Staatsblad 1975 407. (29 juli 1975)
Meijler, F., & Vreeken, J. (1975) Numerus fixus: selectie of loting? Elsevier, 1 maart 1975.
NRC Handelsblad. Klein blijft bij studentenloting. 7-2-1975.
OECD Committee for Higher Education and research (31-7-1975). Admission to tertiary education "Alternative to numerus cluasus?" Economic theoretical experts suggest a marketing study model. Reproduction of an article in No. 1/1975 of 'Bildung und Wissenschaft', the Newsletter of the German Federal Ministry of Education and research. (model voorgestaan door Weizsäcker)
OECD Committee for Higher Education and research (14-8-1975). Admission to tertiary education. Reform of student selection in Finland. Report submitted by the Finnish Ministry of Education.
Opland. Nederland anno 1975. De Volkskrant 8-2-1995.
Parool. Arbeidsmarkt zal rol spelen bij het aantal studenten. 6-2-1975.
Parool. Correctie. 6-2-1975.
- In het interview met drs K. Kolthoff over de selectie van studenten, dat wij gisteren op deze pagina publiceerden, stond dat vier procent van 535 Groningse eindexamenkandidaten voor algehele loting bleek te zijn. Dit moet echter zijn: 41 procent. De uitslag van het onderzoekje in Groningen was dus: 41 procent voor algehele loting, 40 procent voor een glijdende loting en 13 procent voor de nu geldende regeling, waarbij gegadigden met 7 1/2 of meer niet meer hoeven te loten.
Schooldekanen. De Volkskrant 21 februari 1975, herdrukt in Tertiair, maart 1975, 20. Direct toelaten met 7 of hoger, loten onder de 7, of bij zeer veel gegadigden gewogen loten onder de 7.
Sheldrake (1975). British Journal of Medical Edication, 9, 91-97.
- [geen initialen, geen titel beschikbaar uit mijn oude aantekenigen] p. 96: ... once minimal criteria are satisfied, random choice seems as fair as any method of selection, as a means of choosing among applicants.p. 94: this (quota) selection should be made randomly - and this is to be done on the grounds of fairness. Many of the unsuccessful applicants to medical schools are more than adequately qualified to be trained as doctors, and the 'problem' of selection is not to pick the best applicants - but to fairly reject from a large group of suitable people.
Simpson, M. A. (1975). Selection of medical students by lottery. Journal of Medical Education, 50, 417-418.
- Verwijst naar eerdere artikelen van Rhoads et al. 'Motivation, medical school admissions, and student performance' in dit journal, van Funkensten in juli 1970 in dit journal met voorstellen voor een systeem van loten, een eigen boek 'Medical education: a critical approach' (Butterworths, London & Toronto) met voorstellen voor loting, en een eigen artikel in Lancet (1973, pp. 706-7 en 941).
Spaandonk, J. van (1975). Wat ga je doen als je straks uitloot? NRC Handelsblad 8-2-1975.
Strien, H. M. van (1975). Toeval of prestatie? Nota, ten behoeve van een standpuntbepaling van de Vrije Universiteit over de selektieprocedure bij hantering van een numerus fixus, uitgebracht op verzoek van het College van Bestuur. Afdeling Onderwijsresearch van de Vrije universiteit Amsterdam, maart 1975.
Telegraaf cartoon. "Uw eindexamencijfers interesseren de universiteit niets, mijnheer Einstein! Uitgeloot is uitgeloot! 8-2-1975.
Telegraaf hoofdredactie. Loten. 8-2-1975.
Tertiar 14-15-16 (1975). De toelating tot het hoger onderwijs; een heet hangijzer. Utrecht: Onderwijspers (OTO). o.a. F.W.M. van der Ven: Schooloordeel en loting, een nieuw voorstel, 9-16; Koopmans, F., Everwijn, S. E. M., & Vroon, A. G. Rendement van een toelatingsselektie, 17-20. Wagemakers, J.: Uitgelote studenten: een samenvatting van een eerste onderzoeksmatige verkenning (normale gezonde jeugd, die uitgelote lui, ik kende dit onderzoekje niet), 31-32. Klein, G.: Aanmeldings- en plaatsingsgegevens bij het h.b.o. (in antwoord op kamervragen), 33-36. Kemenade, J. A. van, Van der Stee, A. P. J. J. M., & Klein, G.: Aanbod en vraag van academici in een aantal studierichtingen. 52-56.
Toelating van studenten tot het wetenschappelijk onderwijs (13 675 nr 2). Brief van de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, 10 november 1975. (Ingestelde Adviescommissie toelatingscriteria w.o.)
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1975-1976. Zitting 1974-1975, 13 402. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 13 mei 1975
Trouw Commentaar. Studentenstop. 7-2-1975.
Uitleg (1975). Staatssecretaris Veerman: Criterium motivatie mag geen rol spelen bij toelating tot w.o. 16-4-1975.
Ven, F. W. M. van der (1974/75). Schooloordeel en loting, een nieuw voorstel. Universiteit en Hogeschool, 21, 215-224.
Ven, F. W. M. van der (1975). Schooloordeel en loting, een nieuw voorstel. Tertiair, maart 1975, 9-16.
Verlenging en wijziging Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, zitting 1974-1975. 12 929 nrs. 7-9, ontvangen 6 februari 1975. (7) Memorie van Antwoord, Algemene beschouwingen, Nadere beschouwingen over studentenaantallen en onderwijscapaciteit, Selectie en plaatsing (o.a. over onwenselijkheid wachtlijsten, over criteria), (8) Tekst van de machtigingswet, Enkele kwantitatieve gevolgen bij verschillende toelatingsstelsels (met figuur), (9) Nota van wijzigingen.
Volkskrant (?) (1975?). Minister gekant tegen eenmalige loting studenten. 'Als de utrechtse suggestie wordt overgenomen wordt toelating tot de studie waarvoor de student is uitgeloot definitief onmogelijk gemaakt. Van Kemenade acht een dergelijke inbreuk op het wettelijk geregelde toelatingsrecht tot de universiteit 'niet geoorloofd."'
Volkskrant Ten geleide. Loting. 7-2-1975.
Volkskrant. ISO-studenten vóór loting. 10-2-1975.
Vries, H. de (1975). Universiteit nu voor scholieren lot uit loterij. Goed eindexamencijfer niet meer van belang. Ptof. Vreeken: "rampzalige nivellering." De Telegraaf 7-2-1975.
Wagemakers, J. (1975). Een niet slaat pechvogels niet uit het lood. Onderzoek van Onderwijs, 4, april, 7-9.
Wagemakers, J. (1975). Uitgelote studenten: een samenvatting van een eerste onderzoeksmatige verkenning. Tertiair, maart 1975, 31-32.
- Het IOWO heeft afgelopen zomer opvangdagen georganiseerd voor uitgelote studenten. 53 % was uitgeloot voor geneeskunde. Tijdens ie opvangdagen werden de uitgelotenen geënqueteerd. 85 % zegt het volgend jaar opnieuw te willen meeloten.
Weekblad voor Leraren, 7 nr. 20, 9-1-1975. Loting versus selectie / commentaren, opinies, oplossingen. (Winkelman, Meyler, De Klerk, Hettema, Bakker)
- Ik heb dit nummer niet gezien.
Wetering, G. van de (1975?). 'Studeren bij opbod' geen wondermiddel. NRC Handelsblad (?), 22 september 19??. Gesprek met Mr. M. J. Cohen.
Wilbrink, Ben (1975). Gewogen loting. Amsterdam: COWO, 1975.html
- Een oefening die achteraf een beetje overbodig bleek omdat Ger Klein zelf al het nodige had berekend of laten berekenen, en gerapporteerd aan de Kamer. Zie de diverse stukken, briefwisselingen, o.a. met Klein, en Vermaat, aangehangen aan de tekst van het rapport. Bovenstaande figuur vat enkele berekenngen uit het rapport samen. De overeenkomst met de eerdere figuur in kamerstuk 12929 nr 8 (zie hierboven) is opvallend. De onderliggende gegevens zijn natuurlijk ook vrijwel hetzelfde.
1976 Spijt van die gewogen loting?
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten alsmede wijziging van enkele bepalingen van die wet. 14 260
- nr 1-2. 22 november 1976 Ontwerp van wet. pdf,
- nr 3 Memorie van Toelichting pdf
- nr 4. Brief van de staatssecretaris pdf
- nr 5. Voorlopig verslag pdf
- nr 6. Memorie van Antwoord pdf
- nr 7. Nota van wijzigingen pdf
- nr 8. Eindverslag pdf
- nr 9 Nota nav het eindverslag pdf
- nr 12 Tweede nota van wijzigingen pdf
Adviescommissie Toelatingscriteria W.O. (voorz. E. Warries) (27-2-1976). Eerste advies.
- Annotaties: zie ook decentraleselectie.htm#Warries.1976
- "In dit advies doet de commissie voorstellen, welke naar haar mening tegemoet komen aan enige algemeen gevoelde bezwaren tegen de werking en gevolgen van het thans toegepast systeem van gewogen loting."
- De commissie is ingesteld door staatssecretaris Klein, de aanleiding daartoe was een op 19 maart 1975 in de Tweede Kamer aangenomen motie van Mevr. Ginjaar-Maas (VVD) die de Regering vraagt "uiterlijk binnen twee jaar een selectiesysteem aan de Kamer voor te leggen waarmee de toelating tot de instellingen van het wetenschappelijk onderwijs op bevredigende wijze geregeld kan worden."
- Wie zijn er lid van deze commissie? Ik ken niet alle leden van deze commissie, en het eindrapport geeft geen persoonlijke details. Waarom Egbert Warries is gevraagd voorzitter te zijn, is een goede vraag; waarschijnlijk omdat hij tot dan geen publieke positie in het debat had ingenomen. Bakker, Hazewinkel en Hofstee zijn waarschijnlijk vanwege hun publieke inbreng gevraagd: Bakker tegen loting, Hazewinkel terughoudend wat betreft selectie als mogelijk middel, Hofstee, als hoogleraar werkzaam op het gebied van selectie met hulp van psychologische tests, als pleitbezorger van loting in deze bijzondere situatie van de numerus-fixus. Meuwese waarschijnlijk als vertegenwoordiger, met Hazewinkel, van CRWO. Bolhuis, Kuipers en Trommar kan ik niet plaatsen, waarschijnlijk uit het vwo en het hbo, maar niet bekend als uitgesproken op het punt van de methodiek van het effectueren van een numerus-fixus.
- prof. dr E. Warries, voorzitter. Hij is hoogleraar aan de nieuwe opleiding onderwijskunde van de Universiteit Twente
- prof. dr K. Bakker, hoogleraar biologie in Leiden, schrijver van een ingezonden reactie in de NRC op het standpunt van CRWO over loting zoals gepubliceerd in Onderzoek van Onderwijs april 1974 (Wilbrink en Van der Vleuten).
- dr A. Bolhuis
- prof. dr A. Hazewinkel, onderwijsresearch aan de Erasmus Universiteit, publiceerde over de voorspellende waarde van eindexamencijfers en wat dat betekent voor relatieve aantallen ten onrechte toegelaten en ten onrechte afgewezen studenten bij selectie op die cijfers; CRWO
- prof. dr W. K. B. Hofstee, hoogleraar persoonlijkheidsleer aan de Rijksuniversiteit van Groningen, nam eerder geprononceerde standopunten in over selectie, o.a. in de discussie n.a.v. het selectierapport van A. D. de Groot
- dr H. H. Kuipers
- prof. dr W. A. Th Meuwese, hoogleraar onderwijsresearch Universiteit Eindhoven, CRWO
- dr A. C. de Roon
- P. M. L. Trommar
- J. M. C. M. van Schoten, secretaris.
- Heeft deze commissie in dit eerste advies gesteld dat er geen relatie van eindexamencijfers met studiesucces zou zijn? Ik dacht het niet. Wat er wel is te vinden zijn twee passages op p. 6, en een op het eerste gezicht daarop lijkende stelling van Hofstee, die in feite over iets heel anders gaat. :
- p. 6: "Tenslotte wordt in het huidige systeem [gewogen loting, b.w.] waarde gehecht aan de hoogte van het behaalde gemiddelde eindexamencijfer. Een met succes afgelegd propedeutisch examen in een academische studie [dat zou in het voorlopige voorstel van de Cie Warries een hogere lotigsklassen opleveren bij herloting, de cie. heeft dit idee in haar eindadvies toch verworpen, b.w.] heeft wellicht een grotere voorspellende waarde voor het studiesucces in de studierichting van eerste keuze. Verwacht kan namelijk worden dat in veel gevallen betrokkenen zullen kiezen voor een aanverwante studierichting."
- p. 6: De commissie stelt voor kandidaten met hoge eindexamencijfers zonder loting toe te laten, zoals post-Drenth het geval is. "Het voorstel tot direkte toelating van de genoemde categorie baseert de commissie enerzijds op de positieve correlatie welke bestaat tussen de behaalde eindexamenresultaten en de studieresultaten in het wetenschappelijk onderwijs, anderzijds acht zij het van belang dat rekening wordt gehouden met gebleken kwaliteitsverschillen in de v.w.o.-periode."
- De commissie is natuurlijk niet in alles unaniem. Destijds betrok Willem Hofstee een minderheidsstandpunt, en zocht hij daarmee ook de publiciteit.
"In de commissie Warries neemt prof. dr. W. K. B. Hofstee een minderheidsstandpunt in. De commissie gaat er volgens hem vanuit, dat het voor iemand met een acht gemiddeld erger is om niet bijv. medicijnen te mogen studeren dan voor iemand met een 6. Een argument dat hij meer een neerslag van 'gesundenes Volksempfinden' vindt, dan de vrucht van een dergelijke [degelijke] juridische analyse: "Het is jammer dat de commissie, in tegenstelling tot bij voorbeeld de Tweede Kamer, geen economen en juristen onder haar leden telt. Een van de centrale leeropstellingen van de economie is: de onmogelijkheid van interpersonale nutsvergelijking. Er is met andere woorden geen grond voor de uitspraak dat iets erger is voor Jan dan voor Piet.""
[Ik citeer over Hofstee uit waarschijnlijk de Groninger Universiteitskrant, de kopie die in het commissierapport ligt is onvolledig. b.w. Het zou ook Vrij Nederland kunnen zijn, of De Groene Amsterdammer.]
Hofstee beweert hier niet dat de studieprognose voor Jan en voor Piet gelijk zou zijn, dat eindexamencijfers er niet toe zouden doen als het om voorspellen van studiesucces gaat. Dat heeft hij volgens mij nooit beweerd, ook niet in zijn inaugurele rede van 1969 die over selectie-aan-de-poort gaat.
Fishburn, P. C. (1976). Acceptable social choice lotteries. In Gottinger, H. W., & Leinfellner, W. (Eds.) (1976), Decision theory and social ethics. Issues in social choice (p. 133-152). Dordrecht: Reidel.
Hofstee, W. K. B., & Trommar, P. M. L. (1976). Selektie en loting: meningen van eindexaminandi. Groningen: Heymans Bulletins Psychologische Instituten HB-76-251-EX. Integraal opgenomen in het verslag van de Commissie Warries.
Hofstee, W.K.B., & Trommar, P.M.L. (1977) Selektie en loting: meningen van eindexaminandi. In E. Warries (Voorz.) Toelatingscriteria voor de numerus fixus-studierichtingen in het wetenschappelijk onderwijs. Advies van de Adviescommissie toelatingscriteria wetenschappelijk onderwijs. Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Kortenray, J., & Abrahamse, M. (1976). Selectiecommissie wil voor scholieren met acht of hoger rechtstreekse toelating.
- Commissielid prof. Hofstee pleit in minderheidsstandpunt voor handhaving loting. Folia 10-4-1976.
Schouten, M. (1976). De socialisten zijn in aantocht. De Nederlandse arbeidersbeweging in de negentiende eeuw. Amsterdam: van gennep.
- p. 234; De woonblokken (Van Houweningenstraat te Amsterdam) werden gebouwd door de in 1868 opgerichte Bouwmaatschappij tot verkrijging van Eigen Woningen, de eerste arbeiddersbouwvereniging. De contributie van de leden fungeerde als stamkapitaal voor op te zetten projecten, de leden konden door loting in bezit komen van een woning. Later werd dit zo veranderd dat de leden door loting huurder konden worden. vgl. Coleman, J. S. (1988). Social capital in the creation of human capital. American Journal of Sociology, 94, S95-S120. onder soc. p. S102 A case that illustrates the value of the trustworthiness of the enironment is that of the rotating-credit associations of Southeast Asia and elsewhere. These associations are groups of friends and neighbors who typicall meet monthly, each person contributing to a central fund that is then given to one of the members (trough bidding or by lot), until, after a number of months, each of the n persons has made n contributions and received one payout. As Geertz (1962) points out, these associations serve as efficient institutions for amassing savings for small capital expenditures, an important aid to economic development.
NRC Handelsblad (18-8-1976). Uitgeloten gaan bij honderden in beroep.
Toelatingscriteria numerus-fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1977/1978. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zitting 1976-1977, 14 271 nr.1 Brief van de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen. 30 november 1976.
Tweede Kamer der Staten-Generaal, zitting 1975-1976, 13600 hoofdstuk VIII, nr. 64. Verslag van een mondeling overleg, vastgesteld 24 augustus 1976.
Peter C. Fishburn (1976). Acceptable social choice lotteries. In Hans W. Gottinger, and Werner Leinfellner (Eds) (1976). Decision theory and social ethics. Issues in social choice. Dordrecht: D. Reidel.
Warries, E. (1976). De toelating tot het universitaire onderwijs. Rede VOR, Groningen.
- De rede heb ik wel in mijn archief, loten_nf of ex-sel
1977 Tegenstanders van loten in cie Warries capituleren
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studneten alsmede wijziging van enkele bepalingen van die wet. 14 260 Eerste Kamer
- nr 103 2 mei 1977 Gewijzigd ontwerp van wet. pdf
- nr 103 a vastgesteld 3 mei 1977 Eindverslag pdf
Carnegie Council on Policy Studies in Higher Education (1977). Selective admissions in higher education. Public policy and academic policy. Manning, W. H.: The pursuit of fairness in admissions to higher education, p. 20-65. Breland, H. M., & associates: The status of selective admissions. p. 66-252.
CBS (1977). Factoren die de studieresultaten bij het wetenschappelijk onderwijs beïnvloeden. Cohorten 1961-1962. M3. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij.
- Bevat zeldzame en opmerkelijke gegevens: een uitsplitsing van studiesucces voor groepen ondercheiden naar vooropleiding, examencijfers, zittenblijven, gekozen studrichting. Van deze gegevens is in mijn 1980-publicaties over kansrekeningen gebruik gemaakt.
Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten studiejaar 1977-1978. Jaarverslag.
Coïni, L., J. Kamerbeek, en A. Will (1977). Selectie voor het hoger beroepsonderwijs. Culemborg: Schoolpers.
- (Wie bewaart zoiets? Geeft voor iedere instelling details over de toelating: aantallen aangemeld en geplaatst, plaatsingsprocedure meerkeuze: in volgorde van aanmelding, persoonlijk gesprek, cijfergemiddelde, loting, psychologisch onderzoek, medisch onderzoek, onderzoek naar geschiktheid/aanleg, op grond van 'ideaal' vakkenpakket, inlichtingen schooldekaan. In Holland anything goes.)
Dronkers (1977). Een wetenschappelijke legitimering van een maatschappelijk compromis. [The scientific legitimating of a social compromise] Beleid en Samenleving, 4, 176-179.
Hofstee, W. K. B. (1977). Methodologische notities naar aanleiding van een enquete-onderzoek naar meningen van vwo-eindexaminandi over selektie en loting. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 2, 88-92.
Kortmann, c. a. j. m. (1977). Numerus fixus is juridisch niet te bestrijden. Folia, 23 april 1977. (n.a.v. een uitspraak van het West-Duitse Bundesverfassungsgericht, en de Nederlandse berichtgeving daarover.)
Barbara Lerner (1977). Equal protection and external screening: Davis, De Funis, and Bakke. In Nathaniel H. Hartshorne (Ed.). Educational measurement & the law. Proceedings of the 1977 ETS invitational conference (3-28). Educational Testing Service.
[p. 19] “Use current tests like the LSAT to separate the qualified from the unqualified and then equalize the chances of every qualified applicant by selecting from among them on a random basis.
Randomization has a great many advantages over the present university selection system. I will very quickly list the more important ones and then conclude this presentation with some suggestions about how randomization can be coupled with other methods in ways that enable us to build on the Washington foundation in order to reduce our ignorance and increase the efficiency and fairness of our screening systems.
The main advantages of randoimization are these: First, it would maximize diversity, not just between racial groups but within them, and without using quotas and the insoluble problems inherent in their use in a society as heterogeneous as ours. Second, it would reduce the community's sense of injustice: No group could be accused of having an unfair advantage over anu other group. Third, it would curtail the spread of unwarranted feelings of inferiority: The luck of the draw rather than lack of ability would become an acknowledged basis for many rejections. Fourth, it would reduce destructive and pointless competition and hostility between individuals and groups. Fifth, and perhaps most important, it would focus everyone’s attention on the real problem: the fact that we have too many people and too few places.
In a discussion paper Ernest M. Bernal strongly argues against the randomization proposal. The counter argumentens are reminiscent of the public discussion in the Netherlands on the weighted lottery admissions procedure.
Der Spiegel (14-6-1976). Numerus Clausus: Ende des Unsinns? html
- Einen "Rattenfänger" und einen "Traumtänzer" schimpften CDU-Sprecher den Bundeskanzler, und Franz Josef Strauss sprach von "Volksbetrug". Der Grund für den Zorn: Helmut Schmidt hat der Nation versprochen, den Numerus clausus (NC) abzuschaffen.
Warries, E. (Voorzitter) (1977). Toelatingscriteria voor de numerus fixus-studierichtingen in het wetenschappelijk onderwijs. Advies van de Adviescommissie toelatingscriteria wetenschappelijk onderwijs. Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. januari 1977.
- zie ook hier
- Samenstelling commissie: E. Warries, K. Bakker, A. Bolhuis, A. Hazewinkel, W. K. B. Hofstee, H. H. Kuipers, W. A. Th. Meuwese, A. C. de Roon, P. M. L. Trommar.
-
In het eindrapport van de Commissie Warries komt voorzover ik dat snel kan zien nergens de uitspraak voor dat eindexamencijfers NIET zouden samenhangen met toekomstig studiesucces. De commissie komt met een hoop argumenten die selectie op kwaliteit minder aantrekkelijk doen zijn dan op het eerste gezicht lijkt, maar dat is iets anders dan de stelling dat verschillen in kwaliteit er helemaal niet toe zouden doen.
Een voorbeeld is de claim dat scherpere selectie-aan-de-poort zou leiden tot hogere cijfers van studenten, een dus een beter rendement. Dat is een fictie gebleken, omdat in situaties waarin een drastische aanscherping van selectie werd doorgevoerd, is gebleken dat docenten hun beoordelingen aanpassen aan dat hogere niveau, met als gevolg dat cijfers gemiddeld niet beter worden, en het rendement zo bereord blijft als het was. Dat was al de stelling van Hofstee in zijn inaugurale rede, met bewijsplaatsen erbij. Begin negentiger jaren was er een aardige demonstratie van het bedoelde effect, bij gelegenheid van een internationale visitatie electrotechniek (VSNU-uitgave). Alleen de Leuvense opleiding had een extra selectie-aan-de-poort waar geen kinderachtige aantallen studenten afvielen. O wonder, blijkt dat de Belgen er in het propedeutische jaar toch verhoudingsgewijs evenveel laten zakken als in dat in de andere opleidingen het geval was.
Ik kan me wel voorstellen dat bij oppervlakkige lezing zo'n uiteenzetting lijkt op een claim dat eindexamencijfers geen verband houden met verder studiesucces, maar dat laatste is toch echt iets heel anders.
1978 Een nieuw jaar. Een nieuwe commissie. Cie Wiegersma
Academische Raad, Commissie aansluitingsvraagstukken v.h.o.-h.o. Brief aan de voorzitter van de Academische Raad, 3 oktober 1978, Rapport Werkgroep Selectie i.v.m. de machtigingswet inschrijving studenten.
Access policy and procedures and the law in U.S. higher education. New York: The International Council for Educational Development. 1978.
- Bestaat uit: L. G. Simon: Access to higher education and the law; A. J. Irby: A review of U. S. admissions policies and practices. J. K. Britell & W. B. Schrader: College admissions testing in the United States. S. V. Keochakian: Nonintellectual factors in admissions. p. 42: procedural due process (beroepsrecht bij afwijzing of verwijdering). Gebundeld hiermee: Access to higher education: Two perspectives. A comparative study of the Federal Republic of Germany and the United States of America. Final report of the German-U.S. study group. 1978. p. 32: For fields in which there is a wide discrepancy between the numbers of applicants and study places, the new system of selectio will assign a substantial proportion of places using a lottery weighted on the basis of Abitur grades.
Bartlema, R. (1978). Werkelijke argumenten. Folia 17 juni 1978.
Centrale Commissie Aamelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten studiejaar 1977-1978. Jaarverslag.
Cohen-Schotanus J. (1978). Loting en rendement - studieresultaten van Groninger medische studenten sinds de numerus fixus. Groningen: Bureau Onderwijsontwikkeling Geneeskunde, RUG. [ik heb dit rapport niet tot mijn beschikking]
Commentaar van de Universiteit van Amsterdam op het rapport van de Werkgroep Selectie in verband met de machtigingswet inschrijving studenten dd. 31 mei 1978.
Dijk, T. van (1978). De numerus clausus problematiek bij de faculteit der letteren. Kort kritisch kommentaar op het 'Rapport Wiegersma.' Amsterdam: Instituut voor Algemene Taalwetenschap, spetember 1978.
Dorp, C. van (29-6-1978). De voorstellen van de Werkgroep Selectie voor numerus clausus-studierichtingen. Tilburg: Onderwijs Research Centrum.
Dunning, A. J. (1978). De medische bagage. Elseviers Magazine, 10 juni 1978.
Eerste kamer der Staten-Generaal. Algemene beschouwingen over de rijksbegroting 1978. Vraag van Van Someren-Downer over alternatieven voor de loting, antwoord van Van Agt.
Elias, T. Jr., & Bartlema, R. (1978). Selectieadvies aan Pais wenst studieprestatie vwo ferm te belonen. Folia 17 juni 1978.
Elias, T., Jr. (1978). Cahier. NRC Handelsblad 27-2-1978. (Over het 'minder aanvaardbaar' van het kabinet Van Agt (over gewogen loting)).
Elias, T., Jr. (1978). Naar een universitair toelatingsexamen? De Groene Amsterdammer, 26-7-1978.
Gruijter, D. N. M. de (1978). Enkele notities met betrekking tot het 'Rapport Werkgroep Selectie' in verband met de machtigingswet inschrijving studenten. Leiden: Bureau Onderzoek van Onderwijs. Memorandum nr. 452-78. juli 1978
Hofstee, W. K. B. (1978). Toelatingsprocedure voor universiteit geen verbetering. Het Nieuwsblad van het Zuiden. 14-6-1978.
Hofstee, W. K. B., Knoers, A. M. P., Warries, E., & Wijnen, W. H. F. W. (1978). Toelating tot de universiteit: kritiek op een selectierapport. NRC Handelsblad 21-6-1978.
Hoge Raad (13 januari 1978). Hoge Raad (13 januari 1978). In A. Postma (1995). Handboek van het Nederlandse onderwijsrecht (p. 368)
- "In 1976 besloot de vakgroep klinische Psychologie van de Rijksuniversiteit te Utrecht een wachtlijst in te stellen voor deelname aan het doctoraal examen. De Hoge Raad oordeelde dat een wachtlijst inbreuk maakt op het recht van studenten onderwijs te volgen en dat dit niet slechts het geval is wanneer daarmee de studieduur wordt verlengd, zoals de universiteit had gesteld."
Jaarverslag van de Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing eerstejaarsstudenten, studiejaar 1977-1978. Groningen: CDAP, 1978.
Klein, G. (1978). Broddelwerk Wiegersma cs leent zich voor puinruimen. NRC Handelsblad 29 juni 1978.
Loting of selectie, het debat staat weer open. Elseviers Magazine, 18-2-1978.
Moor, R. A. de (22-6-1978). Toelating tot wetenschappelijk onderwijs blijft moeilijke zaak. Het Nieuwsblad van het Zuiden, 22-6-1978.
Nederlandse Staatscourant (25-10-1978). Commissie over toelatingsrecht wetenschappelijk onderwijs: Alleen ongewogen loting garandeert gelijke behandeling voor allen.
Numerus clausus: Informationsheft. Sinds #3, 1978. Wel in PICA, geen plaats.
Preadvies Commissie Aansluitingsvraagstukken v.h.o.-h.o. (brief nr. CAV165 d.d. 3 oktober 1978 aan de voorzitter van de Academische Raad).
Reactie van de Landelijke Commissie voor de Academische Studievoorlichting op het rapport van de Commissie Warries, inzake de toelatingscriteria voor numerus fixus-studierichtingen in het w.o. januari (?) 1978(?).
Regeringsverklaring kabinet Van-Agt. (januari).
- De regering acht loting als toelatingsmechanisme minder aanvaardbaar en er zal worden gestreefd naar de opstelling van inhoudelijke criteria voor toelating tot universiteiten en hogescholen.
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1978-1979. Zitting 1977-1978, 14 982. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 29 maart 1978.
Trouw commentaar. Hordenloop. 9 juni 1978.
Tweede kamer der Staten-Generaal, zitting 1977-1978, Aanhangsel van de handelingen. Vragen gesteld door leden van de kamer, met de daarop door de Regering gegeven antwoorden. Vragen van de leden Ginjaar-Maas en Dees (beiden V.V.D.) over een selectiesysteem voor de toelating tot het wetenschappelijk onderwijs. Antwoord van Minister Pais (ontvangen 3 februari 1978). Met bijlagen mbt commentaren op rapport cie. Warries.
Universiteit van Amsterdam. Ontwerp voor een conceptstandpuntbepaling terzake van het rapport van de Werkgroep Selectie in verband met de machtigingswet inschrijving studenten. CvB aan voorzitter UR, 7-11-1978.
Veld, R. J. in 't (1978). Nationale planning wetenschappelijk onderwijs. Universiteit en Hogeschool, 24 (5), 301-309.
- p. 306: De argumentatie voor structurele numeri fixi, voorzover mij bekend, is gebaseerd op arbeidsmarktoverwegingen enerzijds en kostenoverwegingen anderzijds. Beide argumenten zijn m.i. ondeugdelijk: de kans op een baan voor studenten in die studierichtingen, waarin sprake is van een structurele numerus fixus, is gunstiger dan die van bijna alle andere w.o richtingen en de marginale kosten van bijvoorbeeld de artsenopleiding zijn noch per student, noch per afgestudeerde hoger dan die van talloze andere studierichtingen (en om marginale kosten gaat het hier toch). p. 306: De toelatingsproblematiek heeft een nieuwe dimensie verkregen met de aanbieding van rapport nr. 15 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan de regering: "De komende vijfentwintig jaar, een toekomstverkenning voor Nederland". In dit rapport worden onder meer enige contouren van de verwachte ontwikkeling met betrekking tot het hoger onderwijs geschetst, die noch hier noch door de regring onbesproken kunnen blijven. Op basis van een aantal veronderstellingen, die ik niet geheel kan volgen, wordt in een tabel (blz. 89) een daling van het aantal manjaren in het hoger onderwijs van 1975 tot 2000 voorzien met niet minder dan vijfentwintig procent! Deze bezuiniging is mogelijk als gevolg van:- grote besparingen mogelijk in het wetenschappelijk onderwijs (blz. 88). Personeelssterkte per student in w.o. daalt met 25%; exploitatiekosten per student in w.o. dalen met 40% (blz. 88);- de vrijheid van deelname aan het hoger onderwjs zal verder worden ingeperkt dan thans door plaatsingsregelingen en numerus fixus (blz. 87);- op middellange termijn, vooral in de jaren tussen 1980 en 1990, treden zeer ernstige capaciteitsproblemen op, die niet zonder toelatingsbeperkingen binnen het dan bestaande systeem op te lossen zijn. (blz. 86 en 88);- tegen het einde van de eeuw neemt het aantal studenten echter als gevolg van de bevolkingsontwikkeling snel af, zodat deze moeilijkheden verdwijnen (blz. 88).In mijn ogen is dit een schrikbeeld, dat voor geen enkele regering aanvaardbaar is. De mallemolen waarin men terecht komt door de momentane onderwijscapaciteit, de algemene budgetrestrictie en een of ander evenredigheidsbeginsel tot uitgangspunten van beslissingen betreffende toelating te maken, is reeds zeer uitvoerig beschreven [zie onder meer 'Discussienota Witboek Toelatingsbeleid', R.U. te Leiden 1973]. Nog tenminste dertien jaar de frustratie die hieruit voortkomt te moeten verduren is erg onaanlokkelijk.
Volkskrant 10 juni 1978. Oude discussie laait op over selectie universiteit. Reacties op voorstellen verdeeld.
Wat doen ze met studentenstops in het buitenland? Folia 17 juni 1978.
Weekblad voor Leraren bij het Voortgezet Onderwijs, 10 (45), 29 juni 1978. Rapport Wiegersma: Cijfers. loten of toelatingsexamen. in knipselmap.
Wiegersma, S. (1978). De relatie tussen sociale herkomst en eindexamengemiddelde is nog nooit aangetoond. Folia 17 juni 1978.
Wiegersma, S. (1978). Toelating tot de universiteiten: reactie op kritiek. NRC Handelsblad juli 1978.
Wiegersma, S. (voorzitter) (1978). Werkgroep Selectie i.v.m. de machtigingswet inschrijving studenten. Rapport aan de minister van onderwijs en wetenschappen. 31 mei 1978.
Wijnen, W. (1978). Kanttekeningen bij het Rapport van de Werkgroep Selectie. juni 1978. gepubliceerd?
Wilbrink, B. (16-6-1978). Concept reaktie op Rapport werkgroep selectie ivm de machtigingswet inschrijving studenten. (gepubliceerd? opgenomen in advies UvA aan AR?)
1979 Het Cito neemt opdracht aan die ze niet wil: een toelatingstoets maken
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1978-1979. Zitting 1979-1980, 15 561. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 26 april 1979.
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, Zitting 1978-1979, 15 451, nr. 1-3. Ontwerp van wet, Memorie van toelichting.
Voorontwerp van een Wet houdende machtiging inschrijving studenten wtenschappelijk onderwijs. Memorie van toelichting. Brief van de minister aan de Academische Raad 15-7-1980. Brief voorzitter Begeleidingscommissie Studietoetsen W.O. (P. J. D. Drenth) aan de minister 31-1-1979.
Academische raad (17-1-1979). Rapport Werkgroep selectie i.v.m. de machtigingswet inschrijving studenten.
Broekman, P. K. H., Van Antwerpen, A. P., Meijering, P. H., & Reijnaert, R. J. M. (1979). Studietoetsen voor toelating tot studierichtingen met een numerus clausus. Arnhem: Cito 15 januari 1979. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1979. annotatie hier
Commentaar van de Universiteit van Amsterdam op het rapport van de Werkgroep Selectie in verband met de machtigingswet inschrijving studenten dd. 31 mei 1978. (1979??)
CRWO (1979). Loot om oud ijzer. CRWO-commentaar op het rapport van de werkgroep selectie i.v.m. de machtigingswet inschrijving studenten. Holleman, J.W., B. Wilbrink, H. van der Vleugel, J. Cohen-Schotanus, & C. van Dorp. Voorburg: CRWO, december 1978. html
Graaf, R. de (1979). Opnieuw kamervragen over universitair toelatingsexamen. Folia 26-5-1979.
Hofstee, W. K. B. (1979). Drogredenen met betrekking tot individuele kansuitspraken. Kennis en Methode, 433-445.
Holleman, J. W. (1979). Selectie bij studentenstops: vier vergeten hoofdstukken van een beleidsadvies; O&O-Intern nr. 11; Utrecht: R.U. utrecht, afdeling Onderzoek en Ontwikkeling van Onderwijs, februari 1979.
Kickert, W. J. M. (1979). Organisation of decision-making; a systems-theoretical approach. Helmond: Wibro. Proefschrift Technische Hogeschool Eindhoven. (Hoofdstuk 8: Organisation of decision-making in practice: Decision-making on numerus fixus at Dutch universities; a case study. Maakt gebruik van documentanalyses en interviews. Wat ontbreekt is een onderzoek naar de invloed en/of lobby van beroepsorganisaties op het instellen van een numerus fixus, wat gezien het hoofdonderwerp van dit proefschrift wel begrijpelijk is, maar waardoor mogelijk toch teveel nadruk is komen te liggen op besluitvormingsprocessen die secundair van aard zijn (hoe precies gaan we dit doen/invullen?), terwijl de verborgen processen rond de besluitvorming over de hoofdzaak (moet er een numerus fixus komen?) verborgen processen blijven. pdf of the dissertation.
Kutscher, J. (1979). Pädagogische Diagnostik. Zum Problem der Schülerbeurteilung. Königstein: Verlag Anton Hain Meisenheim GmbH, Forum Academicum.
Ringer, F. (1979). Education and society in modern Europe. Bloomington: Indiana University Press.
- Enrollments historically - mobility - especially so: access to higher education
Sierenberg de Boer, L. van (1979). Doorstroming naar het hoger onderwijs in Nederland. Literatuurrapport. Groningen: COWO VR 79-06, januari 1979.
1980 Broddelwerk van een nieuwe minister: Pais
Academische Raad (1980). Advies van de Academische Raad met betrekking tot het Voorontwerp van Wet houdende machtiging inschrijving studenten w.o.
Academische Raad aan de colleges van bestuur.
- Voorontwerp van Wet houdende machtiging inschrijving studenten w.o. Met: Notitie m.b.t. het voorontwerp van een wet houdende machtiging inschrijving studenten wetenschappelijk onderwijs, waarin: I Voorstellen om te komen tot vaststelling van het aantal beschikbare plaatsen en het besluit om een numerus clausus vast te stellen; II Nieuw toelatingsstelsel (met als bijlagen: 1) Een overzicht van adviezen die van de kant van de Academische Raad m.b.t. de onderhavige problematiek zijn uitgebracht. 2. Reactie van de Commissie Aansluitingsvraagstukken v.h.o.-h.o. op het CITO-Rapport "Studietoetsen voor studierichtingen met een numerus clausus".) III Synoptisch overzicht (= vergelijking voorontwerp met Machtigingswet sinds 1972 (Stb 355).
Algemeen Dagblad 17--1980. Kritiek op meisjesplan Pais. Stichting schoolverlaters wil geen gewogen loting.
Alings, W. (1980). De loting. De lijdensweg van student 0098. Vrij Nederland 8 november 1980.
CAV: Commissie Aansluitingsvraagstukken van de Academische Raad (1980). Commentaar op het CITO-rapport “Studietoetsen voor toelating tot studierichtingen met een numerus clausus. CAV-80-17
CVHWO (1980). Commentaar van Commissie Voorbereiding Herprogrammering Wetenschappelijk Onderwijs op Ministerieel Voorontwerp Algemeen Deel Academisch Statuut. augustus 1980
DSW (1980). Aanvullend commentaar van de DSW op de nota's van Ben Wilbrink 'Kansberekeningen bij Pais' voorontwerp van toelating [sic] tot numerus fixus studies in het W.O.' en 'De problematiek van de studentenstops en de toelatingsprocedure.'
- 2 pagina's, waarschijnlijk gericht aan de UR en/of het CvB, of de ambtelijke werkgroep op dit onderwerp. "De twee nota's van Wilbrink zijn voortreffelijke nota's, die een uitstekend uitgangspunt vormen voor de beantwoording van het verzoek om commentaar op het voorontwerp van wet toelating tot numerus fixus studies in het W.O. Naar ons idee dienen beide nota's als bijlage bij het antwoord van de uvA meegestuurd te worden. Wij zullen ons in dit commentaar beperken tot aanvullende opmerkingen. Herhalen wat gezegd is en goed gezegd is heeft geen nut." " ... keuze voor een systeem van meerdere keren meeloten. Wij ontkennen hiermee niet dat vaak uitloten een bron van grote geestelijke en emotionele spanning is. De oplossing moet echter niet gezocht worden in het doden van de patiënt."
Elias, T., Jr. (1980). Beinema. CDA zal tegen selectieplan stemmen. Geen parlementaire meerderheid te vinden voor universitair toelatingsexamen. Folia. september?
Gooi- en Eemlander 15-71980. Toelating.
Hofstee, W. K. B. (1980). Policies of educational selection and grading. The case for compromise models. Heymans Bulletins HB-80-475-EX. Later published (1983 [html])
Leventhal, G.S. (1980) What should be done with equity theory? New approaches to the study of fairness in social relationships. In K.J. Gergen, M.S. Greenberg & R.H. Willis (Eds) Social exchange. Advances in theory and research (p. 27-55). London: Plenum Press.
Machtigingswet Inschrijving Studenten. Mededeling van DSW (UvA) in Folia d.d. 25 oktober 1980 over veranderen van universiteit en omzwaaien binnen de UvA van tandheelkunde naar geneeskunde.
- Artikel 3 quater: in dit artikel wordt aan studierichtingen, waarvoor een numerus fixus voor het eerste jaar geldt en/of een plaatsingscommissie is ingesteld, de mogelijkheid geboden om met toestemming van de Universiteitsraad (ook) een numerus fixus in te stellen voor het tweede of daaropvolgende cursusjaar. De bedoeling van dit artikel is de mogelijkheid te scheppen omhet omzwaaien (b.v. van geneeskunde in België naar geneeskunde aan een Nederlandse universiteit) te beperken, zooniet tegen te gaan. Op dit moment geldt echter alleen voor de studierichting geneeskunde een 3 quater besluit. Trouwens niet alleen Amsterdam maar alle Nederlandse universiteiten kennen een dergelijk besluit voor de studierichting geneeskunde. Vervolegsn bescrijft DSW de regeling van het CvB mbt omzwaaiers van tandheelkunde naar geneeskunde, vanuit andere universiteiten en binnen de UvA. Het moet dan gaan om dringende persoonlijke omstandigheden, over niet beschikken van voldoende handvaardigheid voor tandheelkunde, of er moet geruld kunnen worden.
Nederlandse Staatscourant. Voorlopig standpunt Minister over numerus fixus. 9-5-1980.
- 'Het merendeel van de numeri fixi blijkt in de praktijk niet effectief te hoeven worden, dat wil zeggen dat uiteindelijk minder studenten in die studierichtingen worden ingeschreven dan er plaatsen beschibaar zijn. Het afgelopen jaar was dit bij alle niet-medische studierichtingen het geval.' geneeskunde 465, diergeneeskunde 175, sociale gezondheidkunde 100, lichamelijke opvoeding 120, farmacie 325, biologie 970.
NRC 15-7-1980. Pais wil 'studie-roulette' voor de besten afschaffen.
NRC 15-7-1980. Studie-selectie volgens Pais wel zo pijnlijk.
Sher, G. (1980). What makes a lottery fair? Nous, 14, 203-216. inst. 126: Filosofie (Doelenstraat). UBL open magazijn wijsbegeerte. Gezien, en dat volstaat wel. Geen praktische toepassing besproken.
Spaandonk, J. W. M. van (9-8-1980). Pais maakt korte metten met menige doktersdroom. Elseviers Weekblad 9-8-1980.
Telegraaf 16-7-1980. Hek van de dam (hoofdredactioneel commentaar).
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1980-1981. Zitting 1979-1980, 14 982. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 8 april 1980.
Universiteit van Amsterdam. Reaktie van de Universiteit van Amsterdam op het Voorontwerp van Wet, houdende Machtiging Inschrijving Studenten Wetenschappelijk Onderwijs 1980. Vastgesteld in de vergadering van de Universiteitsraad van de universiteit van Amsterdam op 6 oktober 1980.
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, Zitting 1978-1979, 15 451, nr. 1-3. Ontwerp van wet, Memorie van toelichting.
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten (16 209). Handelingen Tweede Kamer der Staten-Generaal, 25 juni 1980, 5701-5708.
Verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zittingsjaar 1979-1980, 16 209, nr. 1-3. ('1980' vervangen door '1981') (In de Memorie van toelichting wordt het voorontwerp van wet aangekondigd.)
Volkskrant 17-7-1980. Vrouw krijgt meer kans bij studie. Plan Pais maar kleine stap.
Voorontwerp van een Wet houdende machtiging inschrijving studenten wetenschappelijk onderwijs. Brief van de minister aan de Academische Raad, 15-7-1980. Met advies van de Academische Raad d.d. 10-1-1980.
Voorontwerp van een Wet houdende machtiging inschrijving studenten wetenschappelijk onderwijs. Brief d.d. 4-8-1980 van de Academische raad met verzoek om verlenging van termijn voor advies van 1 september naar 1 november 1980.
Waarheid 15-7-1980. Selectie.
Warries, Egbert (1980) Redactioneel commentaar uit VOR Bulletin 1980, jaargang 4, nr. 7, van Egbert Warries n.a.v. Pais' voorontwerp en o.a. mijn rapportage over de werking daarvan.
Wijziging van de wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb. 656 (Wet twee-fasenstructuur wetenschappelijk onderwijs). Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981, 16 106. nr. 13 Eindverslag (vastgesteld 16 oktober 1980). nr. 14 Nota naar aanleiding van het eindverslag (Ontvangen 24 oktober 1980). (toegevoegd aan pdf '1980 De problematiek . . .' www.euronet.nl/users/benwilbrink )
Wilbrink, Ben, De problematiek van de studentenstops en de toelatingsprocedure. Amsterdam: COWO, 1980. html
Wilbrink, Ben, Kansberekeningen bij Pais' voorontwerp van wet toelating tot numerus fixus studies in het w.o. Amsterdam: COWO, 1980.html
Wilbrink, Ben, Toelating tot numerus fixus studies opnieuw in discussie. Universiteit en Hogeschool, 1980, 27, 179-199.html
Wilbrink, Ben (1980). Toelatingstoets voor het wetenschappelijk onderwijs? Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 5 (1980), nr. 1, 39-40. html
R. H. Coase and Merton H. Miller (Eds) (1980). Essays in applied price theory by Reuben A. Kessel University of Chicago Press. (ao.: price discrimination in medicine (1958) - The A.M.A. and the supply of physicians (1970) - Higher education and the nation's health: A review of the Carnegie Commission Report on medical education (1972) - Competition, monopoly, and the pursuit of money, with Armen A. Alchian (1962))
1981 De tweede fase: selecteren of loten?
Baar, P. P. de (1981). Het selectieplan gaat in de ijskast, maar de ontwerpers zijn niet onthutst. Folia 21 februari 1981.
College van Bestuur Universiteit van Amsterdam (1981). Voorontwerp Commentaar van de Universiteit van Amsterdam inzake het ontwerp van een besluit betreffende het Algemeen Deel van het Academisch Statuut. (Afdeling IX, Toelating tot en inrichting van opleidingen van de tweede fase) 16-1-1981
COWO (1981). Reactie van het COWO op voorl. concept-commentaar Voorontwerp Algemeen Deel van het Academich Statuut 23/5/'80, bij afdeling IX: 'Toelating tot en inrichting van de opleidingen van de tweede fase.' Aan College van Bestuur Universiteit van Amsterdam, 10 februari 1981.
Drift, K. D. J. M. van der (1981). Een dubbeltje op zijn kant. De toelating tot numerus fixus-studies. Intermediair, 17, 13-2-1981, 15-25.
Dworkin (1981a) What is equality? Part 1: Equality of welfare. Philosophy & Public Affairs, 10, 185-246.
Dworkin (1981b) What is equality? Part 2: Equality of resources. Philosophy & Public Affairs, 10, 283-345.
ERIC 1982-1991Jassem,-Harvey-C.Glasser,-Theodore-L.Random Allocation of Licenses and the Public Interest in Ownership Diversity.1981
- For nearly half a century, the Federal Communications Commission (FCC) has been exercising its authority to grant and deny applications for broadcast licenses. In the process of comparison used by the FCC to assess qualified new applicants, two considerations weigh heavily: (1) the best practicable service to the public, and (2) maximum diffusion of control of the mass communications media. Sometimes comparative hearings play a vital role in the Commission's efforts to consider such substantive criteria as ownership and ownership diversity. However, since the comparative hearings have proven to be neither an effective nor an efficient administrative procedure for choosing among qualified applicants, the United States Congress has authorized the FCC to use a lottery approach, a system of random selection. For the system to include underrepresented owners, the Commission could assign a particular, though arbitrary, preference to those applicants or the Commission could choose to assess the degree of each minority applicant's lack of representation and assign a preference factor to each minority applicant. The latter approach would accommodate differences among minority applicants. Nevertheless, as efficient as a lottery may be for allocating a license or permit, its effectiveness at securing the best practicable service or promoting ownership diversification--the two standard comparative issues--is suspect. Any system of random selection limits the Commission's discretion and inevitably leaves important decisions and choices to chance. (HOD)
Heroverweging collectieve uitgaven. Tweede kamer der Staten-Generaal, Zitting 1980-1981, 16 625, nr. 35: Deelrapport 30; Heroverweging volksgezondheid. Hieruit Bijlage 1, Rapport van de subwerkgroep vrije beroepsbeoefenaren (p. 20-23) (Afstemming van de opleidingscapaciteit op de te verwachten vraag naar de betrokken beroepsgroepen; De mogelijkheid van een vestigingsbeleid) (datum onbekend)
Hofstee, W. K. B. (1981). Loting voor tweede fase? Universiteitskrant, 9-12-1981. (n.a.v. brief van minsister van Kemenade van 20 november aan Academische Raad over 'een meer geobjectiveerd systeem' van toelating tot de tweede fase, lees: al dan niet gewogen loting?)
Jochems, W. (1981). Het selecteren van aanstaande leraren in de twee-fasenstructuur. Universiteit en Hogeschool, 28 (2, okt,), 108-115. "Vanuit methodologisch gezichtspunt wordt beargumenteerd, dat aspecten als vakkennis en 'geschiktheid' van gegadigden slechts onder zekere condities een rol mogen spelen bij de selectie. Aangezien deze condities (nog) niet blijken te gelden, dient toelating tot de tweede fase lerarenopleiding door middel van loting plaats te vinden."
Kemenade, J. A. van, & Raa, V. (1981). Positieve discriminatie bij de toelating to het hoger onderwijs. Intermediair, 17, 5-6-1981, 43-49.
Messick, S., & Jungeblut, A. (1981). Time and method in coaching for the SAT. PB, 89, 191-216,
Nederlandse Staatscourant (15-9-1981). Instelling Adviescommissie Opleiding Tandarts.
Nederlandse Staatscourant (3-6-1981). Stop voor acht studierichtingen.
Toelating eerstejaarsstudenten in bepaalde studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zitting 1980-1981, 16 786, nr. 1. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 8 mei 1981
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1981-1981 [sic]. Zitting 1980-1981, 16 815 nr 1. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 20 mei 1981. (Berekeningen, procedures, figuur met inlotingskansen)
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982. Zitting 1980-1981, 16 815. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 1 juni 1981.
Tweede kamer der Staten-Generaal. Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1981 [sic]. Zitting 1980-1981, 16815 nr. 1. 20 mei 1981
Trouw (9-1-1981). Selectieplan van Pais ontmoedigt scholieren.
Bernard Williams (1981). Moral luck. Philosophical papers 1973-1980. Cambridge University Press. [niet zelf gezien] [Zie ook Hannah-Suarez (2003) pdf)
1982 loten voor tweede fase?
Onderwijsraad (1982). Advies Onderwijsraad over wetsontwerpen wijziging Machtigingswet inschrijving studenten resp. beperking inschrijving h.b.o. Nederlandse Staatscourant. 12-10-1982, Nr. 196.
Regeling van het hoger beroepsonderwijs (Wet op het hoger beroepsonderwijs). Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zitting 1982-1983, 16 803 nr. 11. Eindverslag (vastgesteld 1 december 1982). Hierin par. 2.4 Toelating.
Toelatingscriteria numerus-fixus studierichtingen voor het studiejaar 1982-1983. Zitting 1981-1982, 17 382. Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal. 8 april 1982. (zonder de bijlagen waarin het lotingsstelsel is uitgewerkt)
Berkel, H. J. M. (1982). Vooralsnog loten om een plaats in de tweede fase. Een repliek op Wiegersma. Universiteit en Hogeschool, 29, 94-97.
Berkel, H. J. M. van (1982). Landelijk gewogen loting bij toelating tot tweede fase. Onderzoek van Onderwijs, september.
Berkel, H. van (1982). Loten om een plaats is zeker geen zwaktebod. De Volkskrant 16-9-1982.
Berkel, Henk van (1982). Loten voor de tweede fase. Persbericht nr. 43, 16 juni 1982. UvA .
Drift, K. D. J. M., Van den heuvel, J. H., & De Frankrijker, J. J. G. B. (1982). Profijt, gelijke kansen en emancipatie. Over de toelating tot het hoger onderwijs. Intermediair, 18 (8), 26-2-1982, 41-45.
Kuijpers, H. L. M. (1982). Gewikt en gewogen. Eindverslag van het Cito-project 'Studietoetsen voor studierichtingen met een numerus-clausus.' Arnhem: Cito. Algemene publikatie nr 26. annotatie hier
Universiteit van Amsterdam Persbericht nr. 43 (1982). Loten voor de tweede fase. 16 juni 1982. H. J. M. van Berkel 'De toelating tot de tweede fase.' (COWO).
Wiegersma, S. (1982). Over de toelating tot de tweede fase. Reactie op de zienswijze van van Berkel. Universiteit en Hogeschool, 29, 89-93.
Winslow, G. R. (1982). Triage and justice. Berkeley: University of California Press.
1983 Het jaar van Beiaard, en van reflectie op compromismethoden
Beleidsnota Beiaard. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vergaderjaar 1983-1984, 18 320.
Coïni, L., Kamerbeek, J., Melchior, F., & Will, A. (1983). Selectie, editie 1984. Culemborg: Educaboek.
- Voor inschatten van de maatschappelijke aanvaardbaarheid van loten als procedure bij de toelating van opleidingen met beperkte capaciteit, is het nuttig om deze overzichten van toelatingsprocedures tot het hbo te raadplegen. In 1983 is loten voor scholen die een behoorlijke discrepantie hebben tussen aanmeldingen en plaatsen een veel gebruikt instrument. Bv. School voor de journalistiek: plaatsingsprocedure via loten, aangemeld 800, geplaatst 176, op wachtlijst: 100, daarvan alsnog geplaatst: 50. (In 1977, eveneens in Selectie: loting, aangemeld 800, geplaatst 130. Met de mededeling: "In verband met het grote aantal aanmeldingen wordt er druk gewerkt aan een andere toelatingsprocedure dan loting. Hoe het zal gaan is pas in september a.s. bekend." Jaren later was het dus nog steeds loten). Academie voor de journalistiek: plaatsingsprocedure via loten, aangemeld 477, geplaatst 160, wachtlijst 75, alsnog geplaatst 40. Chr. Akademie voor de Journalistiek, plaatsingsprocedure loten, aangemeld 200, geplaatst 110.
Concept beleidsnota Beiaard. 22 februari 1983.
ERIC 1982-1991Bailey,-John-A.Employment Security in the Year 2084.Journal-of-Employment-Counselingv20 n4 p147-53 Dec 1983;
- Presents a hypothetical scenario of life in the year 2084, in which all employment is regulated by lottery drawings among license holders. Suggests that access to the work force will require radical change to ensure social and cultural survival and political stability. (JAC)
Hofstee, W. K. B. (1983). The case for compromise in educational selection and grading. In Anderson, S. B., & Helmick, J. S.: On educational testing. San Francisco: Jossey-Bass. 109-127. Gaat vooral in op loten als selectiemiddel. [html]
Köbben, A. J. F. (1983). Had de professor een goed rapport? NRC Handelsblad 22-9-1983. Repliek van H. 't Hart, en dupliek, 22-10-1983. . Zie ook Köbben, A. J. F. (Red.) (1991). De weerbarstige waarheid. Opstellen over wetenschap (p. 134-144). Amsterdam: Prometheus.
Verlenging en aanvulling van de machtigingswet inschrijving studenten alsmede wijziging van artikel 77 van de wet op het wetenschappelijk onderwijs. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Zitting 1982-1983, 17 961, nr. 1-3, A. Oorspronkelijke tekst van het ontwerp van wet en van de memeorie van toelichting zoals voorgelegd aan de raad van State en voor zover nadien gewijzigd. B. Advies van de Raad van State.
1984 betting
John Broome (1984). Selecting people randomly. Ethics, 95, 38-55. jstor
Willem K. B. Hofstee (1984). Methodological Decision Rules as Research Policies: A Betting Reconstruction of Empirical Research. Acta Psychologica. International Journal of Psychonomics, 56, 93-109. pdf 1Mb
- Reprinted as: Willem K.B. Hofstee (1988). Methodological Decision Rules as Research Policies: A Betting Reconstruction of Empirical Research. In Katrin Borcherding, Berndt Brehmer, Charles A.J. Vlek, and Willem A. Wagenaar: Research Perspectives on Decision Making under Uncertainty: Basics Theory, Methodology, Risk and Applications. Amsterdam: North-Holland.
- abstract A betting model of empirical research is described. The model requires that opposing parties reach agreement on an operationalization and specify their predictions in terms of a probability distribution over possible research outcomes. Proper decision rules are used to decide on the amounts of reputation that are gained and lost upon observing the data. It is argued that adoption of the model would lead to less trivial research, less selective publication, and a more liberal attitude towards experimental design. The betting model is contrasted with several other methodologies. In these comparisons, methodological models are viewed as policies, i.a., sets of rules which lead to certain predictable consequences if rational individuals exploit these rules to their own advantage. All comparisons reveal that the other models have relatively undesirable properties from this point of view. In discussing criticisms of the betting model, it appears that the model is also not completely water-proof from a policy point of view when participants do not wish to maximize their subjectively expected reputation. Other criticisms are discussed and are found wanting.
- [10-19-2007] What is the connection to lotteries: the experiment is a gambit—lottery—against nature, nature playing against the bidders. Once the bids are definitive, the situation from the bidders point of view is perfectly like that of the applicants for the study of, e.g., the study of medicine facing a weighted lottery, while yet having to sit the examination that will be decisive for the weighting. (See Wilbrink (1980) htmlhow this may be modeled mathematically).
- [10-19-2007] The betting construction might be considered to be the problem how to distribute 'reputation' in a just way. The betters cannot both have the reputation that is at stake: the experiment will prove at least one of them wrong, losing him or her the reputation at stake. It might be possible, of course, to distribute the reputation at stake equally, refraining from the critical experiment, but that exactly is not the point. The situation therefore resembles that of one position being available to two applicants.: winner takes all, be it the open position, or the reputation put at stake.
- [10-19-2007] Is the betting situation a lottery? Nature doesn't gamble here. (Nature gambling is the story of the birds and the bees. Or that of Schrödinger's cat, if you like that better). For the participants the bet involves a probability distribution, therefore for each participant the lottery is defined by the subjective probability distribution as defined for the bet. See also Van Lenthe (1993) on techniques for eliciting those distributions. The straight lottery—each participant having exactly probability ½—is easily seen to be a very extreme case. Therefore it would be interesting to analyze in what ways a straight lottery for admission to numerus-fixus studies differs from the Hofstee betting model. That analysis might illuminate the problem of weighting the admissions lottery, using examination GPA's. A challenge to Peter Stone?
- W. K. B Hofstee (1980). De empirische discussie. Theorie van het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Meppel: Boom. isbn 90 6009 455 7
- W. K. B. (1977). De weddenshap als methodologisch model. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 32, 203-217.
- Jelle van Lenthe (1993). ELI. The use of proper scoring rules for eliciting subjective probability distributions. dissertation Groningen. Leiden: DSWO-Press.
- Jelle van Lenthe (1993). An interactive elicitation technique for subjective probablility distributions. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 55, 379-413.
- Jelle van Lenthe (1994). Scoring-rule feedforward and the elicitation of subjective probability distributions. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 59, 188-209.
Nederlandse Staatscourant. Numeri fixi 1984-1985 definitief vastgesteld. 30-5-1984
Wageningse Hogeschoolblad, 7 (7). 24-2-1984. Kamer akkoord met numerus fixus. (plaats arbeidsmarkt)
1985 de lerarenopleiding
Academische Raad (1985). Advies over toelating en selectie i.v.m. de tweede-fase lerarenopleiding. 's-Gravenhage: Academische Raad. Zie m.n. de standpuntbealing op p. 7-8.
1986
1987 desert
Eijk, D. van -, Flexibiliteit is het handelsmerk in het Zweedse hoger onderwijs. HBO-Journaal 9/87 38- . ged. abstract onder: marktoriëntatie
Folia. Universiteiten houden vast aan gewogen loting. Deetman wil nog verwijzende propedeuse. 13 november 1987.
- De gezamenlijke universiteiten willen dat de mogelijkheid van studentenstops aan het begin van de studie blijft bestaan. Zij voelen niets voor het idee van minsiter Deetman om het systeem van loting af te schaffen en iedereen automatisch toe te laten tot het eerste jaar. Dit standpunt heeft dr. j. A. van kemenade dinsdag namens de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse universiteiten uitgedragen in een overleg met minister deetman in de Hoger Onderwijs kamer. Hij noemd edit systeem een 'historisch compromis', dat altijd nog eerlijker is tegenover studentn dan het systeem dat de minister wil invoeren. In zijn Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (Hoop) heeft minsiter deetman onlangs het idee gelanceerd om de studentenstop of numerus fixus te laten vervallen. Wie over een voldoende vooropleiding beschikt zou automatisch worden toegelaten tot de studie van zijn keuze. Na het eerste jaar - de propedeuse - moet elke student vervolgens een gefundeerd advies krijgen over zijn vervolgstudie. Deetman noemt dit de 'verwijzende functie' van de proepdeuse, een functie die trouwens in de wte op het wetenschappelijk onderwijs wordt genoemd. etc.
Sher, G. (1987). Desert. Studies in moral, political, and legal philosophy. Princeton: Princeton University Press.
Wasserman, D. (1996). Let them eat chances: probability and distributive justice. Economics and Philosophy, 12, 29-49.
- 30: If there are two distinct conceptions of probability involved in the appraisal of lotteries, there are also two distinct views of how a lotery exploits probability to achieve fair treatment. These views can be characterized as distributive and procedural. 48; But we live in a world where we can divide resources with only partial loss of valu, and we can increase the production of goods to reduce or eliminate their scarcity. Both options have significant costs: there will be a loss of net value in dividing a good whenever the sum of the parts has less value than the undivided whole; there will be greater scarcity elsewhere oif we increase the production of this good. If we see a lottery as distrbuting something of value besides the good itself, or as partially satisfying the demand for that good, we may be more inclined to reject the costs of increased division or production. We may be more inclined to give the undividd good to one claimant and let the rest eat chances, or to maintain the existing scarcity of that good rather than to divert productive resources from other goods. If, on the other hand, we see lotteries as having only the procedural virtue of respecting euqal entitlements by allocatingg disputed goods in a manner not known or reasoably believed to favor any claimant, they will offer a less attractive alternative to the more equal distribution of resources. We may be more willing to incur the costs of fuller division or increased production.
1988 a gold lottery
Cate, Th. J. ten (1988). Lange reeks maatregelen schaadt opleiding tot arts. De Volkskrant 17-2-1988.
Dronkers, J. (1988). Hoger onderwijs voor velen. Is de externe democratisering geslaagd? Intermediair, 24 (27),15-17. 8-7-1988.
ERIC 1992-9/96Davidson,-Mary-E. And-OthersMonitoring Commission's Memorandum on the Admission Processes for Certain Elementary Options for Knowledge Programs.1988
- This document describes the procedures required for applicants to gain admission during the 1986-87 school year to certain elementary school Options for Knowledge (OFK) programs in Chicago (Illinois). Elementary magnet schools and programs that do not contain a testing requirement for admission are open to students who wish to attend by transferring from their home-school attendance are and completing an application. The number of available spaces is estimated and categorized by race. Applications are categorized by race, grade, and sex to avoid in-school segregation. The enrollment of siblings and transportation needs are also considered. Applicant is interviewed to determine their potential for success. If there are more qualified applicants than available spaces, a lottery is conducted to determine which applicants will be admitted. Elementary "Classical Schools," which are sites for academically accelerated programs, and Gifted Programs require student testing for admission. The preliminary screening and the lottery process used by the magnet schools and programs is also used by the Classical Schools and Gifted Programs. In addition, applicants must meet criteria based on scores on the Iowa Test of Basic Skills (ITBS) and other standardized achievement tests in order to enter the lottery. Two administrative memoranda; descriptions of the elementary magnet schools and programs, the Classical Schools, and the Gifted Programs; and a map of OFK schools are appended. (FMW)
Rowan-Robinson,-Jeremy, Lloyd,-M.-G, Land development and the infrastructure lottery. 1952 Clark,-T.-and-T., 1988. 160 p. 1988
The 1832 gold lottery of Georgia : containing a list of the fortunate drawers in said lottery. Lucas,-S Emmett, 1931 Southern-Hist.-Press, 1988. 558 p. 1988
1989 Solomonic judgements
Elster, J. (1989). Solomonic judgements. Studies in the limitations of rationality. Cambridge: Cambridge University Press.
- lotenp. 1: My concern here is ... with failures in rational choice theory. p. 2: in this book ... the emphasis is on the indeterminacy of rational choice theory.
- p. 37 I shall argue that we have a strong reluctance to admit uncertainty and indeterminacy in human affairs. Rather than accept the limits of reason, we prefer rituals of reason.
- p. 114; Using a weighted lottery (or multiple queues) could increase everybody's chance of getting the scarce good, if the inequality created opportunities or incentives that in the end would make the good less scarce. The regulation of access to medical or technical education by a weighted lottery could be justified by this argument. Ik kan deze gedachte van Elster niet volgen.
- p. 121; The basic rreason for using lotteries to make decisions is honesty. [Leuk: dat onderscheid tussen fairness en honesty!) Honesty requires us to recognize the pervasiveness of uncertainty and incommensurability, rather than deny or avoid it. Some decisions are going to be arbitrary and epistemically random no matter what we do, no matter how hard we try to base them on reasons. Chance will regulate a large part of our lives, no matter how hard we try to avoid it. By taming chance we can bring the randomness of the universe under our control as far as possible and keep free of self-deception as well. The requirements of personal causation [De Charms (1968)] and autonomy [Elster (1983a), ch. 3] are reconciled by the conscious use of chance to make decisions when rational argument fails. Although the bleakness of this vision may disturb us, it is preferable to a life built on the comforting falsehood that we can always know what to do. Otto Neurath characterizes the belief that we can always have good reasons for our decisions as pseudorationalism. Whereas Cartesian 'rationalism sees its chief triumph in the clear recognition of the limits of actual insight', pseudorationalism 'leads partly to self-deception, partly to hypocrisy'. To conclude the present chapter I can do no better than to quote his further comments on this distinction: [ik neem alleen het tweede deel van het citaat over] "Let us go back to the parable of Descartes. For the wanderers lost in the forest, who have no indication at all as to which direction to follow, it is most important to march on energetically. One of them is driven in some direction by instinct, another by an omen; a third will carefully consider all eventualities, weigh all arguments and counter-arguments and, on the basis of inadequate premises of whose deficiencies he is unaware, take one definitte direction which he considers the correct one. The fourth, finally, will think as well as he can, but not refrain from admitting that his insight is too weak, and quietly allow himself to decide by lot. Let us assume that the chances of getting out of the forest are the same for the four wanderers; nevertheless there will be people whose judgment of the behaviour of the four is very different. To the seeker after truth whose esteem of insight is hghest, the behaviour of the last wandere will be congenial, and that of the pseudorationalist most repellent. In these four kinds of behaviour we can perhaps see four stages of development of mankind without exactly claiming that each one of them has come into full existence. (Neurath, 1913, 9-11).
1990 De machtigingswet wordt telkens maar verlengd
Vrlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten en de Machtigingswet beperking inschrijving h.b.o. Kamerstuk 21600
- nr 1-2 Voorstel van wet. pdf
- nr 3 Memorie van toelichting pdf
- nr 4 Verslag. pdf
- Advies Raad van State pdf
- De Raad wijst erop dat de huidige wet eindigt op 31-12-1990, en het voorstel voor wijziging van de wet ingaat op 1-1-1991, zodat de wet een wet wijzigt die dan niet meer bestaat. Ze hebben wel humor, daar in Den Haag
Coleman, J. S. (Ed.) (1990). Equality and achievement in education. London: Westview Press.
EconLit 1969-12/96Allocating Jobs under a Minimum Wage: Queues vs. LotteriesGang,-Ira-N.Tower,-Edward1990
- In this paper we provide a simple diagrammatic technique of incorporating variable labor supply into the specific factors model. We then use the framework to analyze the positive and normative effects of a minimum wage both with a broadly based employment lottery (on-the-job search) and with an employment queue (the Harris-Todaro case). We discover that with a given minimum wage replacing the queue with a lottery may be welfare reducing.
EconLit 1969-12/96On the Optimality of Lottery Drafts: Characterization of Interim Efficiency in a Public Goods ProblemLedyard,-John-O1990
- This paper characterizes interim efficient mechanisms for public good production in an environment with risk neutral, quasi-linear preferences and fixed size projects, where the distribution of the private good, as well as the public goods decision, affects social welfare. We find that over a wide range of parameters the optimal mechanism is a lottery draft, where all private information is ignored by the planner. The technical conditions for this result are related to regularity conditions often encountered in the optimal auction literature. These lottery drafts have only a limited form of distortion in the output of the public good, but severe distortions in the distribution of the private good. When the regularity condition does not hold, the nature of the distortion reverses; there is underprovision of the public good, but this lower level of public good is provided in a more cost efficient way. The paper also explores the effects of limited side payments, consumption lower bounds, individual rationality, and large populations.
Hofstee, W. K. B. (1990). Allocation by lot: a conceptual and empirical analysis. Social Science Information, 29, 745-763. pdf en preview
Kits van Waveren, E. (1990). Maatschappij heeft ook lager intellect nodig. NRC Handelsblad 3-2-1990. Over selectieprocedures in Engeland bij toelating tot de medische studie. nogal rhetorisch.
Verlenging machtigingswet 19 juni 1990, TK 89-90 21600 nrs 1-2.
Young, I. M. (1990). Justice and the politics of difference. Princeton: Princeton UP.
1991 Stilte voor de storm
Dissertation Abstracts 1987-1991AN EVALUATION OF DISCREPANCIES IN THE PERCEPTIONS HELD BY RIVER MANAGERS AND RIVER USERS CONCERNING THE ACCEPTABILITY OF ALTERNATIVE RIVER RATIONING POLICIES; WIKLE-THOMAS-ADAMS
- This study examined the acceptability of alternative resource rationing policies among wild river users and river managers. The premise was that recreation decision-making might be improved by a better knowledge of discrepancies between the attitudes held by river users and those of river managers concerning the implementation of policies which limit river use. Visitors to four separate river areas were asked to evaluate First-come/First-served, Advanced Reservation, Lottery, Price, and Merit as policies for limiting use. River managers were asked to answer identical questions. Chi-squared tests indicated that Advanced Reservation is considered to be a more acceptable policy to river users than to river managers. The findings also indicated that Advanced Reservation, First-come/First-served, and Lottery are perceived to be acceptable policies to both resource users and managers while Merit, Price and Priority for First Time Users are generally not perceived to be acceptable policies for rationing river use. Multivariate tests revealed that only a fraction of respondents' attitudes toward rationing policies can be explained by understanding the socioeconomic or activity characteristics or resource users.
Dissertation Abstracts 1987-1991ECONOMETRIC ANALYSIS OF THE VIETNAM ERA DRAFT LOTTERY; ANGRIST-JOSHUA-DAVID
- This dissertation contains three chapters. The first two are empirical studies that use the Vietnam Era draft lottery as a measurement device in analyses of the anticipated value and consequences of military service. The third chapter contains a brief theoretical discussion of some of the econometric methodology used in one of the empirical chapters. Estimates of the effect of veteran status on civilian earnings may be biased by the fact that certain types of men are more likely to serve in the armed forces. In Chapter 1, an estimation strategy is employed that enables measurement of the effects of veteran status while controlling for differences in other personal characteristics related to earnings. The randomly assigned risk of induction generated by the Vietnam era draft lottery is used to construct instrumental variables that are correlated with earnings solely by virtue of their correlation with veteran status. Instrumental variables estimates tabulated from Social Security Administration records indicate that in the early 1980's the earnings of white veterans were approximately 15 percent less than nonveteran earnings. In contrast, there is no evidence that nonwhite veterans suffered any lasting reduction in earnings. The second chapter is concerned with racial differences in the anticipated value of military service and with the impact these differences may have had on the racial composition of the armed forces. In discussions of the incidence of Vietnam era military service, it is often observed that blacks were over-represented among draftees in the early 1970's. The racial composition of the armed forces, however, was determined jointly by armed forces eligibility criteria and voluntary enlistment as well as by the failure of draftees to avoid conscription. The interaction of these selection criteria makes it impossible to use the armed forces racial mix as prima facie evidence regarding the burden of conscription. The third chapter begins with the observation that Instrumental Variables (IV) estimators for regression coefficients may be written as a function of the covariance between instruments and regressors and the covariance between instruments and the dependent variable. In most applications, both sets of covariances are estimated using data from a single sample. (Abstract shortened with permission of author.)
Dissertation Abstracts 1987-1991EQUALITY AND POLITICAL COMMUNITY: THE FOUNDATIONS OF RAWLS'S "A THEORY OF JUSTICE". (VOLUMES I AND II)PETERS-JOCLAYRE-MAUREEN
- This dissertation explores the relationship between alternative ideas of equality in liberal society and the central themes of John Rawls's theory of Justice as Fairness. The introductory chapter considers the meaning of equality in political philosophy and also distinguishes between equality as a treatment standard (treatment-equality) and equality as a proposition about human beings (attribute-equality). I argue that equal means "of equivalent worth," not "the same," and that equality is an issue of valuation rather than of comparison. The discussion then turns to the origins of liberalism in the English civil conflicts of the seventeenth century. Thomas Hobbes's theory is considered not only as the basis of liberal individualism but also as centering about a completely secular conception of equality. Hobbes's system, however, is a response to a still vital idea of moral equality rooted in religion. The "liberal tradition," as opposed to the classical liberalism discussed in political philosophy, in fact centers on an argument about equality between the Hobbesian liberal individualism and an alternative moral equality derived from religion. Subsequent liberal struggles over equality result from the conflict of these conceptions, the disarray in thinking about distributive justice that comes from Hobbes's dismissal of the topic, and attempts to approach the problem from what I call alternative theoretical time frames. The major elements of Rawls's argument for a conception of distributive justice that takes equality seriously are the theoretical construct of "the original position and veil of ignorance," the idea of the "natural lottery," and the difference principle. I contend that "the natural lottery," previously known as "accident of birth," and discussed in various works by Herbert Spiegelberg, is an old one in Western thought, rooted in religion but carried forth by secular reformers as well, and that it provides the basis for an alternative view of justice and equal treatment. Rawls's difference principle builds on this foundation but transforms it into a new conception of distributive justice. This provides the basis for a theory that is original and quite removed from Hobbesian liberal individualism.
Dissertation Abstracts 1987-1991THE NORTH GEORGIA GOLD RUSH;WILLIAMS-HAROLD-DAVID
- In the late 1820s, gold was discovered on Cherokee lands in what is today North Georgia. This strike sparked the first major gold rush in American history and accelerated the process of Indian removal. The years 1829-33, known as the period of the Great Intrusion, saw a rapid influx of gold-fevered miners into the region. It was during this time that Cherokee lands were literally gambled away in a land lottery from which the Indians themselves were barred. By 1839, the Cherokee had been driven beyond the Mississippi on the Trail of Tears but, ironically, the gold had begun to "play out." When gold was discovered in California ten years later, the Georgia miners wasted no time in following Cherokee westward, bringing to an end Georgia's great gold mining era. Although mining has continued sporadically over the years, the area's gold production has never again equaled that of the 1830's.
EconLit 1969-12/96Peopling the Land by Lottery? The Market in Public Lands and the Regional Differentiation of Territory on the Georgia FrontierWeiman,-David-F1991
- Organized markets in public lands enabled large slaveholders to establish a foothold on the frontier, often in advance of their actual settlement. Their "preemptive" purchases of prime cotton lands fostered the regional differentiation of territory by displacing yeoman households to more marginal soils. An analysis of the land market in western Georgia in the 1820s demonstrates the regional patterning of the new territory at the very onset of settlement. The state's land policy, a lottery system, ordained this outcome, as it instituted markets in public lands to which wealthy slaveholders had greater access.
ERIC 1982-1991Hinders,-Duane-CExamples of the Use of Statistics in Society.Discusses the use or misuse of statistics or probability in society. Presented are examples from opinion polling, sports, the 1970 draft lottery, and the law. Lists 18 references. (YP)
ERIC 1982-1991Palmer,-RaymondDaring,-DouglasInterview Sign-Ups: A Synergistic Approach.Journal-of-College-Placement
- Discusses a system of sign-up procedures for different student recruiting situations. Describes four methods including the open sign-up, lottery, preselection/prescreening, and advanced request. Considers factors involved in choosing the right method and in using a combination of methods. (RC)
ERIC 1982-1991Ravelo-Hurtado,-Nestor-E.Nitko,-Anthony-J.Selection Bias According to a New Model and Four Previous Models Using Admission Data from a Latin American University.
- This paper describes a modified lottery selection procedure and compares it with several popular unbiased candidate selection models in a Venezuelan academic selection situation. The procedure uses modified version of F. S. Ellett's lottery method as a means of partially satisfying the principles of substantive fairness. Ellett's procedure establishes an upper cut-score and recommends acceptance of everyone whose test score is at or above the cut-score. A second lower cut-score is also established, so that everyone scoring at or below this score is rejected. After hiring or admitting candidates in the upper group, additional openings are filled by those between the upper and lower cut-scores. The modification of Ellett's procedure, referred to as the probability level assignment model (PLAM), involves division of the score scale between the upper and lower cut-scores into several equal-width intervals, within which applicants are selected via lottery in proportion to the probability for success upon admission or employment. Results from application of this method to 272 first-year students at the Universidad de Oriente in Cumana, Venezuela, indicate that the PLAM appropriately addresses the various criteria of selection fairness. Eight data tables are appended. (TJH)
Huisman, A., & Koppenol, J. (1991). Daer compt de Lotery met trommels en trompetten!. Loterijen in de Nederlanden tot 1726. Hilversum: Verloren.
- Gedeelten zijn beschikbaar op http://books.google.nl/.
- Het belang van dit boekje is dat de historische wortel van de loterij juist de verloting van schaarse marktplaatsen en ambten is, dus een toepassing die vergelijkbaar is met loten voor numerus-fixusopleidingen.
Köbben, A. F. J. (1991). De weerbarstige waarheid. Opstellen over wetenschap. Amsterdam: Prometheus. Hierin: Had de professor een goed rapport? 134-144. Is bewerking van art. in NRC 22-8-1983. '95
Rosenfeld, M. (1991). Affirmative action and justice. A philosophical and constitutional inquiry. New Haven: Yale University Press. '96 Lottery system for allocating scarce goods, 25, 72-73, 121, 125, 127-28; compared to use of affirmative action as a 'tiebreaker,' 100; compared to quota, 126.
Volkskrant. De loting ontlopen. 13-11-1991 Kiezen na school. Door Henk Strabbing. Ook over wachtijsten voor de huisartsopleiding.
Wiggers, J. H. (1991). Recht doen aan gelijkheid. Een beschouwing over voorkeursbehandeling en de betekenis van het gelijkheidsbeginsel in het grensgebied van recht en sociaal-politieke ethiek. Nijmegen: Ars Aequi Libri.
1992 Goodwin: justice by lottery
Eckstein, M. A., & Noah, H. J. (eds) (1992). Examinations: comparative and international studies. Oxford: Pergamon Press.
EconLit 1969-12/96On Decentralizing Lottery Allocations in a Market with Consumption IndivisibilitiesGarratt,-Rod1992
- The stochastic competitive (lottery) equilibrium concept of Prescott and Townsend [IER, 1984, Vol. 25, No. 1] is applied to a market where consumption indivisibilities provide a role for welfare-improving stochastic allocations. It is shown that gains from allowing stochastic allocations may not always be achieved through decentralized trade involving lotteries. A key consideration is the placement of bounds on the consumption possibilities set. A method for calculating the probability of existence of a lottery equilibrium which involves randomly and independently selecting the parameter on consumer preferences is presented. The probability of existence of a lottery equilibrium is strictly positive for finite consumer economies. It is proven that the set of economies for which a lottery equilibrium exists is strictly contained in the set of economies for which a sunspot equilibrium exists.
EconLit 1969-12/96title?Garratt,-RodMarshall,-John-M.1992
- We provide a contract theory of educational finance in which voluntary participation in the contract derives from consumer's willingness to participate in a lottery to determine their consumption of the indivisible, expensive private good, higher education. Important feature of educational finance (fees, taxes and admissions) are explained as terms of the optimal contract. In addition we address how the optimal contract should change in response to a change in permanent income.
EconLit 1969-12/96title?Sullivan,-Arthur-M1992
- This paper proposes a scheme to facilitate the siting of noxious facilities. A regional government announces that it will (1) use a lottery to choose a site for a noxious facility and (2) transfer income from tenants to host-city landowners to at least partly offset the effects of the noxious facility on local property values. The government will hold the lottery only if all citizens agree, in advance, to abide by the resulting siting decision. The lottery approach is superior to the conventional approach to siting (advance notification) in the sense that the lottery approach achieves unanimous support for the siting decision with less compensation. The compensation scheme can be financed with a regionwide tenant tax or a tax on residents in the nonhost city. For "small" compensation programs, the nonhost tax is superior to the regional tax. (c) 1992 Academic Press, Inc.
Elster, J. (1992). Local justice. How institutions allocate scarce goods and necessary burdens. Cambridge: Cambridge University Press.
ERIC 1992-9/96Davidson,-Mary-EResponse to the Annual Desegregation Review, 1990-91. Part I: Student Assignment Component.1992
- The Monitoring Commission for Desegregation Implementation in the Chicago (Illinois) Public Schools formally responded to the 1990-91 Chicago Board of Education's Desegregation Review on Student Assignment. That Board report presented data on the contribution of various student assignment procedures to the voluntary desegregation of the schools. In addition, the report commented on strategies for relieving overcrowded schools, desegregation transfer program, magnet schools, mandatory backup measures, analysis of fiscal resources, interdistrict transfers, and the prevention of within-school desegregation. Analysis of this report by the Monitoring Commission notes the following concerns: (1) 11 of the 126 schools classified as integrated/desegregated are not meeting their racial balance criteria; (2) controlled enrollment may become an inadvertent vehicle for segregation or need more desirable enrollment sites for racial/ethnic minorities; (3) financial aspects of the report are difficult to evaluate because funding from all sources for individual schools is not provided; (4) permission for students to enroll in their attendance area schools once the school is at design capacity is supported; (5) the Commission supports mandatory measures to ensure compliance with the minimum 30 percent minority enrollment; and (6) the Commission does not endorse a recommendation that students from feeder schools should be given priority in the voluntary transfer process as it would undermine the lottery. Includes 12 tables. (JB)
ERIC 1992-9/96Yanofsky,-Saul-M.Young,-LauretteA Successful Parents' Choice Program.1992Phi-Delta-Kappan;v73 n6 p476-79 Feb 1992;
- The Controlled Parents' Choice Program in White Plains, New York, successfully combines equity and racial balance concerns with parental opportunity to select a child's elementary school. The program's success hinges on expressed parental preference, guaranteed priority for siblings, residential preference, formal deadlines, a lottery, waiting lists, and transfer requests. Results and benefits are detailed. (MLH)
Frijhoff, W. (1992). The Netherlands. In Clark, B.R., & Neave, G.R. (Eds.)(1992). The encyclopedia of higher education. Oxford: Pergamon Press. I, 491-504).
- Over toelating tot numerus fixus studies: "The selection of students involves allocation by lottery, weighted by the average marks of the school-leaving examination, - a hybrid solution that often causes surprise among foreign observers. However, it reflects perfectly the prevailing Dutch ideology: crude meritocracy (which is in fact favorable to the higher social classes) should be reconciled with equality of educational opportunities for all."
Goodwin, B. (1992). Justice by lottery. London: Harvester Wheatsheaf.
David Miller (1992). Distributive Justice: What the People Think. Ethics, 102, 555-593.
jstor
Sen, A. (1992) Inequality reexamined. Oxford: Oxford University Press.
1993 Einde van de Machtigingswet: nu gewoon wet
Contactgroep Academisch Onderwijs (CAO) (1993). Van secundair onderwijs naar universiteit. TvHO, 11, 140-152.
ERIC 1992-9/96Mosrie,-DavidThe Right Choice.1993American-School-Board-Journal;v180 n2 p37-38 Feb 1993;
- A Florida county, under a federal court order to desegregate its schools, adopted a plan of controlled school choice approved by the federal court. The county was divided into three zones that roughly reflected the school system's racial composition. A computerized lottery, with provisions for keeping siblings together and attractive programs for underchosen schools, help make the system work. (MLF)
Hoger onderwijs onderzoek en wetenschapsbeleid - Voorlichting : Numerus fixus tandheelkunde 1993-1994, 10 februari 1993, W0/M-93006114 : Uitleg : weekblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, 9(7), 1993, p. 31
Kavanagh, T. M. (1993). Enlightenment and the shadows of chance. The novel and the culture of gambling in eighteenth-century France. Baltimore: Johns Hopkins University Press.
- Een aantal interessante thema's; een stukje geschiedenis van loterijen, de tegenstelling tussen deelnemen aan loterijen en de gelegenheid hebben door eigen verdienste op te klimmen. Het geheel speelt op een plaats en in een tijd die voor de opkomst van vergelijkende examens cruciaal zijn. (loten) '96
Numerus Fixus 1993. Uitleg23 juni 1993 p. 36, en het Gele Katern 15 1993. Bedrijfskunde: 1520, Bouwkunde 770, Geneeskunde 1485, Diergeneeskunde 175, Medische Biologie Utrecht 80, Biomedische wet. Leiden 80, Gezondheidswetenschappen 80, Japankunde 60, Tandheelkunde 180.
- Uitleg: "Met ingang van het studiejaar 1994/95 word de toelatingsbeperking vastgesteld volgens bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs en wteenschappelijk onderzoek (WHW) die dit jaar in werking treedt. Daarmee komt een einde aan de machtigingswet die sinds 6 juli 1972 de toleatingsbeperking aan universiteiten regelt. Minister De Brauw voerde deze aanvankeljk zeer onpopulaire wet in toen in de democratische jaren zestig steeds grotere aantallen studenten naar de universiteiten stroomden. Om ervoor te zorgen dat universiteiten niet in de problemen kwamen, konden zij voorstellen doen om de instroom voor bepaalde studierichtingen te beperken. Werd daarbij in enige mate ook rekening gehouden met de arbeidsmarkt, de enige echte arbeidsmarktfixus geldt tot nu toe voor de opleidingen tandheelkunde, waarbij WVC in samenwerking met de Neerlande Maatschappij voor Tandheelkunde tot voor kort een beroepskrachtenplanning opstelde die tamelijk nauwkeurig bepaalde hoeveel tandartsen Nederland nodigheeft. Volgens de nieuwe wet komt er een landelijke capaciteitsfixus, een instellingscapaciteitsfixus en een arbeidsmarktfixus. Deze fixus-regeling geldt ook voor het h.b.o., waarvoor tot nu toe een aparte wet (Machtigingswet beperking inschrijving h.b.o.) gold. Deze wet beperkte de inschrijving alleen op grond van de behoefte van de arbeidsmarkt. Instellingen stellen in de toekomst jaarslijks zelf de maximale capaciteit voor elke opleiding vast. Dit gebeurt landelijk of per instelling. De wet bepaalt dat de maximale capaciteit bij een instellingsfixus ten minste 75 procent moet zijn van het gemiddelde van de laatste drie jaar. Bij een landelijke fixus moet de instelling de capaciteit uitbreiden tot tenminste 125 procent van het gemiddelde van de laaste twee jaar en de vastgestelde capaciteit voor het aanstaande jaar. Als er in beide gevallen dan nog aanmeldingen overblijven, wordt er geloot. De arbeidsmarktfixus, die overigens pas na een zware procedure wordt vastgesteld en wordt aangekondigd in het Hoger onderwijs en onderzoek plan (HOOP), is in de WHW verruimd. Het criterium 'specifiek opleiden voor de uitoefening van een beroep' (zoals bij tandheelkunde) is geschrapt. De arbeidsmarktfixus kan nu ook ingevoerd worden om een andere reden en voor andere soorten studies - ook al zijn ze niet zo beroepsspecifiek - bijvoorbeeld wanneer al enige jaren grote werkloosheid heerst onder afgestudeerden."
Sen, A. (1993) Capability and well-being.In M.C. Nussbaum & A. Sen (Eds) The quality of life (p. 30-53). Oxford: Clarendon Press. In vertaling: Capaciteit en welzijn. In J. de Beus (Red.) (1995) Amartya Sen. Welzijn, vrijheid en maatschappelike keuze. Opstellen over de politieke economie van het pluralisme (p. 149-173). Amsterdam: Van Gennep.
Statman, D. (Ed.) (1993). Moral luck. State University of New York Press.
Uitvoering machtigingswet inschrijving studenten numeri fixi 1993-1994, 27 mei 1993, WO/V-93036042. Uitleg gele katern 9 juni 1993, p. 12 gezien
1994
Bernard, Bruno Bernard et al. (1994). Loterijen in Europa. Vijf eeuwen geschiedenis. Brussel: Nationale Loterij.
- Robert Muchembled: Het rad van fortuin. Loterijen en moderniteit in Europa van de 15de tot de 16de eeuw. 17-54.
- Bruno Bernard: Morele en sociale aspecten van de loterijen. 55-88.
- Helma Houtman-De Smedt: Noordwest-Europa in de ban van het loterij- en lottospel tijdens de 18de en de 19de eeuw. 137-186.
Doets, Jaap. Arts en praktijk. Het gelijk van de markt. Afstemming numerus fixus arbeidsmarkt. Medisch contact : officieel orgaan van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, 49(44), 1994, p. 1405-1406
EconLit 1969-12/96title?Boyce,-John-R1994Many authors have argued that lotteries are used to allocate resources because of the fairness of the mechanism. However, a number of historical examples suggest otherwise. Participation fees are almost always charged and they are often discriminatory. In addition, goods (or bads) allocated by lotteries are usually not transferable. Both lottery participation fees and restrictions on transferability reduce rent-seeking from speculators. Each feature increases the rents to the primary user groups relative to the rents attainable from alternative mechanisms such as auctions, queues, or merit allocations.
Elster, J., & Herpin, N. (Eds.) (1994). The ethics of medical choice. London: Pinter.
HBO-Journaal Lotingschaos. Tientallen open plaatsen, gedupeerde studenten. Wie betaalt de rekening? HBO-Journaal oktober 1994.
Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Adviezen beroepskrachtenvoorziening artsen deel 1 en 2 (1/94, 32/93); Advies medische en tandheelkundige vervolgopleidingen (4/95). Zoetermeer. (079-3687300; postbus 7100 2701 AC) (nog aan te vragen)
Numerus fixus voor opleidingen vastgesteld. Uitleg 25 mei 1994 38. Er zijn vijf arbeidsmarkt numeri fixi: logopedie, fysiotherapie, tandheelkunde, geneeskunde, diergeneeskunde. Een een zwerm andere fixi, vooral in het hbo.
Oosterbeek, H. (1994). Onderwijsplan van paars is verre van bizar. De Volkskrant 12-8-1994.
Sanders, H. W. A. Numerus fixus bij Geneeskunde. Strijdig met realistische prognoses, wettelijke bepalingen en gevraagde adviezen. Medisch contact : officieel orgaan van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, 49(12), 1994, p. 383-384
Volkskrant 31 oktober 1994. "Green Card-loterij. Wel eens van de Green Card-loterij gehoord? Het is een loterij van de Amerikaanse overheid, waarbij de hoofdprijzen niet mooie geldbedragen zijn maar permanente verblijfsvergunningen voor de Verenigde Staten. Dit jaar zijn er 55 duizend te vergeven, en de loterij wordt in 1995 en 1996 herhaald.Het programma is opgezet om meer evenwicht te krijgen in de immigratie naar de VS. Landen die de laatste vijf jaar veel immigranten leverden kunnen niet meedoen. Dat lot treft bijvoorbeeld China, Taiwan, India, Vietnam, Zuid-Korea, Engeland, Canada, Maxico en de Dominicaanse Republiek.(...) De computer van de Amerikaanse immigratiedienst pikt willekeurig ruim 55 duizend namen uit de zee van aanmeldingen - ruim zes miljoen in 1994 -, en dan volgt nog een soort sollicitatiegesprek op het consulaat in het land van herkomst. De potentiële landverhuizer moet in ieder geval een behoorlijke beroepsopleiding hebben. Ook een financiële basis, in de vorm van een sponsor, eigen geld of het aanbod van een baan in de VS, is verplicht. Het visum zelf is overigens niet gratis: voor het felbegeerde papiertje vraagt de Amerikaanse overheid tweehonderd dollar."
1995 Drenth's Duijkerlezing
Aanmelding en loting hoger onderwijs (OWB/EB/B&B-156; Hoger onderwijs, onderzoek en wetenschapsbeleid). 18a (gele katern, 1995)
Adams, J.S. (1965) Inequity in social exchange. In L. Berkowitz (Ed.) Advances in experimental psychology (p. 267-299). London: Academic Press.
Adriaansens, H. (1995). 'Kwaliteiten in fasen'. Een repliek. Socialisme & Democratie, 52(9), 412-418. p. 415: "Daarmee zou bovendien een einde komen aan de onwaardige lotingsprocedure voor de opleidingen geneeskunde en diergeneeskunde."
Conall Boyle (1995). Is random fair? (paper presented at the Royal Statistical Society Conference 1995, Telford, Shropshire) pdf
Cascio, W. F., Zedeck, S., Goldstein, I. L., & Outtz, J. (1995). Selective science or selective interpretation? American Psychologist, 50, 881-882.
- Gaat in discussie met Gottfredson, L. S. (1994). The science and politics of race-norming. American Psychologist, 49, 955-963. Gaat vooral over de 'sliding band method of referral.' Voor dat onderwerp zie de juli 1995 issue of Human Performance. Het thema is erg interessant, ook in relatie tot loten. Het gaat erom dat kleine scoreverschillen nauwelijks bijdragen aan het verwachte nut voor de selecteur, maar wel kunnen bijdragen aan over-selectie van de ene groep tov een andere. Cascio e.a. stellen dus voor om geen differentiële beslissingen te nemen op basis van verschillen die zo klein zijn dat ze nauwelijks betekenis hebben, maar binnen een bepaalde band scores als gelijk te beschouwen. Dat zou een kleine beijdrage kunnen leveren aan eerlijker methoden, tegen een heel klein verlies aan verwacht nut.Het lijkt me, en daar ben ik dus ok benieuwd naar, dat je zo in feite klssen vormt waaruit dje vervolgens alleen maar door loten kunt selecteren. Een goede band zou er dan een zijn rond de aftestgrens. Dit wordt dus razend ingewikkeld, en misschien juist naar degenen die het treft heel moeilijk te verkopen.
Cohen, Job (1995). Onderwijs past in geen enkel keurslijf. De Volkskrant, 6-3-1995 html
- Daarom zie ik meer in de aanbevelingen van de commissie-De Moor, die veranderingen zoekt in grotere selectiviteit zonder selectie aan de poort (en daar nog eens de bekende, maar daarom niet minder juiste argumenten voor aanvoert), en op een verstandige manier toch enige ruimte wil creëren om af te wijken van de uniforme cursusduur.
Cohen, M. J., & Gerards, J. M. A. M. (1995). Rechten van leerlingen en studenten. Nederlands Tijdschrift voor onderwijsrecht: Jaarboek onderwjsrecht en onderwijsbeleid 1993/1994, 79-88.
- De rechtspositie van de student en de leerling is door de invoering van de AWB versterkt. Primair geldt dat voor de toepasselijkheid van de algemene bestuursbepalingen over zorgvuldigheid en belangenafweging, die worden gericht tot examencommissies en examinatoren en waarmee voor de beroepscolleges een nieuwe toestsingsbasis wordt gegeven. [B. J. van der Net, Het College van Beroep voor de examens aan de universiteit en de Algemene Wet Bestuursrecht, School en Wet, oktober 1994, p. 10]De beroepscolleges kunnen daarmee gefundeerder ingrijpen bij onzorgvuldig handelende examencommissies en examinatoren. We staan hier aan het begin van een nieuwe ontwikkeling van de rechtsbescherming van studenten. Ik begrijp uit dit artikel dat er ook procedures zijn gevoerd tegen de toepassing van de arbeidsmarktfixus! (het principe van de fixus, en de grondslag ervoor, niet die van het loten). In dat verband;zie ook L. J. A. Damen, Wordt de spoeling voor dokters echt te dun of kan het geen kwaad er wat meer op te leiden? AA 1995, nr. 1, p. 43 e.v.
Conley, P. (1995) The allocation of college admissions. In Jon Elster Local justice in America (p. 25-80). New York: Russell Sage.
Dronkers, J., & Ultee, W. C. (red.) (1995). Verschuivende ongelijkheid in Nederland. Sociale gelaagdheid en mobiliteit. Assen: Van Gorcum.
EconLit 1969-12/96 Decentralizing Lottery Allocations in Markets with Indivisible Commodities Garratt,-Rod1995
- In economies with indivisible commodities, consumers tend to prefer lotteries in commodities. A potential mechanism for satisfying these preferences is unrestricted purchasing and selling of lotteries in decentralized markets, as suggested in Prescott and Townsend [Int. Econ. Rev. 25, 1-20]. However, this paper shows in several examples that such lottery equilibria do not always exist for economies with finitely many consumers. Other conditions are needed. In the examples, equilibrium and the associated welfare gains are realized if consumptions are bounded or if lotteries are based upon a common "sunspot device" as defined by Shell [mimeo, 1977] and Cass and Shell [J. Pol. Econ. 91, 193-227]. The paper shows that any lottery equilibrium is either a Walrasian equilibrium or a sunspot equilibrium, but there are Walrasian and sunspot equilibria that are not lottery equilibria.
EconLit 1969-12/96 The Economic Value of Lottery-Rationed Recreational Hunting; Boxall,-Peter-C1995
- Lottery-rationed permit systems are used to allocate hunting opportunities where demand for permits exceeds the ability of the animal populations to sustain hunting harvest levels. Attempts to estimate the values of lottery-rationed hunting use a zonal travel cost model where applications per capita formed the dependent variable and expected travel costs represent the price variable. This paper reexamines this analysis using a discrete choice travel cost model which incorporates the expectation of receiving a permit. This model is developed for lottery-rationed antelope hunting in Alberta. Choice in the lottery-rational hunting context involves selecting one site from a set defined through management regulations. The discrete choice travel cost model is proposed as superior to the early models because it better represents this behavioral process.
1995 Elster, Jon (1995), The idea of equality revisited, Chapter I in J. Altham and R. Harrison, eds., World, Mind, and Ethics: a Festschrift for Bernard Williams, Cambridge University Press, pp. 4-18. html
Elster, J. (Ed.) (1995). Local justice in America. New York: Russell Sage.
ERIC 1992-9/96 Heebner,-Amy-LThe Impact of Career Magnet High Schools: Experimental and Qualitative Evidence. 1995 Journal of Vocational Education Research, 20 n2 p 27-55 1995;
- Data were collected from 5,000 students, interviews with 70 students and 62 staff, survey of administrators in over 100 carer magnet programs, and comparison of students admitted by lottery and those not admitted. Lottery winners had better math scores; students with medium reading scores benefited from winning the lottery. Magnet students developed more confidence in career skills. (SK)
Eykelenburg, C. van (1995). Aanmelding en loting hoger onderwijs. Uitleg Mededelingen OCenW NR. 18a 12 juli 1995.
Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Adviezen beroepskrachtenvoorziening artsen deel 1 en 2 (1/94, 32/93); Advies medische en tandheelkundige vervolgopleidingen (4/95). Zoetermeer. (079-3687300; postbus 7100 2701 AC)
Op koers. Bindend studieadvies en zelfselectie. Mare, 8-6-1995.
Opland. Nederland anno 1975. De Volkskrant 8-2-1995. 0niet in online archief van de Volkskrant]
Ploeg, Rick van der (1995). Met vrijgezellen en meesters wordt het hoger onderwijs aantrekkelijker. De Volkskrant, 23-2-1995. html
- Nu de discussie over de centen lijkt te zijn gesloten, is een open discussie over het toekomstige bestel van hoger onderwijs op zijn plaats. Decentralisatie van bevoegdheden, meer selectie, zonder de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te veel op het spel te zetten, en invoering van een Angelsaksisch model, leidt tot een sterkere concurrentie binnen het hoger onderwijs. Deze modernisering van het hoger onderwijs stimuleert de kwaliteit en de emancipatie van het hoger onderwijs.
Conley, P. (1995). The allocation of college admissions. in Jon Elster: Local justice in America (p. 25-80). New York: Russell Sage.
Romm (1995) Layoffs: principles and practices. in Jon Elster: Local justice in America (p. 153-226). New York: Russell Sage.
Schut, F. F. (1995). Competition in the Dutch health care sector. dissertatie.
Smal, J. A. (1995). Selectie met gewogen loting. Bulletin Medisch Onderwijs, 14, 97-101.
Steenkamp, F., & Wiegman, M. (1995?). Rondetafeldebat over selectie. 'Studenten laten zich niet snel ontmoedigen.' Deelnemers: A. Renique, R. de Moor, D. Engelsman, & O. Brouwer. Mare, 19-1-199?.
Wijziging van de Regeling aanmelding en loting hoger onderwijs (art. 7.37, 7.53, 7.54 en 7.56 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek) (inw.tr. 25-02-1995; WO/PR 94053198; Hoger onderwijs, onderzoek en wetenschapsbeleid), 12a (gele katern 1995). numerus fixus
Rescher, Nicholas Rescher (1995). Luck. The brilliant randomness of everyday life. Farrar Straus Giroux. isbn 0374194289
- “Luck therefore is, for good and ill, a factor with which we have to come to terms in this world. And in the final analysis we would not want to have it otherwise. (. . .) A creature in whose life luck has no role would be something very different from ourselves, condemned to an existence that we ourselves—constituted as we are—would find abhorrent.”
1996 Briljante kandidaat loot uit: alsof een vulkaan uitbarst
Akkermans, C. (1996). De rechtvaardigheid van selectie. Een onderzoek naar de rechtvaardigheidsoordelen van studenten over selectie aan de universiteit. Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht, 3-16.
Berg, M. M. van den, & Hoen, A. R. (1996). Op naar een nieuw lotingssysteem. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 14, 231-235.
Bolkestein, F. (1995). Selectie bij toegang tot de universiteit is noodzakelijk. NRC Handelsblad 30-3-1995. Repliek op Duykerlezing van Drenth.
Bomhoff, E. J. (1996). Goede studenten slechte minister. NRC Handelsblad 26-8-1996. Over de MUB en over de gewogen loting.
Brockner, J., & Wiesenfeld, B. M. (1996). An integrative framework for explaining reactions to decisions: interactive effects of outcomes and procedures. Psychological Bulletin, 120, 189-208.
Cohen, Job (1996). Waarom ik voor loting ben. De Limburger 13-7-1996.
Cohen, J. (1996). Gesprek bepaalt toelating student: het lijkt wel loten. Trouw 5-7-1996.
Conley, P. (1996) Local justice in the allocation of college admissions: a statistical study of beliefs versus practice. Social Justice Research, 9, 239-258.
Drenth, P. J. D. (1995). In Nederland is selectie onmogelijk. Duykerlezing. NRC Handelsblad 30-3-1995.
Voor de volledige repliek van Drenth op de kritische commentaren van resp. Bolkestein en Eykhof, zie decentraleselectie.htm#Drenth95
EconLit 1969-12/96Valuation Equilibria With Clubs;Cole,-Harold,Prescott,-Edward
- This paper considers model worlds in which there are a continuum of individuals who form finite sized associations to undertake joint activities. We show that if there are a finite set of types and the commodity space contains lotteries, then the classical equilibrium results on convex economies can be reinterpreted to apply. Furthermore, in this lottery economy, deterministic allocations (that is, degenerate lotteries) are generally not Pareto optimal, nor are they equilibria. In the interests of making the model seem more "natural," we show that the set of equilibria in a decentralization in which individuals first gamble over value transfers and then trade commodities in a deterministic competitive market economy are equivalent to those of our competitive economy with a lottery commodity space.
Folger, R. (1996) Distributive and procedural justice: multifaceted meanings and interrelations. Social Science Research, 9, 395-416.
Folia 21-6-1996. Bètastudies verliezen talent aan geneeskunde. 'Schaf loting voor medicijnenstudie af.' Nog ongepubliceerd onderzoek van H. Oosterbeek en D. Webbink, Stichting voor Economisch Onderzoek.
Friesch Dagblad 12-7-1996. Hoofredactioneel commentaar.
Gelder, X. van (1996). Er was eens ... een héél knap meisje. De Volkskrant 11-7-1996.
Gilliland, S. W. (1996). Effects of procedural and distributive justice on reactions to a selection system. Journal of Applied Psychology, 79, 691-701.
Grimbergen, C. (1996). Universiteit moet meer studentgericht zijn. NRC Handelsblad 29-7-1996.
- Christel Grimbergen is voorzitter van de LSVB.
- Voor het standpunt van de LSVB zie ook hier en hier
Hageman, E. (1996). De hoofdstroom blijft: au, selectie. Interview met A. D. De Groot. Trouw, 2-9-1996. (klopt dat?)
Hageman, E. (1996). Loten is oneerlijk en beschadigend. Trouw 2-7-1996.
Hart, J. 't (1996). Een verliefde student is zó gesjeesd. De Volkskrant 6-7-1996.
Klooster, M. van 't (1996). Te veel hapklare brokken, te weinig diepte op de universiteit.
Hofstee, W. K. B. (1996). Loting, een goed gesprek - of een paars alternatief. Trouw 4-7-1996.
Jong, Uulkje de (1996). Ierse kortsluiting. HBO-Journaal, 19 (1), 13.
Kemenade, J. A. van (1996). Voor loting bestaat geen beter alternatief. De Volkskrant 4-7-1996.
KRO Dingen die gebeuren, Gerrie Neijman. Over loten, n.a.v. het standpunt van het CvB van de EUR. bandopname. 2-7-1996. Hierin o.a. Wilbrink, Bakker.
Linden, W. J. van der (1996). Dobbelsteen is de slechtste voorspeller van studiesucces. NRC Handelsblad 13-7-1996
List, G. van der (1996). Laat de besten studeren. NRC Handelsblad 5-7-1996.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 11-7-1996 persbericht 112 Commissie zal adviseren over selectie bij studies met studentenstop.
Mössenlechner, K. (1996). Het grimmige lot. NRC Handelsblad 6-6-1996. (De actiegroep 'Lot'-genoten: S. van Wijk, L. M. van Kammen, en H. Stomps.
NRC Handelsblad 13-7-1996. Kritiek op 'rigide' lotingssysteem. J. K. M. Gevers, R. van der Ploeg, LSVB, A. M. Blomme (voorzitter van de Nederlandse Specialisten Federatie), J. A. van Kemenade, J. M. de Vries (VVD), W. C. M. van Lieshout (voormalig voorzitter VSNU).
NRC Handelsblad juli 1996. Bingo. Hoofdredactioneel commentaar.
Onderwijsraad (1996). Toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs. Notitie externe deskundigen. 's-Gravenhage: Onderwijsraad (niet gepubliceerd).
Roemer, J.E. (1996) Theories of distributive justice. Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press.
Rossum, A. van (1996). Een vergelijkend examen is eerlijker dan loting. NRC Handelsblad 19-6-1996. Dr. A. van Rossum is emeritus hoogleraar neuropathologie aan de Universiteit Utrecht.
Rossum, M. van (1996). Excellente windhandel. De Volkskrant 15-10-1996
Sikkes, R. (1996). Geste Erasmus Universiteit lijkt stap terug in de tijd. NRC Handelsblad 29-6-1996.
Spamer, A. (1996). Aspecten van het selectieprobleem. OMOlogie 3-95/96, 85-89. Leuk stuk over het betoog van Drenth, reacties daarop etc.
Steketee, H. (1996). Exclusief voor excellenten. Universiteiten verlaten het egalitaire systeem. NRC Handelsblad 28-9-1996.
Deleu, S., Academische zitting 175 jaar DON; 'Numerus fixus omhoog en aparte studierichtingen!' Tijdschrift voor Diergeneeskunde, 121(14-15), 1996, p. 420-421
P. van de Ven (1996). Loting in onderwijs is rampzalig systeem. NRC Handelsblad 10-7-1996.
-
- Van de Ven suggereert dat het een Nederlandse gelijkheidsmanie is die die ambities telkens weer frusteert, een soort argument dat niet op mijn sympathie kan rekenen: "Het loterijsysteem is opgezet met de gedachte dat "iedereen gelijke kansen" moet hebben als het aantal aanmeldingen het aantal plaatsen overtreft." Dat is niet alleen een erg korte samenvatting van bijvoorbeeld de parlementaire behandeling in 1975, maar het doet ook geweld aan de feitelijk gekozen en bestaande regeling.
- Van de Ven betrekt de volgende stelling: "Het systeem is niet zozeer een loterij, maar een systematische correctie op de ongelijke verdeling van talent, ijver en motivatie waarmee individuele kandidaten zijn begiftigd. Het is een vorm van nivellering." Want: "In de herverdelingsroulette van plaatsingskansen is het nadeel relatief het grootst voor de groep die voorheen de beste kansen de beste kansen had." Natuurlijk.
- Als econoom had ze voor open doel kunnen scoren door de numerus fixus zelf als marktverstoringsmechanisme aan de schandpaal te nagelen, maar die kans heeft ze hier gemist. In plaats daarvan een stroman-argument: een aanval op een niet bestaand systeem van integrale loting.
- Uit het cijfervoorbeeld dat Van de Ven geeft, de extreem ongunstige loting voor diergeneeskunde, is dat laatste misschien wel te begrijpen. Bij een tienvoudige overtekening op het beschikbare aantal plaatsen tendeert de lotingssystematiek naar gelijke kansen voor alle lotingscategorieën (zie bijv. mijn 1975). Maar de meeste fixus-situaties zijn niet zo dramatisch, laten bijna iedereen toe, en als er toch geloot moet worden zijn de inlotingskansen telkens pittig hoger voor iedere hogere lotingsklasse.
Volkskrant 29-6-1996. Loten? Gijs Zandbergen spreekt Frank Munnichs van de Erasmus Universiteit, Martin van 't Klooster van Pharos, de Landelijke Vereniging van hoogbegaafde kinderen, Monique Valentij, uitgelote medicijnstudent, Frank Wassenaar van het minsiterie van onderwjs, Jan van Pelt van de Informatie Beheer Groep, en Ger Klein, oud-staatssecretaris van Onderwijs.
Volkskrant. Ritzen stelt strengere eisen aan toelating tot studies. 6-12-'96. Meedoen met loten alleen met het juiste vakkenpakket, de juiste opleiding, en voldoende kennis van de Nederlandse taal.
Vries, M. de (1996). Voor afschaffen loting is geen advies nodig. De Volkskrant, 2-9-1996.
Warries, E. (1996). Loting om een studieplaats is verreweg het beste systeem. NRC Handelsblad 4-7-1996.
- Uitspraken uit dit stuk zijn door P. van de Ven (1997, zie beneden) gebruikt voor een satirische passage in haar roman. Warries heeft er door zijn keuze van stijl en inhoud ook wel een beetje om gevraagd. Ik geef twee van die passages, en een passage over verband tussen eindexamencijfers en rendement die tot verwarring aanleiding geeft.
- De titel is natuurlijk van de redactie, Warries suggereert nergens dat het beter zou zijn de gewogen loting te vervangen door integrale loting.
- "Het was telkens weer spannend om te lezen hoe een nieuwe minister of staatssecretaris op flinke toon zei dat de toelating tot de numerus fixus-studierichtingen gewijzigd moest worden. Doorgaans had hij daar een fris nieuw idee over [dit slaat vooral op minister Pais, b.w.]. (...) Elk voorjaar riep wel iemand dat het niet deugde, want van onderwijs hebben we kennelijk allemaal verstand, maar de gewogen loting bleek op de lange termijn het best denkbare compromis. En dat deed me genoegen." Afgezien van de stijl, is wat Warries hier beweert gewoon feitelijk te constateren. Een best denkbaar compromis volgt natuurlijk niet uit wat voor wetenschap ook, maar is een politiek/maatschappelijk resultaat, er is geen reden om Warries te verwijten wat de titel van het stuk suggereert.
- "Toen ik voor het eerst door staatssecretaris Klein op het ministerie werd ontvangen zei hij, kennelijk als hoogleraar uit Delft tot hoogleraar uit Twente: 'Meneer Warries, het zou goed zijn als u wat uitvindingen zou doen om dit probleem op te lossen.'" Klein heeft zich meen ik in de negentiger jaren niet in de discussie gemengd, ik heb nog wel enkele keren telefonisch contact met hem gehad. Klein heeft belangrijke bijdragen aan de geneeskunde geleverd door technische uitvingen die hij als ingenieur heeft gedaan, en gebruikte dat gegeven ook in de discussie over de lotingssystematiek.
- Verwijzend naar zijn commissierapport uit 1976: "Uit het beschikbare wetenschappelijk onderzoek naar de voorspelling van succes in school en studie kon worden afgeleid dat een vergelijkend onderzoek naar kennis, inzicht of persoonlijke eigenschappen van de kandidaten geen rendementswinst van enige betekenis kon opleveren voor de medische faculteiten. Dat was zo in 1977, en er is niet veel veranderd sinds die tijd."
- Wat Warries hier beweert is letterlijk juist, maar in een andere betekenis dan zijn lezers hier zouden verwachten. Rendementswinst betekent hier: een hoger studierendement aan het eind van bijvoorbeeld het eerste jaar. Empirisch onderzoek in situaties van drastisch verscherpte selectie laat zien dat docenten snel een nieuw evenwicht in beoordelen vinden, en daarmee uitkomen op dezelfde rendementen als voorheen. Posthumus heeft dit fenomeen in 1940 aangetoond voor het beoordelen in de HBS over een periode van zeventig jaar, sindsdien heet dat verschijnsel de wetmatigheid van Posthumus. Dit is wat destijds in de commissie Warries is besproken (zie hierboven de annotatie bij dat rapport). Het fenomeen is bepaald iets anders dan het bestaan van verband tussen eindexamencijfers en studiesucces binnen de groep toegelaten of (beter) binnen de groep kandidaten. Bij herlezing is het opvallend dat het oude commissierapport niet op het laatste ingaat, terwijl dat toch bij tenminste een van de commissieleden een hoofdpunt is geweest: bioloog prof. K. Bakker. Als rendementswinst het enige argument zou zijn, en de wetmatigheid van Posthumus zou voluit opgeld doen, dan is er logischerwijs geen reden om nog verder naar die samenhang te kijken; als die aannamen niet gelden, dan had de commissie er wel naar moeten kijken.
Ben Wilbrink (1996). Voor loten aan universiteit bestaat geen redelijk alternatief. NRC Handelsblad, 12 september. html
Winch, C. (1996). Quality and education. Special issue of the Journal of Philosophy of Education, 30, 1-155.
1997 Een nieuwe commissie: Drenth. Maar buigt naar de politiek
Drenth (voorz.) (1997). Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen. pdf hele rapport.
Berkel, H. van (1997). Alternatief voor loting deugt evenmin. De Volkskrant 2-4-1997.
- Geen verwijzingen naar bronnen. . Henk eindigt sarcastisch: "Vijftig procent van de plaatsen gaat naar gegadigden met de hoogste cijfers. Dat zal de liberalen deugd doen. Veertig procent wordt verloot, ongewogen. Dat zal de verstokte loting-adepten goed doen. Het opvullen van de resterende tien procent is nogal duister en arbitrair. Daar kan de discussie zich op gaan richten."
Borghans, L., & De Grip, A. (1997). Numerus fixus en arbeidsmarkt. Economisch Statistische Berichten, 5 februari.
Campbell, C. (1997). A diagnosis that demands more doctors. THES, 12 december 1997. (Chairman of the Medical Workforce Standing Advisory Committee)
Casteren, Boukje van, & Witte, Daniël (1997). Loting voor iedereen blijft beste methode. De Volkskrant 1-3-'97. Beide auteurs zijn lid van het SOG: Studentbestuursleden Overleg Geneeskunde.
Drenth, P. J. D. (1997). Klassieke denkfout in debat selectie studenten. Trouw, 21 mei 1997.
- Flauwe reactie op optreden Job Cohen in het Lagerhuis, 17 mei. M.i. heeft Pieter niet goed geluisterd.
Drenth, P. J. D. (Voorz.) (1997). Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen. Met Bijlage. Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Den Haag: Sdu. pdf
Ebach, J., & G. Trost (1997). Admission to medical schools in Europe. Lengerich: Pabst Science Publishers. (Genoemd in vd Broek e.a. 1999, zelf niet gezien)
ERIC 1982-1991 Herman,-Joseph Access to Higher Education in Europe.
- Admission policies and procedures in higher education institutions in East and West Europe were studied based on responses to a 1977 questionnaire sent to European countries and through additional study. The following topics are addressed: definitions of terms related to problems of access to postsecondary education; quantitative trends; admission policies; admission procedures; the new student clientele; and problems of access, including career information and guidance available to students, and foreign students in European higher education institutions. In almost all the countries of the Europe region, admission policies are endeavoring to maintain the results of the growth in the 1960s, but to maintain this growth at a slightly slower pace. Admission policies, while remaining policies of growth, are generally selective and restrictive because of the increased numbers of qualified secondary school students. Admission of new clientele, or those who have not necessarily completed the traditional secondary education and/or who wish to continue education while working, creates a balance in relation to the selective admissions policies. Selective admission occurs because of a lack of resources or a shortage of employment opportunities, or a combination of the two factors. Attention is directed to entrance examinations and competitions; selection based on secondary school performance; selection based on geographical or social background, which allows sociological and political objectives to be considered; and selection by lottery. A questionnaire is appended. (SW)
Mulders, Angelique, & Hanne Obbink (1997) Ritzen zoekt naar nog beter rotsysteem. Het halve einde van de gewogen loting. Folia, 7 maart.
- "Er is geen enkel onderwerp waarover ik zoveel brieven krijg als over de lotingskwestie," zei minister Ritzen vorige week, toen hij het rapport van de commissie-Drenth in ontvangst nam. Loten om een studieplek is "controversieel", wist hij daarom. Want "er heerst een algemeen gevoel dat je in je leven zelf invloed moet kunnen hebben op waar je terecht komt. Dat aan het toeval overlaten wordt niet meer aanvaard." [Ritzen wil de boodschapper van het slechte nieuws vermoorden, het slechte nieuws is natuurlijk de numerus fixus zelf, b.w.]
Hageman, E. (1997). Ritzen houdt vast aan gewogen loting bij gebrek aan beter. Trouw 14 mei.
- Citeert Drenth: "Ritzen beweert dat leerlingen anders niet vooraf weten waar ze aan toe zijn. Maar dat is natuurlijk een drogreden: het ene jaar is het makkelijker om een 8 te halen dan het andere. Van jaar tot jaar verschilt dat óók." Leuk dat Drenth hier op de peanuts aan het wijzen is, en het probleem van de voorspelbaarheid van eindexamencijfers voor de kandidaten zelf niet eens signaleert, laat staan kwantificeert.
Hofstee, W. K. B., & Kiers, H. A. L. (1997). Een algemeen model voor loting en selectie bij numerus clausus. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 22, 81-85.
Hooft, G. 't (1997). Loterijspelletje. NRC-Handelsblad 26 april 1997. http://www.phys.uu.nl/~thooft/lot.html
Kiers, H. A. L., & Hofstee, W. K. B. (1997). Gewogen loting in combinatie met rechtstreekse toelating vanaf examencijfer 8. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 22, 298-301.
Klein, G. (1997). Gewogen loting. De Volkskrant, Geachte redactie, 4 maart 1997.
Nieuwenhuijzen Kruseman, A. C. (1997). 'Gewogen loting gewogen' - en te licht bevonden? Document, mei 1997, pagina 20-23.
NRC Handelsblad 26-3-1997. Meeste artsen verlangen naar werken in deeltijd.
NRC Handelsblad 26-3-1997. Studentstop voor medicijnen in Vlaanderen.
NRC Handelsblad. Advies na kwestie met gymnasiate: Geen loting meer voor goede student. 25 februari 1997.
NRC Handelsblad. Scholier krijgt meer greep op eigen lot. 26-2-1997, redactie onderwijs. Bevat nogal onthullende passages over de politieke druk waaronder de commissie zich had laten zetten. En de malle uitspraak van Ritzen over 'het beste rotsysteem.'
NRC Handelsblad. Het lot van de student. Redactioneel. 27 februari 1997.
NRC Handelsblad. Kamer verdeeld over loting. NRC Handelsblad, 26 juni 1997.
- 'Hoewel PvdA en CDA minister Ritzen eventueel wel willen volgen in diens keuze van een grens bij het cijfer 8, voelen zij ook wel voor een systeem waarbij iedere student moet loten. Maar daarbij zou dan wel de hoogte van het cijfer meer dan in het huidige systeem bepalend moeten zijn voor de kans om te worden ingeloot. D66 liet de hoogte van het eindcijfer in het midden. "Naast cijfers moeten motivatie en onderzoekservaring ook meespelen," aldus D66-woordvoerster Jorritsma. De partij wil verder dat hogescholen en universiteiten 30 procent van de studenten zelf kunnen aannemen. Ook Lansink (CDA) pleitte er voor dat universiteiten meer ruimte krijgen, bijvoorbeeld 20 procent, om zelf studenten toe te laten, en hij wil dat experimenten daarmee mogelijk worden.'
Prick, L. (1997). In eigen hand. Trouw 21 mei 1997 (column Leo Prick).
- Niet nav de nf, maar het molesteren van de auto's van Franse drugstoeristen door de bewoners in Spangen. Prima uiteenzetting over de 'lot in eigen hand' filosofie van de westerse politiek van de laatste jaren.
Raad van State (1997) Advies van de Raad van State van 5 december 1997, opgenomen met de reactie van Ritzen in vergaderstuk 25947 A van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 1997-1998.
Rossum, M. van (1997). Intelligentie is verdacht. De Volkskrant, column, 4 maart 1997.
Sen, A. (1973/1997). On economic inequality. Oxford: Clarendon Press.
Trouw 9 april 1997. Duitsland: naar rechter voor een studieplaats.
- Gesprek met Robert Brehm, auteur (samen met Alfred Breinersdorfer en Wolfgang Zimmerling) van 'Klagen und studieren: erste Hilfe für abgewiesene Studiënbewerfer." Hebben gezamenlijk ca 8000 klanten aan een plaats geholpen. Dat is gebaseerd op artikel 12 van de grondwet dat vrijheid van studiekeuze vastlegt. Op basis daarvan winnen deze advocaten bijna al hun zaken: "De kern van zo'n Duitse rchtszaak gaat over de vraag of 'de opleidingscapaciteit' van een universiteit echt wel zo klein is als die universiteit beweert. Brehm: 'Capaciteit wordt berekend aan de hand van het aantal hoogleraren en docenten. Dat rekenen wij na, en dan blijkt het ruimer te zijn. Eigenlijk is het een heel technische strijd.'"
Trouw 9 april 1997. Ouders van tieners jagen op cijfers.
- Gesprek met Clan Visser 't Hooft "Een gemiddeld examencijfer van een acht lijkt me redelijk. Het is van tevoren meestal duidelijk of je die grens haalt. De echte goede scholieren mogen best automatisch worden geplaatst. Loting blijft natuurlijk schipperen: er zijn nu eenmaal te veel kandidaten." Rector Van Tuinen van het Christelijk Gymnasium in Utrecht; De rector vreest geen hordes eindexamenkandidaten die komen zeuren om een hoger cijfer. "Ik denk eerder dat ouders druk uitoefenen. Maar in de opzet van het studiehuis, waarin je wordt beoordeeld aan de hand van een examendossier, is duidelijker dan nu hoe een cijfer is vastgesteld."
Trouw. Commentaar (op de voorpagina) Loten. 14 mei 1997.
- Daar zit trouwens een fantastische misvatting in: "Door die groep 'veelloters' te weren, kan Ritzen de kans verbeteren van jongeren die net geen 8 haalden." Het punt is natuurlijk dat die deelgroep een relatief hoge inlotingskans heeft, maar door de beperkign tot twee keer loten een zeker niet verwaarloosbare kans overhoudt uiteindelijk definitief niet in te loten, dus een verslechtering t.o.v. de bestaande regeling. "De enige echte oplossing voor het toelatingsprobleem bestaat uit meer studieplaatsen." En zo is het.
Trouw. Lotende student kan kans peilen op internet. Trouw, 25 juni 1997.
- Sinds 1 juni verstrekte de 'voice response' van de Informatie Beheer Groep te groningen elfduizend keer een lotnummer aan aankomende studenten. Een ander nieuwigheidje is de site van de IB-groep op Internet (www.ib-groep.nl/loting). Daarvan maakten 1500 bezoekers gebruik. (...) Via de IB-site kan de student in spe de gegevens opvragen over de loting van vorig jaar, zodat hij zijn kansen kan inschatten. De uitslag volgt half juli, op persoonlijke wijze: per ouderwetse brief. Uitgelote studenten kunnen daarna op Internet checken of ze toch nog mee mogen doen, als gevolg van zich terugtrekkende meeloters.
Trouw. Voor de zesjes is de nieuwe loting sneu. Esther Hageman en Edwin Kreulen. 27 februari 1997.
Trouw. Zeggenschap universiteit over toelating student. 'Gewogen loting het minst slechte systeem. 25 februari 1997. [nb: Trouw publiceert nog voor de aanbieding van het rapport van de commissie Drenth. b.w.]
Tyler, T .R., R. J. Boeckmann, H .J. Smith & Y .J. Huo (1997) Social justice in a diverse society. Boulder, Colorado: Westview Press.
P. van de Ven (1997). Drijvend paviljoen. Balans.
- Roman, met een sleutel-deel over loten in Nederland, p. 86-104 pdf. Met professor Worry, hoogleraar in de algemene en vergelijkende onderwijskunde aan de Universiteit Twente, waarmee Warries is bedoeld, in de zeventiger jaren voorzitter van een ministeriële commissie (zie hierboven; Van de Ven gebruikt passages uit het stuk van Warries, geen misverstand mogelijk).
- Van de Ven meent dat voorstanders van loten of gewogen loten bij de toelating tot numerus-fixusstudies als argument hanteren dat hogere eindexamencijfers niet samengaan met meer studiesucces. Daar is de parodie dan ook op gebaseerd. Probleem is: er zijn in het maatschappelijke debat zoals in de media gevoerd, geen belangrijke bijdragen waarin de stelling wordt betrokken dat verschillen in eindexamencijfers niet samenhangen met verschillen in studiesucces. Wat niet wegneemt dat het best zo zou kunnen zijn dat in de samenleving wel de indruk is ontstaan dat dat een belangrijk argument zou zijn, mogelijk samen met de indruk dat voorstanders van integrale loting bij de toelating tot numerus-fixus studies destijds vooral ideologisch gedreven zouden zijn, loting als grote gelijkmaker zeg maar. Tot dat beeld dragen stukken zoals van Van de Ven in de NRC (zie boven) en in haar roman het hunne bij, en die stukken zijn er altijd in ruime mate geweest.
- In de boezem van die commissie hebben zich zeker heftige discussies afgespeeld, al heeft geen van de deelnemers zich daar direct over uitgelaten. Wim Hofstee nam een minderheidsstandpunt in, onder andere op het punt dat er geen deugdelijk moreel argument is waarom iemand met een '8' gemiddeld het zou verdienen meteen te worden toegelaten tot een numerus-fixusstudie van keuze (wat de commissie destijds voorstelde), en iemand met een '6' niet. Zo'n stelling kan makkelijk worden opgevat als gelijk aan die dat hogere eindexamencijfers niet samengaan met meer studiesucces, maar dat zijn toch echt volkomen verschillende zaken.
- Ik moest toch wel spontaan lachen bij (p. 91) "En zo is dan het systeem van gewogen loting ontstaan. Het simpelste, het eerlijkste, het beste van alle denkbare systemen. (...) Het enige ter wereld dat onzichtbaar talent honoreert." Een geniale vondst, ik geef het onmiddellijk toe. Hij was al in het NRC-stuk gelanceerd.
Volkskrant. 8? 14 mei 1997.
- Smalhout: "laatst was op Discovery Channel een programma over Rudolf Hess, in een serie over de helpers van Hitler. Wat me opviel was dat die vent schitterende cijfers had op school. Zo zie je, het is een criterium van niks." Demagogisch, maar ik mag die duidelijke demagogie wel.
Volkskrant. Commissie wil af van loting voor goede leerlingen. 26 februari 1997.
Volkskrant.
- Kamerlid De Vries vindt een 7,5 mooi genoeg. Kamer en minister Ritzen debatteren vandaag over norm voor toelating tot studies. De Volkskrant, 25 juni 1997. "Als het hoger wordt dan een 7,5 heb ik geen belangstelling. We constateren dan dat er geen consensus is. Ik ben al ver gegaan door loting in mijn voorstel op te nemen. En loting staat heel ver van de VVd af. Mensen moeten hun lot in eigen hand kunnen nemen. (...) We hebben er al zo vaak over gepraat. Een 7,5 is het best denkbare voorstel. Anders wordt het ongeloofwaardig. Met een 8 blijven de meesten eigenlijk gewoon loten." [Dan blijft het huidige systeem bestaan; iedereen loten.] "Dat neemt de PvdA maar voor haar rekening. Er is dna een patstelling. We moeten dan een nieuw moment afwachten om een beslissing te nemen." [Wat had u zelf gemiddeld voor uw eindexamen?] "Ik zat net boven de 7, denk ik. Maar ik was een alfa, met een bèta-pakket was ik nooit zo ver gekomen."
Volkskrant. Loten voor studie. Redactioneel. 27 februari 1997.
Volkskrant. Loting. Zo zit het. 26 februari 1997.
Volkskrant. VVD tegenover PvdA over loting hoger onderwijs. De Volkskrant 26 juni 1997.
- "(...) De PvdA wil het liefst een systeem waar iedere student gewoon loot, zonder invloed van eindexamencijfers, zoals het huidige systeem. 'Het gaat om deelname aan een publiek goed, waar iedereen gelijke toegang tot moet hebben,' zei PvdA'er Van Gelder. Van Gelder zei een gewogen loting (hoe hoger het eindexamencijfer hoe meer kans) te accepteren en zelfs ook een groep daarvan vrij te stellen. Eerst zette de PvdA'er in op een grens van 8,5, wat hij tijdens het debat verlaagde naar een acht. VVD'er De Vries schoof eveneens op naar het midden. De liberaal is principieel tegen loting en voor het in eigen hand nemen van het lot. De Vries wilde niettemin een loting toestaan voor mensen met een cijfer lager dan 7,5. D66 kwam met een geheel eigen voorstel. D66-woordvoerder Jorritsma stelde voor 30 procent van de beschikbare plaatsen direct aan studenten met de hoogste cijfers toe te kennen. Dat komt praktisch neer op het halen van een acht als gemiddeld eindexamencijfer. (...)."
Wesseling, H. L. (1997). Gewogen en te licht bevonden. NRC Handelsblad 27-3-1997. Column. Koketteren met eigen amateurisme, en dat tegelijk serieus nemen.
Wezenberg, W. A. J. (1997). "Gewogen loting gewogen." Een balans. Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht, 79-100.
Wilbrink, B. (1997). Terugblik op toegankelijkheid: meritocratie in perspectief. In Van Dyck, M. (Red.) (1997). Toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs. Studies (p. 341-384). Den Haag: Onderwijsraad. html
Wilbrink, B. (1997). Opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies. In: Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen pdf hele rapport, Bijlage, 121-203. html
(1997). Samenvatting van de opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixusstudies. In: Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen, 82-89 pdf hele rapport. html
1998 Wijziging van de Wet brengt raden in beweging
TK 25 947 (24-3-1998). Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, houdende aanpassingen in het systeem van selectie voor opleidingen waarvoor een toelatingsbeperking is vastgesteld. pdf
TK 25 947 (9-12-1998). Nota van wijziging. pdf
TK 25 947 (24-3-1998). Advies Raad van State. pdf
TK 25 947 (25-11-1998). Advies Raad van State. pdf
Conall Boyle (1998). Organizations selecting people: how the process could be made fairer by the appropriate use of lotteries. The Statistician, 47, 291-321. pdf
summary Organizations select people to receive benefits in a way which is efficient to them but may not be fair to those selected or rejected. This paper elaborates on the concept of fairness - that it should be efficient, not waste the efforts of the candidates; that it should treat as equals all those who are not measurably different; that the process of selection should avoid bias and corruption. Lotteries have been used in the past partly to avoid corruption. Some examples of lottery-type selection remain today, such as juries. This paper examines the case for the deliberate introduction of a lottery as part of the selection process to approximate to the uncertainty in measuring the merits of the candidates. The advantages of such a lottery, particularly where decisions are devolved down to the community level, are discussed.
-
p. 291 (opening statement) "It was Edgeworth (1888), the eminent Victorian economist and statistician, who suggested that degree classification at Cambridge was rather a lottery."
-
"Edgeworth (1890) returned to this subject 2 years later, perhaps prompted by a comment from a Mr Elliot on his earlier paper, pointing out the anomaly that with examinations for entry to the civil service 'serious differences of income and position could turn upon differences of marks which are largely or altogether accidental.' In his 1890 analysis of civil service entrance examinations, Edgeworth seems to have agreed with Elliot, that these examinations
'impose hardship on those just outside the gates of Paradise . . .. The general recognition of the element of chance in examinations would mitigate the disappointment.'
He then goes on to contradict his earlier view about selection by a graduated lottery. The candidates should be segregated by what he describes as a 'light' examination. They would then be given lottery tickets in proportion to the examination score. Commenting on this proposal, Edgeworth states that the state would not lose out since, ex hypothesi, in the long run the same proportion of really deserving candidates would be appointed. The benefits of such a selection were twofold: the sense of injustice felt by the candidates would be mitigated and the public would be alerted to what Edgeworth called 'the aleatory charecter of examinations' ('aleatory: depending on contingencies: used of the element of chance in poeteic composition, etc [L. aleator - a dicer, alea - a die]' (Chambers English Dictionary, 1990))."
Onderwijsraad (1998) Decentrale toelating. Den Haag: Onderwijsraad. html plus stukken rapport horen internationaal standpunten studenten bestemming schoolverlaters
M. van Dijck (16 januari 1998). Gewogen loting blijft hoe dan ook een loterij. De Volkskrant html
- "Hoe dan ook, er is blijkbaar geen keus zonder voors en tegens. De gewogen loting is niet meer of minder dan een manier om deze enigszins in balans te brengen. Maar de kern van het probleem is natuurlijk dit: welke toelatingsmethode je bij fixusopleidingen ook kiest, loting of anders, er zullen altijd - veel - studenten buiten de boot vallen die graag de studie hadden gewild, deze studie goed zouden hebben volbracht en een goede arts, dierenarts of fysiotherapeut zouden zijn, 'zeven-komma-negens' zowel als 'zesjes'."
Raad van State ziet niets in nieuwe lotingsregels. Folia 17 april 1998.
- De Raad vindt dat het voorstel van Ritzen om alleen te loten bij gemiddelden lager dan 8 het systeem uitholt. De minister had kunnen volstaan met een aanscherping van de gewogen loting. Ritzen schrijft terug dat hij zijn wetsvoorstel een verbetering van het bestaande stelsel vindt, geen uitholling ervan. Zie TK 25947 A
Tweede Kamer der Staten-Generaal (1998). Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, houdende aanpassingen in het systeem van selectie voor opleidingen waarvoor een toelatingsbeperking is vastgesteld. Kamerstuk 25 947, nr. 2 Voorstel van wet. Nr. 3 Memorie van Toelichting. A, Advies van de Raad van State en nader rapport.
Tweede kamer der Staten-Generaal. Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 1998. Kamerstuk 25 600 VIII. Nr. 5, Verslag van een algemeen overleg. (Over rapport Drenth en de Beleidsnotitie)
Volkskrant 18 juli 1998. Nogmaals loten. Redactioneel.
- "In loting - gewoge of niet - schuilt een element van willekeur dat, bijvoorbeeld, tot gevolg kan hebben dat een getalenteerde en uiterst gemotiveerde gymnasiaste tot drie keer toe uitloot voor de studie geneeskunde." "Het kan inmiddels wel worden beschouwd als een Fremdkörper in een stelsel dat gaandeweg steeds prestatiegerichter is geworden." Zo kan ie wel weer. Leuk dat zo'n journalist loten en willekeur zo in een zin bij elkaar kan zetten. Tja, loten en een prestatiegerichte smenleving .... Wat laten mensen zich toch makkelijk door beelden op sleeptouw nemen.
Volkskrant 18-7-98. Meike V[...] weer uitgeloot voor geneeskunde.
- Stukje van Sander van Walsum, zou die ook de redactionele commentaar hebben geschreven? Vader V[...] spreekt zich weer publiekelijk uit, en maakt daarin geen onderscheid tussen dingen die echt wel onderscheiden moeten worden; loten als instrument, cijfers als meewegende factor, en motivatie als expliciet niet meewegende factor. [naam weggelaten, b.w.]
Elsbeth Etty (8-8-1998). Bamzaaien. (Column) NRC-Handelsblad. html
1999 De deur voor selectie staat nu op een kier
TK 25 947 (27-1-1999). Brief minister over spoedige behandeling van dit wetsvoorstel i.v.m. verwachtingen bij schoolverlaters voor studiejaar 1999-2000. pdf
">
TK 25 947 (12-3-1999). Memorie van antwoord. pdf
TK 25 947 (24-3-1999). Memorie van toelichting. pdf
TK 25 947 (14-1-1999). Nota n.a.v. het verslag. pdf
P. J. D. Drenth (1999). The selection of medical students in the Netherlands — Reconciling the incompatibles. Commission on the Points System Research Paper No 3 Department of Education, Dublin: Irish Government. [no longer online. An incomplete version available, mail me]
Neil Duxbury (1999). Random justice: on lotteries and legal decision making. Oxford: Clarendon Press. questia
Flora Goudappel (1999). The Dutch system of lottery for studies. European Journal for Education Law and Policy, 3, 23-27. pdf
- abstract In the Netherlands, students for branches of study with a scarcity of places are selected through a system of weighed lottery at the moment. Because of unjustice felt in society concerning several recent cases of potential students who lost the lottery and because of the report of the Drenth Commission as well as the advice of the Education Council, the government has proposed a new system. This system will be threefold: direct admittance, weighed lottery, and decentralized selection. Still, the consequences of this new system are doubtful.
John Broome (Ed.) (1999). Ethics out of Economics. Cambridge University Press. questia
- John Broome's articles
- Ch. 7 Fairness " This chapter presents a theory about fairness, as it applies to the distribution of goods between people. I shall concentrate particularly on random lotteries. Sometimes a lottery is the fairest way of distributing a good, and my theory explains, better than any other theory I know, why this is so. That is the main evidence I offer for it. But the theory is not limited to lotteries; it is intended to apply whenever goods are distributed between people. I shall use the fairness of lotteries as a guide to fairness in general." [From Proceedings of the Aristotelian Society, 91 (1990—1), pp. 87—102. ]
Lemann, Nicholas (1999) The big test. The secret history of the American meritocracy. New York: Farrar, Strauss and Giroux.
Wilbrink, B. (1999). Rechtvaardigheid en selectie voor numerus-fixusstudies. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 17, 136-152. html
2000 Astronoom richt zijn blik op loterijmachine
Theodore P. Hill (2000). Mathematical devices for getting a fair share. American Scientist, July-August, 325-331.
- (Whether the problem involves an estate, a cake or an opportunity for regency, solutions now exist for obtaining an equitable division) (esp/ the last paragraph: Super-Fair Lotteries. Selection by lottery might be treated as (a special case of) a super-fair lottery. A weighted lottery (admission chances weighted by grades obtained), however, is not a case of a super-fair lottery ) (Ted Hill makes a pdf-version of the article (text and illustrations in separate files) available at http://www.math.gatech.edu/~hill/publications/cv.dir/cv.html#publ
Vincent Icke (5 februari 2000). Amerikaanse toestanden. NRC Handelsblad.
- "De lakmoesproef voor het onoverbrugbare verschil tussen de VS en Nederland is het loten voor academische opleidingen. Als ik aan gene zijde om een sappig verhaal verlegen zit, vertel ik wat er hier gebeurde met een meisje dat voornamelijk tienen haalde op haar vwo-examen en medicijnen wilde gaan studeren. Hilariteit en ongeloof als ik het vertel: loten! Dat is een afkorting voor malloten, een verwijzing naar de politici die vinden dat sufferds evenveel waard zijn als bollebozen." Het taalgebruik past de column-schrijver, al spreekt er hopelijk onbedoeld ook minachting voor ons belangrijkste grondwetsartikel uit, maar overigens geeft het een sterk sentiment weer dat door meer mensen wordt gedeeld. Zich aangesproken voelende politici zoals destijds Jo Ritzen voelen zich dan uitgedaagd om met een plan te komen dat op meer draagvlak bij deze intellectuele elite mag rekenen.
Michael Stöltzner (2000). An Auxiliary Motive for Buridan's ASS. Otto Neurath On Choice Without Preference in science and Society. doc of draft
- abstract In a famous paper of 1913, Otto Neurath argues that both in science and society there occur situations in which two or more alternatives are equally rational. On pain of pseudorationalism (or even spiritism) and an uneconomical loss of resources, the rationalist has to admit that the only rational strategy is to resolve the matter by an auxiliary motive, that is, ultimately by tossing a coin. The present contribution first discusses the auxiliary motive as a contribution to the philosophical theme of 'choice without preference' the heraldic animal of which is Buridan's Ass. Neurath departed from this classical tradition by extending the need for 'choice without preference' to the sciences and by investigating the societal implementation of the auxiliary motive. Neurath's firmly pragmatic stance makes it also possible to understand the auxiliary motive as the limit case of inductive or abductive modes of reasoning, a view which makes possible a certain continuity in the application of pragmatic criteria of theory choice.
Martin Wainwright (Thursday September 21, 2000). The lottery of life. Allocating university places, charity grants, even council housing by lottery is as rational a method as any. It is time we give it a try. The Guardian
- " Martin Wainwright is the Guardian's northern editor; he is chair of Yorkshire and the Humber regional advisory panel of the National Lottery Charities Board"
- Wainwright, among other things, refers to the Laura Spence case, somewhat related to the Dutch Meike V. case, see below.
The 2000 Laura Spence case. This case is not about the use of a lottery in admissions, but on the supposed value of the use grades in admission. The admission of Laura Spence was turned down by Oxford, and happily granted by Harvard. An open invitation to politicians like Gordon Brown to comment on what he sees as proper and improper in admissions procedures. Use Google, Cuil, or whatever, search Laura Spence case.
2001 Minder toetredingsbelemmeringen
Monique de Heer (2001). De loterij van de schoolkeuze. Trouw deVerdieping 21-6-2001.
MDW werkgroep Toetredingsbelemmeringen Medische Beroepen (2001). Nooit meer wachten. Minder toetredingsbelemmeringen voor medische beroepen. html (cache Google; het pdf-document is niet meer aanwezig op de plaats waar het moet zijn)
- "De werkgroep pleit, zowel voor de opleiding geneeskunde als voor de opleidingen tandheelkunde en fysiotherapie, voor afschaffing van de numerus fixus. Niet onderhandelingen tussen universiteiten en de overheid moeten het aantal opleidingsplaatsen bepalen. Het initiatief moet terug bij de universiteiten: zij bepalen ieder individueel, op grond van decentrale informatie en hun eigen (financiële) afweging daarbij, het aantal opleidingsplaatsen. Daarbij moeten zij uiteraard rekening kunnen houden met onafhankelijke ramingen van de toekomstige behoefte. Deze ramingen moeten worden opgesteld door een orgaan dat onafhankelijk staat van alle betrokkenen. De werkgroep stelt voor het CPB en het RIVM hiermee gezamenlijk te belasten. Ook de financieringssystematiek van de universiteiten moet zodanig worden gewijzigd dat deze worden geprikkeld om adequaat in te spelen op de (toekomstige) vraag"
- De werkgroep gaat het probleem dus verplaatsen, in plaats van oplossen?
Minister van Onderwijs, Loek Hermans, aan Tweede kamer, over motie Melkert en De Hoop Scheffer om numerus fixus voor afschaffing van de numerus fixus voor artsen. pdf
In Vlaanderen vervang een toelatingsselectie de vergelijkende selectie in het eerste jaar van de opleidingen tot arts en tandarts html
- achtergrondinformatie
- De Vlaamse wet die het toelatingsexamen voor de opleidingen tot arts en tandarts regelt is in Nederlandse ogen een merkwaardig stukje wetgeving. Het toelatingsexamen is evident bedoeld om de slachting in het eerste jaar van de betreffende opleiding te voorkomen, maar geeft de examencommissie alle vrijheid om dat naar eigen goeddunken in kwantitatieve zin te doen. Het examen is, zo begrijp ik het, een puur vergelijkend examen dat een voor de opleidingen te overzien aantal studenten moet opleveren. De overheid wast de handen in onschuld: er zijn geen quota vastgesteld. Kennelijk is de Vlaamse regering van mening dat de opleidingen dit zelf maar moeten uitzoeken en regelen, en ziet ze er geen bezwaar in dat leerlingen en anderen wordt wijsgemaakt dat hier gaat om een examen dat de geschiktheid voor het volgen van de betreffende opleidingen moet vaststellen. Als ik me vergis, hoor ik dat graag. Waar ik me in zou kunnen vergissen is bijvoorbeeld een 'verborgen agenda' achter dit toelatingsexamen: het wijst relatief meer Nederlandse kandidaten af, dan Belgische, dat komt de Belgen waarschijnlijk mooi uit. Dat gun ik ze in dit geval ook, moet ik zeggen. Een handigheidje, dat toelatingsexamen? Het bespaart in ieder geval veel kandidaten de ellende om er pas na een jaar ploeteren uitgegooid te worden, dat is winst. Dit toelatingsexamen trekt de samenstelling van de beroepsgroep van artsen uit balans: het zijn de slimmeriken in de exacte vakken, alsof dat de beste artsen op zal leveren. Maar ja, dat nadeel kleefde ook aan de waanzinnig selectieve propedeuse.
2002 Loten bij capaciteitsproblemen van scholen (gymnasia)
Justin Blum (December 19, 2002). D.C. to create lottery for school transfers. Washington Post, page B01 pdf.
- "The District school board last night approved a lottery for parents who want to enroll their children in schools outside their neighborhood boundaries, replacing the current first-come, first-served approach that has prompted parents to camp outside for days."
"The lottery system should end complaints that the enrollment process is unfair to low-income and single parents who are unable to wait for days in lines outside schools where they want to enroll their children. "
"'It doesn't do anything to correct the inequity in the school system, that a handful of schools are considered to be good,' said Francesca Dixon, a teacher, parent and PTA president at Terrell Elementary in Southeast. 'No matter how you decide, there are still a majority of students who don't get into the schools that are considered to be desirable.'"
Commissie Marktprikkels Medische Opleidingen (april 2002). Advies: capaciteit en bekostiging
. pdf
Robyn M. Dawes (2002). The Ethics of Using or Not Using Statistical Prediction Rules in Psychological Practice and Related Consulting Activities. Philosophy of Science, 69, 178-184. free pdf request
- abstract Professionals often believe that they must "exercise judgment" in making decisions critical to other people's lives. The relative superiority (established in roughly 150 studies) of statistical prediction rules (SPR's) to intuitive judgment for combining incomparable sources of information to predict important human outcomes leads us to question this personal input belief. Some professionals hence use SPR's to "educate" intuitive judgment, rather than replace it. In psychology in particular, such amalgamation is not justified. If a well-validated SPR that is superior to professional judgment exists in a relevant decision making context, professionals should use it, totally absenting themselves from the prediction.
- Het kost een enkele redeneerstap extra, maar dan is dit ook relevant voor de discussie over toelating bij numerus-fixusstudies in de Nederlandse verhoudingen (zijn onderwijsstelsel, de selectiviteit daarvan, de wetgeving), en hoe de opstelling van de professional daarin is.
2003 Moral luck
Hannah-Suarez (2003) Moral Luck in Canadian Law: Socio-economic Deprivation, Retributive Punishment and the Judicial Interpretation of Section 718.2(e) of the Criminal Code. Journal of Law & Equality, 2, 255-286 pdf
first paragraphs In "The Lottery in Babylon", Jorge Luis Borges describes a fictitious society enthralled by a lottery game.1 Not only are there prizes for winning tickets, but penalties for unlucky draws. These penalties begin as fines and soon evolve into prison sentences, mutilations, and executions. After a while, everyone in the society is automatically entered into these lotteries, and what began as a simple game comes to control every aspect of the citizens' lives — from success in love and careers to financial disaster and illness.
When the issue of moral luck is brought forward for philosophical consideration, our criminal justice system, and perhaps our society as a whole, comes to resemble the fictional world of Babylon. Much of what we do and who we are depends on factors outside of our control, so punishing individuals for their transgressions of the law becomes no different than imposing the punishments at random.
- Jorge Luis Borges, "The Lottery in Babylon" in Labyrinths: Selected Stories and Other Writings, 2nd ed. (New York: New Directions, 1964) 30.
Pauline T. Kim (2003). The colorblind lottery. Washington U. School of Law Working Paper No. 03-09-01 Fordham Law Review, Vol. 2, No. 1, 2003. abstract
Karin Höppner und Johannes A. M. Maarse (2003). Planung und Sicherung der hausärztlichen Versorgung in den Niederlanden. GGW 3/2003 (Juli), 3. Jg. pdf
- "Weiterhin werden die niederländische Bedarfsplanung von Hausärzten beschrieben und Gründe für den Hausärztemangel gesucht."
Serena Olsaretti (Ed.) (2003). Desert and justice. Oxford University Press.
- Dit boek gaat niet over loten, maar over wat het is om rechtvaardig te verdelen op basis van verdienste. Dat blijkt bij nadere analyse verre van simpel te zijn.
- Op books.google zijn een fors aantal bladzijden beschikbaar, maar niet aaneengesloten, dus geen volledig inleidend hoofdstuk.
2004 Een Amerikaanse loting
Charles R. Lawrence III (2004). Forbidden Conversations: On Race, Privacy and Community (A Continuing Conversation with John Ely on Racism and Democracy). Yale Law Journal pdf or pdf.
- "Part VI tells the story of the political discourse surrounding the District of Columbia Public School Board's decision to introduce a lottery system for the purpose of deciding which parents would have the opportunity to send their children to schools other than their neighborhood school. [Zie ook Justin Bloom 2002. bw] I use this narrative to examine the tension between a view of equality that defines equal opportunity in terms of formal equal access to places in the best schools and one that focuses on encouraging race and class integration as a means of improving the health of the entire system by minimizing privileged parent's flight and maximizing the system's retention of race and class based social and political capital. In the policy conversations about the "out of boundary" exception there was little candid talk about white flight, tipping points or policies that would lead to greater or less desegregation. I consider how the failure to have that conversation impacted the efficacy of the debate and the resulting policy decision. I suggest several alternatives to prevalent school reform policies that would foster collective action rather than private market competition and increase the opportunities for race and class integration in urban public schools? "
D. N. M. de Gruijter (2004). Gewogen loting bij psychologie. Onderzoek m.b.t. de toelatingsselectie bij de opleiding psychologie in 2004/2005. ICLON. rapport 142.
pdf
In zoverre als de invoering van de gewogen loting een verschuiving in de belangstelling van aanstaande studenten voor Leidse opleidingen teweeg brengt, is er niet alleen sprake van selectie voor de opleiding Psychologie, maar ook van grotendeels
ongestuurde plaatsing van studenten over opleidingen binnen de Universiteit Leiden. Immers, de universiteit heeft geen invloed op de eventuele keuze van de afgewezen kandidaten voor een andere studie in Leiden. [mijn accent, b.w.]
blz. 13
2005 We slaan een jaartje over
2006 Loten voor het gymnasium
RAPPORT PERIODIEK KWALITEITSONDERZOEK school voor Voortgezet Onderwijs Barlaeus Gymnasium (vaststelling inspectierapport: 2-2-2006). "Het Barlaeus Gymnasium is de afgelopen twee jaren volledig vernieuwd en uitgebreid, zonder dat dit ten koste is gegaan van de traditionele sfeer. Het aantal leerlingen is fors gestegen van 720 in 2003 naar 800 in 2004. Als gevolg van de grote belangstelling voor het gymnasium heeft het Barlaeus, evenals andere scholen, moeten loten met in achtneming van de zgn. kernprocedure met betrekking tot toelating van leerlingen vanuit het basisonderwijs binnen de gemeente Amsterdam. Tegen de achtergrond van een grootstedelijke en multiculturele omgeving streeft de school ernaar een afspiegeling te zijn van de Amsterdamse bevolkingssamenstelling. Dit is echter nog niet zichtbaar. Het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor faciliteiten op basis van de regeling culturele minderheden is zeer gering."
Cohen-Schotanus, J., et al. (2006). The predictive validity of grade point average scores in a partial lottery medical school admission system. Medical Education, 40, 1012-1019. [ik heb dit artikel nog niet kunnen inzien]
2007 School admissions
Klaus-D. Hänsgen (2007). Numerus clausus in der Medizin — werden die Richtigen ausgewählt für Studium und Beruf? Schweizerische ärztezeitung | Bulletin des médecins suisses | Bollettino dei medici svizzeri | 2007;88: 46, 1953-1957. pdf
- “Seit 1998 kommt an den Universitäten Basel, Bern, Freiburg und Zürich ein Numerus clausus (NC) und als Kriterium der Eignungstest für das Medizin- studium (EMS) für die Zulassung zum Medizinstudium zur Anwendung. Im Beitrag wird dargestellt, welche Faktoren einen NC früher und heute begrün- den, wie die Anforderungen des Medizinstudiums sich im Test wiederfinden, welche Rolle Neigungen und soziale Kompetenzen spielen und was für die zukünftige Entwicklung zu beachten ist.”
Don A. Moore and Steven L. Blader (2007). Revisiting the Instrumentality of Voice: Having Voice in the Process Makes People Think They Will Get What They Want. paper. pdf
- Dit is een type onderzoek dat in sociaal-psychologische hoek is te vinden, in Nederland bijvoorbeeld ook in Leiden beoefend. Er is dus enige interpretatie nodig om verband te leggen met de thematiek van loten voor numerus-fixusstudies. Zoals de titel dan al suggereert: bij loten is er geen persoonlijk gesprek of onderzoek, dus geen mogelijkheid om persoonlijk gehoord te worden. Het zou best zo kunnen zijn dat wij mensen, of wij Westerlingen, zo in elkaar zitten dat we dat als minder rehtvaardig beschouwen dan procedures waarbij er wel sprake is van gehoord worden, ook al zouden we weten dat dat gehoord worden zelden of nooit feitelijk de doorslag geeft. Inderdaad is het zo dat de mogelijkheid van 'gehoord worden' door tal van partijen als een belangrijk punt in de meningsvorming over toelatingsprocedures wordt opgevoerd. Lees dit paper, het is in ieder geval geschreven zonder de last van een positie in ons Nederlandse debat over loten, gewogen loting, en selectie op examencijfers of nog vagere gegevens.
- Zie ook Dawes (2002, hierboven), voor een standpunt dat juist harde rationaliteit de juiste ethische handelwijze oplevert bij selectie.
Peter Stone (2007). Why lotteries are just. The Journal of Political Philosophy, 15, 276-295.
- As one might expect from the title and the the kind of journal: Peter Stone's analysis is one in the domain of theories of justice. Of allocative justice to be more precise: a decision maker allocates a good (goods) to one or more recipients. That will fit the case of the weighted lottery in admissions.
- Peter Stone restricts the analysis to cases where individuals have equally strong claims to the good(s) to be distributed. That is a pity, for the Dutch admissions situation is seen by some, such as the Drenth Commission, as a situation where the candidates do not have equally strong claims, yet are entiteld to some sort of substantial claim even if they belong to the subgroup having the weakest claim. Even if your GPA is in the lowest category, you should have a positive probability of being admitted to the academic course of your choice. That is why the Drenth commission, as many commisions before them, concluded that in the Dutch situation—examinations making one 'admissible' and yet not all studies having enough places to accommodate demand—a lottery in one way or another simply is unavoidable.
- In Stone's analysis a weighted lottery is not a fair lottery? (p. 280) I do not understand that at all, if the weighting is done by allocating different numbers of lots to different persons. Regarding the chances for a particular lot to be drawn, the lottery still is fair in the sense Stone is trying to establish here.
Sutton Trust (2007). Ballots in School Admissions pdf
- A survey of the use of ballots in admissions to universities and schools overseas, and a poll of public attitudes to school admissions in the UK. The research suggests that ballots may be an acceptable means of deciding which pupils gain entry to oversubcribed schools, when used in conjunction with other admissions criteria.
- This pdf document "summarises the findings of two pieces of research commissioned by the Trust". I have not been able to locate the original research on the Trust's web page [as of September 22, 2007], it is a survey done by Ipsos MORI, bw
Cathleen Stasz and Christian van Stolk (2007). The Use of Lottery Systems in School Admissions. RAND Europe Working Paper Series, January 2007. pdf
The Use of Lottery Systems in School Admissions.
B.W. (Nov 5, 2007) The lottery might be used to mitigate undesirable effects of meritocratic procedures. In a way, the Dutch admissions procedure in the case of numerus fixus studies is an example. Any suggestions of publications on this theme? Mail me.
Jannetje Koelewijn (25-4-2007_. Bij gelijke geschiktheid liever een jongen. Hoogleraar Gerda Croiset vindt het onwenselijk dat veel meer meisjes dan jongens geneeskunde studeren. NRC-Handelsblad pdf
Plasterk (2007). Antwoord op de vragen van het Kamerlid Joldersma inzake Saudi-Arabische studenten die in Nederland geneeskunde komen studeren. pdf
- Ongelooflijk, maar waar: Nederland verkoopt schaarse opleidingscapaciteit aan Saoudie-Arabische studenten.
-
wegnemen van toetredingsbelemmeringen medische beroepenTe denken valt hierbij aan de afschaffing van de numerus fixus, het doorbreken van de dominante rol van
specialisten bij de opleidingscapaciteit van vervolgopleidingen) en de verandering van aanbod- naar vraagfinanciering bij AWBZ.
Het CPB over belangrijke uitdagingen voor het nieuwe kabinet. pdf
2008 Het kabinet: numerus fixus geneeskunde moet lager
A. Klink (10 maart 2008). Numerus fixus studie geneeskunde. Kamerstuk
- Kabinetsstandpunt.
- " Op 14 februari heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport mij een kabinetsstandpunt verzocht over de afschaffing van de numerus fixus voor de zorgopleidingen. Hierbij bied ik u dit standpunt — mede namens mijn collega van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen — aan. In het verzoek wordt gesproken over de numerus fixus voor zorgopleidingen. In deze brief beperk ik me tot de numerus fixus voor de initiële opleiding geneeskunde en laat andere zorgopleidingen — gezien de korte termijn waarop de commissie antwoord verwacht - buiten beschouwing."
- (...)
- "De hoogte van de numerus fixus heeft mijn belangstelling en aandacht. Vanaf 2000 is de numerus fixus in stappen verhoogd van 2010 naar 2850 startende studenten in 2004. Een advies van het Capaciteitsorgaan lag daaraan ten grondslag. Toentertijd werd er een relevant tekort aan artsen verwacht. In een later advies van het Capaciteitsorgaan (uit 2005) is voorgesteld om de numerus fixus weer terug te brengen naar 2500.
De ministers van OC&W en VWS in het voorgaande kabinet hebben dat advies niet opgevolgd, omdat zij streefden naar een ruim aanbod van (basis)artsen met niet al te veel fluctuaties door de jaren heen.
Inmiddels heb ik het advies 2008 ontvangen van het Capaciteitsorgaan dat betrekking heeft op zowel de initiële opleiding geneeskunde als de medische vervolgopleidingen. In mijn standpunt op dat advies zal het uitgangspunt zijn te streven naar een ruim voldoende aanbod van artsen met een relevante vervolgopleiding. Per specialisme wil ik bezien hoeveel basisartsen daartoe een medische vervolgopleiding moeten krijgen. Daaruit resulteert tevens hoeveel basisartsen er (op termijn) minimaal opgeleid moeten worden door de universiteiten. Bij de vaststelling van de hoogte van de numerus fixus van de initiële opleiding geneeskunde voor de komende jaren streven mijn collega van OC&W en ik naar een ruim voldoende aanbod van basisartsen voor de medische vervolgopleidingen."
NRC (hoofdredactioneel commentaar) (29-4-2008). De dokter op de markt. http://weblogs.nrc.nl/weblog/commentaar/2008/04/29/de-dokter-op-de-markt/
- "Met de uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen en medisch specialisten, waartoe het kabinet vorige week heeft besloten, komt er ietsje meer marktwerking in de zorg. Het kabinet wil een ‘zeker overschot’ in het aantal opleidingsplaatsen, opdat de zorg ‘vraag gestuurd’ wordt. Zodat de patiënt meer keuzes krijgt dan het geringe aantal mogelijkheden dat hij nu heeft. Vergeleken met andere rijke, geïndustrialiseerde landen heeft Nederland weinig huisartsen en specialisten per honderdduizend inwoners. België heeft vier keer zoveel huisartsen en twee keer zoveel specialisten, Duitsland heeft twee keer zoveel huisartsen en tweeënhalf keer zoveel specialisten, Frankrijk ruim drie keer zoveel huisartsen en bijna twee keer zoveel specialisten. Die landen kennen, anders dan Nederland, geen orgaan dat samen met specialisten en dokters het maximale aantal opleidingsplaatsen bepaalt. Studenten hoeven er niet te loten om medicijnen te kunnen studeren." [Hier heeft de redactie een roze bril op: bijvoorbeeld in Frankrijk is de vergelijkende selectie in het eerste studiejaar geneeskunde moordend: 80% valt af. Zie hierbeneden Le Monde april 2008. b.w.]
- “Met de rantsoenering van het aantal artsen dacht de overheid geld uit te sparen op de dure opleidingsplaatsen. Een overschot aan artsen zou bovendien het risico met zich meebrengen van 'overbehandeling' van patiënten. Zo'n kunstmatige beperking van het aantal artsen heeft echter grote nadelen en kost juist extra geld. (...)"
- "Omdat Nederland relatief weinig artsen heeft, is er weinig competitie. Dankzij de schaarste blijven artsen van een hoog inkomen verzekerd. De inkomens van de vrij gevestigde specialisten in Nederland zijn dan ook de hoogste van de rijke landen, blijkt uit vergelijkende cijfers van de OESO. Ook andere Nederlandse artsen verdienen veel naar internationale normen. Bovendien werken ze vaak in deeltijd en alleen tussen negen en vijf, waardoor ze dikwijls niet beschikbaar zijn. Tegenover de besparingen op de opleiding en mogelijk op de behandelingen staan dus de extra kosten die de schaarste aan artsen veroorzaakt."
- "Het kabinetsbesluit is een te kleine stap. Het stelsel van loting en beperking van het aantal artsen is onrechtvaardig. Laat de markt zijn werk doen. Patiënten moeten tussen meer artsen kunnen kiezen. En wie geschikt is om medicijnen te studeren en talent heeft om dokter te worden, moet kunnen toetreden tot de medische stand.” [roze bril. b.w.]
Tweede Kamer 29282 nr. 68 (17-7-2008). Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector; Verslag schriftelijk overleg over Capaciteitsplan 2008 (zie kamerstuk 29289, nr. 57). pdf
Aurélie Sobocinsky (avril 2008). Médecine: vers la fin de l'hécatombe. La sélection des études de médecine est redoutable: sur plus de 50 000 inscrits, seuls 7 100 pourront poursuivre le cursus. Valérie Pécresse, ministre de l'enseignement supérieur et de la recherche, entend réformer ce mode de sélection dès la rentrée prochaine. Le Monde de l'Éducation, 44-46.
- Wat er in Frankrijk gebeurt bij de toelating tot geneeskunde is werkelijk monsterlijk: alle belangstellenden mogen aan de slag, maar aan het eind van het eerste jaar (het P1) wordt er geselecteerd: 80% valt dan af. Tachtig procent, u leest het goed. Er is een tweede kans, dat is ook de laatste kans: aan het eind van het tweede jaar is definitief 70% afgevallen.
- Er is een commissie-rapport pdf verschenen, door Jean-François Bach, met een reeks voorstellen die het probleem zeker niet oplossen, misschien wat scherpe kantjes wegslijpen. in ontvangstname van het rapport, hier worden de belangrijkste voorstellen pdf van de commissie kort weergegeven. Het zijn lapmiddelen, maar ja, alle beetjes helpen bij zo'n probleem. De Fransen zijn gek op alles wat concours is, dat stamt al uit de 18e eeuw, dat is er niet uit te krijgen.
- In Grenoble zijn ze al aan het hervormen, zie p. 46-48.
- Het is voor een buitenstaander ongeloofljk lastig uit dit journalistieke Frans op te maken wat er precies in Frankrijk gebeurt, deze stukken lopen over van het bijzondere jargon en leuke beeldspraak, door elkaar heen gewoven, zoek het maar uit.
- voorstellen van de bewindspersonen.
Jon Elster over loten: Florent Guénard et Hélène Landemore (2-7-2008). Le tirage au sort, plus juste que le choix rationnel. Entretien avec Jon Elster. http://www.laviedesidees.fr/Le-tirage-au-sort-plus-juste-que.html
- Wat is Elster hier aan het doen, net een dobbelsteen gegooid? Zie ook ander werk van Jon Elster, over hachelijke verdelingsproblemen.
J. A. Dekker (2008). Een review van decentrale selectie en numerus fixus bij geneeskunde. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 26.
Deanna Kuhn and Maria Pease (2008). What needs to develop in the development of inquiry skills? Cognition and instruction, 26, 512-559. abstract, pdf's publicaties van Kuhn
- Iedereen die de mond vol heeft van competenties zou dit artikel moeten lezen. Maar daar gaat het even niet om. De auteurs rapporteren een experimenteel vak in een New Yorkse lagere school.
- "The school has a unique population in that 50% of the school's slots are reserved for children of university faculty and high-level administrators, whereas the remaining 50% of slots are filled by children from the surrounding low-to-middle income community and chosen by lottery.
- Voor de VS is dat heel bijzonder.
Hubertus Buchstein (2009). Demokratie und Lotterie: Das Los als politisches Entscheidungsinstrument seit der Antike: Das Los als politisches Entscheidungsinstrument von der Antike bis zur EU. Campus Verlag GmbH. ISBN-10: 3593387298 [Ik heb dit boek niet gezien, maar wil het graag vermelden. Buchstein is politicoloog.]
2009 De schaamte voorbij
‘De schaamte voorbij:’ dit jaar laat toch wel onthutsend onprofessionele praktijken zien van onderzoek naar effecten van selectie-aan-de-poort bij geneeskundige opleidingen, met even onthutsende meningsvorming bij belangrijke spelers in dat facultaire veld. Expertise op het onderwerp selectie is in de ogen van veel direct betrokkenen iets dat iedereen van nature heeft, daar hoef je geen moeite voor te doen, die expertise hoef je dus ook elders niet te zoeken, als je al het idee zou hebben er zelf misschien net iets te weinig van te hebben. Hoera voor deze vooruitgang. Als we maar competent communiceren dan komt de rest ook wel goed. Toch?
Gerard Reijn (25 mei 2009). De Volkskrant, p. 2.
- Minister Klink heeft voorjaar 2009 de Raad voor Volksgezondheid & Zorg advies gevraagd over versoepeling of vrijlating van de toegang tot medische opleidingen (De Volkskrant, 25 mei 2009, p. 2). Dat is dus geen advies over opheffing van de numerus fixus als instrument, maar van de numerus fixus voor alleen de medische opleidingen. Het genoemde bericht in de Volkskrant, door Gerard Reijn, gaat over de inkomens van Nederlandse specialisten—‘nergens hoger’—, en kenenlijk is nu op het departement van Volksgezondheid ook het besef doorgedrongen dat die hoge inkomens iets met de numerus fixus hebben te maken. Reijn heeft gesproken met Victor Slenter, directeur van het Capaciteitsorgaan, dat de capaciteit van medische opleidingen reguleert. Hij wijst erop dat de minister niets heeft te zeggen over de omvang van de opleidingen tot specialist, dat doen de specialisten zelf. Daar maken specialisten mogelijk wel eens misbruik van, zoals bij oogartsen. De kosten van de specialistische opleidingen zijn zo'n miljard per jaar. Ik heb geen idee waar die kosten dan in zitten, en of die verhoudingsgewijs stijgen wanneer er meer plaatsen worden gecreëerd, en evenmin van de maatschappelijke opbrengst wanneer die capaciteit echt fors wordt uitgebreid. Misschien gaat Reijn daar ook nog achteraan?
David Poulin-Litvak (2009). Citizens' Democracy.
Setting the paste for a democratic revolution through the use of random selection of citizens in political institutions. pdf
- "This paper, presented to Australia's Citizens' Parliament, is intended as an overview of ideas and perhaps as a guide to crafting political institutions in which random selection is a core
element of the democratic system."
Linda Welther (2009). Loten voor het gymnasium? Didaktief, 39 nr. 1-2, p. 19.
Louise C. Urlings-Strop, Theo Stijnen, Axel P. N. Themmen & Ted A. W. Splinter (2009). Selection of medical students: a controlled experiment. Medical Education, 43, 175-183.
- Annotaties zie decentraleselectie.htm#Urlings
- Het Rotterdamse beleid laat zien dat men tot aanvechtbare methoden (lees: de instelling met zijn belanggroepen) bereid is om maar zo ver mogelijk van die gewogen loting weg te komen. Dat zegt indirect veel over de beelden die men heeft bij loting als methode om dit bijzondere schaarse goed, studieplaatsen geneeskunde, eerlijk te verdelen.
Peter Stone (draft). Three arguments for lotteries. abstract
Peter Stone (2009). The logic of random selection. Political Theory, 37, 375-397. abstract
Peter Stone (2009). Lotteries, justice and probability. Journal of Theoretical Politics, 21, 395-409. abstract
J. A. Dekker, M. M. C Lambregts, M. W. Heeren, J. I. Hanemaayer (2009). Toelating tot de medische opleiding in beweging. Capaciteit en legitimiteit. Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, 28, 159-166.
- Overzicht in grote lijnen, zowel historisch, als wat actueel speelt. Dat voorziet zeker in een behoefte.
- Het artikel doet op details soms toch wat te stellige uitspraken: de nuance is niet altijd aanwezig. Het gaat hier tenslotte om complexe problematieken (selectie, arbeidsmarkt) die meer dan een of twee directe oorzaken of gevolgen hebben, en waar empirische relaties vaak juist iets anders liggen dan belanghebbenden ze menen te kunnen waarnemen. Voor een standpunt van het KNMG studentenplatform is dat wel begrijpelijk, maar lees dit stuk wel kritisch.
- Voor de arbeidsmarktproblematiek zie ook het door de auteurs niet genoemde artikel van Borghans en De Grip in ESB.
- Noemt een aantal, ook oudere, publicaties die mij niet bekend waren, waarvoor mijn dank.
Ronald Berger adviesbureau (29-9-2009).
- Vandaag is een rapport van dit adviesbureau in het nieuws. Het gaat over het aantal artsen per x aantal inwoners in Nederland, en in diverse buitenlanden. Ik begrijp uit de Volkskrant en Radio 1 dat in Nederland wordt geschermd met een cijfer van 3,8, dat beter zou zijn dan dat van diverse buitenlanden, maar Ronald Berger heeft ontdekt dat daarin ook gepensioneerden zijn meegenomen. Omdat in buitenlanden die gepensioneerden NIET zijn meegenomen, komt het internationaal vergelijkbare cijfer voor Nederland uit op 1,9. Daarmee scoort Nederland buitengewoon beroerd. Ronald Berger pleit dan ook voor opheffen van de numerus fixus voor geneeskunde. Of die voor specialistenopleidingen. Of voor beide. Ik weet het allemaal niet precies, ik kan via Google geen rapport vinden, ook niet op www.ronaldberger.nl.
- Carlijne Vos geeft in de Volkskrant van 30 oktober, p. 9, een overzicht. Het gaat in dit rapport om de medisch specialisten, daarvan heeft Nederland er 1,4 per 1000 inwoners, en daarmee bungelt Nederland ergens onderaan de lijst. Maar ja, deze statistische gegevens zijn wel behoorlijk onvergelijkbaar, internationaal. “Nederlandse artsen [specialisten] verdienen volgens de laatste OESO-cijfers uit 2004 met gemiddeld 290.000 euro het meest ter wereld.” Als ik dit soort cijfers lees, dan neem ik me altijd voor dat ik nooit never ever meer iets wil horen over verschrikkelijk gemotiveerde kandidaten die geneeskunde willen gaan studeren. Brrrrrrrrr.
Plasterk wil loting verruimen (NRC Handelsblad 29 september 2009, p. 6).
- “Als het aan minister Plasterk ligt, kunnen aankomend studenten binnenkort zo vaak als ze willen deelnemen aan loting voor een plek in het hoger onderwijs.”
- Gerard van Oosterwijk, voorzitter van de LSVb, ziet er geen oplossing in voor de problemen bij geneeskunde, voor de viede keer loten verkleint de kansen voor de kandidaten die voor de eerste keer deelnemen.
- Dat is het dilemma, niet? Per definitie beperkt de numerus fixus het aantal beschikbae plaatsen. Iedere benutte tweede etcetera lotingskans, verkleint de lotingskansen van eerste deelnemes. Daar wordt per saldo iedereen een beetje armer van. [Mijn commentaar, b.w.]
- In hetzelfde artikel melding van een recente brief van Plasterk aan de kamer waarin hij zegt de fixus niet te verruimen omdat er al een licht overschot van medici zou zijn. Maar zie het vandaag ook uitgekomen rapport van adviesbureau Ronald Berger.
Trouw (2 november 2009). ‘Loting medicijnenstudie moet op de schop.’ html
- Nieuwsbericht over proefschrift van Gerard Baars. Wat Trouw erover meldt, vertelt mij alleen dat hier een onprofessioneel onderzoek is verricht, met onprofessionele aanbevelingen richting het kabinet. Ik heb nieuws voor Baars: daar gaan kabinetten niet alleen over. Maar Baars zit er toch niet zo gek ver naast: de huidige regeling is tot stand gekomen dankzij directe beïnvloeding van de commissie Drenth door destijds minister Ritzen en minister-president Kok. Afijn, het parlement gaat er natuurlijk uiteindelijk over, de Tweede en de Eerste Kamer, bij initiatief-wetsvoorstellen heeft het kabinet zelfs helemaal het nakijken. Ik ben benieuwd naar de details van dit onderzoek, maar ik ben heel bezorgd, Baars op Radio 1 gehoord hebbend (2 november 2009, om 20:15 uur ongeveer).
-
Het is wel grappig, omdat Baars aantoont dat binnen de groep kandidaten met lage eindexamencijfers dat cijfer de studieprestaties tijdens de opleiding niet voorspelt. Baars heeft een wereldontdekking gedaan: er is onder deze kandidaten een klein groepje met heel goede studieresultaten. Het sarcasme slaat natuurlijk op het feit dat dit al sinds mensenheugenis bekend is. Zowel dat je binnen een groep met ongeveer gelijke eindexamencijfers, die eindexamencijfers natuurlijk niet meer kunt gebruiken om wat dan ook te voorspellen, als het fenomeen dat je binnen zo'n onvoorspelbare groep natuurlijk een top van goede presteerders zult vinden. Dat heeft niets met de studie geneeskunde te maken, of met gewogen loting. Hoe kan Baars, of zijn promotor, zijn promotiecommissie, nu denken dat dit behoorlijk onderzoek is? Of zouden die persberichten [Erasmus: hier] allemaal onzin bevatten?
- Ik wil er hier nog eens aan herinneren dat de overwegingen bij het blijven hanteren van loting als onderdeel van de regelingen om bij een numerus fixus te selecteren, van geheel andere orde zijn dan de voorspelbaarheid en de goede en foute beslissingen waar Baars over spreekt. Het gaat er juist om dat binnen het huidige onderwijsstelsel en de huidige wetgeving het niet zo mag zijn dat kandidaten die geneeskunde willen gaan studeren, op basis van bijvoorbeeld hun eindexamencijfers in absolute zin geen kans op toelating meer zouden maken. Lees het rapport van de commissie Drenth, online beschikbaar. Voorzover ik weet is de wetgever met deze redenering, overigens niet door de commissie Drenth verzonnen, meegegaan (wetgever: Kabinet èn Parlement).
- Het proefschrift is online beschikbaar: pdf
Gerard J. A. Baars (2009). Factors related to student achievement in medical school. Factoren gerelateerd aan studieprestaties van studenten Geneeskunde. Lemma. Proefschrift Erasmus Universiteit. pdf [de data in de tabellen staan in een lettertype dat mijn browser niet kan weergeven, zoek dan dit proefschrift op Google, dat de keuze biedt om een HTML-transcriptie te downloaden.]
- p. 10: “The lottery system is based on the observation that the size of pu-GPA between 5.5 and 8.0 is moderately correlated with pre-clinical achievement in medical school (Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen, 1997).” Dit is een misvatting, met alle respect, zoals in het stuk hierboven toegelicht (Trouw).
- Er is niets dat studieresultaten zo goed voorspelt als eerdere studieresultaten. Een grapje van Adriaan de Groot, met een serieuze ondertoon. Ik word werkelijk horendol van al dat gecorreleer van cijfers op tijdstip 1 met die op tijdstip 2. Wat is daar de betekenis van? Stel je voor dat je geen verband zou vinden, dan zou dat toch moeten betekenen dat wat er ook voorafgaand aan tijdstip 1 aan kenns en ervaring is verworven, dat mogelijk op tijdstip 2 geen rol meer speelt? Dat wat aankomende studenten, gezien hun eindexamencijfers, meer in hun mars hebben dan anderen, geen rol zou spelen in hun studietempo etcetera in het eerste jaar? Waar is zo'n opleiding dan mee bezig? Enzovoort, enzoverder. Dat zijn toch allemaal open deuren? Wat mij ook ergert, en dan heb ik het over hoofdstuk 2, is het kritiekloos verwijzen naar de publicatie van Cohen-Schotanus en anderen: dat is een gelegenheidsonderzoek geweest aan de hand van data die toch op de plank lagen, daar valt op zich helemaal niets zinnigs over mogelijke andere selectieregimes uit te halen. Nee, zie dan het proefschrift van Cohen-Schotanus voor een opmerkelijk resultaat, veel en veel hogere studierendementen, niet verkegen door een ander selectie-regime, maar door een slimmere examenprocedue, als ik het zo mag zeggen [html]. Dáár gaat het om.
- Hoofdstuk 3 gaat over de voorspelbaarheid van verder falen, na zes maanden studie. Ik heb er geen geduld voor om me hier doorheen te worstelen. Mijn hamvraag lijkt hier in ieder geval niet gesteld te zijn: wat dachten deze studenten er zelf van, na zes maanden, en waarom zijn ze eigenlijk nog langer doorgegaan? Ik ken natuurlijk het verschijnsel dat een studie die niet is wat je ervan verwacht, meteen tot beroerde stduieresultaten leidt. Het haalt je de koekoek dat die beroerde resultaten een beroerd einde voorspellen, namelijk vertrek naar een beter passende opleiding. Ha, tenzij er sprake is van een ernstige ziekte, waar na enige tijd een volledig herstel op volgt. En ga zo maar door. Vergeet de statistiek, denk eerst na. Natuurlijk zijn er duizend mogelijke verklaringen voor welke resultaten dan ook te bedenken, en de literatuur zal ze allemaal ophoesten [lees het briljante onderzoek van Alexander Astin over de eerste vier jaren 'college']. Maar wat heeft dat te maken met de studenten in de cohorten van de Erasmus Universiteit? Ik zou graag hebben gezien dat Baars en de zijnen al die engelstalige artikelen waar ze naar verwijzen, eruit hadden gekieperd, en eens hadden gekeken naar Nederlands eerste diepgravende onderzoek naar studiestaken: in de vijftiger jaren aan destijds de TH Delft. Alles is destijds al gezegd en gedaan. Laat Tinto er lekker buiten. Maar lees wel Astin.
- Ik ben erg zuur, ik geef het toe, maar er is waarachtig reden toe. Henk Schmidt, hoe heb je dit kunnen laten passeren? Brood op de plank?
- Dit soort onderzoek verduistert zaken door zeeën van irrelevante data en statistieken te produceren.
-
Ik begrijp werkelijk niet, en dat geldt voor bijna alle deelstudies geloof ik, waarom analyses zijn gesplitst voor studenten beneden het gemiddelde studieresultaat in het eerste jaar, en die erboven. Ik heb zoiets nog nooit gezien, en deze eerste keer smaakt bepaald niet naar meer. Het levert ook absurd gesplitste scatterplots op, die geen iota meer informatie bevatten dan de ongesplitste plot zou hebben. Het levert warhoofdige verbale analyses op, waar geen mens meer uit wijs kan.
- p. 111: “Since universities and governments are particularly interested in students who will fail to complete their study, to date little has been known about reasons for study delay.”. Ik moet toch aannemelijk maken dat ik terecht verontwaardigd ben over dit onderzoek. Dit citaat van p. 111 laat zien dat Baars niet op de hoogte is van de relevante literatuur. Ik koppel nog even terug naar het begin, waar we in de eerste alinea lezen: “ ...a considerable amount of students does not complete their studies. For example, in the behavioural and technology sciences 50-60% of the students fails .... ” Het probleem is dat Baars hier niet onderscheidt tussen slagen voor de studie van eerste inschrijving, en slagen voor een studie in het WO. De suggestie dat ongeveer de helft van de aankomende studenten niet met enig doctoraal vertrekt, is van de pot gerukt, maar goed, ik heb wel eens een Erasmus-bestuurder voor de NOS-camera iets vergelijkbaars zien/horen zeggen, en wil er Baars dus niet hard om vallen.
- Aan het eind van deze dag weet ik werkelijk niet waar Baars het vandaan haalt dat de huidige regeling voor gewogen loting bij numerus-fixusstudies nodig moet worden herzien. Zijn analyses tonen niets aan, dus dit ook niet.
- Ben ik grof en hardvochtig? Ja, maar het lijkt me terecht. Zie voor enige nuancering met kanttekingen bij een later bericht in de Volkskrant, 11 november 2009, hierbeneden.
Ianthe Sahadat (11 november 2009). ‘Selecteren is beter dan loten.’ De Volkskrant, 3.
- Deze journalist gaat nog even door op kennelijk de resultaten van Baars, en op onderzoek van Louise Urlings-Strop. Volgens Louise werkt selecteren aan de poort beter dan loten. En is het terecht dat bij een acht of hoger er directe toelating is.
- Ik word niet moe er telkens maar weer op te wijzen dat onderwijs een publieke zaak is, en dat het dus niet vanzelfsprekend is om bepaalde kandidaten een streep voor te geven op anderen, ook niet op basis van het argument dat zo toegelaten kandidaten minder uitvallen of hogere cijfers halen.
- Een tikje irritant is dat de Rotterdammers zich er steeds maar weer op laten voorstaan dat zij een primeur hebben met het aantonen van een verband tussen eindexamencijfers en succes in de studie geneeskunde. Dat verband heeft geen enkele serieuze partij in het debat van de afgelopen veertig jaar ooit ontkend.
- Het gaat juist om talrijke vragen of een dergelijk verband gebruikt kan worden, of mag worden, in de bijzondere situatie van selectie voor een numerusfixusstudie in het Nederlandse onderwijsstelsel en dus onder de Nederlandse wet.
- Zoals daar zijn: Is zo'n selectie wel doelmatig (het Cito concludeerde in 1980 dat dat niet het geval is, alle kosten en nadelen in overweging nemende)? Hoezo zou een hoog eindexamencijfer een kandidaat een moreel recht geven op een onderwijsplaats (toch iets anders dan een baan) die dan niet meer voor een ander beschikbaar is (staatsmoraal?). Zeggen die positieve verbanden ook nog iets wanneer het gaat om de kwaliteiten van de artsen (niet in de bedoelde zin, wel is er het risico dat die zo geselecteerde slimmeriken zich later niet meer als huisarts op het platteland willen vestigen, de Duitse ervaring met scherpe selectie op eindexamencijfers voor wis- en natuurkunde).
- Is het maatschappelijk gewenst dat knappe koppen eerder voor geneeskunde dan voor vliegtuigbouw kiezen (als high tech specialisten kunnen zij waarschijnlijk later zeer veel meer voor de medische wetenschap betekenen dan als uitvoerend specialist, Ger Klein als voorbeeld hiervan)?
Mare (3 december 2009). Selectie aan de poort. Interview? met prof. dr Jan Anthonie Bruijn, voorzitter van het opleidingsbestuur van het LUMC (Academisch Ziekenhuis Leiden), en voormalig lid van de Onderwijsraad.
- Dit is naar aanleiding van een stuk van Bruijn , Selektie drukt uitval, op de website van ScienceGuide http://www.scienceguide.nl/selectie-drukt-uitval.aspx. Bruijn heeft kennisgenomen van het onderzoek van Baars, en/of dat van Urlings-Strop. Hij vindt het fantastisch, selectie heeft effect, weg met loten. Van een voormalig lid van de Onderwijsraad verwacht ik iets meer nuance, eigenlijk. Vandaar dat ik ScienceDirect het volgende stukje heb gestuurd (nee, ik heb daar niets op gehoord):
Selectie drukt uitval. Zeker. .... Dus?
LUMC-hoogleraar Jan Anthonie Bruijn is enthousiast over Rotterdams onderzoek waarin naar zijn mening voor het eerst is aangetoond dat selectie aan de poort effect heeft op studiesucces, en dus dat er maar eens een einde moet komen aan procedures met loting als onderdeel. In de Mare van 3 december zegt hij zelfs “... het is voor het eerst ter wereld dat een onderzoek naar effecten van selectie echt goed is opgezet.” Een hoogleraar die zo'n uitspraak doet over wat er in de wereld aan onderzoek zou zijn gedaan, verkeert niet in de beste positie om de kwaliteit van dit type onderzoek te beoordelen.
Mag ik erop wijzen dat in de discussie sinds, pakweg, 1970 het nooit, NOOIT, een issue is geweest of selectie effectief kan zijn? Natuurlijk heeft selectie effect, en zeker de psychologen in dit debat, zoals Wynand Wijnen, Willem Hofstee, en Pieter Drenth hebben dit nooit onder stoelen of banken gestoken (maar pas op: krantenredacties bedenken titels bij hun stukken die anders suggereren, so it goes). Het springende punt is of wat kan, ook gewenst is. Dat gaat verder dan alleen de vraag of het effect van selectie interessant genoeg is om de kosten dubbel en dwars terug te kunnen verdienen. Er is in 1975 een bijzonder uitvoerig debat over gevoerd in het parlement, met een tweedeling tussen voorstanders van integraal loten (natuurlijk alleen in de noodsituatie van een numerus fixus) en voorstanders van alleen selecteren. Daar is destijds een Hollands wonder geweest: een amendement met een compromis in de vorm van gewogen loting kreeg kamerbrede steun. Ook bij de laatste gelegenheid dat er naar de toelating tot numerus-ficusstudies is gekeken, door de commissie Drenth (rapport De gewogen loting gewogen, online beschikbaar), is bij uitstek de afweging tussen loten en selecteren aan de orde geweest, met het voorspelbare resultaat dat er een goede balans tussen die twee moet zijn, niet een uitsluiting van loten. De redenen daarvoor zijn gelegen in de specifieke aard van ons onderwijsstelsel (geen grote middenschool, zoals in de VS, maar een scherp selectief VO) en de systematiek van de wet die uitgaat van toelaatbaarheid voor iedereen met een passend eindexamen of equivalent daarvan.
Het kan ook korter door de bocht gezegd. Een faculteit is niet analoog aan een kruidenier: die kruidenier moet goed opletten wie hij aanneemt, anders heeft hij een probleem. De faculteit is een publieke voorziening, is onderdeel van het hoger onderwijs dat we uit de staatskas financieren omdat de baten voor de samenleving zich goed verhouden tot die kosten. Het gaat niet aan dat een faculteit zich aanmatigt het schaarse talent uit de vijver weg te vissen voor de neus van andere faculteiten. Laat de slimste kandidaten alsjeblieft in Delft gaan studeren, daar kunnen zij meer betekenen voor de kwaliteit van de geneeskunde dan zij ooit als specialist zouden kunnen. Het gaat niet aan dat faculteiten zich aanmatigen aan poortselectie te doen: zij investeren immers geen euro eigen geld in het functioneren van het onderwijs, terwijl de samenleving en de studenten zelf dat wel doen, en niet zo'n klein beetje ook. Aankomende studenten laten zich de kaas van het brood eten. De samenleving laat het toe dat er weer op naïeve gronden gespeeld wordt met selectie aan de poort, bovenop de selectie die al in het VO heeft plaatsgevonden. Is dit overdreven? Het is een motie van Martijn van Dam en Jacques Tichelaar van de PvdA geweest, gesteund destijds door VVD en LPF, die experimenten met selectie mogelijk maakte. Van Dam en Tichelaar waren van hun wortels losgeschoten, to say the least. Trouwens, ook prominent liberaal Thorbecke was een verklaard tegenstander van deze vormen van autoritaire selectie, dat kunnen de kandidaten en hun ouders immers zelf wel uitmaken. En dat laatste is ook de systematiek van de wet op het hoger onderwijs: zelfselectie in de propedeuse.
Ben Wilbrink.
(Als onderzoeker van meet af aan betrokken geweest bij de problematiek van toelating bij numerus-fixusstudies.)
Jan Borleffs (vrijdag 11 december, 10:20 uur Radio 1). (Prof. Borleffs is in Groningen bij geneeskunde prodecaan onderwijs en onderzoek)
- Vertelt hoe in Groningen actief wordt geselecteerd op communicatieve vaardigheden, met rollenspellen. Borleffs noemt Amerikaans onderzoek, waar bij zaken voor de tuchtraad de studentendossiers van de betreffende artsen zijn onderzocht, en waarachtig, daar was al te zien dat het later mis zou gaan. Ik wil dat best geloven, maar zolang ik geen publicatie heb gezien, vermoed ik dat het bij lange na niet zo eenduidig ligt als gesuggereerd door Borleffs.
- Het vervelende met deze manier van selecteren is dat het ernstige inbreuk maakt op het principe van toelaatbaarheid zoals dat overigens bij wet is geregeld voor het HO, en dat het mogelijk te makkelijk overschakelt van het pogen om kandidaten met ernstige communicatieve handicaps uit te sluiten, naar het selecteren van de studenten die alleen maar relatief iets makkelijker communiceren dan anderen. Een stap terug in de duisternis van willekeurige selectie. Laat Groningen maar eens zo moedig zijn om de (instrumenten in die) procedure voor goedkeuring aan te melden bij de Cotan (Nederlands Instituut van Psychologen).
- Interessant is dat Borleffs flirt met het idee dat bij de direct toegelatenen (tenminste 8 gemiddeld op het eindexamen) mogelijk kandidaten met problematische communicatieve vaardigheden zitten. Borleffs wil kennelijk zowel van het loten af, als van de directe toelating. In zijn oratie is hij glashelder: weg met allebei.
- In zijn oratie Onderwijs en opleiden, over kunde en kunst, gaat Borleffs uitvoeriger in op selectie-aan-de-poort voor geneeskunde. Ik wil daar niet onaardig over doen, maar signaleer wel dat er geen enkele terughoudendheid is bij dit denken over selectiemogelijkheden. Maar de numerus-fixus is een noodvoorziening, voor een ander doel getroffen. OK, de wetgeven heeft het slechte voorbeeld gegeven, en de bevoegdheid voor een getalsbeperking opgerekt [dat heet détournement de pouvoir als iedere andere instantie zoiets doet] tot een bevoegdheid om uitbundig te selecteren tot de aangegeven maat van 50%.
- Ook in zijn oratie noemt Borleffs de problematiek van onprofessioneel gedrag, met de bron van dat Amerikaanse onderzoek: artikel. Het onderzoek is voldoende grootschalig, en contrasteert de onderzochte groep met een grotere controlegroep. Dan valt mij direct op dat dit verre van een zwart-wit verhaal is, dus dat met discriminantanalyse maar in beperkte mate die kleine deelgroep van professionele horken is te voorspellen, want ook in de controle groep zijn er beoorlijk wat geregistreerde professionaliteitsproblemen in de studie. [discriminantanalsye: zie mijn stage-onderzoek uit 1968, hier. Ik wijs er in dit verband nog op dat dat Amerikaanse artikel 0,3% noemt als het percentage artsen dat een tuchtzaak aan de broek krijgt en verliest, wat betekent dat het uiterst onwaarschjnlijk is dat deze kleine groep bij de aanmeldng tot de studie valt buiten te sluiten, zonder tegelijk een grotere groep TEN ONRECHTE buiten te sluiten (vgl de situatie voor werken met een leugendetector)] Jammer dat kwantitatieve voorspelling lijkt te ontbreken in dit artikel. Op zich is het natuurlijk mogelijk de studie geneeskunde te beschouwen als een beroepsopleiding, met de mogelijkheid om kandidaten uit te sluiten als zij zeker niet in staat zullen zijn om het beroep behoorlijk uit te oefenen. Denk aan piloot van gevechtsvliegtuigen: lichaamslengte is daar een ernstige beperkende factor. Het thema van onprofessioneel gedrag is verdraaid belangrijk, zowel binnen de opleiding, als binnen instituten en spreekkamers. Dan is het toch nog een heel ander verhaal om risico-inschattingen te gaan gebruiken bij de toelatngsselectie. Bij een private ongesubsidieerde onderwijsinstelling: OK, dat is de eigen verantwoordelijkheid [voor politieopleidingen bijvoorbeeld]. Bij een publieke voorziening: daar gaan ook anderen over. Borleffs problematiseert niet, en dat is jammer, want als er een goede onderbouwing mogelijk is, had ik die graag gezien. Ik noem maar eens een mogelijk bezwaar: misschien geldt voor ALLE professionals uit het HO ongeveer hetzelfde, moeten we dan hufterigheid gebruiken om een deel van de bevolking uit te sluiten van hoger onderwijs?
Ik heb meer aandacht gegeven aan het onderzoek van Baars, en aan de opvattingen van Bruijn en Borleffs, omdat deze de aard van het denken bij de faculteiten geneeskunde waarschijnlijk goed representeren. En geneeskunde is de speerpunt van meer selectie-aan-de-poort voor universitair onderwijs. Alsof het (eindexamen) VO die poort niet is.
Raad van Advies voor de Volksgezondheid & Zorg (2009). Numerus fixus geneeskunde: Twaalf mensen, twaalf meningen. pdf
- De voorzitter vindt het nodig om in zijn voorwoord het volgende te schrijven, alsof er niet al veertig jaar precies over die eerlijk is gedebatteerd:
- “Voor of tegen de numerus fixus, veel geïnterviewden vinden loting oneerlijk en zijn voor (gedeeltelijk) selecteren op basis van competenties.”
- Dat neemt niet weg dat dit een dozijn goed gearticuleerde opvattingen zijn.
- Cerfontaine blijkt geneeskunde te hebben gestudeerd. Een driemaal uitgelote arts doet het m.i. interessant voorstel “ Laat iedereen toe tot een korte HBO-achtige opleiding geneeskunde. Leid een groot aantal op in de breedte, en een klein aantal in de diepte. Dat is efficiënter, goedkoper én goed voor de kwaliteit van de zorg.”
- Jan Borleffs heeft zich al voldoende elders geprofileerd. Humor: "Ik ben nog net van voor de loting, dus ik heb geluk gehad."
- Huibert Pols wil selecteren in plaats van loten, een helder standpunt voor iemand die staat voor het belang van de opleidingen. Jammer dat hij dat niet erbij zegt, en memoreert dat er ook àndere belangen kunnen zijn.
- Victor Jansen (anios) memoreert iets dat begin 70er jaren juist de directe aanleiding tot de machtigingswet vormde, na door de StudenVakBond gewonnen processen ovr wachtlijsten: “Er was een enorme concurrentie om in de goede werkgroepen te komen. Dat gold ook voor de co-schappen, we moesten loten om een plek en ik moest zestien maanden wachten voor ik kon beginnen.”
- Arnold Verhoeven (geen arts) “Die hele numerus fixus begrijp ik niet. Waarom mag niet iedereen geneeskunde studeren? Juristen kunnen toch ook allerlei soorten functies uitoefenen?”
Informatieve brochure. Downloaden maar.
2010 Einde numerus fixus in zicht? Ja, als het aan het kabinet-Rutte ligt.
Het regeeraccoord van het kabinet Rutte stelt dat de numerus fixus over vijf jaar wordt afgeschaft. Het regeeraccoord stelt daarnaast dat het de aanbevelingen van de commissie-Veerman zal uitvoeren: dus selectie-aan-de-poort door opleidingen in het Hoger Onderwijs zal toestaan. Het is uit de tekst van het regeeraccoord geenszins duidelijk wat een en ander concreet gaat betekenen, maar ik durf wel te voorspellen dat 'afschaffen van de numerus fixus' een bedrieglijk voorstel zal blijken te zijn: te verwachten vakt dat de plaatsbeperking gewoon zal blijven bestaan, maar dat de manier waarop de beschikbare plaatsen worden verdeeld onder de gegadigden volledig in handen van de betreffende individuele opleiding komt te liggen. Dat zou een schanddaad zijn, om het woord van Bernard Haitink te gebruiken (over de voorgenomen afschaffing van het orkestencentrum).
Sander van Walsum (28 oktober 2010). Toen. De Volkskrant, p. 8, kader in artikel van Gijs Herderscheê.
- Een stukje van een journalist met eigen morele oordelen (ongewogen loting, inderdaad begin zeventiger jaren een noodsprong van aanvankelijk enkele faculteiten, later de Regering), en een eigen visie op de geschiedenis (Meike Vernooy zou slachtoffer zijn van die botte ongewogen loting; dat is natuurklijk niet waar: het was in 1996 een gewogen loting met hogere kansen voor hogere eindexamencijfers. Zij lootte uit, meermalen, dikke pech natuurlijk, maar hoezo onrechtvaardig? Haar 'plaats' werd door iemand anders ingenomen, als die uitgeloot zou zijn, zou dat minder 'onrechtvaardig' zijn? Spelen we voor god? Vergeet het.
Gijs Herderscheê Schrappen numerus fixus bij geneeskunde is niet haalbaar. (28 oktober 2010). De Volkskrant, p. 8
- Minister Klink heeft in zijn overdrachtsdossier opgenomen dat afschaffen van de numerus fixus een slordig miljard zou gaan kosten, en dus onbetaalbaar is. Ik voeg hier maar aan toe dat dit een verhelderende positie is van het departement: het is kennelijk niet de bedoeling om bij 'afschaffen van de numerus fixus' de faculteiten de gelegenheid te geven een selectie aan de poort te organiserne. Dat is opmerkelijk. Blijft staan dat het kabinet Rutte de numerus fixus wil afschaffen omdathet 'een randvoorwaarde voor goede marktwerking in de zorg' zou zijn. Dat klink als wishful thinking. Maar dan zou die 'marktwerking' erote moeten leiden dat de extra opleidingskosten worden terugverdiend uit lagere vergoedingen voor specialistische en andere zorg door artsen verleend. Ik ben beniuewd hoe dit balletje verder gaat rollen, maar verwacht eigenlijk ofwel openlijke vergelijkende selectie aan de poort, ofwel verbogren selectie (tijdens de rit, zeg maar).
Veerman (2010). Differentiëren in drievoud omwille van kwaliteit en verscheidenheid in het hoger onderwijs. Advies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel. pdf
- Voorzitter: Cees Veerman.
- Ik heb dit rapport nog niet bestudeerd en becommentarieerd. Maar het is, waar het gaat om selectie, van een zorgelijk simplisme. Bijvoorbeeld aanbeveling 1 is in de formulering een regelrechte misvatting, alsof instellingen rechten hebben, en alsof met publieke middelen gefinancierde instellingen de vrijheid zouden hebben deze naar eigen goeddunken te besteden:
- Aanbeveling 1. Selectie: De commissie stelt voor om in principe elke instelling het recht te geven om te selecteren, ook aan de poort. De overheid moet dit in wet- en regelgeving mogelijk maken, maar ook randvoorwaarden meegeven.
Commentaar NRC Handelsblad (29 oktober 2010). Niet meer artsen. Studie geneeskunde blijft beperkt, ondanks afschaffing numerus fixus. NRC p. 20
- “ Het verdient daarom wél aanbeveling om het onrechtvaardige systeem van loting te vervangen door selectie aan de poort. Beter een gemotiveerde en empoathische arts, dan een arts te veel.”
- Meld u voor moreel advies en kennis van selectie bij de redactie van de nrc. Ik heb het volgende bericht gestuurd aan de ombudsman:
- De rubriek ‘Commentaar’ meldt in 'Niet meer artsen' (29 oktober) dat het huidige systeem van loting onrechtvaardig is. Onrechtvaardig. Waar haalt De Volkskrant dat vandaan? Over de rechtvaardigheid van de manier om het beperkte aantal studieplaatsen te verdelen onder een veelvoud van kandidaten (bij geneeskunde) is in Nederland juist sinds 1970 volop gediscussieerd, het meest grondig door de Commissie-Drenth ( http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2008/02/18/gewogen-loting-gewogen/gewogen-loting-gewogen.pdf ).
Of slaat het ‘onrechtvaardig’ op de numerus fixus zelf, op het aantal plaatsen dat veel te klein is om alle toelaatbare kandidaten te bedienen? Maar daar zal de komende tijd juist de politieke discussie over gaan, omdat opheffing van deze numerus fixus tot kostbare chaos zal leiden: het onderwijs kan de grotere aantallen niet verwerken, en als het dat al zou kunnen zou het bar kostbaar zijn. Maar daar heeft Commentaar een eenvoudige oplossing voor: selectie aan de poort. Waar was De Volkskrant de afgelopen veertig jaar?
Raad van Advies voor de Volksgezondheid & Zorg (2010). Numerus fixus geneeskunde: Loslaten of vasthouden. Advies. pdf
- “Om het tekort aan artsen en de groeiende zorgvraag op te lossen, vindt de RVZ het noodzakelijk veranderingen in de organisatie van de medisch specialistische zorg aan te brengen, de instroom in de vervolgopleidingen tot specialist te vergroten en de numerus fixus voor de initiële opleiding geneeskunde over vijf jaar los te laten.”
- “Afschaffen van het nationale lotingsysteem betekent voor burgers die arts of specialist willen worden dat niet alleen cijfers, maar ook motivatie en competenties in de selectie betrokken kunnen worden.”
- “Het nationale lotingsysteem wordt vervangen door 100% decentrale selectie. Universiteiten krijgen de mogelijkheid om extra Nederlandse en buitenlandse studenten op te leiden, bovenop het aantal door de overheid bekostigde opleidingsplaatsen. Specialisten in opleiding gaan zelf meebetalen aan de opleiding.”
- Dit is waarachtig een weinig subtiel advies, en dan zeg ik het voorzichtig. Maar dat mag eenieder die ook maar een klein beetje op de hoogte is van de problematiek, voor zichzelf concluderen.
- “Het advies is voorbereid door een projectgroep onder leiding van mevrouw mr. G.P.M. (Gerda) Raas. De verantwoordelijke raadsleden voor het advies waren mevrouw drs. M. (Marjanne) Sint, mevrouw prof. dr. D.D.M. (Didi) Braat en prof. drs. M.H. (Rien) Meijerink.”
-
ANP Vrijdag 29 januari 1 uur: de ministers Klink en Plasterk nemen het advies over. Dat lijkt me erg snel voor een advies dat enorme gevolgen heeft.
- Het schaamteloze, want ondemocratische, aan dit voorstel is dat het de numerus fixus uit de wettelijke sfeer haalt, en in handen legt van de instellingen met carte blanche voor de manier waarop ze de gewenste reductie in aantallen realiseren.
- Het 8-uurjournaal, 29 januari: Plasterk in beeld: we schaffen dat loten af, volgend jaar al, universiteiten kunnen selecteren op eindexamencijfers, motivatie, wat niet al. Plasterk is aan het slaapwandelen. Dit haalt de wetgeving over het VO ook onderuit: de eindexamens verliezen een deel van hun betekenis, of die verandert niet mals. Wordt dit een herhaling van de mallotigheid die Martijn van Dam en Jacques Tichelaar samen met VVD en LPF hebben uitgehaald, door de deu naar selectie-aan-de-poort-van de universiteit wagenwijd open te zetten? Ik dacht, na de rede van Wouter Bos over de koers van de PvdA, dat het neo-liberalisme in de partij een gepasseerd station was?
- In De Volkskrant van 2 februari, pagine 3: Advies: plek voor studie arts ook verkopen.
“Als je nu uit een rijke familie komt of een lening afsluit, dan kun je overal ter wereld medicijnen gaan studeren', zegt een woordvoerster van de RVZ. 'Mensen gaan ervoor naar Amerika. Dus eigenlijk verandert er niet veel als we dat in Nederland ook gaan doen.
(...) Als een ziekenhuis daarnaast nog 20 plaatsen voor studenten overheeft, dan kunnen ze die op de vrije markt verkopen', zegt de woordvoerster.”
Ik heb eerder de kwalificatie schaamteloos gebruikt voor het advies van de RVZ. Dat was een vergissing, waarvoor ik mijn excuus aanbied. Het moet schaamteloos in het kwadraat zijn. Voor de RVZ zijn alle geplengde tranen over hardheid of oneerlijkheid van de numerus fixus, krokodillentranen: je moet gewoon zorgen dat je rijke ouders hebt. Zie ook Plasterk (2007). Antwoord op de vragen van het Kamerlid Joldersma inzake Saudi-Arabische studenten die in Nederland geneeskunde komen studeren. pdf
- Ongelooflijk, maar waar: Nederland verkoopt schaarse opleidingscapaciteit aan Saoudie-Arabische studenten
Olle ten Cate, Marijke van Dijk, Cees van der Vleuten, Albert Scherpbier en Lambert Schuwirth (13 februari 2010). Loting eerlijker dan selectie. De Volkskrant, Forum-pagina.
-
Na het uitbrengen van het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg, en minister Plasterk's snelle instemming daarmee, is het lang stil gebleven in de pers. Vandaag dan dit stuk van o.a. enkele hoogleraren uit de faculteiten in Maastricht en Utrecht die de afgelopen jaren direct met selectie te maken hebben gehad.
-
In Loting eerlijker dan selectie geven de auteurs nog eens de argumenten waarom voor geneeskunde de gewogen loting een betere, een eerlijker, methode is dan wat de Raad voor Volksgezondheid en Zorg, en minister Plasterk, nu zeggen te willen: iedere opleiding mag volop selecteren als ze dat willen.
-
Het argument dat ik in dit stuk mis, is dat het toch vreemd zou zijn wanneer geneeskunde de knappe koppen weg kan kapen voor de neuzen van vliegtuigbouw, informatica, medische biologie, wiskunde, etcetera, want dat is maatschappelijk gezien niet bepaald doelmatig. Het is niet echt een gemis, omdat het betoog hier in feite is dat de vermeende voordelen van nog sterkere selectie dan onder de huidige regeling (8 of hoger meteen toegelaten, daaronder een gewogen loting) gering zijn, en de nadelen groter. Méér hoef je dan inderdaad niet te argumenteren.
-
Hoe kan het nu dat deze hoogleraren wèl een behoorlijk betoog op papier zetten, en de Raad (en de minister) niet? Dat moet toch hiermee te maken hebben dat Ten Cate, Van der Vleugel, Schuwirth en anderen al heel lang vertrouwd zijn met de technische kanten van de problematiek van selectie versus (gewogen) loting, en de leden van de Raad te kort tijd hebben genomen om af te raken van het populistische idee dat je ‘natuurlijk’ altijd moet proberen ‘de besten te selecteren.’ Dat laatste lijkt logisch, maar de stilzwijgende premissen zijn niet vanzelfsprekend geldig.
Jan Borleffs, Janke Cohen en Rob Hiemstra (2 maart 2010). Selectie is beter dan loting. De Volkskrant, Forum-pagina.
- Het zat eraan te komen, want het stuk van Ten Cate e.a. (zie hierboven) is indirect een argument tegen de selectiepraktijken van een aantal faculteiten geneeskunde, waaronder de Groningse.
- Mijn eerste indruk van dit stuk van Borleffs e.a. is dat het enigszins tendentieus is, de selectie-technische aspecten niet goed op een rij heeft, en dat het vooral uitgaat van het belang van de faculteit zelf. Dat laatste is niet verkeerd, maar het is de vraag of dat bij publiek bekostigd onderwijs in dit geval wel terecht is. Ik zal binnenkort op deze plek de argumenten van Borleffs e.a. in detail bespreken, mogelijk als voorbereiding op een stuk in de Volkskrant. Dat is nu wat aantrekkelijker geworden, omdat ik buiten de belangen van de faculteiten sta en er daarom misschien een wat afstandelijker analyse van kan geven dan Borleffs e.a. hier doen en ook dan wat de Raad van Advies voor de Volksgezondheid en de Zorg heeft gepresenteerd (nee, op het stuk van Ten Cate e.a. heb ik deze kritiek niet, zij hebben naar mijn smaak een afstandelijke analyse gegeven die zich goed verhoudt tot selectie-technische aspecten van de thematiek)
- “En de kandidaat is niet langer afhankelijk van een willekeurige loting, maar krijgt zelf het lot in handen.” Deze slotzin van het artikel is puur bedrog. Het gaat in de huidige regeling om gewogen loting voor kandidaten met eindexamencijfergemiddelde tot 8. Om te beginnen zit daar een weging in, die hebben leerlingen al kunnen beïnvloeden door keihard te werken in de laatste jaren van het VWO. Er blijft uiteindelijk een toevalselement over in de vorm van loting, maar linksom of rechtsom zal er een groot aantal kandidaten af moeten vallen, bij een selectie gaat dat eveneens gepaard met een behoorlijk toevalselement. Zei daarover de laat-negentiende-eeuwse artikelen van Edgeworth (hierboven), die daarmee de basis legde van de mathematische statistiek. Op geen enkele redelijke manier valt de stelling te verdedigen dat met selectieprocedures in plaats van de huidige gewogen loting de kandidaten hun lot in eigen handen krijgen, zelfs niet een merkbaar beetje meer, tenzij ze toevallig gebeiteld zitten op de communicatieve vaardigheden die Borleffs zo belangrijk vindt.
- Moet ik de andere zinnen uit dit artikel nu ook nog behandelen? Lijkt me niet nodig. Maar ik haal er nog wel een enkel puntje uit.
Robert Crommentuyn (4 maart 2010). De centrale selectie ter discussie. Tegenstanders van screenen aan de poort in het nauw. Medisch Contact, 65 #9.
- Onaangename titel.
- Bevat geen nieuws.
- Van de acht faculteiten zijn er drie die geen gebruik maken van de mogelijkheid om tot 50% te selecteren
- Is slordig in het niet onderscheiden van de direct toegelatenen (gemiddeld cijfer > 8)
- Onkritisch. Bijvoorbeeld geen enkele aandacht voor het kwantificeren van wat dan de rendementswinst (or whatever) is van selectie versus gewogen loting. (Noemt wel het argument van de 'tegenstanders' dat die winst te gering is om de fuss te rechtvaardigen).
Conall Boyle (2010). Lotteries for education. Origins, Experiences, Lessons. Imprint Academic. isbn 9781845402105
- Chapter 8. The Dutch weighted lottery: Practical politics. (p. 141-162). Hoe kijkt Conall Boyle tegen deze gewogen loting aan: zie hier [citaat van p. 161]
Janke Cohen Schotanus (2 november 2010). Tegenintuïtief. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar onderzoek van onderwijs in de medische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. [Voor annotatie zie hier
Het geheim van de blauwe broer Eindrapport van de Verkenningscommissie Klassieke Talen onder voorzitterschap van: Caroline Kroon en Ineke Sluiter pdf
- “Met uitzondering van 2010 viel de afgelopen jaren, ook bij een hoge N-term, een groot percentage onvoldoendes bij het CE Latijn. De slechte resultaten van de afgelopen jaren werken uiteraard demotiverend en hebben een negatieve invloed op de vakkeuze door leerlingen die bijvoorbeeld moeten inloten voor de studie geneeskunde en een hoog gemiddelde nodig hebben.”
Welt Online (21-2-2010). FDP stellt Numerus clausus für Ärtzte infrage. html
2011 Ruim baan voor talent?
Zoekresultaten op rijksoverheid.nl voor ‘Ruim baan voor talent’. html
Zoekresultaten op rijksoverheid.nl voor: wet “Ruim baan voor talent”. html
Annette D. S. M. Nijs (14-10-2003). Beleidsnotitie ‘Ruim baan voor talent’.
pdf aanbiedingsbrief
-
Ruim baan voor talent. pdf beleidsnotitie
-
Collegegeld differentiatie in het Hoger Onderwijs pdf [de spellingsfout is van de Rijksoverheid, b.w.]
-
(2 februari 2011) Nota van wijziging bij wetsvoorstel ‘Ruim baan voor talent’ pdf
In tijden waarin academici nog ruimschoots hun maatschappelijke verantwoordelijk namen, zou tegen al deze onzinnigheid heftig zijn geprotesteerd. Zo niet vandaag de dag. Zelfs psychologen gaan mee met de selectie-gekte. Zo moet de kandidaat die in Groningen psychologie wil gaan studeren, een motivatiebrief schrijven. Maar niet getreurd, jongelui: in de Universiteitskrant van 24 november 2011 heeft Wim Hofstee een keurige voorbeeldbrief gepubliceerd zie hier. Ik ben zo vrij om hem in zijn geheel te citeren, zeg maar om de teloorgang van de psychologie zelf te onderstrepen.
Model Motivatiebrief
Naar aanleiding van de decentrale selectieprocedure voor psychologie RUG heb ik me afgevraagd wat voor motivatiebrief ik destijds zou hebben geschreven (met de kennis van nu). Van harte aanbevolen als voorbeeldbrief voor aspirant-psychologiestudenten.
Geacht Bestuur Psychologie
Ik heb nog geen seconde nagedacht over wat ik wil gaan studeren; ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Maar nu moet ik wel een ‘motivatiebrief’ schrijven, want ik wil psychologie nog niet uitsluiten. Hoewel, het circus dat u op kosten van de belastingbetaler hebt opgezet, maakt uw opleiding er niet aantrekkelijker op. Dat schijnt ook de bedoeling te zijn, maar zoiets werkt bij mij eerder averechts.
Neemt niet weg dat u ons voor een onmogelijke opgave stelt. ‘Motivatie’ is: wat anderen aan iemand toeschrijven. Zelf ga je daar niet over. Als psychologen zouden jullie dat moeten weten. ‘Ik ben wel/niet gemotiveerd’ is een krom soort lekentaal. Uit elementair wetenschappelijk zelfrespect zouden jullie dat vandaag nog uit je vocabulaire moeten schrappen. U bent waarschijnlijk op zoek naar een motivering: waarom wil ik eventueel psychologie studeren.
Maar dat is pas een echte valkuil. Als iemand naar genoegen de psychologiestudie als een rationele keuze weet te argumenteren, dan zoudt u haar of hem terstond naar economie moeten doorverwijzen, want daar werken ze met dat soort dingen. Voor de psychologie is zo iemand bij voorbaat totaal ongeschikt.
Dus daar trap ik allemaal niet in. Maar van de weeromstuit krijg ik wel steeds meer zin in psychologie. Misschien ben ik op mijn manier wel geïnteresseerd in mensen, meer dan in dingen. Of zo. Niet speciaal in hun gezondheid, welvaart, rechten, of zelfs sociale verbanden; meer in hunzelf, wat dat ook mag wezen. Als ik psychologie ga doen, is dat eerder bij wijze van default option.
Nou, dat is het wel zo’n beetje, veel meer kan ik er niet over zeggen. Ik hoop maar dat u te weinig aanmeldingen krijgt, zodat u dit soort brieven niet eens hoeft te lezen.
Wim Hofstee
(in een vorig leven onderwijsdecaan/-huishoudster psychologie)
Annemarie de Knecht - Van Eeekelen (2011). Een strijd tussen praktijk en theorie, tussen kliniek en wetenschap. Het universitaire onderwijs in de geneeskunde in Nederland rond 1900. In L. J. Dorsman & P. J. Kegtmans: Van lectio to powerpoint. Over de geschiedenis van het onderwijs aan de Nederlandse universiteiten (43-68). Verloren.
2012 Staatsgreep Halbe Zijlstra: niet meer loten voor geneeskunde
Zevenendertig jaar na het kamerbrede compromis van de gewogen loting voor numerus-fixustudies, grijpt de VVD de gelegenheid die de meerderheid van 76 zetels dit gedoogkabinet geeft om althans voor geneeskunde de loting de deur uit te doen, en de toelating tot geneeskunde over te laten aan het vrije spel van de markt. Nou ja: ‘vrij’ dus alleen voor de opleidingen geneeskunde, niet voor de gezamenlijke kandidaten voor die opleidingen.
Rijksoverheid (17 februari 2012). Ruim baan voor honderden extra medische studenten. persbericht
Schippers & Zijlstra (17 februari 2012). Kamerbrief over de capaciteit en selectie van opleidingen in de gezondheidszorg. Brief van minister Schippers (VWS) en staatssecretaris Zijlstra (OCW) aan de Tweede Kamer over de capaciteit en selectie van opleidingen in de gezondheidszorg. Dit om te voldoen aan de toekomstige vraag om voldoende en gekwalificeerd personeel. pdf
“
In het Regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’ van september 2010 is de volgende passage opgenomen, ‘om aan de vraag van een kwart meer artsen2 in 2025 tegemoet te komen wordt de numerus fixus in lijn met het rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in 5 jaar afgeschaft. ”
Is hier sprake van een spraakverwarring? Moet niet eerst de numerus-fixus afgeschaft worden, zodat vanzelf ook de loting is verdwenen (althans voor geneeskunde, voor al die andere numerus-fixusstudies blijft de situatie zoals die was???)? Nee hoor, ik heb vorig jaar de wet ‘Ruim Baan voor Talent’ gemist. En waarom die decentrale selectie ruim baan gegeven? Is het de bedoeling om die numerus fixus af te schaffen omdat via de achterdeur is geregeld dat opleidingen geneeskunde zelf hun instroom getalsmatig mogen beperken?
“Afschaffen verplichte loting
Voor de fixus-opleidingen4 in het hoger onderwijs is de verplichting tot loting afgeschaft. De loting kan daarmee worden vervangen door decentrale selectie. Dit is mogelijk gemaakt met de op 5 juli 2011 aangenomen wet ‘Ruim Baan voor Talent’.5 Uitzondering hierop zijn de 8+ studenten6, die het directe recht op toelating tot een opleiding met een capaciteitsbeperking behouden.
Wij zijn van mening dat loting niet past in een hoger onderwijs stelsel waarin de afstemming tussen student en opleiding versterkt moet worden en daarom zal de loting op termijn helemaal worden afgeschaft. Dit zal meelopen in het wetsvoorstel ter uitwerking van de strategische agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap.
Bij decentrale selectie beoordeelt een instelling de studenten op bijvoorbeeld kwaliteiten en motivatie. Dit stelt instellingen in staat om de meest geschikte en gemotiveerde studenten voor de opleiding te selecteren en aspirant studenten hebben hun selectie voor de opleiding grotendeels zelf in de hand. De kans dat zeer gemotiveerde en geschikte studenten de gekozen opleiding kunnen volgen neemt hiermee sterk toe. Hiermee nemen wij de aanbeveling van de Raad voor Volksgezondheid & Zorg (RVZ) in het advies ‘Numerus Fixus Geneeskunde over: Loslaten of vasthouden’ om de loting te vervangen door 100% decentrale selectie door de universiteiten.
4 Dit betreft niet alleen de opleiding geneeskunde, maar alle opleidingen in het hoger onderwijsstelsel.
5 Staatsblad nr. 369, 26 juli 2011
6 Studenten met een gemiddeld eindexamencijfer van 8 of hoger voor het vwo met vereist profiel die rechtstreeks worden toegelaten tot de opleiding en de instelling van eerste voorkeur.
”
Rutger Bregman (2 oktober 2012). Inkomen van specialist hoog door schaarste. De Volkskrant, p. 4.
- De ingelote kandidaat verdient later gemiddeld meer dan twee keer zoveel als de uitgelote kandidaat (in dezelfde lotingscategorie).
- Als ik het goed begrijp gaat het hier om onderzoek door o.a. UvA-econoom Bas van der Klaauw (zie hierbeneden). Die zegt: “Gemiddeld is een inloting bij geneeskunde 455.000 euro waard” Dus in vergelijking met een uitgelote kandidaat in dezelfde lotingscategorie. En passant sneuvelen nog twee mythes: medisch specialisten werken niet harder dan anderen; de hoge beloning van specialisten is geen compensatie voor hun langere opleiding: al tijdens die langere opleiding verdienen ze meer dan anderen.
Nadine Ketel, Edwin Leuven, Hessel Oosterbeek & Bas van der Klaauw (2012). The returns to medical school in a regulated labor market: Evidence from admission lotteries. pdf (een eenvoudiger artikeltje in Folia)
abstract We estimate the returns to medical school by exploiting that admittance to med- ical school in the Netherlands is determined by a lottery. Using data from up to 21 years after the lottery, we find that doctors earn at least 20 percent more than people who end up in their next-best occupation. Estimated earnings profiles sug- gest that the life-time difference is even much larger: 21 years after the lottery the earnings difference exceeds 60 percent. Only a small fraction of this difference can be attributed to differences in working hours and human capital investments. The returns do not vary with gender or ability, but are higher for the less motivated.
Het regeeraccoord van VVD en PvdA, november 2012, staat geen selectie aan de poort toe (zoals de commissie-Veerman bepleitte), tenzij:
“Toelating tot het hoger onderwijs vindt plaats op basis van een daarvoor kwalificerend diploma. Selectie aan de poort blijft toegestaan voor University colleges, studies waar het aantal aanmeldingen het aantal opleidingsplaatsen overstijgt en voor opleidingen met bijzondere toelatingseisen, zoals in de kunsten.”
Zie ook
Afzonderlijke pagina: Toelating tot scholen (voortgezet onderwijs) htm
Links
Numerus Clausus Wiki
Capaciteitsorgaan: Stichting Capaciteitsorgaan voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen website
Sortition: http://en.wikipedia.org/wiki/Sortition
- "Sortition, also known as allotment, is an equal-chance method of selection by some form of lottery such as drawing coloured pebbles from a bag."
Sortition: http://www.imprint-academic.com/sortition
Deutschland: online suchen auf 'der Numerus-clausus" , nicht 'Der numerus-fixus"
Deutschland: online suchen auf 'der Numerus-clausus" und Uni - FU Berlin, usw - um die spezifische daten zu bekommen
Deutschland: WikiPedia
Deutschland: Zentralstelle für die Vergabe von Studienplätzen ZVS
Die Schweiz, Medizin-studium site
Information on Democracy by Lotteries and Elections http://globalpublic.org/id1.html
The Sortition Option http://www.constitution.org/elec/sortition.htm
- "Sortition, or selection by lot, from the Latin sortiri, has a long history of use, going back to the ancient Solonian Constitution of Athens, and serving the Republic of Venice well for 1000 years. Today it is mainly used for the selection of juries, but the abuses of the electoral process, resulting from the need for candidates to raise large sums of money from donors who expect something in return, and the politicization of the appointment or election of judges, makes it appropriate to consider amending constitutions and laws to make more use of various forms of sortititon."
dode links
Er zijn weinig dingen zo veranderlijk als adressen op het wereldwijdeweb. Regelmatig ga ik met de vlooienkam door mijn website om dode links te identificeren (met de link checker van het W3Consortium). Mocht je een artikel graag willen hebben, maar de link is dood: mail mij. Meestal heb ik voor de veiligheid een download bewaard.
http://www.benwilbrink.nl/projecten
loten_nf.htm
http://goo.gl/fZZFq